Op een haar na gepakt!
Ondervindt u last van kakkerlakken, heb dan medegevoel met de pad. Dat schepsel met zijn kleverige tong voedt zich met kakkerlakken door met een bliksemsnelle beweging zijn tong uit te klappen zodat de prooi eraan blijft plakken. Het probleem is echter dat de kakkerlak meestal weet te ontkomen. Hoe presteren ze dat?
Volgens een artikel in de decemberuitgave van 1980 van „Scientific American” hoeft de kakkerlak de pad niet te zien of te horen om toch aan zijn belager te ontsnappen. In plaats daarvan heeft het insekt achter aan zijn lichaam heel gevoelige haren die luchtbewegingen waarnemen. Als de pad een uitval doet naar de kakkerlak, dan bespeurt deze eerst een luchtstoot ten gevolge van de beweging. De lucht beweegt namelijk die kleine haartjes, en ergens binnen in de kakkerlak gaat een alarmsignaal. Minder dan een twintigste van een seconde later heeft de kakkerlak het al op een lopen gezet.
Hoe weet het diertje in welke richting het moet rennen? De minuscule haartjes zijn niet allemaal gevoelig voor wind uit dezelfde richting. Komt de aanvallende tong van achter in plaats van opzij, dan worden andere haren geprikkeld. Het zenuwstelsel van de kakkerlak analyseert net als een microcomputer de van de geprikkelde haren afkomstige gegevens en stelt vast uit welke hoek de wind waait. Dan rent het insekt weg van de bron van de wind — alles in een flits.
Wetenschapsmensen staan verbaasd over de snelle ’computeranalyse’ van de geringe kakkerlak. Wij staan ook verbaasd — over het meesterschap van de Ontwerper, de Schepper.