Wat is nu eigenlijk de taak van een zendeling?
TOEN in 1979 in een Middenamerikaans land vier zendelingen werden neergeschoten, werden de schoten over de hele wereld gehoord. De moord op deze vrouwen bracht een oude vraag in de publiciteit. Wat is nu eigenlijk de taak van een zendeling?
Over de rol van deze vier zendelingen zijn verhitte gesprekken gevoerd. De meningen over de taak van een zendeling lopen sterk uiteen. Naar verluidt verklaarde een afgestudeerde van een katholieke school voor missionarissen: „Wij willen de mensen niet veranderen — wij willen ze alleen helpen.” Velen vinden dat zendelingen hulp moeten bieden door ziekenhuizen, scholen, opvangcentra voor vluchtelingen, of weeshuizen te stichten — voornamelijk dus door in de stoffelijke behoeften van mensen te voorzien.
Anderen vinden thans dat zij de armen ten behoeve van wie zij werkzaam zijn, meer bewust moeten maken van hun situatie en hun rechten. „Eens was het Gods wil dat het lijden werd aanvaard”, verklaarde een katholieke missionaris in Zuid-Amerika. „Nu is het Gods wil dat het lijden aan de kaak wordt gesteld.” Dit standpunt heeft zendelingen in conflict gebracht met sommige nationale regeringen.
Behoren zulke activiteiten werkelijk tot de taak van een christelijke zendeling? Vormen ze de beste manier om mensen te helpen?
Een andere soort van zendeling
Op z’n minst op één zendelingenschool is men ervan overtuigd dat het de taak van een christelijke zendeling is, mensen de bijbel te onderwijzen. De Wachttoren-Bijbelschool Gilead werd bijna 40 jaar geleden tijdens de Tweede Wereldoorlog opgericht en is sindsdien zendelingen gaan afleveren die zich alleen met bijbelonderwijs bezighouden. „Jullie voornaamste werk”, verklaarde de toenmalige president, N. H. Knorr, op de openingsdag van de school, „is de prediking van het evangelie van het Koninkrijk van huis tot huis zoals Jezus en de apostelen deden.” — Matth. 28:19, 20.
Degenen die de cursus met succes doorlopen, ontvangen een diploma waarin wordt verklaard dat de afgestudeerde „speciaal gekwalificeerd is om zich bezig te houden met opvoedkundig werk, en aldus welwillendheid te bevorderen en tot duurzame vrede bij te dragen”. Ook de recent afgestudeerde klas moet dus de vrede bevorderen en geen strijd. „Onze zendelingen moeten bijbelonderwijzers zijn”, verklaarde A. D. Schroeder, die destijds in 1943 het hoofd van de school was. „Zij moeten mensen aan de hand van het Woord van God het voortreffelijkste onderwijs voor het hart geven.” Om de studenten te helpen zich van deze taak te kwijten, staan er bijbelcursussen op het programma. Een gedetailleerde studie van elk bijbelboek vormt een belangrijk onderdeel van het lesrooster.
Maar is zulk bijbelonderwijs praktisch? ’Veel mensen in deze tijd hebben medische zorg, goed voedsel en onderdak nodig’, zeggen de zendelingen van de traditionele godsdiensten. ’Zij hebben eerst materiële hulp nodig. Daarna kunnen we aandacht besteden aan hun geestelijke noden.’ Is de taak van de op Gilead opgeleide zendelingen dus irrealistisch? Wat hebben de resultaten van bijna 40 jaar bewezen?
Onderwijs geven in een juiste levenswijze
„De eerste paar dagen dat ik in de arme wijken van mijn toewijzing in een Middenamerikaans land werkte kwam ik in tranen thuis wegens de omstandigheden waaronder de mensen leefden”, vertelde Charlotte Bowin Schroeder, die de eerste klas heeft doorlopen. Julia Clogston, die Charlotte destijds vergezelde, voegde eraan toe: „Maar wanneer mensen zich aan de bijbel gingen houden, verbeterde hun gezinsleven, hun huis werd schoner, en zij kleedden zich zelfs beter. Op een van onze congressen werkte de dochter van een voormalige president van het land samen met verscheidene andere jonge meisjes die Getuigen waren. Toch kon je het verschil niet zien aan de manier waarop de meisjes gekleed gingen. De meisjes uit arme milieus waren net zo schoon en netjes gekleed als de dochter van de voormalige president!”
