Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g82 22/6 blz. 16-19
  • In aanraking met het „Rijk van het Midden”

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • In aanraking met het „Rijk van het Midden”
  • Ontwaakt! 1982
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • De één miljard mensen
  • Gedenkwaardige gesprekken
  • „Indrukwekkender dan de Grote Muur”
  • China zwaait zijn deuren open
    Ontwaakt! 1974
  • De „opiumoorlog” — Een les voor onze tijd
    Ontwaakt! 1975
  • Een taal die volkomen anders is
    Ontwaakt! 1975
  • Met de trein door China naar Europa
    Ontwaakt! 1978
Meer weergeven
Ontwaakt! 1982
g82 22/6 blz. 16-19

In aanraking met het „Rijk van het Midden”

JARENLANG was het mijn droom geweest het „Rijk van het Midden” te bezoeken. „Waar ligt dat?” zult u vragen. „Rijk van het Midden” is de Chinese naam voor China en geeft de traditionele Chinese zienswijze weer: China is het centrum van de wereld waar alle andere landen in een kring omheen liggen.

Onbewust zijn heel wat mensen al in aanraking gekomen met het „Rijk van het Midden”. De eerste uitvinders van het papier en de boekdrukkunst waren Chinezen. Wanneer op een winderige lentedag kinderen zich met vliegeren vermaken, bedenk dan dat vliegers het eerst in China in de lucht stonden. Het waren Chinezen die als eersten hun verhemelte streelden met spaghetti en ravioli. Andere bijdragen van het „Rijk van het Midden” aan de buitenwereld zijn bijvoorbeeld porselein en de explosieve stof die later als buskruit werd gebruikt.

Vier jaar hadden mijn vrouw en ik als zendelingen op Taiwan gewerkt, maar ik was altijd nieuwsgierig geweest naar het vasteland van China. Toen de Chinese regering mij dan ook tegen het eind van 1978 een visum voor een zakenreis stuurde, deed er zich eindelijk een gelegenheid voor mijn nieuwsgierigheid te bevredigen. Ik maakte de lange vlucht over de Stille Oceaan en toen het vliegtuig de luchthaven van Peking naderde, sloeg mijn hart wat sneller bij de gedachte dat ik weldra Pekingeend in Peking zou eten, over de Grote Muur zou slenteren en — tot op zekere hoogte althans — bekend zou raken met het land dat een kwart van de wereldbevolking vormt. Eindelijk stond ik dan op het punt in aanraking te komen met het „Rijk van het Midden”.

De één miljard mensen

Dat eerste bezoek is al weer enkele jaren geleden, maar ik kan de tijd die ik doorbracht bij de graftombes van de Ming-dynastie en de Verboden Stad niet vergeten. Ook de boottochten op de Jang-tse-kiang en het bergbeklimmen in de Himalaja zijn hoogtepunten in mijn leven. Ik heb in dit oude land echter iets ontdekt dat veel meer de moeite waard is dan de Mount Everest in het zuiden of de Grote Muur in het noorden. Tussen deze beide bezienswaardigheden vond ik de miljard inwoners van het „Rijk van het Midden”.

Jarenlang hadden de Chinezen nauwelijks gesprekken met de weinige buitenlanders die het toegestaan was dit land, binnen te komen. Niet omdat zij er niet op gesteld zijn, want Chinezen zijn gezellig en gastvrij van aard, maar de politieke situatie maakte hen wat terughoudend. Gelukkig is die periode over het algemeen genomen voorbij. Een eenvoudige wandeling na het eten wordt al gauw een hele belevenis. Binnen enkele minuten stromen de mensen hun huizen uit om de buitenlander te zien en met hem te praten. De bezoeker die de bezienswaardigheden wil bekijken, wordt al gauw zélf een bezienswaardigheid.

Er is niets dat die menigte van nieuwe vrienden meer boeit dan dat u hen fotografeert met een Polaroid-toestel. Mocht uw rolletje op raken, wees er dan maar op voorbereid zo’n 400 teleurgestelde Chinezen uit te leggen wat er aan de hand is.

