De kerken in Nigeria — Waar is hun morele invloed?
Door Ontwaakt!-correspondent in Nigeria
EEN Nigeriaanse regeringsfunctionaris zei tegen religieuze leiders: „U hebt [uw] greep op uw lidmaten verloren.” Hij doelde op de huidige golf van misdaden en immoreel gedrag van de zijde van vele kerklidmaten.
De regeringsfunctionaris zei ook: „Er is een nieuwe God, die van het materialisme, geïnstalleerd . . . één en een kwart eeuw christendom heeft ons niet in het geloof gesterkt.” Een student merkte op dat het sociale klimaat in Nigeria wordt gekenmerkt door een „onbeschaamde geringschatting van wet en orde”.
Dit sociale klimaat vindt zijn weerslag onder de jeugd. Religieuze leiders wijten dit aan de afwezigheid van godsdienstonderwijs op de scholen. Het gebrek aan discipline is echter onder volwassenen veel overheersender dan onder jongeren. Leraren worden er dikwijls van beschuldigd immoraliteit op de scholen binnengebracht te hebben. Ouders wordt verweten dat zij hun kinderen niet opvoeden en hun geen goed voorbeeld geven. Velen van deze volwassenen zijn op scholen van de kerk onderwezen.
In de Sunday Chronicle werd opgemerkt: „Er was een tijd dat godsdienstonderwijs serieus werd genomen. . . . Recente onderzoeken schijnen echter niet aan te tonen dat degenen die van de zendelingenscholen afkomen, daarna ook werkelijk in praktijk brengen wat zij hebben geleerd.”
Deze vermindering van de invloed van de kerken is een recente ontwikkeling. Wat is de oorzaak ervan?
Het klimaat in de kerken
Veel mensen geven de kerkleiders de schuld. Een correspondent van de Sunday Statesman zei dat de geestelijken „de traditionele gedragslijn van de Grote Meester verlaten” hadden, en dat zij „meer liefde voor de wereld dan voor de bediening” schenen te hebben. „Alhoewel zij God prediken”, verklaarde een hoogleraar, „hebben zij hem grotendeels in de steek gelaten in hun streven naar materiële dingen.” De vroegere anglicaanse bisschop Kale gaf eveneens toe dat „ambtsdragers van de Kerk niet allen de . . . beginselen van christelijke maatstaven en christelijk leven hoog hebben gehouden”.
Dan is er nog de inmenging in politiek. Regeringsleiders hebben de kerken bekritiseerd omdat zij „religie met politiek vermengen”. In 1979 herinnerde het toenmalige staatshoofd de religieuze leiders aan de slechte gevolgen die het heeft gehad toen zij de politieke excessen die de Nigeriaanse Burgeroorlog van 1967 tot 1969 veroorzaakten, „openlijk aanmoedigden”. Naar dezelfde oorlog verwijzend, sprak een redactioneel artikel in de Sunday Chronicle over „de schade die wordt aangericht door een religie die politiek bedrijft”.
In dit redactionele artikel werd gewezen op nog een misbruik van politieke invloed van de zijde van de kerken. Het sprak over hun verschillende oproepen „om bepaalde religieuze sekten verboden te verklaren”. Op die manier gebruiken de kerken politieke invloed tegen andere religies, dikwijls in samenhang met nationalisme. En in een verslag in de Evening Times werd opgemerkt: „Van alle religieuze sekten die in Afrika werkzaam zijn, hebben de Jehovah’s Getuigen het meest [van vervolging] te lijden gehad.”
Dan is er nog de verdeeldheid die binnen elke denominatie bestaat. Er komen herhaaldelijk ruzies voor onder groeperingen binnen de kerk. Sommige groepen scheiden zich af en stichten hun eigen kerk. Anderen wenden zich tot het heidendom of tot atheïstische filosofieën.
Geen bijbelkennis
Misschien is de werkelijke oorzaak van dit alles het gebrek aan bijbelonderricht. Zoals de anglicaanse aartsbisschop van Nigeria toegaf, zijn afgestudeerden van de universiteiten „maar heel pover toegerust met kennis van de essentie van onze religie”. Een andere geestelijke merkte op dat „velen van de in wereldlijk opzicht hoog ontwikkelden . . . heel weinig of niets van de bijbel weten”.
Het is waar dat verscheidene religieuze denominaties hun eigen scholen hebben. Toch heeft het godsdienstonderricht op die scholen geen goede resultaten voortgebracht.
Wat valt er over het onderwijzen van de christelijke moraal in de kerken zelf te zeggen? Dit is iets waaraan het de kerkdiensten het meest mankeert. Gewoonlijk wordt een bijbeltekst alleen maar gelezen als inleiding tot een preek over een maatschappelijk of politiek onderwerp. Het is duidelijk dat als de preken politiek georiënteerd zijn en de kerkdiensten ritueel en niet leerzaam zijn, de morele invloed wordt verzwakt. Christelijke gemeenten behoren geen centra te zijn voor politieke indoctrinatie of onbijbelse leerstellingen, maar voor morele opvoeding, onderwijs in de christelijke levenswijze, en bijbelstudie. Gelukkig zijn er gemeenten die wel aan deze maatstaf voldoen.
Hoe staat het met Jehovah’s Getuigen?
Laten wij de invloed van de Getuigen als morele kracht eens onderzoeken. Voldoen zij aan de bijbelse vereisten?
MORAAL: De bijbel zegt dat christenen niet corrupt, immoreel of ongedisciplineerd moeten zijn (1 Kor. 6:9-11; Ef. 4:25-32; 5:3-12). Alhoewel Jehovah’s Getuigen aan de druk van deze „laatste dagen” blootstaan, streven zij ernaar verkeerde praktijken te vermijden (2 Tim. 3:1-5). Kwaaddoeners worden geholpen zich te veranderen, zodat zij zich aan Gods wetten kunnen aanpassen. Maar degenen die in onchristelijk gedrag volharden, worden uit de gemeente verwijderd (Gal. 6:1; 1 Kor. 5:11, 13). De socioloog Bryan Wilson merkte op dat Afrikaanse Getuigen „er uitzonderlijk goed in zijn geslaagd hun volgelingen zo ver te brengen dat zij hun hoge maatstaven van morele strengheid en zelfdiscipline naleven”.
Dit is zelfs door misdadigers opgemerkt. Toen een groep gevangenen in Warri Jehovah’s Getuigen uitnodigde hen te bezoeken, zeiden zij: „Wij behoren tot de kerken, maar wij zijn niet geholpen een goede persoonlijkheid te ontwikkelen. Wij hebben gezien dat Jehovah’s Getuigen anders zijn. Niemand van hen zit hier in de gevangenis. Wij willen dat jullie ons iets van dat medicijn geven dat jullie tot zulke goede mensen maakt.” Men liet hun zien dat het de bijbel is, en niet het een of andere „medicijn”, waardoor de verandering tot stand komt. Er werd dus een bijbelstudieklas in de gevangenis opgericht.
Velen die uit de gevangenis zijn ontslagen, hebben zich verbonden met gemeenten in Warri. Anderen hebben om een brief gevraagd om hen bij de gemeente in hun dorp te introduceren. Nu onderwijzen zij anderen om christenen te worden. Gevangenisfunctionarissen hebben waardering voor de hulp die aan deze mannen is gegeven en waardoor hun gedrag is veranderd.
POLITIEK: De bijbel zegt dat het koninkrijk van Christus „geen deel van deze wereld” is. Degenen die vriendschap sluiten met de wereld, worden ’vijanden van God’ genoemd (Joh. 18:36, 15:19; Jak. 4:4). Toch zijn vele kerkleiders het oneens met Gods Woord.
Een geestelijke zei dat de weigering van Jehovah’s Getuigen om in politiek verwikkeld te raken, hen „tot vijanden van [de] natie” maakt. Maar politieke leiders hebben de geestelijken, niet Jehovah’s Getuigen, veroordeeld wegens hun bemoeienissen met de politiek.
