De keuze: geen toekomst, een schitterende toekomst
DE WAARHEID DIE VELEN NIET ONDER DE OGEN WILLEN ZIEN: HOOP OP GOD OF LAAT ALLE HOOP VAREN
GELEERDEN voorspellen dat het uitdijende heelal zijn energie zal kwijtraken, donker zal worden en aan elk leven een einde zal maken. Of dat het ineenploft en zo een einde aan alle leven maakt. Peacocke geeft als wetenschapsbeoefenaar toe: „Aldus schiet de wetenschap te kort de uiteindelijke vraag naar hoop te beantwoorden.” Ze „werpt vragen op ten aanzien van de uiteindelijke betekenis van menselijk leven in een heelal dat dat leven ten slotte stellig zal vernietigen”.
Indien wij onze aanwezigheid hier aan evolutie toeschrijven, en God en de bijbel en morele beperkingen ter zijde schuiven, ontkennen wij ook dat ons leven een doel of betekenis gehad zou kunnen hebben. Wij komen in dezelfde categorie terecht als mieren en olifanten, wormen en onkruid, kakkerlakken en katten. Wat betekent een mier? Of onkruid? Of mensen?
Nadat de evolutionisten ons bestaan van alle betekenis hebben ontdaan, voelen zij zich gedrongen het toch betekenisvol te maken. Velen eindigen hun boeken met een halfzacht redevoerinkje over de glorie die ons deel is als sport van de evolutieladder die onze nakomelingen over miljoenen jaren tot een of ander verheven toppunt van grootsheid gebracht zal hebben.
IJdel gefilosofeer van evolutionisten
Professor Millikan wijdt gloedvolle woorden aan de „enorme emotionele betekenis” die het voor de mens moet hebben als hij zichzelf ziet in zijn evolutionaire opgang naar toekomstige hoogten. Dobzhansky zegt dat ’s mensen streven om zich tot iets hogers te ontwikkelen, het leven hoop en waardigheid en betekenis verleent, en besluit met de woorden: „Dus, ik herhaal het, evolutie schenkt hoop.”
Zulk ijdel gepraat verschaft niemand troost. In zijn boek „Limitations of Science” zegt Sullivan terecht: „Onze religieuze impulsen kunnen niet bevredigd worden met minder dan een overtuiging dat het leven een transcendentale betekenis heeft” (Blz. 149, 150). Wanneer onze eindbestemming eeuwige vergetelheid is, heeft niets werkelijk betekenis. En als dat over miljoenen jaren ook de afloop is voor ons grootse, hypothetische nageslacht, is hun bestaan doelloos. Met hun ijdel gefilosofeer proberen evolutionisten de inherente behoefte aan God te bevredigen. Na religie te hebben afgedankt, proberen zij een nieuw houvast te verschaffen. Zij weigeren de volgende waarheid onder de ogen te zien: hoop op God of laat alle hoop varen.
De bijbelse hoop
Wat is in tegenstelling daarmee de hoop die God geeft? Hij schiep de aarde om eeuwig te blijven bestaan, om voor altijd een paradijs te zijn, en voor eeuwig door mensen te worden bewoond (Pred. 1:4; Jes. 45:18). Mensen fabriceren geen horloges, bouwen geen prachtige huizen en leggen geen schitterende tuinen aan om ze zo maar te vernietigen. Evenmin zal het voornemen dat Jehovah God met de aarde en al het geschapen leven erop heeft, tenietgedaan worden. „Ik heb een voornemen”, zegt hij, „en ik zal het ten uitvoer brengen.” — Jes. 46:11, „An American Translation”.
Zijn bezorgdheid voor de aarde blijkt uit hetgeen hij besloten heeft te doen met mensen die haar thans verontreinigen; hij zal namelijk „verderven die de aarde verderven” (Openb. 11:18). Gods koninkrijk onder Christus Jezus zal de toestanden teweegbrengen die in Openbaring 21:3, 4 staan: „Zie! De tent van God is bij de mensen, en hij zal bij hen verblijven . . . En hij zal elke traan uit hun ogen wegwissen, en de dood zal niet meer zijn, noch rouw, noch geschreeuw, noch pijn zal er meer zijn. De vroegere dingen zijn voorbijgegaan.”
De evolutionaire „hoop” biedt geen hoop. Het betekent eeuwige vergetelheid. De bijbelse hoop betreft een schitterende toekomst van eeuwig leven op een paradijsaarde. Iedereen doet zijn eigen keus. Stel u op de hoogte alvorens u de uwe doet.