Wat is er mis met de economie?
Door Ontwaakt!-correspondent in Canada
DE WERELDECONOMIE heeft veel weg van een in de modder vastgelopen automobiel. Men maakt zich zelfs zorgen dat — net als bij een vastgelopen auto met een over zijn toeren draaiende motor en slippende wielen — het economische mechanisme al tekenen vertoont onder de spanning te gaan bezwijken. En wij voelen allen de uitwerking. „We moeten de economie in beweging krijgen!” is de veelgehoorde kreet.
Wat is er mis? Hoe behoort de economie te functioneren?
Met „de economie” wordt bedoeld een systeem voor het produceren en verdelen van goederen en diensten. Economie is in de grond der zaak een systeem van onderling ruilen. Geld is het middel waarmee de deelnemers voor hun goederen en diensten worden betaald.
Hoe meer activiteit of handel er in het systeem plaatsvindt, hoe groter de vraag is naar produktiviteit en hoe meer gelegenheid er bestaat om de toegenomen rijkdom uit te wisselen. Naties worden welvarender en hun onderdanen mogen een hogere levensstandaard tegemoet zien.a Een economie die vooruitgang boekt of groeit, wordt essentieel geacht voor vooruitgang en zekerheid voor de gehele wereld.
Dit was naar men meende de algemene toestand van de wereldeconomie in de jaren ’50 en ’60. Tegen het midden van de jaren ’70 was echter duidelijk geworden dat er iets mis was. „Wilde inflatie” veroorzaakte een boosaardige spiraal van stijgende prijzen. De produktie bleef achter bij de vraag, werkloosheid nam toe en de prijzen bleven stijgen. In plaats van een billijke uitwisseling van rijkdom, werd de kloof tussen rijke en arme landen steeds breder.
Vooral vanaf 1973 zonden drastische stijgingen van de olieprijzen schokken door het systeem. De sterk van energie afhankelijke economie van de westerse geïndustrialiseerde wereld werd aan het wankelen gebracht. Ontwikkelingslanden die zelf geen olie produceerden, verzonken steeds dieper in hopeloze schulden doordat ze noodzakelijke goederen en energie tegen steeds hogere prijzen moesten importeren. Maar er werd nog meer schade aangericht: het instrument van handel — geld — ging op grillige wijze in waarde op en neer, waardoor sterke schommelingen optraden in de wisselkoersen van de valuta van het ene land ten opzichte van die van het andere land. Het was duidelijk dat de economie dol geworden was.
Economische topvergaderingen
In november 1975 kwamen de regeringsleiders van enkele van de belangrijkste industrielanden — Frankrijk, de Bondsrepubliek Duitsland, Italië, Japan, Groot-Brittannië en de Verenigde Staten — in Rambouillet in Frankrijk bijeen om te praten over een oplossing voor de problemen in de wereldeconomie. Na drie dagen praten vertrokken zij van hun topvergadering „met het vertrouwen dat . . . herstel onderweg is”.
Sindsdien hebben de regeringsleiders van diezelfde industrielanden, nu uitgebreid met Canada, de behoefte gevoeld om ieder jaar een economische topconferentie te houden. Wat is er gebeurd met het herstel waarop men had gehoopt?
Twee dagen voor de economische top van 1981, die in juli in Ottawa in Canada is gehouden, berichtte de Toronto Star: „Een belangrijk verschil tussen de topvergadering die maandag zal beginnen, en de eerste, in Rambouillet in 1975, is dat nu iedereen zich wat voorzichtiger uitlaat over de vooruitzichten op economisch herstel, toename van de wereldhandel, terugdringing van de inflatie en vergroting van de werkgelegenheid.”
Eenvoudig gezegd, de economie zit nog steeds vast. En niemand weet precies hoe er weer beweging in moet komen. Inflatie blijft zich koppig handhaven — een inflatiecijfer van meer dan tien procent voor vijf van de zeven in Ottawa vertegenwoordigde landen. De groei van het bruto nationaal produkt (het totaal aan goederen en diensten) voor de geïndustrialiseerde landen is verre van bevredigend geweest.
