Een blik op de wereld
Voedselsituatie verslechtert
◆ De voorzitter van de Wereldvoedselraad, Arturo R. Tanco jr., sprak onlangs tot de Amerikaanse Parlementaire Commissie voor Ontwikkelingssamenwerking. „Ik richt mij tot u”, zei hij, „om te pleiten voor de één miljard hongerige mensen in de Derde Wereld.” Hij wees erop dat er vorig jaar vijftig miljoen personen in de ontwikkelingslanden van honger zijn omgekomen. Een van de schokkendste gegevens die hij de commissie voorlegde was dat een derde van alle kinderen niet eens de leeftijd van vijf jaar bereikt. Honger en ziekte zijn verantwoordelijk voor hun dood. De wereldvoedselsituatie, zo zei hij, verslechtert, en de voedselproduktie daalt in de meeste ontwikkelingslanden.
Neptunus reeds door Galilei waargenomen?
◆ Een jonge astronoom in Berlijn wordt de eer toegekend in 1846 de planeet Neptunus, vanaf de zon gerekend de achtste planeet van ons zonnestelsel, te hebben ontdekt. Twee astronomen geloven nu echter dat Neptunus wellicht reeds is gezien door de zeventiende-eeuwse astronoom Galilei. De Italiaanse astronoom maakte er in 1612 en 1613 melding van dat hij „vaste sterren” had waargenomen die in de buurt van Jupiter stonden. De astronomen Charles Kowal en Stillman Drake hebben tabellen bestudeerd die aangeven welke positie hemellichamen in de zeventiende eeuw innamen. Dit heeft hen ervan overtuigd dat Galilei in werkelijkheid Neptunus heeft gezien. „De aangegeven positie van Galilei’s ’vaste ster’, de exacte overeenstemming van de coördinaten en de algehele afwezigheid van heldere sterren in dat gebied overtuigen ons ervan dat Galilei in werkelijkheid Neptunus heeft gezien”, zei Kowal. Als dit zo is, heeft de ontdekking van Neptunus reeds in 1612-1613 plaatsgevonden, zonder dat men toen daar de betekenis van heeft onderscheiden.
„De enige waar geen rassenscheiding bestaat”
◆ Onlangs publiceerde The Wall Street Journal een voorpagina-artikel onder de kop: „In veel zuidelijke staten is de rassensegregatie nog steeds een essentiële factor in het leven.” Een ondertitel vat samen welke conclusies de stafreporter trok uit het onderzoek dat hij had ingesteld: „Ondanks nieuwe wetten blijven de oude gewoonten bestaan, speciaal buiten enkele grote steden.” Schrijvend vanuit de stad Laurel in de Amerikaanse staat Mississippi merkte hij ook op: „Sociale vermenging tussen jonge negers en blanken is een zeldzaamheid, en het wordt ontmoedigd. . . . Evenmin is er in Laurel erg veel sociaal contact tussen volwassenen van verschillende rassen. De ’Jehovah’s Getuigen’-kerk is hier zo’n beetje de enige waar geen rassenscheiding bestaat.”
De Ebla-tabletten en de bijbel
◆ Enkele jaren geleden werden bij archeologische opgravingen in de omgeving van het oude Ebla in Syrië ongeveer 20.000 kleitabletten ontdekt. Naar verluidt heeft men hierop een aantal bijbelse namen gevonden die nooit eerder in niet-bijbelse documenten zijn aangetroffen. Aanvankelijk was Dr. G. Pettinato de hoofdvertaler van deze tabletten. In een interview met de Biblical Archaeology Review werd Dr. Pettinato onlangs gevraagd of hij inmiddels was teruggekomen van zijn interpretatie van de kleitabletten, aangezien zijn opvolger een andere mening heeft en niet vindt dat er een verband gelegd kan worden tussen sommige tabletten en de bijbel. „Ik heb helemaal niets herroepen”, antwoordde Pettinato. Op de vraag hoe het stond met de namen Sodom en Gomorra zei hij: „De namen Sodom en Gomorra staan reeds in de catalogus. U kunt dit zelf nagaan.” Ook de stad Zoar noemde hij als een naam die in de catalogus staat.
