Een blik op de wereld
Te gevaarlijk voor een vermelding
● De redactie van het Guinness Book of World Records „heeft de boeken afgesloten” voor sommige soorten recordprestaties. De redacteurs zijn van oordeel dat het onverstandig zou zijn bepaalde gevaarlijke prestaties te vermelden, aangezien het anderen zou kunnen aanzetten tot een poging ze te overtreffen. Het boek zal bijvoorbeeld geen records meer vermelden op het gebied van het eten van gevaarlijke zaken als levende mieren, goudvissen en kauwgum. „Er is al genoeg geprogrammeerde waanzin op de tv”, zei de medeoprichter van het boek in Londen, „zonder dat wij daar nog iets aan hoeven toe te voegen.” Verder verklaarde hij: „Mensen mogen doen waar zij zin in hebben, maar wij zullen het niet te boek stellen. Misschien zullen de kolommen met overlijdensberichten er melding van maken, maar wij niet.”
Voedsel verliest terrein aan tabak
● Sommige Afrikaanse landen verbouwen thans meer tabak, alsmede koffie en thee, om aan buitenlandse valuta te komen. Gewoonlijk gaat dit ten koste van de voedselproduktie. Volgens de All Africa Press Service in Kenia’s hoofdstad Nairobi zijn boeren in de Kunati Vallei praktisch opgehouden met het verbouwen van maïs — ondanks het feit dat dit het belangrijkste voedingsmiddel in Kenia is — aangezien tabak winstgevender is. Dit vormt een probleem, daar slechts 17 procent van het land in Kenia geschikt is voor bouwland. Bovendien zijn de bomen op de hellingen van de Kunati Vallei gekapt ten einde brandstof voor het drogen van de tabak te verschaffen. „Wat in de Kunati gebeurt, herhaalt zich op wel duizend plaatsen in heel Afrika”, bericht All Africa Press Service. „De uitvoer van tabak wordt bevorderd ten koste van het plaatselijke voedselgebruik. Op den duur wordt de ecologische basis van alle voedselproduktie voorgoed vernietigd.”
Natuurlijk conserveringsmiddel voor leer
● In zijn rubriek „Van alles wat” schreef Warren F. Gardner van de Record-Journal in de Amerikaanse stad Meriden (Connecticut) onlangs: „Een aantal maanden al viel het ons op dat enkele van de oude in leer gebonden boeken van onze bibliotheek achteruitgingen. . . . Onze boekbinder was ontzet. ’Waarom hebt u dat laten gebeuren? Weet u niet dat leren banden uitdrogen als ze jaar in jaar uit op de boekenplank blijven staan? Boeken moeten verzorgd worden, weet u.’
’Hoe is het met uw bijbel gesteld?’ vroeg hij, nog steeds met een gekwelde gelaatsuitdrukking en een beschuldigende blik in zijn ogen. ’Ik krijg hier familiebijbels om opnieuw in te binden, en heel veel zijn van mensen die er maar zelden in lezen. Maar soms brengt een Jehovah’s Getuige een bijbel. De blaadjes kunnen loszitten en misschien moet het boek opnieuw worden genaaid, maar de leren band is altijd in uitstekende conditie. En waarom? Omdat hij zoveel gebruikt is. Deze Jehovah’s Getuigen hebben praktisch continu een bijbel in hun handen, en de natuurlijke olie van hun handen zorgt dat de band zacht en soepel blijft.’”
Bestand zijn tegen televisiereclame
● Een verslag in de TV Guide onthult dat een gemiddeld Amerikaans kind tegen de leeftijd van 10 jaar ongeveer 250.000 tv-reclamefilmpjes heeft gezien. Het artikel brengt ouders onder de aandacht dat zij hun kinderen onderscheidingsvermogen moeten bijbrengen in verband met deze reclamefilmpjes, aangezien kinderen zich snel laten beïnvloeden door allerlei trucage-effecten, zoals animatie, en muziek en belichting. Met betrekking tot reclame rond de Kersttijd zegt het artikel: „Kinderen worden gebombardeerd met talloze verlokkelijke filmpjes over speelgoed, spelletjes en andere artikelen. Voor een kwetsbaar kind kan het leven zonder een of ander stuk speelgoed waarvoor zoveel reclame is gemaakt, bijna ondraaglijk lijken. De ouders komen dan onder druk te staan om artikelen te kopen die heel vaak hun financiële draagkracht te boven gaan. Als het speelgoed of ander artikel werkelijk wordt gekocht, kunnen het kind de teleurstelling en frustratie ten deel vallen dat het ontdekt dat het stuk speelgoed kleiner of breekbaarder is dan het op de tv leek te zijn, of dat het zich niet vanzelf voortbeweegt zoals dat op de tv het geval leek.”
Veronachtzaamde energiebron
● Volgens Noel Vietmeyer, lid van de Nationale Researchraad van de Amerikaanse Nationale Academie van Wetenschappen, zien veel landen over het hoofd dat dieren energie kunnen leveren. Vietmeyer wijst erop dat dieren een grotere bijdrage zouden kunnen leveren aan de oplossing van de wereldomvattende energiecrisis. „Weinig mensen zijn zich ervan bewust”, zegt hij, „dat zo’n 400 miljoen paarden, ossen, koeien, waterbuffels, ezels, kamelen, muildieren, jaks, lama’s en olifanten voor de mens werken. Zelfs nu, nadat stoom, olie en elektriciteit dienstbaar zijn gemaakt aan de mens, verschaffen trekdieren ongeveer de helft van de energie die in de derde wereld voor de landbouw wordt gebruikt. Viervoetige tractie voorziet in enkele ontwikkelingslanden in ongeveer 90 procent van hun landbouwenergie. . . . In veel delen van de wereld beseffen de boeren op het platteland beter de waarde van dierlijke kracht dan de politici. Dat is begrijpelijk, want wie zou in deze tijd bereid zijn een energiebron op te geven die zichzelf voortplant, geen dieselolie verbruikt en gratis mest produceert?”
$100 per leven
● Volgens een rapport van het Internationale Kindernoodfonds van de Verenigde Naties (UNICEF) stierven in 1981 over de gehele wereld 17 miljoen kinderen aan ziekte en honger. Het rapport verklaart dat deze sterfgevallen voorkomen hadden kunnen worden met een bedrag van minder dan $100 per kind. „Hoewel $100 per kind in totaal op een tamelijk hoog bedrag zou neerkomen”, zei de directeur van de UNICEF, James P. Grant, „is het toch de moeite waard te bedenken dat dit bedrag het equivalent is van wat de wereld tegenwoordig in zes weken aan wapens uitgeeft.” De meeste sterfgevallen deden zich voor in Afrika en zuidelijk Azië, in aantallen die gemiddeld meer dan 40.000 per dag bedroegen. Het VN-rapport stelde weinig hoop op verbetering in het vooruitzicht: „De economische ontwikkelingen in veel arme landen duiden erop dat de strijd tegen armoede niet alleen minder krachtig wordt, maar dat de armoede terrein wint.”
Internationale inflatie
● De voorzitter van de Union Bank van Zwitserland, Robert Holzach, hield onlangs een toespraak over de internationale vooruitzichten ten aanzien van inflatie. Hij zei dat een terugblik „niet erg bemoedigend is” en merkte op dat „gedurende de jaren ’50 de gemiddelde daling van de koopkracht in de 24 toonaangevende industrielanden . . . minder dan 2 procent bedroeg. In de jaren ’60 steeg ze tot 4,5 procent. Tussen 1970 en 1979 liep ze op tot een gemiddelde van 8,2 procent. Op het ogenblik bedraagt de inflatie in de industrielanden gemiddeld 10 procent.” Deze erosie van de monetaire koopkracht, verklaarde hij, „is een ziekte die ons allen schade berokkent” en „juist hen het hardst treft die economisch het zwakst staan”.
„Dolkstoot” van robot
● Een Japans regeringsrapport verklaart dat onlangs een 37-jarige onderhoudsmonteur van een fabriek door een robot is „doodgestoken”. Dit was klaarblijkelijk de eerste keer dat een van de vele duizenden robots in Japan iemand heeft gedood. Onderzoek heeft uitgewezen dat het slachtoffer zich binnen een veiligheidsafscheiding moet hebben begeven en de robot per ongeluk in werking heeft gesteld waarna de arm van de robot de arbeider in de rug heeft „gestoken”.
Inflatie beïnvloedt valsemunterij
● „Volgens de Los Angeles Times zegt het Bureau voor Graveer- en Drukwerk van het Ministerie van Financiën dat het geen zin heeft te trachten om valsemunters nog te beletten dollarbiljetten te vervalsen”, bericht The Wall Street Journal. „Nu de dollar zo weinig waard is, schijnen valsemunters er geen moeite voor te doen om bankbiljetten van minder dan 20 dollar te vervalsen.”
Vliegtuigongevallen eisen hoge tol
● Volgens de Amerikaanse Nationale Commissie voor Verkeersveiligheid hebben 377 ongevallen met dodelijke afloop bij de algemene luchtvaart in de eerste zes maanden van 1981 aan 708 mensen het leven gekost. De meesten van hen vonden de dood in kleine privé-vliegtuigjes of straalvliegtuigen van corporaties. Algemene luchtvaart, waartoe men niet de lijnvliegtuigen rekent, eist per week gemiddeld 27 mensenlevens. The Wall Street Journal schreef in commentaar hierop: „Veiligheidsdeskundigen en regeringsfunctionarissen zijn niet verbaasd over de tol aan doden. Zij waren reeds lang op de hoogte van het feit dat vliegen in een lijnvliegtuig statistisch de veiligste manier is om ergens te komen, terwijl reizen in kleine vliegtuigjes het gevaarlijkst is.”
Spelletje met getallen
● De bekende evolutionist Richard Leakey heeft twaalf miljoen jaar van de ouderdom van de mens afgehaald. Vorig jaar deed hij de uitspraak dat de mens ten minste vijftien miljoen jaar oud is. Nu meldt een bericht van Associated Press dat hij heeft gezegd ’het op een aantal belangrijke punten waarschijnlijk bij het verkeerde eind te hebben gehad’, en dat de voorouders van de mens slechts 3,75 miljoen jaar oud zijn. Onder evolutionisten neemt men het veelal niet zo nauw met een miljoen of wat. En hun discipelen accepteren die getallen vaak als evangelie. Maar als men nu dergelijke voorbeelden van puur gissen in aanmerking neemt, zou een redelijk denkend persoon dan ook geen vraagtekens moeten zetten bij andere evolutionistische beweringen?