Oud worden en toch jong blijven
Door Ontwaakt!-correspondent in de Bondsrepubliek Duitsland
ONDANKS zijn 94 jaar zag de man met de glinsterende ogen die tegenover mij zat er verrassend jong en vief uit. Precies de juiste figuur, zo dacht ik, om mijn manuscript te lezen en te beoordelen voordat ik het ter publikatie zou aanbieden. Het was een artikel getiteld: „Oud worden en toch jong blijven.” Maar allereerst wilde ik weten wat Wilhelm Hillmanns geheim was om „jong” te blijven. Ik stelde mijn vraag en wachtte af.
Terwijl hij zijn gedachten over mijn vraag liet gaan, herhaalde hij die. „Je vroeg wat het geheim van jong blijven is? Ik vind het erg aardig van je dat je dat vraagt aan een ’oude adelaar’ als ik.”
Ik vroeg me af wat de uitdrukking „oude adelaar” betekende, maar dat zou mij later duidelijk worden.
„Om jong te blijven, denk ik dat je allereerst een doel in je leven moet hebben. Ik had als tiener al een doel.” Hij zweeg even en glimlachte toen hij zei: „Destijds wist ik nog niet dat mijn doeleinden zouden veranderen, en dat ik mijn werkelijke doel pas meer dan zestig jaar later zou vinden. Maar in mijn tienerjaren werd ik gefascineerd door zeilschepen. Mijn doel, zo besloot ik toen, was die te gaan bouwen als ik volwassen was. Nadat ik mijn school had afgemaakt, werkte ik als leerling op de werven van de Noordduitse havenstad Bremerhaven. Toen werd in 1905 een droom werkelijkheid. Ik mocht mijn eerste zeereis maken — niet op zomaar een schip, maar op de Preussen, het beroemdste zeilschip uit die tijd en de grootste vijfmaster die ooit is gebouwd.”
Hij schoof mij over de tafel een foto toe om te bekijken. Het was de Preussen, die er zeer indrukwekkend uitzag.
„Wij moesten salpeter halen uit Chili”, vervolgde hij. „Het was een reis van 68 dagen rond Kaap Hoorn. Wat een ervaring voor een 19-jarige jongeman! Ik herinner me de stormen — de wind en de hagel sloegen ons gezicht bijna tot moes! En het was geen gemakkelijk karweitje te proberen de zeilen in bedwang te houden. Toen ik eens hoog boven tussen de zeilen uit alle macht aan het werk was, schreeuwde een matroos vlak bij me boven de wind uit: ’Alleen God kan ons nu nog helpen!’ Ik antwoordde: ’En dat zal hij ook doen.’ Zelfs als jongeman heb ik er nooit aan getwijfeld dat de mens van God afhankelijk is.”
Ik krijg een ander doel
Ik wilde weten of mijn bejaarde vriend als volwassene ook inderdaad schepen was gaan bouwen.
„Nee, het werd mij afgeraden”, zei hij, „en terecht, want aan het begin van de twintigste eeuw begon de bouw van zeilschepen al terug te lopen. En ik had geen belangstelling voor het bouwen van stoomschepen. Maar als ik mijn liefde voor de zee nu eens met vliegen combineerde? De landvliegtuigen die wij in die tijd hadden, haalden de reis over de Atlantische Oceaan naar Amerika niet. Wat wij dus nodig hadden, dacht ik, waren vliegboten, of, zoals ze soms genoemd worden, watervliegtuigen. Ik had een nieuw doel.
Tien oktober 1913 was een grote dag in mijn leven. Met mijn vliegbrevet stevig in de hand geklemd, bezat ik nu datgene waardoor ik later in aanmerking kon komen om een ’oude adelaar’ te worden.”
Daar had je die uitdrukking weer — ik vreesde dat die opgehelderd moest worden, en ik vroeg ernaar.
„Welnu, in 1934 werd er een vliegersclub opgericht onder de naam ’Oude Adelaars’” [naar de oorspronkelijke Duitse naam ’Alte Adler’], legde hij uit. „Iedere piloot die vóór het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog zijn vliegbrevet had gehaald, kon lid worden. Ik had het gehaald met een speling van nog geen jaar.