Extra complicaties
In recente maanden is een nieuwe complicatie toegevoegd aan de doolhof van problemen waarin de economie vastloopt — de rentestanden hebben vooral in de VS recordhoogten bereikt. Als bij een steen die in een vijver wordt gegooid, hebben de rimpelingen zich uitgebreid tot in de economieën van alle westerse industrielanden.
In de VS zorgt de hoge rente ervoor dat er minder geld beschikbaar komt, doordat degenen die geld hadden willen lenen, nu ontmoedigd worden. Maar deze hoge rentestanden, die inflatiebestrijdend moeten werken, belemmeren ook de zakelijke investeringen die juist zo nodig zijn om de stagnerende economie weer op gang te brengen.
In andere landen oefenen de hoge Amerikaanse renten een aantrekkingskracht uit op investeerders die hun geld in Amerikaanse dollars willen steken. De vraag naar dollars verhoogt hun waarde terwijl de relatieve waarde van andere valuta’s daardoor verlaagd wordt. Europese valuta’s werden in de eerste helft van 1981 ongeveer 20 procent omlaag gedrukt — naar men zegt ten gevolge van de hoge rente in de VS. Investeringen vloeiden over de Atlantische Oceaan, zodat in Europa het herstel werd vertraagd en de inflatie bevorderd.
Wanneer een geldsoort in waarde is gedaald, zullen geïmporteerde goederen met meer geld betaald moeten worden. De inflatie stijgt. Om investeringsgelden in het land te houden, hebben landen hun rente verhoogd om te kunnen concurreren met die in de VS. Maar er zijn juist lagere rentestanden nodig om het gemakkelijker te maken geld te lenen voor de investeringen waarmee de economieën van die landen gestimuleerd moeten worden.
Op de topvergadering in Ottawa heeft de Amerikaanse president Reagan krachtig vastgehouden aan het standpunt van zijn land ten aanzien van de hoge rentetarieven. De andere regeringsleiders moeten het dilemma onder de ogen zien wat te doen als de Amerikaanse strakke geldpolitiek geen betere beheersing van de inflatie oplevert en wel de rente hoog blijft.
Toenemende werkloosheid is nog een ernstige complicatie. De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling voorziet dat de werkloosheid in haar 24 lidstaten het hoogste niveau zal bereiken sinds de periode van wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog. Minstens één Europese regeringsleider beweert dat „werkloosheid nu een groter kwaad is dan inflatie”.
De betalingsbalans van de landen brengt nog meer vertroebeling in de economische situatie. Als blok registreerde de Europese Economische Gemeenschap gedurende de eerste helft van 1981 een handelstekort van dicht tegen de $10 miljard ten opzichte van Japan met zijn krachtige exportbeleid. De industriële landen hadden als groep in 1980 een gezamenlijk tekort op hun lopende rekening van $70 miljard, hetgeen in belangrijke mate te wijten was aan de hogere prijzen voor geïmporteerde olie. Leden van de OPEC sprongen daarentegen van een overschot van $3 miljard in 1978 naar $120 miljard in 1980. De ontwikkelingslanden die niet over olie beschikken, hadden echter in 1980 reeds een gezamenlijk tekort van $79 miljard op hun lopende rekening, en dit zal in het begin van de jaren ’80 beslist een verdere scherpe stijging vertonen, zonder dat er enige verlichting in zicht is.
Dergelijke verbijsterende tekorten brengen de hele economie uit balans. De industrielanden proberen moeizaam hun eigen betalingsbalans te corrigeren, terwijl ze de olielanden aanmoedigen hun overschot aan geld weer in circulatie te brengen, vooral in de vorm van hulp aan de door schulden geplaagde ontwikkelingslanden.
’Een pessimistische verklaring’
Terwijl deze en vele andere complicaties van alle kanten opdrongen, hielden de deelnemers aan de topvergadering in Ottawa zich bezig met „de noodzaak om nieuw leven te wekken in de economieën van de democratische landen onder de geïndustrialiseerde naties, om de behoeften van onze eigen volkeren te bevredigen en om de welvaart in de wereld te versterken”.
