Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g81 8/9 blz. 27-30
  • Christelijk zendingswerk — Is het uit de tijd?

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Christelijk zendingswerk — Is het uit de tijd?
  • Ontwaakt! 1981
  • Vergelijkbare artikelen
  • De Gileadschool blijft een ’getuigenishoop’ opbouwen
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1981
  • „Getuigen . . . tot de verst verwijderde streek der aarde”
    Ontwaakt! 1976
  • Aan de vereisten voldoen om zendeling te worden
    Ontwaakt! 1971
  • Van succesvolle studenten tot succesvolle zendelingen
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1997
Meer weergeven
Ontwaakt! 1981
g81 8/9 blz. 27-30

Christelijk zendingswerk — Is het uit de tijd?

VELEN denken er wel zo over. Zij menen dat de behoeften van de mens meer op het materiële dan op het geestelijke vlak liggen. Dat is de reden waarom velen die beweren christelijke zendelingen te zijn, zich concentreren op het verbeteren van medische zorg en huisvesting, of van de landbouwkundige en technische bekwaamheden van de mensen die zij dienen.

Toch zijn er ook personen die ervan overtuigd zijn dat mensen er het meest bij gebaat zullen zijn als zij in geestelijk opzicht worden geholpen. Dit zal hen toerusten om de kwaliteit van hun huidige leven te verbeteren en het zal hun een hoop voor de toekomst geven.

Dit werd op zondag 8 maart duidelijk gemaakt aan de 2124 aanwezigen in de Congreshal van Jehovah’s Getuigen in Long Island City (New York). Zij waren daar om de graduatie bij te wonen van de zeventigste klas zendelingen van de Wachttoren-Bijbelschool Gilead.

Sinds 1943 heeft deze school mannen en vrouwen opgeleid om zich beter te kunnen kwijten van de zendingsopdracht die Jezus zijn volgelingen gaf: „Gaat daarom en maakt discipelen van mensen uit alle natiën, . . . leert hun onderhouden alles wat ik u geboden heb” (Matth. 28:19, 20). Dit vereist een sterk geloof en een levende hoop, alsook de wens zulke goede dingen met anderen te delen. Van dit soort waren de 49 mannen en vrouwen in deze graduerende klas. Zij waren afkomstig uit negen landen en zouden nu naar achttien landen worden uitgezonden.

Een 25-jarige studente uit Missouri (VS) met een sterk verlangen naar gerechtigheid in de wereld had zich ten doel gesteld rechten te studeren om op die manier daartoe bij te dragen. Maar haar doel veranderde toen zij uit Gods Woord de schitterende hoop voor de toekomst leerde kennen, en zij begon te ervaren hoe lonend en zinvol het leven wordt als men de leiding van de Schrift opvolgt.

Een 30-jarige studente uit Oregon (VS) beschreef hoe zij vroeger aan een universiteit studeerde, voorstandster was van radicale politieke en sociale hervormingen en de huidige, gevestigde maatschappij had verworpen. Het was haar wens geweest mensen te helpen en de wereld te verbeteren. Maar toen zij bekend raakte met Jehovah’s Getuigen en met wat de bijbel leert, dacht zij: „Wil dat zeggen dat er inderdaad een volk bestaat dat in overeenstemming met Christus’ leringen leeft? Strijden zij werkelijk niet in oorlogen? Dit was waarvoor ik mij had ingezet, mijn doel waaraan ik al het andere ondergeschikt kon maken.”

Op de vraag waarom zij een aanvraag hadden ingediend voor de zendingsdienst, antwoordde de ene student na de andere gemotiveerd te zijn door ’de bijbelse hoop voor de toekomst en de gezonde raad die de bijbel geeft voor het verbeteren van de kwaliteit van het huidige leven’. Zij zeiden: ’Dit kan de problemen waar mensen tegenover staan, werkelijk helpen oplossen.’ Velen hadden reeds meer dan tien jaar volle-tijddienst achter de rug, waarbij zij het grootste deel van hun tijd eraan hadden besteed mensen te bezoeken om te trachten deze hoop met hen te delen.

Gedurende vijf maanden hadden de studenten een grondige studie van de bijbel gemaakt en praktisch onderricht ontvangen over de wijze waarop zij hun zendingsactiviteiten moesten ontplooien. Nu zouden zij ten afscheid nog enkele woorden van raad ontvangen van hun leraren en anderen die zelf veel ervaring hadden in het prediken van het goede nieuws van Gods koninkrijk als de enige hoop voor de mensheid.

W. K. Jackson drong er bij de zendelingen op aan hun toewijzing trouw te blijven en niet te denken: „Ik probeer het en als het me niet bevalt, kan ik altijd weer naar huis terug.” Hij gaf voortreffelijke raad over menselijke betrekkingen en herinnerde hen aan de woorden in Romeinen 15:2: „Laat een ieder van ons zijn naaste behagen in datgene wat zijn opbouw ten goede komt.”

M. G. Henschel sprak over dingen die wij als bijzonder kostbaar moeten beschouwen. Wij moeten naar begrip van de bijbel zoeken als naar verborgen schatten. Gods koninkrijk is een schat, en het zoeken ernaar dient in ons leven de eerste plaats in te nemen. En de apostel Paulus noemde de bediening een schat (2 Kor. 4:7). Er werd bij de zendelingen op aangedrongen aan deze schatten te blijven vasthouden.