Inmiddels had een Engelsman — die later geridderd werd als Sir Thomas Sopwith — een vliegboot gebouwd. Dus ging ik naar Engeland, leerde daar met watervliegtuigen vliegen en keerde toen terug als Duitslands allereerste vliegbootpiloot. Nu kon ik mijn eigen toestel gaan bouwen.
Kort daarna kreeg de Duitse regering belangstelling voor de aankoop van een van Sopwith’s vliegboten, maar het moest in het geheim gebeuren. Daarom bestelde een particulier, kapitein von Pustau, het vliegtuig en zond mij naar Engeland om op de bouw toe te zien.
Toen het toestel gereed was, kwam een ’vriend’ van kapitein von Pustau — in werkelijkheid een vermomde regeringsinspecteur — om de overdracht te aanvaarden. Mij werd gevraagd een proefvlucht met hem te maken. Eenmaal in de lucht droeg hij mij op over Portsmouth te vliegen. Nu was dat normaal gesproken verboden, omdat Portsmouth een belangrijke marinehaven was. Maar hij stond erop. Ik gaf toe.
De volgende ochtend kwam von Pustau mijn hotel binnenstormen, stotterend van de zenuwen: ’Hillmann, pak je spullen — je vlucht boven Portsmouth — ze komen ons arresteren wegens spionage!’ Hij drukte mij een stapel Engelse ponden in de hand en verdween. Wat nu? vroeg ik mij af.
De politie verbood mij het hotel te verlaten. Enkele dagen verstreken. Ik begon plannen te maken om er ’s nachts heimelijk vandoor te gaan. Het vliegtuig was van ons; het was betaald. En met mijn snelheid — het haalde 110 kilometer per uur — zouden ze me nooit te pakken krijgen.
Intussen nam mijn voormalige vlieginstructeur in Engeland — wij waren goede vrienden geworden — het voor mij op en wist de kwestie te regelen. Ik vertrok onmiddellijk naar Duitsland. Nu, nog geen dertig jaar oud, kon ik mij naar hartelust werpen op het volle leven dat naar ik hoopte nog voor mij in het verschiet lag. En toen — OORLOG!”
Vliegen tijdens en na de oorlog
„Als oorlogsvlieger in de oorlog van 1914-1918 leerde ik de verschrikkingen van de oorlog uit de eerste hand kennen. Eén ervaring liet een blijvende indruk na. In een luchtgevecht haalde de beroemde Franse gevechtsvlieger Védrines mij neer. Zodra hij echter zag dat mijn vliegtuig buiten gevecht gesteld was, vloog hij weg, in plaats van mij te doden. Ik maakte een „crash”-landing en bleef bewusteloos onder de wrakstukken liggen. De Franse soldaten, die toch dichtbij in hun eenmansgaten lagen, deden geen pogingen om mijn kameraden te beletten mij te bevrijden.
Wat was ik God dankbaar dat ik nog leefde! Maar ook had de consideratie die Védrines en de Franse soldaten betoond hadden, indruk op mij gemaakt. Waarom probeerden wij elkaar te doden? De oorlog leek zo iets onnatuurlijks. Ik besloot van toen af aan al het mogelijke te doen om de Duits-Franse vriendschap te bevorderen.
Dat werd weer een ander doel, na het bouwen van watervliegtuigen. Jaren later werd ik beloond voor hetgeen ik in dit nieuwe streven gedaan heb, doordat ik ereburger van Parijs werd. Toch was zelfs dit niet het doel dat later mijn leven zou veranderen — dat moest nog komen.”
De tijd verstreek en mijn manuscript had het nog niet verder gebracht dan de tafel tussen ons in. Maar wie zou mij kwalijk kunnen nemen dat ik mij van mijn onderwerp liet afbrengen? „Maakten uw oorlogservaringen dat u met vliegen wilde ophouden?” vroeg ik.
„Nee. Je kunt een ’oude adelaar’ niet aan de grond houden. Het is zelfs zo dat ik elk jaar naar Zuid-Frankrijk ga, waar ik nog steeds geniet van de opwinding van het zweefvliegen.”
„Op uw vierennegentigste jaar?” riep ik uit.