Maar hoe werd dit door bijbelonderwijs bereikt? Julia geeft een voorbeeld: „Een man wiens vrouw de bijbel al bestudeerde met een Gilead-zendeling vroeg me: ’Wat moet je doen om een Getuige te worden?’ Ik liet hem hoofdstuk 5 van Galáten zien [de verzen 19-21], waar wordt gezegd dat wij moeten stoppen met praktijken zoals seksuele immoraliteit, vlagen van toorn, dronkenschap en dergelijke. Ook hij begon de bijbel te bestuderen.
In die tijd deelde hij zijn schamele loon met ’een andere vrouw’. Zo’n overspelige verhouding kwam algemeen voor. Sommige mannen onderhielden zelfs verscheidene gezinnen. Hij bracht de bijbel in praktijk en maakte een einde aan zijn overspelige verhouding. Zijn gezin had nu meer geld, want ook al verdiende hij maar een klein bedrag, het ging allemaal naar één plaats! Als Getuige was hij nu trots op zijn gezin. Zo heb ik tientallen gevallen gezien”, zei Julia.
Dit bijbelonderwijs werd niet alleen aan de armen gegeven. Tot degenen die door de afgestudeerden van die eerste Gileadklas werden onderwezen, behoorde een regeringsfunctionaris die beslist geen materiële hulp van een zendeling nodig had. Maar waarom was bijbelkennis voor hem zo waardevol?
„De bijbel hielp ons gezin ons bewust te worden van de realiteit van het leven en niet in een droomwereld te leven”, overpeinsde de zoon van deze functionaris, Baltasar Perla jr. „Papa realiseerde zich door de bijbel dat als je een ’dure naam’ had, je nog geen beter mens was dan anderen. Het resultaat was dat wij hartelijke en duurzame vriendschappen opbouwden omdat wij de goede eigenschappen en werkelijke waarde van anderen konden zien. Wij leerden mensen van alle rangen en standen met respect te bejegenen.” Even pauzerend, alsof hij op zijn leven terugkeek, voegde Baltasar eraan toe: „Ik denk aan de rijke mensen in ons land die van de ene dag op de andere alles kwijtraakten. Of de mensen met een hoge positie die het te druk hebben om van hun gezin te genieten en misschien dienstmeisjes betalen om de kinderen te verzorgen. Wat zou ik een leeg bestaan hebben als in ons leven rijkdom het voornaamste was geweest! Hoewel wij dienstmeisjes hadden die het huishoudelijke werk deden, ben ik blij dat mijn ouders geen meisje hadden dat voor ons kinderen zorgde, maar ons hun tijd gaven. Het bijbelonderwijs door de zendelingen gaf ons gezin juiste levenswaarden!”
Is bijbelonderwijs praktisch?
Tot de 27 studenten van de 71ste Gileadklas, die op 13 september 1981 hun diploma kregen, behoorde een echtpaar dat geboren en getogen is op de Filippijnen, Jamir en Rufina Dela Paz. Voordat Jamir op Gilead kwam, gaf hij bijbelonderwijs aan mensen in een streek waar zendelingen van andere kerken werkzaam waren. „Als jullie een ware christelijke religie hebben, waarom geven jullie dan geen voedsel aan de armen, net als wij?” zei een van deze zendelingen. „Ik deel wel degelijk ’voedsel’ uit!” antwoordde Jamir. „Nee, niet als jullie, maar geestelijk ’voedsel’.” Hij voegde eraan toe: „Wacht maar eens tot jullie geen voedsel meer hebben om aan deze mensen te geven, dan zullen we weten wie Gods werk doet.” Welke methode was werkelijk praktisch?
„En ja hoor, het voedsel raakte op”, vertelde Jamir. „Eén voor één gingen de mensen niet meer naar de kerk, die nu praktisch verlaten is. Maar wat een tegenstelling met de nog steeds bloeiende gemeente die ik daar heb helpen oprichten door de bijbel te gebruiken!
