Toenemende spanning — de oorzaken
In september 1979 registreerde een Amerikaanse satelliet in de nabijheid van Zuid-Afrika een heldere dubbele flits. Een dergelijke flits is karakteristiek voor een kernexplosie. Was Zuid-Afrika kernwapens aan het testen? De Zuidafrikaanse regering ontkent het, maar een feit is dat Zuid-Afrika nooit het non-proliferatieverdrag van 1968 tegen de verspreiding van kernwapens heeft ondertekend.
Israël is nog een niet-ondertekenaar. In 1974 verklaarde de president van Israël: „Het is altijd onze bedoeling geweest onszelf de mogelijkheid te verschaffen om kernwapens te ontwikkelen. Wij hebben die mogelijkheid nu.”
En dit is nog niet alles. „Specialisten van de inlichtingendienst van de regering geloven dat in vijf jaar een veelheid van naties, waaronder Taiwan, Zuid-Korea, Pakistan, Zuid-Afrika, Brazilië en Argentinië, zich zouden kunnen voegen bij de zes of zeven bestaande leden van de zogenoemde ’kernwapenclub’”, zo bericht de New York Times.
Het onheilspellende van het komende decennium is niet alleen de bijna onvermijdelijke verdere spreiding van kernwapens, maar welke landen waarschijnlijk de nieuwe kernwapenbezitters zullen zijn. Vele van deze naties beschouwen de landen die hen omringen, als gevaarlijke vijanden. „Staten die zich belegerd voelen, zoals Taiwan en Israël, zijn steeds meer geneigd om het bezit van een atoomwapen te bezien als de definitieve afschrikking tegen iedere aanval door vijandelijke legers”, merkt U.S. News & World Report op. Van zulke naties mag nauwelijks verwacht worden dat zij in een crisis terughoudend zullen zijn ten aanzien van het gebruik van kernwapens.
Kan de voortwoekering van kernwapens een halt worden toegeroepen? Het is twijfelachtig. Er is te veel plutonium aanwezig waarvan bommen gemaakt kunnen worden, en de ’know-how’, de technische kennis, voor het maken van een bom is gemakkelijk te verwerven. Een recent rapport van een commissie die de internationale kringloop voor kernbrandstof beschouwde, gaf als somber commentaar dat ’de vraag hoe verhinderd zou moeten worden dat kernwapens zich verbreiden tot landen die ze nu nog niet hebben, technisch onoplosbaar is’. — Internationaal Instituut voor Vredesonderzoek te Stockholm (SIPRI).
Wat is de herkomst van al het plutonium? „Tot dusver heeft zich een totaal van 100.000 kilo plutonium in onbewerkte staat opgehoopt als een produkt van civiele kernreactoren”, meldt het SIPRI-rapport. Er zijn slechts enkele kilo’s plutonium nodig om een bom te vervaardigen van het soort dat Nagasaki verwoestte! Terwijl ontwikkelingslanden zich vanwege de olieschaarste tot kernenergie wenden, houden ze daar ten slotte als bijprodukt ook het belangrijkste ingrediënt voor een atoombom aan over.
Zou een ontwikkelingsland werkelijk een atoombom kunnen maken als de plutonium voorhanden was? In 1978 haalde een Amerikaanse student de voorpagina’s door een bruikbare atoombom te ontwerpen met de hulp van vroeger weliswaar geheime, maar sindsdien vrijgegeven documenten die iedereen voor $25 in zijn bezit kon krijgen. Deskundigen waren het erover eens dat de bom „een goede kans maakte om te werken”. Als een nog niet afgestudeerd student dit kon klaarspelen, waarom zou het dan niet lukken aan een ontwikkelingsland?
Samenwerking of confrontatie?
Experts waarschuwen dat een wereld met meer kernmogendheden een steeds grotere instabiliteit zal vertonen, „een wereld met heel wat vrees en een diepe onzekerheid”, zoals Joseph Nye, een specialist op gebied van de proliferatie van kernwapens aan de Harvard universiteit, het formuleert. Deze instabiliteit zou worden geremd door een grotere samenwerking tussen de supermachten, de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie. Is een dergelijke samenwerking waarschijnlijk? In een wereld die wordt geplaagd door een schaarste aan grondstoffen, maakt zo’n samenwerking niet veel kans zo vrezen velen.
De VS importeren nu meer dan 40 procent van hun petroleum. Vele bondgenoten van de VS moeten zelfs nog grotere percentages invoeren — 90 procent in het geval van Frankrijk en 97 procent in het geval van de Bondsrepubliek Duitsland. Deze landen hebben duidelijk gemaakt dat zij bereid zijn een oorlog te riskeren ten einde hun olie-aanvoer te beschermen. Het resultaat? Olieproducerende gebieden, zoals de Perzische Golf, beleven een intense militaire rivaliteit tussen de supermachten — een bijzonder gevaarlijke situatie.
