Hebt u zich ooit afgevraagd —
Is het goed of verkeerd om bijgelovig te zijn?
KENT u iemand die bang is om onder een ladder door te lopen, of die door ’afkloppen’ onheil tracht af te wenden? Waarom hebben sommige hotels geen verdieping of kamer met het getal 13? Waarom liet de Britse admiraal Nelson een hoefijzer aan de mast van het schip „Victory” spijkeren? Waarom maken veel mensen gebruik van amuletten of mascottes? Het antwoord is dat al deze mensen bijgelovig waren of zijn.
HEBBEN DE WETENSCHAP EN DE BESCHAVING BIJGELOOF UITGEBANNEN?
Bijgeloof is een blindelings aanvaard geloof of denkbeeld. Zeventig jaar geleden, toen de voortschrijdende wetenschap vele blindelings aanvaarde geloofsopvattingen aan de kaak stelde, voorzei de vermaarde „Encyclopædia Britannica” dat de toekomst een beschaving te zien zou geven die „bevrijd zou zijn van het laatste zweempje bijgeloof”.
Maar die voorspelling is nooit uitgekomen. Ook al hebben de wetenschap en de zogenaamde beschaving sommige mensen minder bijgelovig doen zijn, toch geeft een recentere uitgave van dezelfde encyclopedie toe: „Er zijn maar weinig mensen die, als zij hiertoe werden geprest, niet zouden toegeven heimelijk een of twee ongerijmde geloofsopvattingen, of bijgelovigheden, te koesteren.” Er zijn in deze tijd zelfs zeer bekwame en serieuze piloten van grote straalvliegtuigen die, naar verluidt, „vaak voor het opstijgen ongebruikte veiligheidsriemen van zitplaatsen kruiselings over elkaar leggen of, na hun inspectie vóór de vlucht, op een wiel spugen”. Dit alles vanwege bijgeloof.
Waarom zijn zulke bijgelovigheden nog steeds de wereld niet uit? „Bijgelovigheden zijn een van de betere steunpilaren van het leven tegen twijfel, bezorgdheid en onzekerheid”, aldus Dr. Edward Hornick, professor in de psychiatrie in New York. Bovendien beschouwen andere autoriteiten bijgelovigheden als „een verkeerde vrees voor de Godheid” of „verkeerd geleide religieuze gevoelens”. Zulke gevoelens zijn diepgeworteld.
KAN BIJGELOOF GEVAARLIJK ZIJN?
Zeer beslist. Eén autoriteit verklaart: „Het valt onmogelijk te schatten hoeveel mensen als volwassene zijn opgehangen of verbrand of als kind zijn verdronken . . . wegens bijgeloof.” Ja, bijgeloof heeft onverdraagzaamheid gekweekt en heeft tot toverij, magie, astrologie en andere occulte praktijken geleid.
Maar omdat misstanden zoals ophangen of verbranden wegens bijgeloof thans zelden voorkomen, zien velen er geen kwaad in bijgelovig te zijn. Toch beklemtoonde een man die een hoefijzer als geluksteken boven zijn voordeur spijkerde, dat er een subtiel gevaar in schuilt bijgelovig te zijn. Hij bekende: „Ik weet dat het dwaas is, en ik geloof er niet in, maar u zult verbaasd zijn hoe goed het werkt.” Ja, hij kwam zo ver dat hij zich op zijn mascotte ging verlaten. Tijdens de Tweede Wereldoorlog verried een boordschutter van een bommenwerper, die in leven bleef toen zijn vliegtuig werd neergeschoten, een soortgelijk vertrouwen. Hij wees op een klein koperen poppetje dat aan zijn zak hing en bekende: „Ik ben niet bijgelovig, maar door dit gelukspoppetje zijn wij beslist door het oog van een naald gekropen.” Was dat zo? Hoeveel mensen hebben er niet in de oorlog hun laatste adem uitgeblazen terwijl zij een mascotte omklemd hielden?
Veel mensen die zich veilig voelen met een mascotte of omdat zij een bepaald bijgeloof aanhangen, nemen onnodige risico’s. Hun vertrouwen op hun talisman wordt dan een strik.
Maar toch schuilt er voor hen die bijgelovig zijn, nog een groter gevaar in.
VORMT BIJGELOOF EEN BELEMMERING VOOR DE WARE AANBIDDING?
Een hele natie aanbad Jehovah God eens op de juiste wijze, maar toen gebeurde er iets. In Jesaja 65:11 zegt de bijbel over deze mensen: „Gij zijt het die Jehovah verlaat, die mijn heilige berg vergeet, die een tafel in orde brengt voor de god van het Geluk en die gemengde wijn schenkt voor de god van het Lot.”
Toen deze joden zich op „de god van het Geluk” begonnen te verlaten, keerden zij Jehovah de rug toe. Alhoewel zij nog steeds een vorm van aanbidding beoefenden in zijn tempel, was dit niet meer dan een ritueel, want in hun hart vereerden zij de „god van het Geluk”. Hierom zou Jehovah hen, zoals hij zei, „voor het zwaard bestemmen” (Jes. 65:12). De vervulling van deze woorden leidde tot nationale rampspoed, toen Jehovah de natie in 607 v.G.T. niet langer tegen de aanval door het machtige oude Babylon beschermde. De door de joden vereerde „god van het Geluk” kon de stad Jeruzalem niet voor de totale vernietiging behoeden. Door bijgelovig te zijn, keert men zich dus van het juiste geloof af en verlaat men zich niet meer op de Almachtige God. Dit kan ertoe leiden dat men zich Gods misnoegen op de hals haalt en het in deze moeilijke tijden zonder werkelijke hulp moet stellen.
Maar wat te doen als bijgeloof een gewoonte is geworden?
HOE KAN MEN MET BIJGELOOF BREKEN?
Om met bijgeloof te kunnen breken, moet men een oprecht geloof in God opbouwen, zodat men ’zijn vertrouwen op God kan stellen’ en niet in een of ander geluksvoorwerp of in bijgeloof. De bijbel vertelt ons hoe wij dit kunnen doen. In Psalm 78:4-7 wordt gesproken over de „wonderbare dingen die [God] heeft gedaan”. Vervolgens worden ware aanbidders ertoe aangespoord deze dingen aan het volgende geslacht te vertellen, opdat zij „op God hun vertrouwen zouden stellen en de daden van God niet zouden vergeten maar zijn eigen geboden zouden nakomen”. Ja, het spreken over datgene wat God heeft gedaan, zijn machtige daden en zijn zorg voor zijn volk, kan werkelijk geloof opbouwen. Men kan leren zich vervolgens op de ware God en zijn hulp te verlaten en niet het gevoel te hebben dat men een of ander bijgeloof nodig heeft.
Vele van de „wonderbare dingen die [God] heeft gedaan”, staan in de bijbel opgetekend. Daarom is een oprechte studie van de bijbel de beste manier om een waar geloof op te bouwen. Ongetwijfeld denkt u er net zo over als de apostelen van Jezus Christus, die hem vroegen „Geef ons meer geloof” (Luk. 17:5). Jehovah’s Getuigen zijn bereid u te helpen de bijbel op een systematische wijze te bestuderen, zonder enige verplichting uwerzijds en geheel kosteloos. U kunt hiervoor plaatselijk contact met hen opnemen of naar de uitgevers van dit tijdschrift schrijven.