„Je vroeg me wat mij jong hield”, gaf hij ten antwoord. „Ik heb altijd geprobeerd voor de toekomst te leven en niet te kniezen over het verleden. Dat heeft mij geholpen jong te blijven. Bovendien heeft het leven van elk van ons op de een of andere manier wel eens aan een zijden draadje gehangen. Dat maakte ik bijvoorbeeld in 1926 mee — en allemaal vanwege een parachute.”
Ik legde een foto terug van hem in een oude vliegmachine, een herinnering uit lang vervlogen tijden. En ik luisterde.
„Het was een mistige ochtend in januari en ik was opgestegen om mijn vliegbrevet te verlengen. Het weerbericht zei dat de mist niet hoger reikte dan 180 meter. Maar op 360 meter zat ik nog steeds midden in een dikke mist. Plotseling begon mijn kist kuren te krijgen; ik dreigde de macht erover te verliezen.
Nu waren in die dagen niet alle vliegtuigen uitgerust met een parachute. Maar het mijne gelukkig wel. Bij een sprong uit het vliegtuig zou de parachute opengetrokken worden door een 25 meter lang koord dat met het ene uiteinde aan de parachute bevestigd was en met het andere aan het vliegtuig. Ik weet nog hoe ik tot God bad en vroeg: ’Moet ik springen of niet?’
Als in antwoord daarop schoot er een idee door mijn hoofd. Ik liet het vliegtuig een steile duik maken en trok op 150 meter weer op. Toen het met een ruk omhoog schoot, hoorde ik een luid gekraak. Er had zich ijs op de vleugels gevormd en dat brak er nu af. Dat was de oorzaak van de moeilijkheden geweest. Ik landde veilig. Juist op dat moment kwam er een functionaris van de luchthaven langs, keek naar het toestel en brulde: ’Wie voor de duivel heeft vergeten het parachutekoord aan die kist vast te binden?’ Dus als ik gesprongen had, zou het beslist heel slecht afgelopen zijn met deze ’oude adelaar’!”
Het deed mij genoegen te zien dat hij zich door zijn hoge ouderdom niet van zijn gevoel voor humor had laten beroven.
In een concentratiekamp — bijna
„Tijdens het nazi-regime was ik hoofdingenieur bij Weser-Flug, een vliegtuigfabriek in Bremen. Hoewel ik 5000 arbeiders onder mij had, weigerde ik lid te worden van de nazi-partij. Ik kon het niet met Hitlers gedragslijn eens zijn. Dat heeft mij bijna in ernstige moeilijkheden gebracht.
In 1939 stuurde Weser-Flug mij naar Berlijn om het opzicht te voeren over de bouw van een tweede fabriek. Die zou komen te staan op het terrein van het vliegveld Tempelhof, het vliegveld dat later wereldberoemd zou worden door de Berlijnse Luchtbrug in 1948-1949. De nazi-voormannen die waren aangewezen om onder mijn leiding te werken, wilden aangrenzend aan een van de hoofdgebouwen een groot podium maken, waar Hitler zijn toespraken zou kunnen houden als hij in Berlijn was. Aangezien ik daar de noodzaak niet van inzag, schrapte ik het uit de tekeningen. ’We hebben geen podium nodig om vliegtuigen te bouwen’, zei ik tegen hen.
Hierom, en wegens andere vormen van ’wangedrag’, belandde ik al spoedig in de rechtszaal. Maar mijn meerdere bij Weser-Flug kwam mij te hulp door tegen Göring te zeggen: ’Als u Hillmann pakt, kunt u Tempelhof wel vergeten.’ Daarom werd ik vrijgelaten en kon ik de bouw van het vliegveld voltooien, min of meer zoals het er tot op heden nog uitziet.”
Het einde — en toch het begin
„De oorlog was voorbij. Ik was 59 jaar oud, zonder werk, zonder mogelijkheid om schepen of vliegtuigen te bouwen. Mijn jeugd, met al zijn doeleinden en dromen, was gekomen en gegaan — en zo verschrikkelijk vlug! Maar de gedachte geen werk te hebben, was onaanvaardbaar. Ik moest het gevoel hebben dat ik nog steeds een nuttig lid van de maatschappij kon zijn.