Aan de professor werd ook gevraagd of hij van gedachten veranderd was betreffende de kwestie of de God „Ja” op de tabletten voorkomt. Hij zette uiteen dat zij „in de godenlijst” de „God JA” hadden aangetroffen. En hij voegde eraan toe: „Ook op een tablet uit Mesopotamië dat gaat over handelskwesties, . . . vinden wij een offer aan de God Ja vermeld. Dus . . . het bestaan van deze God is zeker, en ik kan niet begrijpen waarom sommigen van mijn collega’s de werkelijkheid niet willen aanvaarden. Echt, dat kan ik niet begrijpen.” — Sept./okt. 1980, blz. 46, 48, 51.
Terugslag in de strijd tegen malaria
◆ In de strijd die de Wereldgezondheidsorganisatie reeds 25 jaar met het „wondermiddel” chloroquine tegen malaria voert, heeft men met een ernstige terugslag te kampen. Volgens Asiaweek uit Hong Kong „werkte chloroquine niet alleen genezend, maar bracht het wijdverbreide gebruik ervan ook een nieuwe generatie wonderparasieten voort die resistent zijn tegen chloroquine en nu met een dodelijke kracht waar weinig tegen te doen valt, hele delen van Azië teisteren”. De WHO schat dat ongeveer 250.000.000 mensen, merendeels in ontwikkelingslanden, aan malaria lijden. Een onderzoeker zei over bepaalde gebieden: „We moeten weer terugvallen op het gebruik van kinine, het oudste middel tegen malaria.” Maar vanwege de bijwerkingen van kinine, zoals misselijkheid en oorsuizingen, stoppen de meeste mensen gewoonlijk na een paar dagen met het innemen ervan. Het lukraak innemen van kinine bij een kwaadaardige vorm van malaria kan fataal zijn. Maar het zijn niet alleen de resistente stammen van parasieten waardoor de malariabestrijding nu een terugslag ondervindt. Politieke instabiliteit en oorlogen in Afrika en Zuidoost-Azië hebben de gezondheidsprogramma’s in aanzienlijke mate ontwricht en daardoor het hele probleem aanzienlijk verergerd.
Nieuw licht op zwaarlijvigheid
◆ Onderzoekers die verbonden zijn aan het Beth Israel Hospital in Boston hebben misschien het antwoord gevonden op de vraag waarom veel personen die te zwaar zijn, niet magerder schijnen te kunnen worden, ook al nemen zij slechts een minimum aan calorieën tot zich. Zij ontdekten bij zulke personen lagere niveaus van een bepaald enzym dat blijkbaar het energieverbruik regelt, en daarmee ook de opslag van vet in de cellen. Als het mogelijk wordt om dit enzym te reguleren, kan dat wellicht een hulp vormen bij de behandeling van zwaarlijvigheid. „Voor het eerst hebben wij nu bij corpulente personen een mogelijk, biochemisch onderscheid geconstateerd dat ons duidelijk maakt waarom sommige mensen voorbestemd schijnen te zijn om dik te worden en er moeite mee hebben om af te vallen”, zei Dr. Jeffrey S. Flier, die in het New England Journal of Medicine verslag uitbrengt van het onderzoek.
„Symptomen” van het gebruik van marihuana
◆ Als kinderen marihuana gebruiken, ontwikkelen zich bij hen „duidelijk omschreven symptomen”, aldus een brief van de kinderarts Ingrid L. Lantner, gepubliceerd in Medical Tribune. In de brief van de arts stond: „Marihuana veroorzaakt duidelijk omschreven symptomen die zonder psychotherapie of milieuveranderingen weer verdwijnen nadat zij drie tot vier maanden met het gebruik van marihuana zijn gestopt. Deze symptomen zijn vermoeidheid, prikkelbaarheid, [gebrek aan] motivatie, verlies van het vermogen zich recente gebeurtenissen te herinneren, hoesten, onregelmatige menstruatie, enzovoort. . . . Marihuana verergert de symptomen van elke emotionele of mentale ziekte aanzienlijk. . . . De hele medische professie zou elk gebruik van marihuana moeten afkeuren vanwege de afschuwelijke gevaren voor de gezondheid die eraan kleven.” — 10 december 1980, bladzijde 11.