Dergelijke gezegden van de zijde van geestelijken tonen aan dat Jehovah’s Getuigen werkelijk in overeenstemming zijn met de bijbelse leer. Bovendien heeft hun neutraliteit in politieke en militaire geschillen hen, waar zij ook wonen, tot stabiele en betrouwbare burgers gemaakt.
SOCIALE EN RELIGIEUZE ACTIVITEITEN: De bijbel geeft de volgende definitie van de „zuivere, onbedorven religie”: „Wezen en weduwen te hulp komen wanneer zij dit nodig hebben, en zichzelf onbevlekt van de wereld bewaren.” — Jak. 1:27, The Jerusalem Bible.
Jehovah’s Getuigen zijn mensen behulpzaam, zonder materieel voordeel voor henzelf. Maar meer aandacht nog besteden zij aan de geestelijke behoeften van de mensen en aan het evangelisatiewerk dat Jezus christenen heeft toegewezen. Zij gaan erop uit om ’discipelen te maken van mensen uit alle natiën, en hun al Jezus’ geboden te leren onderhouden’ (Matth. 28:19, 20). Dat maakt indruk op mensen. Een geestelijke, David J. Usen, wees erop dat Jehovah’s Getuigen de raad van Christus opvolgen, alhoewel hij beweerde dat zij geen christenen waren. Hij deed een beroep op kerklidmaten om hen na te volgen.
Usen zei dat de „meerderheid der christenen en christelijke kerken zowel in hun leven als in hun getuigenis statisch zijn”, terwijl ieder „eerlijk mens die ooit met de Getuigen in contact is gekomen, onder de indruk zal zijn van hun ijver” in het opzoeken van mensen om „de bijbel en zijn boodschap” te onderwijzen. Hij zei dat kerklidmaten „eens moesten letten op de belangrijkheid die de Getuigen toekennen aan studiekringen, waaruit hun zeer goed onderrichte mensen zijn voortgekomen”.
Jehovah’s Getuigen leggen in hun vergaderplaatsen en in hun huizen de nadruk op bijbelonderricht. Dit, en hun openbare prediking, maakt dat zij in hun gezin, in hun gemeente en in de gemeenschap een invloed ten goede zijn. Dit is opmerkelijk wanneer wij zien dat mensen „hun eigen genoegen boven God” prefereren en „de uiterlijke schijn van religie ophouden, maar . . . de innerlijke kracht ervan hebben verworpen”. — 2 Tim. 3:4, 5, JB.
Getuigen uit alle maatschappelijke standen erkennen dat zij juist door zich consequent aan de bijbel te houden, voorkomen dat wereldse gewoonten hun gemeenten binnendringen. Een jonge Getuige die nu een geologe is, zei over de tijd dat zij op de middelbare school zat: „Alhoewel mijn verlangen uitging naar de feestjes van wereldse jongeren, zat de waarheid in mijn hart. Dit weerhield mij ervan de dingen te doen die anderen deden, en waarvan ik dacht dat ik ze ook wilde doen. Toen ik de gelegenheid kreeg om aan deze dingen mee te doen, besefte ik dat ik het niet eens echt wilde. Op gemeentevergaderingen werd ik er steeds weer voor gewaarschuwd, en dit was een bescherming voor mij.”
Jehovah’s Getuigen zullen alle mensen die het christendom van de bijbel in praktijk willen brengen, graag helpen. Wij nodigen u uit in uw woonplaats contact met hen op te nemen, of naar de uitgevers van dit tijdschrift te schrijven. Het kan tot resultaat hebben dat u een levenswijze gaat volgen die een werkelijke kracht ten goede uitoefent.
[Inzet op blz. 14]
’Het meest mankeert het kerkdiensten aan het onderwijzen van de christelijke moraal’
[Inzet op blz. 15]
’Geef ons iets van dat medicijn dat jullie tot zulke goede mensen maakt’