Negen moeilijke naoorlogse jaren lang heb ik gezocht, voor ik in een stad een flink eind uit de buurt passend werk vond. Ik was toen al 68, en heb die baan behouden tot ik 81 werd. Op dat tijdstip eindigde mijn carrière. Maar er stond iets veel grootsers op het punt te beginnen, een doel dat ik voordien zelfs nooit voor mogelijk had kunnen houden. Weet je, dat kwam . . .”
Hij werd onderbroken doordat zijn vrouw de kamer binnenkwam. „Trek in een kopje thee?” vroeg zij. Ik bedankte haar voor de verfrissingen die zij mij voorzette. Ik maakte gebruik van deze pauze om mijn manuscript over de tafel heen naar Wilhelm toe te schuiven en begon een gesprek over koetjes en kalfjes met zijn vrouw. Uit een ooghoek zag ik hem de getypte velletjes oppakken en zijn bril rechtzetten. Hier volgt wat hij las onder de titel van mijn artikel:
„OUD WORDEN EN TOCH JONG BLIJVEN”
TOEN ik bij vrienden op bezoek was, richtte ik mij tot hun zoon en vroeg: „Zeg, Werner, hoe oud ben jij — 13?” Het antwoord van de lichtelijk gepikeerde Werner liet niet op zich wachten: „Nee! ik word al 14!”
Jonge mensen kunnen haast niet wachten tot zij ouder worden en sommigen van hen verzinnen van alles om de indruk te wekken dat zij ouder zijn dan in werkelijkheid het geval is — misschien door zich te kleden als volwassenen, door zorgvuldig een baard of snor te kweken, of alleen maar door zich een air van volwassen levenswijsheid aan te meten. Door niets wordt het ontluikende ego van een kwasi-volwassene zo snel beledigd als door hem te behandelen naar zijn feitelijke leeftijd; door niets wordt hij zo gevleid als door hem te behandelen als de volwassene die hij zo verschrikkelijk hard probeert te zijn.
Maar de jeugd is iets vluchtigs. Wanneer zijn gezondheid achteruitgaat en de omstandigheden hem tot een lager tempo dwingen, verandert die kwasi-volwassene van weleer maar al te snel in een kwasi-jongeman. Wat snakt iemand dan naar die „goeie ouwe tijd”! Weet je nog dat je zonder bril kon lezen? kon eten zonder te worstelen met een klapperend kunstgebit? nooit last had van pijn in je rug of doorgezakte voeten? En dat je dingen kon onthouden zonder ze op te hoeven schrijven, in plaats dat je, zoals het nu is, vergeet te lezen wat je hebt opgeschreven om het te onthouden?
En wie behalve een bejaard persoon kan werkelijk het leed kennen dat de ouderdom dikwijls met zich brengt? Welke tiener kan ooit het verdriet kennen dat je hebt wanneer je de huwelijkspartner verliest met wie je tientallen jaren van je leven hebt gedeeld, of de eenzaamheid als gevolg van het verlies van deze toegewijde kameraadschap? Of de onzekerheid voelen wanneer het gezichtsvermogen achteruitgaat, het gehoor afneemt en men zwak wordt? Of weten wat het betekent om met moeite rond te komen van een klein pensioentje? Of het lege gevoel kennen wanneer je je afvraagt: „Zal ik het volgend voorjaar nog beleven en de lijsters weer horen zingen?”
Maar hoe problematisch de ouderdom ook kan zijn, ze heeft toch haar voordelen. De jaren van ervaring hebben uw onderscheidingsvermogen en inzicht in de problemen die mensen hebben, verscherpt. Denk eens aan de kennis die u hebt vergaard. U bent wijzer geworden, bent waarschijnlijk evenwichtiger en u hebt vrijwel zeker een diepere waardering voor het leven gekregen.
Wat zou het heerlijk zijn als het mogelijk was van het beste van beide te genieten — de fysieke kracht van de jeugd in combinatie met de wijsheid en andere voordelen van de ouderdom! En tot op zekere hoogte kunt u dat ook, want ook al bent u dan niet in staat uw leven te verlengen, misschien kunt u op z’n minst uw jeugd verlengen. Maar hoe?