A. D. Schroeder verwees naar Jezus’ woorden „Kom, wees mijn volgeling” (Matth. 19:21). Dit betekent christelijke eigenschappen aan de dag te leggen en anderen te helpen hetzelfde te doen. Hij zei dat zij niet waren „gegradueerd” of „afgestudeerd” als volgelingen van Jezus Christus. Zij stonden slechts aan het begin van een nieuw hoofdstuk in hun leven als volgeling van hem.

J. Redford moedigde de zendelingen aan in geestelijke aangelegenheden voorwaarts te blijven gaan. Hij citeerde George Bernard Shaw, die had gezegd: „Ik ben doodsbang voor succes. Als je je doel hebt bereikt, ben je op aarde klaar . . . Ik heb liever een voortdurende staat van wording, waarin ik een doel nog vóór en niet reeds achter mij heb.”

U. V. Glass prees de zendelingen voor het krachtige verlangen zeker te weten waaraan zij begonnen waren en waarom. Velen hadden gevraagd: „Hoe kunnen wij in onze toewijzing blijven?” Glass antwoordde: „Leer de mensen kennen en hen liefhebben.” Hij memoreerde de noodzaak om vrijelijk te vergeven en daarbij de juiste geestelijke kijk op de dingen te behouden en nederig te blijven. Om dit te onderstrepen las hij een brief voor van een zendeling die onlangs vanuit Kenia schreef:

„Ik denk dat de opleiding die ik in Brooklyn heb ontvangen, slechts het begin van mijn leerschool is geweest. De broeders en zusters hier moeten mij veel leren. Ik heb geprobeerd te bedenken welke eigenschap een zendeling het meest nodig heeft om in zijn toewijzing succesvol te zijn. En ik denk dat hij wellicht bovenal ’nederigheid’ nodig heeft. Nederigheid om te lopen in plaats van de auto te kunnen nemen. Nederigheid om op harde houten planken of grote rotsblokken te zitten in plaats van op met kussens beklede zitplaatsen. Nederigheid om tijdens de vergaderingen als een klein kind commentaar te geven vanwege de nieuwe taal. En bovenal een deemoedige geest om de nodige krachtsinspanningen te doen, het niet op te geven en op Jehovah en niet op onszelf te vertrouwen, totdat wij weer ’bruikbaar’ worden en kunnen doen waarvoor wij hier gekomen zijn.”

G. M. Couch moedigde de zendelingen aan hun zendingstoewijzing nooit de rug toe te keren. Zij zouden de woorden in Prediker 7:8 in gedachte moeten houden: „Beter is het einde naderhand van een zaak dan het begin ervan.” Zij werden ertoe aangespoord in herinnering te blijven houden dat het einde datgene is wat werkelijk telt.

Ten slotte sprak F. W. Franz, de president van de School, over de ’getrouwe beheerder’ van God waarover in Lukas 12:40-53 gesproken wordt. Hij herinnerde aan de tijd van koning Hizkía in de achtste eeuw v.G.T., toen het koninkrijk Juda werd bedreigd. Het verslag in Jesaja 22:15-25 laat zien dat de kwestie van beheer in het geding kwam. De ontrouwe beheerder Sebna werd vervangen door de getrouwe beheerder Éljakim. In de moderne vervulling laat dit de noodzaak zien om te identificeren wie in deze tijd Gods getrouwe dienstknechten op aarde zijn. Franz moedigde de studenten aan ervoor te zorgen dat de identiteit van Gods ’getrouwe beheerder’-klasse voor hen een uitgemaakte zaak was.

Daarna reikte de voorzitter van de vergadering, C. W. Barber, de diploma’s uit. ’s Middags voerden de studenten twee leerzame drama’s op. Een bijbels drama, getiteld „Zoekt Jehovah, en blijft leven”, handelde over de bediening van de profeet Amos in Israël. Het andere, hedendaagse drama droeg als titel „Hoe zullen zij horen zonder dat iemand predikt?” Dit drama handelde op een hartverwarmende manier over de verschillende aspecten van de van-huis-tot-huisbediening zoals die thans door Jehovah’s Getuigen wordt uitgevoerd.

Het programma van voortreffelijk geestelijk onderwijs zal de 49 graduerende studenten en alle andere aanwezigen nog lang in herinnering blijven. Waarlijk, geestelijke zaken zijn van levensbelang, zoals de apostel Paulus in 1 Timótheüs 4:8 schreef: „Godvruchtige toewijding is nuttig voor alle dingen, daar ze een belofte inhoudt voor het tegenwoordige en het toekomende leven.”

[Illustratie op blz. 28]

Wachttoren-Bijbelschool Gilead — 70ste klas, maart 1981

In onderstaande lijst zijn de rijen genummerd van voren naar achteren, en de namen in elke rij verwijzen naar de studenten in volgorde van links naar rechts.

(1) P. Browne; J. Hitz; B. Floyd; M. De Jesus; E. Davison; M. Hoover; J. White; A. Gunn; P. Wyssen. (2) M. Goff; J. Karwoski; L. Paulk; S. Pedersen; H. Altmeyer; D. Rendell; P. Spatz; P. Oger; T. Mathon; E. Johns. (3) S. Brederlow; L. Kelppe; G. Reilly; S. James; L. Dennison; C. Kemppainen; C. Klopson; C. Reilly; A. Bivins; E. Winbush. (4) D. Hoover; J. De Jesus; T. Klopson; E. Hitz; D. Lovini; L. Mathon; F. Pedersen; H. Knox; R. Reyna; M. Karwoski. (5) R. Browne; K. Johns; M. Floyd; J. Paulk; M. Bivins; R. White; W. Winbush; D. James; R. De Wolfe; J. Wyssen.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen