Psychiatrie wordt een hondebaan
HONDEN behalen successen waar psychiaters niets hebben kunnen uitrichten. Ze gebruiken geen divan en geen kalmerende middelen, maar hun benadering van de patiënt is allerinnemendst — een open, warme, uitbundige, onvoorwaardelijke aanvaarding. En niet alleen honden, maar ook allerlei andere dieren overtreffen de psychiaters. Huisdieren veroveren zich een plaats in psychiatrische klinieken, verpleeghuizen en gestichten voor dakloze of achterlijke kinderen.
Dr. Anthony Calabro van de Feeling Heart Foundation legt uit wat honden tot stand brengen: „Het probleem met de mensen in deze gestichten is vaak dat alle intermenselijke contacten ontbreken. Ze leven in een isolement, in een emotionele kou, ze hebben niets te doen, niemand houdt van hen. Velen zijn elk gevoel van verantwoordelijkheid kwijt en in enkele gevallen hebben ze maar heel weinig bezittingen. Ze bestaan, maar echt leven doen ze niet.” De honden doorbreken het isolement waarin deze mensen verkeren.
Dr. Calabro legt uit: „Honden schenken genegenheid — onvoorwaardelijke genegenheid. Ze vragen aandacht, en wanneer iemand reageert, geven ze genegenheid en zekerheid en warmte terug zonder dat daar voorwaarden aan verbonden zijn.” Sommige psychiaters zijn geen voorstander van een therapie waarbij dieren gebruikt worden, zegt Calabro. „Zij zeggen: ’Daarvoor hebben wij nu 10 of 15 jaar psychiatrie en medicijnen gestudeerd, en alles wat deze mensen doen is een hond erbij halen en kijken wat er gebeurt. Dat kan toch niet alles zijn!’”
Natuurlijk is dat ook niet alles. Maar wanneer hiermee alvast een gevoel van genegenheid wordt verschaft, ’zonder voorwaarden’, dan is dat toch wel een krachtige hulp. Calabro geeft een verdere uiteenzetting: „Dieren kunnen mensen niet beter maken, maar ze openen wegen voor communicatie en zorg. Ze hebben de functie van ijsbrekers, zogezegd, om de persoon zich te laten openstellen.”
Dr. Samuel Corson, hoogleraar in de psychiatrie, heeft gebruik gemaakt van honden, soms ook katten, als cotherapeuten en „heeft aanmoedigende resultaten bereikt bij 28 van de 30 patiënten die op traditionele behandelingen, met inbegrip van shock-therapie en medicijnen, niet hadden gereageerd”.
Lima State Hospital in Ohio (VS), een maximaal beveiligde instelling voor criminele geesteszieken, gebruikt kleinere dieren in een therapeutisch programma: vogels, vissen, woestijnratten, marmotjes, enzovoort. Hier zijn enkele voorbeelden:
Een patiënt sprak vier maanden lang totaal niet. De staf gaf hem een valkparkiet. Deze papegaai sliep ’s nachts in een kooi naast zijn bed en zat overdag op zijn schouder. Hij begon tegen de vogel te praten, en in twee maanden sprak hij ook met mensen.
Een depressieve patiënt kreeg de zorg voor twee jonge marmotjes. De moeder had de diertjes verstoten en de patiënt ontfermde zich over hen, en voedde ze iedere twee uur met de fles. Ze waren van hem afhankelijk. Hij was nodig.
Een patiënt met zelfmoordneigingen zat een straf uit voor een gewapende roofoverval. Hij verleende geen medewerking, was asociaal. Hij kreeg een vogel om voor te zorgen. „Ik had nog nooit medegevoel gekend”, zei hij. Dit veranderde nu. Hij ging zich voor een studie van vogels interesseren en hoopt wanneer hij vrijkomt, andere strafinstellingen te gaan aanmoedigen programma’s voor huisdiertherapie in te stellen.
De patiënten werden rustiger en konden tegenover de dieren genegenheid tot uitdrukking brengen zonder de vrees afgewezen te worden. Later stelden zij zich open voor mensen en het eerste waarover zij begonnen te praten, was de verzorging van hun dieren. Zij gingen een verantwoordelijkheid voelen. Zij voelden dat zij nodig waren, dat er iets van hen afhankelijk was.
Jongens van 7 tot 18 jaar worden krachtens een rechterlijke uitspraak naar een bepaald kindertehuis gestuurd. Sommigen hebben nog nooit een echt thuis gekend, sommigen zijn door hun ouders mishandeld, sommigen zijn geestelijk niet volwaardig en anderen komen al uit een tuchthuis. Maar allen hebben zij nu iets gemeenschappelijks in hun leven — Tijger, een doodgewone alledaagse huiskat. Een moeilijk joch, wild en teugelloos, begon al zijn tijd met Tijger door te brengen. Er groeide genegenheid tussen hen, de jongen werd rustiger en ging vertrouwen in anderen stellen en zijn verhouding tot andere kinderen en de staf verbeterde.
In een van de afdelingen van een psychiatrisch ziekenhuis voor kinderen in de Amerikaanse staat Michigan zwerft Skeezer rond — een hond van een onduidelijk vuilnisbakkenras. Ieder kind dat er behoefte aan heeft, biedt hij zijn gezelschap aan. Hij is voor bijna allen onweerstaanbaar en zij kunnen hun vriendschap aanbieden zonder angst afgewezen te worden. Stel het u zelf maar voor: Een hond, op zoek naar een blijk van genegenheid, legt zijn kop op uw schoot en kijkt u met grote bruine ogen aan. Of een kat wrijft spinnend langs uw benen. Hun verzoek is onmiskenbaar, en voor de meesten van ons onweerstaanbaar.
Andere onderzoeken hebben aangetoond dat huisdieren nuttig zijn in het geval van lichamelijke kwalen. In het University of Maryland Hospital ontdekte men dat hartpatiënten met huisdieren na hun ontslag uit het ziekenhuis een veel betere kans hadden dan zij die thuis geen dieren hadden. Van 92 patiënten waren een jaar later elf van de 39 zonder huisdier overleden, terwijl slechts drie van de 53 eigenaars van een huisdier waren gestorven.
Psychiater Aaron Katcher van de University of Pennsylvania zegt: „Naarmate mensen ouder worden, hebben hun familie en vrienden hen minder nodig, en vaak voelen zij zich in de steek gelaten. Dit gevoel van nutteloosheid leidt tot depressiviteit. Een huisdier vult de leegte.”
Andere onderzoeken tonen aan dat het bezit van een huisdier de bloeddruk verlaagt. In een tv-programma over „aanraken” zei Katcher: „U zit zachtjes het dier te kalmeren, en wij weten dat bij een dier de snelheid van hartslag op dezelfde manier afneemt als bij de persoon.” Bij een andere gelegenheid verklaarde Katcher dat „de kansen op overleving voor een hartpatiënt driemaal zo hoog zijn als hij een huisdier heeft”.
Er kunnen voor sommige personen dus heel duidelijke voordelen aan verbonden zijn een huisdier te hebben. Begrijpelijkerwijs is evenwichtigheid geboden. Op hun juiste plaats kunnen huisdieren voor bepaalde personen heilzaam zijn.