Oud worden heeft niet alleen maar met het lichaam te maken, maar ook met de geest; het is een kwestie van instelling. Wanneer u verwacht lang te zullen leven, en jong wilt blijven, nemen uw kansen voor beide toe. Er is wel eens gezegd dat iemand oud begint te worden op de dag dat hij zich daarover zorgen gaat maken.
Denk jong en denk gelukkig
Vanzelfsprekend is het dan onmogelijk dat u uw laatste levensjaren slijt in de schommelstoel op de veranda, zonder besef van wat er in de wereld gebeurt. Blijf bij de tijd. Beperk uw omgang niet tot vrienden van uw eigen leeftijd, met wie gesprekken zo dikwijls alleen maar verzanden in het bespreken van de laatste overlijdensadvertenties. Ga ook met jonge mensen om. Luister naar wat zij te zeggen hebben. Stel u op de hoogte van hun problemen. Zij zullen uw belangstelling waarderen en u zult hun respect winnen. Bovendien moet er wel iets van hun jeugdig enthousiasme, hun opgewektheid en optimisme op u overgaan.
De onaangename kanten van de ouderdom worden er niet beter op met een mentaliteit die het glimlachen verleerd is. Put vreugde uit de kleine dingen. Onderga diezelfde opgetogenheid die u voelde toen u als klein kind een jong katje zijn staartje achterna zag zitten. Laat uw gezicht stralen met dezelfde geestdrift als toen u als jong kind verrast werd met een cadeautje.
Vervang gedachten over „waardig sterven” door de positievere gedachten over „leven met een doel”, Bedenk dat een gelukkige en tevreden geest er heel veel toe kan bijdragen een ongelukkig en ontevreden lichaam weer op gang te krijgen. In de oceaan van het leven is „opgewektheid”, zoals een honderdjarige het uitdrukte, onze „reddingsgordel”.
Blijf lichamelijk actief
Regelmatige lichamelijke activiteit, zij het met mate, is van essentieel belang. Dit versterkt hart en longen, houdt u fit en voorkomt dat spieren verslappen. Waaraan u ook de voorkeur geeft (een of andere sport of eenvoudig lange wandelingen maken), u zult erdoor geholpen worden lichamelijk actief te blijven.a
Lichaamsbeweging is vooral belangrijk indien u de pensioengerechtigde leeftijd hebt bereikt. Pensioen dient niet het synoniem te zijn van inactiviteit. Blijf bezig, werk aan iets dat u interesseert. Verlaag uw tempo niet meer dan redelijk en noodzakelijk is. Wees zoals de man die, toen hij te horen kreeg dat hij het kalmer aan moest gaan doen, met iets uitdagends in zijn stem antwoordde: „Geen denken aan. Zolang ik in beweging kan blijven, krijgen ze geen kans om me te begraven!”
Blijf geestelijk actief
Net zoals het lichaam achteruitgaat wanneer het niet wordt gebruikt, zo gaat het ook met de geest. Verrijk uw leven door uw kennis te vermeerderen. Leer dingen waarvoor u eerder geen tijd of gelegenheid had om ze te leren — een of andere vorm van handenarbeid, een vreemde taal, een muziekinstrument bespelen. Wist u bijvoorbeeld dat bijna twee miljoen Amerikanen van boven de 55 naar de schoolbanken zijn teruggekeerd en dat velen van hen nu aan hogescholen en universiteiten studeren?
In Genève is in 1975 zelfs een universiteit uitsluitend voor gepensioneerden geopend. In 1979 was het aanvankelijke aantal inschrijvingen van 600 studenten tot ruim 2000 gestegen. Een Duits wetenschappelijk tijdschrift zei in een commentaar hierop dat functionarissen aan de universiteit hadden ontdekt dat „in tegenstelling tot de heersende opvatting dat oude mensen niet kunnen leren, was komen vast te staan dat hun bevattings- en leervermogen over het algemeen volstrekt normaal waren”.
Let op uw eet- en drinkgewoonten
Onderzoekingen in het dorp Vilcabamba (Ecuador, Zuid-Amerika), een van de drie gebieden in de wereld die bekendstaan om de lange levensduur van hun inwoners, onthullen dat de mensen daar sober eten. Zij leven op een calorie-arm dieet dat rijk is aan samengestelde koolhydraten zoals die aangetroffen worden in fruit, groenten en graan, maar arm aan suikers en vetten. Veel mensen vinden, als aanvulling op hun voedselbehoefte, baat bij vitaminen. Onderzoekingen schijnen erop te wijzen dat vitamine E in het bijzonder het verouderingsproces vertraagt.
In tegenstelling tot roken, dat zelfs indien het met mate wordt gedaan nadelig voor de gezondheid is, zijn alcoholische dranken over het algemeen alleen schadelijk wanneer er sprake is van overmatig gebruik. Wat drinken betreft doet men er goed aan het toepasselijke en logische advies ter harte te nemen dat een jonge Afrikaan eens gaf: „Bedenk dat je, als je minder drinkt, langer zult leven. En als je langer leeft, zul je meer kunnen drinken.”
Blijf zo onafhankelijk mogelijk
Sta jonge mensen, ook al bedoelen zij het goed, niet toe u terug te sturen naar uw kinderjaren door overdreven beschermend en neerbuigend tegen u op te treden. Als u nog alleen kunt wonen, doe dat dan. Als u nog voor uw huis kunt zorgen, doe dat dan. Als u nog zelf kunt koken, doe dat dan. Als u nog zelf uw gras kunt maaien en uw auto kunt wassen, doe dat dan.
Als u echter zwak van lichaam of geest bent geworden en hulp nodig hebt, aanvaard dan de hulp die u wordt aangeboden en doe dat waardig en dankbaar. Laat de mensen u helpen naar gelang van uw behoeften, niet naar gelang van uw leeftijd. Op die manier zult u uw zelfrespect behouden en geen reden hebben u schuldig te voelen omdat u anderen onnodig tot last bent.
Leef niet in het verleden
Kostbare herinneringen zijn mooi, maar vasthouden aan te veel stoffelijke banden met het verleden, zoals oude brieven en foto’s, of te veel tijd besteden aan het ophalen van herinneringen, kan u mistroostig maken. Probeer, in plaats van in het verleden te leven, het heden de baas te blijven, terwijl u tegelijkertijd plannen maakt voor de toekomst. Stel vast wat u morgen of volgende week zou willen doen, dan hebt u elke dag iets om naar toe te leven.
Herinneringen uit het verleden kunnen in het heden worden overgezet. In plaats van bijvoorbeeld te zijn zoals de weduwe die zegt: „Ik heb nooit meer iets gebakken sinds Charlie gestorven is”, kunt u uw buren of vrienden verrassen door een cake voor hen te bakken. Vertel hun: „Ik dacht dat jullie dit wel lekker zouden vinden. Charlie hield er altijd erg veel van. Chocoladecake was zijn lievelingscake.” Door anderen gelukkig te maken, zult u zichzelf gelukkig maken. Plotseling heeft die dierbare herinnering er een dimensie bij gekregen.
Aanvaard de duidelijke feiten
Houd er rekening mee dat u niet zo jong meer bent als vroeger. Wie is dat trouwens wel? Heb niet het gevoel dat u het op moet kunnen nemen tegen anderen die maar half zo oud zijn als u. Er is geen enkele reden om te „bewijzen” dat u nog jong bent, wanneer u dat overduidelijk niet bent. Word waardig ouder, zonder u te verontschuldigen.
Wees steeds weer dankbaar voor de gelegenheid die u hebt gehad om oud te worden. Miljoenen jonge mensen, aan wier leven voortijdig een eind kwam, hebben die kans nooit gehad. Wees niet zoals de jongeman die als hij ’s morgens opstaat, klaagt dat hij moet; wees zoals de oude man die blij is omdat hij het nog kan.
— Einde —
Af en toe grinnikte en glimlachte Wilhelm onder het lezen, en bij bepaalde punten knikte hij. Ik beschouwde die reacties als een gunstig teken, maar, zoals de meeste schrijvers, was ik toch een beetje benauwd voor zijn oordeel.