De Toronto Star noemde het slotcommuniqué echter „een nogal pessimistische verklaring over de economische toekomst van de vrije wereld”. De zeven regeringsleiders waren het erover eens dat de „bestrijding van inflatie en de vermindering van werkloosheid . . . onze hoogste prioriteit” moeten hebben. Maar hoe?
Een redactioneel commentaar in een andere krant in Toronto, de Globe and Mail, zei: „Er werden geen wereldschokkende beslissingen genomen, geen opzienbarende initiatieven ondernomen.” In plaats van een „blauwdruk” voor de westerse economie te bieden, is de Verklaring van Ottawa „een zo ruwe schets dat men nauwelijks kan onderscheiden wat de regeringsleiders willen bouwen. . . . Hoewel er op de meeste politieke marsorders wel een banaal fineerlaagje zit, kan men meestal achter dat fineer hout of staal vinden . . . maar soms vindt men karton — in het geval van Ottawa”. Hebben de regeringsleiders en hun adviseurs geen goede ideeën meer?
Toch zijn er in de slotverklaring van Ottawa belangrijke dingen gezegd. „Wij moeten bij onze bevolking een groter begrip voor de noodzaak van verandering wekken: verandering in de verwachtingen met betrekking tot groei en opbrengst, verandering in de betrekkingen en de methodes tussen de sociale partners, verandering in de industriële structuur, verandering in de richting en de omvang van investeringen en verandering in het gebruik en de voorziening van energie”, zeggen de regeringsleiders. Er moet verandering komen in de publieke financieringen, de tekorten op betalingsbalansen, in renteniveaus, in de schommelingen van renteniveaus en wisselkoersen, in de versnelling van voedselproduktie en in handelsaangelegenheden. In plaats van alleen maar een duwtje nodig te hebben, heeft de economie ernstig behoefte aan een complete revisie!
Al eerder zijn economieën in moeilijkheden geweest, en ze hebben zich hersteld. Waarom kan de huidige economie niet weer opleven zonder een drastische verandering door te maken?
Een belangrijk verschil
De economische problemen zijn niet dezelfde als die van een generatie terug. Een belangrijk verschil is de onderlinge afhankelijkheid van naties en hun economieën. Een bepaalde economische politiek of actie in het ene geïndustrialiseerde land beïnvloedt de andere industrielanden. Zelfs het armste ontwikkelingsland is met de wereldeconomie verweven en oefent invloed uit op de rijke landen. Welvaart van de rijke landen hangt af van de conditie waarin de arme landen verkeren, die niet alleen belangrijke grondstoffen aan de rijke landen verkopen maar ook voor miljarden dollars aan goederen invoeren, en daarmee hoognoodzakelijke werkgelegenheid creëren in de geïndustrialiseerde landen.
Ontwikkelingslanden verlangen een nieuwe internationale economische orde, die hun een beter aandeel aan de wereldeconomie moet geven. Het is een eis die de rijke landen niet kunnen negeren. Zoals de Canadese premier Pierre Trudeau opmerkte, is het „een element van wereldzekerheid”.
Tot in welke mate de economie zal herleven en naties voortgang zullen boeken in hun onderhandelingen over een nieuwe economische orde, moet de tijd leren. Maar overtuigende bewijzen tonen aan dat datgene wat er werkelijk schort aan de economie, niet verholpen kan worden.
Wat is er werkelijk mis?
Er zijn een aantal mankementen. Ten eerste is er hebzucht — wie kan dat beheersen? Ongeacht hun werkelijke behoefte willen mensen steeds meer materiële zaken en een „beter leven”, en dat zelfs ten koste van anderen. Hebzucht heeft voedsel gegeven aan buitensporige verwachtingen en eisen voor hogere lonen, die weer zijn opgevangen met hogere prijzen. Hebzucht leidt ertoe dat landen beperkingen gaan opleggen aan de economie ten einde hun eigen rijkdom ten koste van anderen te beschermen. Als een ziekte infecteert hebzucht de wereldeconomie met uitbuiting en manipulatie.
Een andere drijvende kracht in de wereldeconomie is de dreiging van oorlog. Landen willen hun economie versterken om zich de bewapening te kunnen veroorloven waarmee ze hun soevereiniteit kunnen doen gelden of verdedigen. Als onderdeel van een omvangrijke bewapeningswedloop met de Sovjet-Unie hebben de VS een vijfjarenplan geïntroduceerd om de defensiebegroting van $162 miljard te verhogen tot $343 miljard. De steeds stijgende kosten van zulke pogingen om militair overwicht te verwerven, zouden de economieën van alle grote landen nog verder kunnen verlammen. Mag men rechtvaardigheid en gelijkheid verwachten van een economisch systeem dat in twee weken evenveel aan militaire uitgaven spendeert als volgens sommigen toereikend zou zijn om de hele wereldbevolking drinkwater en primaire gezondheidszorg te kunnen verschaffen?
Het fundamentele probleem is echter de kwestie van regering. De slotverklaring van Ottawa erkende dat „economische vraagstukken de politieke doeleinden . . . zowel weerspiegelen als ook beïnvloeden”. De Japanse premier Suzuki kwam tot de kern toen hij zei dat het Westen zich voor de uitdaging geplaatst zag, te demonstreren dat hun economische en politieke instellingen superieur zijn aan die van het Oosten.
In een inleiding tot de top van Ottawa vertelde de voorzitter van de conferentie, premier Trudeau, aan het Canadese Lagerhuis: „Achthonderd miljoen mensen leven op de grens van het menselijke bestaan. Zij hebben een overweldigend gebrek aan de meest essentiële zaken en leven in wanhoop en in een toestand van voortdurende crisis. Hoe deze crisis wordt aangepakt, is een test voor zowel de menselijkheid als de geloofwaardigheid van regeringen.” (Wij cursiveren.)
De kwestie is dat de mensheid in 6000 jaar geen geloofwaardige vorm van regering heeft kunnen voortbrengen. Ondanks enkele winstpunten wordt de crisis in zijn totaliteit erger en niet beter. Is zo’n geloofwaardige regering dan mogelijk, een regering die een eind zal maken aan de huidige onbillijke economische orde die wordt aangedreven door hebzucht en een obsessie voor oorlogvoering?
Ja! De vereiste regering is Gods hemelse koninkrijk. Deze regering zal oplossingen brengen die verre superieur zijn aan alles wat men op grond van de economische handboeken en theorieën zou durven dromen. Het voornaamste handboek van die regering, de Heilige Schrift, gaf lang geleden reeds precies aan welke ernstige economische problemen zich in onze tijd zouden voordoen (Openb. 6:6). Maar dat boek doet meer dan alleen maar laten zien wat er mis is; het kan u wijzen hoe u de zegeningen kunt ervaren van de enige bevredigende oplossing.
Het zal u helpen te beseffen waarom alleen Gods koninkrijk volledige werkgelegenheid, afwezigheid van inflatie, eerlijke verdeling van rijkdom en economische zekerheid kan garanderen. Zelfs nu verandert de bijbel persoonlijkheden zodat hebzucht wordt uitgebannen en produktieve inspanningen worden afgewend van het produceren van wapens en worden gericht op vredige doeleinden en uiteindelijk economische zekerheid (Micha 4:1-4). In plaats dat eenvoudig een nieuwe economische orde wordt gecreëerd, zal spoedig het hele wereldomvattende samenstel — met inbegrip van onrechtvaardige economieën — worden verwijderd en worden vervangen door een rechtvaardige nieuwe ordening. Alleen een bovenmenselijke regering kan een dergelijke bovenmenselijke prestatie leveren! — Dan. 2:44.
Waarom zou u niet zelf de bijbel aan een onderzoek onderwerpen en zelf ontdekken wat u moet doen om voordeel te trekken van die komende wereldverandering? Jehovah’s Getuigen staan klaar om u bij uw pogingen te helpen.
[Voetnoten]
a Voor een bespreking van economische grondbeginselen zie men de Ontwaakt! van 22 mei 1975, blz. 16 tot 21.
[Grafiek op blz. 21]
(Zie publicatie voor volledig gezette tekst)
CONSUMENTENPRIJZEN
1977
1978
1979
1980
20%
15%
10%
5%
CANADA DUITSL. ENGELAND FRANKR. ITALIË JAPAN VS