Een van deze gezinnen ontving, voordat zij Getuigen werden, ook voedsel van deze missie. De man hield het met veel vrouwen en was niet getrouwd met de vrouw met wie hij samenwoonde. Aangezien zij arm waren, hadden zij noch hun kinderen behoorlijke kleding en geschikt onderdak”, verklaarde Jamir. „Toen begon ik de bijbel met hem te bestuderen. Al gauw wilde hij zijn leven in het reine brengen en dus vroeg hij de vrouw met wie hij samenwoonde met hem te trouwen.” Haar antwoord: „Beslist niet!” Zij vertelde Jamir: „Die man is niet te vertrouwen. Ik weet dat zodra ik me heb omgedraaid, hij een andere vrouw heeft!”
Pas na een jaar lang het trouwe gedrag van de man gadegeslagen te hebben, stemde zij in een huwelijk toe. „Maar wat een veranderingen!” riep Jamir uit. „Beiden werden Jehovah’s Getuigen en stopten met roken, buitensporig drinken en het spelen in de loterij. Nu konden zij behoorlijke kleding en goed voedsel kopen, en zelfs hun huis opknappen. Hun buren praatten over hun verbeterde levenswandel. Nu hebben zij niet alleen alles wat zij nodig hebben, maar ook een rijk gezinsleven, zelfrespect en een vaste hoop voor de toekomst.”
Maar kan bijbelonderwijs ware vrede tot stand brengen? Kan het welwillendheid onder mensen bevorderen, zoals het diploma dat de Gilead-zendelingen ontvangen, belooft?
De sleutel tot werkelijke vrede
„Omdat oorlogen in de geest van mensen beginnen, moeten in de geest van mensen ook de verdedigingswerken voor de vrede worden opgetrokken”, zo zegt de inleiding van het Handvest van de Opvoedkundige, Wetenschappelijke en Culturele Organisatie van de VN (UNESCO), en erkent daarmee de behoefte aan goed onderwijs voor het bewerkstelligen van vrede. Veel regeringsleiders erkennen dat juist het hoge morele niveau in een land de vrede bevordert. Charlotte Schroeder herinnert zich verscheidene bezoeken gebracht te hebben aan de president van het land waar zij diende, om over het werk van zendelingen te spreken. „Wij vertelden hem dat ons werk het land ten goede kwam”, verklaarde Charlotte, „omdat het mensen leert goed met anderen te kunnen opschieten en niet hun toevlucht te nemen tot geweld.” De president was zo onder de indruk dat hij ook een bijbelstudie met de Getuigen begon toen zijn regeringsperiode voorbij was.
„Als je in een land met zo’n 41 miljoen mensen ruim 7500 personen uit alle lagen van de bevolking hebt die weigeren te doden, te bedriegen of te stelen, en die met hun buren over deze hoogstaande beginselen praten, dan moet dit het morele niveau van het land wel verhogen en de vrede bevorderen”, voerde Julia Clogston aan.
Omdat Gilead-zendelingen zich onzelfzuchtig geven, zijn er vele hechte vriendschappen gesmeed met de plaatselijke bevolking. Rufina Dela Paz overdacht het contact dat zij en haar ouders hadden met de Gilead-zendelingen die hen hielpen bijbelse beginselen in praktijk te brengen toen zij vele jaren geleden Getuigen werden. „Ons gezin voelde zich zo nauw verbonden met de zendelingen omdat zij veel meer deden dan de bijbel met ons bestuderen”, zei Rufina. „Zij kwamen vaak even bij ons aan alleen om ons aan te moedigen en mijn ouders met hun problemen te helpen.”
Maar de liefde kwam niet van één kant. Toen Rufina de Gileadschool bezocht, ontving zij een brief van de voormalige zendeling die haar en haar ouders had geholpen. Hoewel er 30 jaren verstreken waren, schreef hij: „Je moeder is een van die vele moeders die Jezus beloofde aan degenen die huis en familie zouden verlaten ter wille van het goede nieuws. Wat ben ik dankbaar voor de zorg die ze aan me besteed heeft toen ik door de pijlstaartrog was gestoken en zo ziek was! Ik zal haar liefde nooit vergeten.” — Mark. 10:29, 30.
Een ’onvergetelijke liefde’. Ja, het is deze zelfde liefde die degenen die op 13 september 1981 afgestudeerd zijn, willen geven en ontvangen nu zij naar 14 verschillende landen vertrokken zijn. Hun werk: bijbelonderwijs — de enige schriftuurlijke en praktische taak van een echte christelijke zendeling.