„Dit is een goed artikel — informatief en nuttig. Er is nog iets bij betrokken.”
Zijn nieuwe doel — eeuwig jong blijven
„Toen ik nog buiten de stad werkte, wat ik tot mijn 81ste heb gedaan”, lichtte Wilhelm Hillmann toe, „begon mijn vrouw systematisch de bijbel te bestuderen. In de weekends reisde ik naar huis om bij haar te zijn. Eens was ik een hele week thuis en kon ik meedoen met de studie die zij met Jehovah’s Getuigen had. Het was heel interessant. Later, toen ik met werken opgehouden was, deed ik geregeld mee.
Tijdens de studie kwam ik te weten dat Gods oorspronkelijke voornemen voor de mens was dat hij eeuwig zou leven en nooit oud zou worden. Het was opwindend te vernemen dat Gods koninkrijk dit oorspronkelijke voornemen spoedig ten uitvoer zal leggen. Bijbelse profetieën, zoals die in Openbaring 21:4, zullen dan in vervulling gaan: ’En hij [God] zal elke traan uit hun ogen wegwissen, en de dood zal niet meer zijn, noch rouw, noch geschreeuw, noch pijn zal er meer zijn. De vroegere dingen zijn voorbijgegaan.’
Een van de ’vroegere dingen’ die voorbij zullen gaan, zo vernam ik, is de ouderdom met al zijn problemen en moeilijkheden. Er begon hoop te groeien toen mij werd verteld dat ik persoonlijk zou kunnen zien hoe Job 33:25 in vervulling ging — zowel bij mijzelf als bij anderen: ’Zijn vlees worde frisser dan in de jeugd; hij kere terug tot de dagen van zijn jeugdige kracht.’
Langzaam maar zeker werd de bijbel, die ik tot dan toe als interessant maar louter historisch had beschouwd, een boek waarin ik geloof stelde. Ten slotte werd ik, toen ik al een eind in de tachtig was, als een getuige van Jehovah gedoopt.
Wanneer ik vrienden van vroeger ontmoet, vertellen zij mij dat het lijkt alsof ik nooit ouder word. Dan vertel ik hun dat zij daar best eens gelijk in zouden kunnen hebben, en ik leg hun uit waarom.”
Hij schoof mij over de tafel heen zijn bijbel toe, met zijn vinger bij Jesaja 40:30, 31 en liet mij lezen: „Jongens zullen zowel moe als mat worden, en jonge mannen zelfs zullen zonder mankeren struikelen, maar wie op Jehovah hopen, zullen nieuwe kracht verkrijgen. Zij zullen opvaren met vleugels als arenden [adelaars].”
„Niemand moet denken dat hij te oud is om over Jehovah te leren en zijn hoop op hem te vestigen”, zei hij. „Neem dat maar van een ’oude adelaar’ aan! Het is de hoop die wij bezitten doordat wij weten dat wij in Gods nieuwe samenstel tot in alle eeuwigheid ouder kunnen worden en toch tot in alle eeuwigheid jong blijven.”
„Wie op Jehovah hopen, zullen nieuwe kracht verkrijgen.” — Jes. 40:31
[Voetnoten]
a Zie voor aanvullende suggesties het artikel in Ontwaakt! van 22 februari 1981, getiteld: „Heeft lichaamsbeweging echt een goede uitwerking?”
[Inzet op blz. 6]
„In een luchtgevecht haalde de beroemde Franse gevechtsvlieger Védrines mij neer”
[Inzet op blz. 7]
„Mijn jeugd, met al zijn doeleinden en dromen, was gekomen en gegaan — en zo verschrikkelijk vlug!”
[Inzet op blz. 11]
’Ik kwam te weten dat Gods oorspronkelijke voornemen voor de mens was dat hij eeuwig zou leven en nooit oud zou worden’
[Illustratie op blz. 8]
De beroemde vijfmaster „Preussen”, waarop Hillmann rond Kaap Hoorn zeilde
[Illustratie op blz. 9]
De „Oude Adelaar” met een van zijn vroegere vliegtuigen. Op de leeftijd van 94 jaar gaat hij nog elk jaar zweefvliegen