Commentaar leverend op het gevaar dat een derde wereldoorlog in het Midden-Oosten begint, merkte Richard Falk op dat ’algemene oorlogen in het verleden altijd hebben plaatsgevonden wanneer een grote mogendheid economische en politieke achteruitgang probeert te compenseren door zijn toevlucht te nemen tot beslissende militaire maatregelen’. — The Bulletin of the Atomic Scientists, april 1979.
Met andere woorden, de poging economische problemen op te lossen door een militair machtsapparaat op te bouwen, leidt tot oorlog. Een recent voorbeeld was Japans „oplossing” toen in 1941 Amerikaanse embargo’s zijn levensbelangrijke olie-aanvoer afsneden. „Ontzetting over het embargo dreef het opperbevel van de vloot . . . in een geheime verstandhouding met de extremisten in het leger” (Encyclopædia Britannica). Het resultaat? Pearl Harbour.
Kan de wereld zich een nieuw Pearl Harbour veroorloven?
Olie is niet het enige waaraan de VS een tekort heeft. „Meer dan de helft van 23 strategische stoffen die de Amerikaanse industrie verbruikt, is uit import afkomstig”, schrijft een U.S. News & World Report, daaraan toevoegend: „Erger is nog dat de meeste van deze mineralen afkomstig zijn van politiek instabiele Afrikaanse landen ten zuiden van de Sahara.” De VS moeten 89 procent van hun platina (gebruikt in het verwerken van ruwe olie), 90 procent van hun chroom (gebruikt in pantsering voor tanks) en 98 procent van hun mangaan (gebruikt voor de vervaardiging van hoogwaardige legeringen) importeren. Elke belangrijke stof waarvan de voorraad gering is, vertegenwoordigt een potentieel conflict in het geval dat die aanvoer wordt bedreigd.
Tekorten zijn voor sommigen geen verrassing
Vóór de Tweede Wereldoorlog produceerden de VS meer petroleum dan alle overige landen bij elkaar. In die tijd was het gebruikelijk om te spreken over Amerika’s onbegrensde minerale rijkdom. Weinigen voorzagen dat in enkele korte decennia Amerika niet meer in staat zou zijn te voorzien in zijn behoeften aan de meeste strategische stoffen. Zorgvuldige onderzoekers van de bijbel echter zagen deze moeilijkheden komen.
In het boek „Uw wil geschiede op aarde”, uitgegeven in het Engels in 1958 (Nederlands in 1961),a werd de Sovjet-Unie geïdentificeerd als de „koning van het noorden”, die in Daniël hoofdstuk 11 wordt genoemd. De eveneens in dat hoofdstuk genoemde „koning van het zuiden” werd geïdentificeerd met de zogenoemde vrije wereld, aangevoerd door de Verenigde Staten en Groot-Brittannië. Dit profetische bijbelhoofdstuk beschrijft een wedijverende strijd tussen deze twee symbolische koningen:
„En in de tijd van het einde zal de koning van het zuiden met hem [de koning van het noorden] in botsing komen, en de koning van het noorden zal op hem aanstormen met wagens en met ruiters en met vele schepen . . . En hij [de koning van het noorden] zal werkelijk heersen over de verborgen schatten van het goud en het zilver en over al de begeerlijke dingen van Egypte.” — Dan. 11:40, 43.
Wat betekende dit? Het boek „Uw wil geschiede op aarde” deed meer dan 22 jaar geleden deze interessante op de bijbel gebaseerde voorspelling:
„Hoever de koning van het noorden gekomen zal zijn wanneer hij zijn ’eindtijd’ bereikt, zal alleen de toekomst uitwijzen, maar volgens de voorzegging zal hij de schatten van goud en zilver en alle kostbaarheden van deze commercieel en materialistisch ingestelde wereld, met inbegrip van haar olie, bemachtigen.” — Blz. 306.
Tegenwoordig is de Sovjet-Unie een van de zeer weinige geïndustrialiseerde landen die geen olie hoeft te importeren. De Sovjet-Unie heeft ook zeggenschap over grote hoeveelheden van nu juist die strategische grondstoffen die de „koning van het zuiden” zo wanhopig nodig heeft. Geen wonder dat de wereldpolitiek in recente jaren gekenmerkt is door een „botsing” tussen de supermachten!
[Voetnoten]
a Uitgegeven door de Watchtower Bible and Tract Society of New York, Inc.
[Illustratie op blz. 9]
Als een student een atoombom kan ontwerpen, waarom zou zelfs een klein land dat niet ook kunnen?