Toen wij op een avond in de provincie Szetsjwan waren, besloten mijn vrienden en ik naar de opera te gaan — een Chinese opera natuurlijk. Bij onze aankomst kwam ik tot de ontdekking dat ik die opera al gezien had. In de wetenschap dat ieders aandacht zou uitgaan naar wat op het toneel gebeurde, besloot ik achterin op een laag, geïmproviseerd muurtje te gaan zitten en alleen maar eens te kijken hoe de plaatselijke bevolking van de voorstelling genoot. Terwijl ik al die vrolijke, lachende gezichten zag, moest ik wel de veerkracht van deze mensen bewonderen. Zij hebben heel moeilijke tijden doorgemaakt en zijn nog steeds erg arm, maar toch zijn zij optimistisch. Zij vinden dat ze er, vergeleken met enkele jaren geleden, goed aan toe zijn.

Het duurde niet lang of er kwam een student op mij af die zei: „Neemt u mij niet kwalijk mijnheer, maar waar komt u vandaan?” Op mijn antwoord vertelde hij hoe blij hij was dat wij China konden bezoeken en hoe prettig de Chinezen het vonden ons in hun land te zien. Hij zei dat zij vereerd waren door onze belangstelling voor hun gewoonten en cultuur.

Dit is natuurlijk maar een sterk verkorte weergave van een tamelijk lang en interessant gesprek; de ernst van de jongeman sprak mij echter bijzonder aan. Ons gesprek eindigde veel te snel, maar eerst stond hij er nog op mij een kop warme thee te brengen.

Gedenkwaardige gesprekken

Hoewel het voor een bezoeker van het „Rijk van het Midden” vaak moeilijk is een werkelijk diepgaand gesprek met de bevolking te voeren, is het toch niet helemaal onmogelijk. De geschiktste gelegenheden doen zich gewoonlijk voor tijdens maaltijden — niet tijdens een officieel diner maar wanneer u met slechts enkele personen op een rustige plek van een eenvoudige maaltijd geniet.

Ik kan mij een winter herinneren dat wij — hoog in de bergen van Centraal-China — zo’n gedenkwaardig gesprek met elkaar voerden. Wij hadden met een klein groepje de hele dag geklommen, en tegen het vallen van de avond zochten wij onderdak in een halfverlaten boeddhistische tempel. De tempel werd slechts af en toe gebruikt door Tibetanen die vanuit een of andere verafgelegen plaats een voettocht ondernamen om hier met behulp van de weinige relikwieën die de regering hun had gelaten, hun aanbidding te beoefenen. Nadat de tempelwachter ons begroet had, haastte hij zich om ons een eenvoudige maar heerlijke maaltijd voor te zetten, en intussen kwamen in ons gezelschap de gesprekken los.

We spraken over alles en nog wat, maar de geanimeerdste gesprekken draaiden om de bijbel. In het gezelschap bevond zich een jonge student met een enorm repertoire aan politieke citaten die hij als een papegaai ten beste gaf wanneer de conversatie zich buiten de veilige grenzen van de „orthodoxie” dreigde te bewegen. Toen hij ten slotte door zijn voorraad heen was, kregen de anderen een kans aan het gesprek deel te nemen en vragen te stellen.

Het was werkelijk opwindend de gelegenheid te hebben met deze mensen over Jehovah te spreken. De ouderen onder hen wisten nog uit de dagen van voor de communistische revolutie dat Jehovah de naam van God is. Hoe dat kan? Omdat in de Hebreeuwse Geschriften van de Chinese bijbel de naam van God duizenden malen wordt vermeld. Het was wonderbaarlijk hun gezichten te zien oplichten toen wij zo openlijk praatten over zaken die zij jarenlang niet besproken hadden.

Ik ontdekte dat het ook mogelijk is zulke interessante gesprekken te voeren met buitenlanders in China, vooral met degenen die werkelijk in China wonen. Velen van hen zijn diplomaten. Anderen zijn als „buitenlandse deskundigen” tijdelijk in dienst van de regering. Er zijn een aantal persmensen in China gestationeerd, en natuurlijk is er een gevarieerd gezelschap zakenlieden.