„Geestverruimend” onderwijs
◆ Nieuwe studenten aan de Schotse Stirling University ontvangen een universiteitsgids waarin staat dat marihuana en amfetaminen „heel plezierig” kunnen zijn als ze „met verstand” worden gebruikt. De gids die wordt verzorgd door de studentenvereniging, met een voorwoord van de rector magnificus van de universiteit, zegt dat marihuana de gebruiker „een gevoel van ontspanning, euforie en verhoogde perceptie” geeft. Het boek voegt eraan toe: „Deze verrukkingen zijn vaak vermengd met momenten van waanzin, verwarring en gebrek aan energie, die stuk voor stuk een verrassend aangenaam onderdeel vormen van het ’high’-zijn.” Zoals het nieuwsblad The Scotsman meldt, worden er dan gegevens verschaft over de prijs en de plaatsen waar deze drugs verkregen kunnen worden, alsook richtlijnen hoe men arrestatie wegens het bezitten ervan kan voorkomen. Naar verluidt verklaarde de voorlichtingsambtenaar van de universiteit, de heer Fergus Wood: „Het artikel is heel nuttig als men bereid is het feit te aanvaarden dat drugs tegenwoordig niet meer weg te denken zijn. Het zou een droevige zaak zijn als universiteiten niet liberaal zouden mogen zijn in wat nu een liberale maatschappij is.”
Crisis in het priesterschap in Brazilië
◆ Een overzicht, opgesteld door het Centrum voor Religieuze Gegevens en Sociale Onderzoekingen, een bureau dat verbonden is met de katholieke Kerk, onthult dat van 1960 tot 1963 — voordat het Tweede Vaticaanse Concilie het gemakkelijker maakte dispensatie te verkrijgen — in heel Brazilië tachtig priesters uittraden. Dat is een gemiddelde van twintig per jaar. Met het verlichten van de voorwaarden voor dispensatie nam dit aantal toe tot 2116 voor de volgende twaalf jaar, hetgeen een gemiddelde betekent van 176 per jaar. De redenen die voor het opgeven van het priesterambt werden aangevoerd, verschillen: Sommigen konden zich niet verenigen met de structuur van de Kerk, terwijl voor anderen het handhaven van de celibaatsverplichting de reden vormde. Volgens een verslag in het Jornal do Brasil geven de meesten er de voorkeur aan hun vroegere positie als priester geheim te houden omdat het ’in maatschappelijke kringen bijna als een stigma wordt beschouwd’.
Wat men aan voedsel en drank uitgeeft
◆ Hoewel Amerikanen klagen over de snel stijgende voedselprijzen, besteden zij een kleiner deel van hun inkomen aan voedsel dan mensen in welk andere land maar ook. Recente gegevens van de Verenigde Naties laten zien dat in de VS slechts 13,6 procent van de persoonlijke uitgaven besteed wordt aan voedsel, vergeleken met bijna 60 procent in India, 34 procent in de Sovjet-Unie en 23,3 procent in Japan. Het VN-rapport onthult ook dat in het katholieke Ierland uitgaven voor alcoholische dranken bijna de helft bedragen van die voor voedsel — 12,6 procent van het inkomen tegen 26,7 procent voor voedsel. Hierna volgen Hongarije en Polen, waar men meer dan 11 procent van het inkomen aan alcohol uitgeeft tegenover ongeveer 30 procent aan voedsel. De Russen geven 9 procent van hun inkomen uit aan alcohol, Japanners en Westduitsers 3 procent en Amerikanen 1,4 procent.