In Peking en Sjanghai zijn een paar hotels die hun koffiebar speciaal bestemd hebben voor buitenlanders, en aangezien er praktisch geen nachtleven bestaat, zitten veel buitenlanders daar uiteindelijk iedere avond. ’s Avonds lijken de koffiebars gevuld met filmtypes! Er is bijna altijd wel een onvervalste olietechnicus uit Texas, compleet met cowboyhoed en laarzen. U vindt er Sikhs uit Indië met hun tulbanden, en Afrikanen, getooid in allerlei verschillende klederdrachten. Toen ik op zekere avond deel uitmaakte van zo’n bont gezelschap in Sjanghai’s beroemde Peace Hotel, maakte ik een interessante ervaring mee.

Het Peace Hotel is een oud, elegant hotel, vol met kunstvoorwerpen die doen denken aan de voorbije tijden toen Sjanghai in glans en schittering op één lijn stond met Parijs, Rome en New York. Er kwamen twee fors gebouwde Russen binnen en aangezien alleen bij mij nog twee stoelen vrij waren, nodigde ik hen uit te gaan zitten. Het bleek dat zij hooggeplaatste Sovjet-diplomaten waren met China als standplaats. Daar wij alle drie Chinees spraken, ontspon zich een interessant gesprek.

Toen zij wat meer over mij te weten kwamen, vroegen zij zich af wat mijn godsdienst wel moest zijn, dat ik in één periode van mijn leven als zendeling in Taiwan kon dienen en dan daarna zaken kon doen met een land dat zij als de vijand van Taiwan beschouwden. Hun ervaring had hun geleerd dat de meeste mensen met een sterke religieuze overtuiging ook op politiek gebied een sterke overtuiging bezaten en niet in staat waren zo om te schakelen.

Ik vertelde hun dat ik een getuige van Jehovah was en als zodanig een absoluut neutraal standpunt innam inzake politieke aangelegenheden. Ik legde hun uit dat mijn liefde de mensen in Taiwan en in de rest van China gold. Daarna vroegen zij mij: „Zegt u ons nog eens hoe uw religie heet, maar deze keer in het Engels.” Toen ik dat deed, zeiden zij: „O ja, er zijn heel wat van uw mensen in ons land. Vertel ons er eens wat meer over. Legt u ons het verschil eens uit tussen de Getuigen en de Baptisten.”

Na een gesprek van twee uur, met inbegrip van een lange discussie over christelijke liefde en neutraliteit, zeiden de diplomaten: „U kunt zich niet voorstellen hoe dankbaar wij u zijn voor deze uitleg. Dit is de eerste keer dat we volledig begrijpen wat het standpunt van Jehovah’s Getuigen is.” Intussen liep het al tegen middernacht. Voordat wij afscheid namen, kreeg ik nog een hartelijke uitnodiging voor een diner op de Russische ambassade. Buiten nam ik een taxi die mij terugbracht naar mijn hotel.

„Indrukwekkender dan de Grote Muur”

Het is moeilijk veel over het hedendaagse China te zeggen zonder óf een verdediger óf een aanklager van het bewind te lijken. Natuurlijk ben ik geen van beide. Toch zijn er op z’n minst twee positieve zaken die onze aandacht waard zijn.

Hoewel China al duizenden jaren een agrarisch land is, is het toch verheugend te zien dat de natie er steeds beter in slaagt zichzelf te voorzien van voldoende voedsel. Hiermee voorkomt men de grote hongersnoden die vroeger China teisterden. En daarbij komt nog dat men duizenden plattelandsartsen of „blote-voeten-dokters” heeft opgeleid om de grote massa elementaire gezondheidszorg te kunnen verschaffen. Naar mijn mening zijn deze twee resultaten op het gebied van voeding en gezondheid de grootste prestaties van het moderne China, veel indrukwekkender dan de Grote Muur, en beslist belangrijker dan de uitvinding van papier of vliegers.

China oefent een bepaalde aantrekkingskracht uit. Sedert de tijd van Marco Polo heeft het land westerlingen bekoord. Ook ik heb uiteindelijk de kans gehad met het „Rijk van het Midden” in aanraking te komen, maar ik heb ondervonden dat dit uitgestrekte, dichtbevolkte land op zijn beurt míj heeft geraakt. Het heeft mijn begrip van de mensheid doen toenemen. Ik betwijfel of mijn zienswijze ooit nog dezelfde zal zijn. — Ingezonden.

[Illustraties op blz. 16, 17]

Onbewust zijn heel wat mensen al in aanraking gekomen met het „Rijk van het Midden”

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen