Haar gezichtsvermogen is zwak, maar haar geloof is krachtig
CAROL DIVERS ziet slecht, maar zij heeft een sterk gevoel voor humor. In 1976 werd haar rechteroog blind als gevolg van diabetes en uit haar andere oog is het licht voor een groot deel verdwenen. „Ik kan elk moment volkomen blind worden,” geeft zij toe, „maar ik wil niet bij die mogelijkheid stilstaan.”
Carol lijdt al sinds haar elfde jaar aan diabetes. Zij is nu in de veertig en heeft ondanks haar fysieke problemen twee zoons grootgebracht. „Toen ik hoorde dat ik diabetes had, dacht ik dat het, net als mazelen, wel weer over zou gaan. De dokter gaf me een boek over de ziekte te lezen. Ik las het en gooide het woedend tegen de muur. Mijn diabetes zou nooit meer overgaan. Het leek zo oneerlijk. Ik zat behoorlijk in de put over mijn toekomst.
Iedereen weet dat diabetici problemen hebben met hun bloedsuikerspiegel”, legt Carol uit. „Wat men vaak niet weet, is dat juveniele diabetes, wat ik heb, vaak tot een hele reeks akelige problemen voor het lichaam leidt. Een ervan is blindheid, die wordt veroorzaakt door hele kleine extra bloedvaatjes die bij diabetici in het netvlies groeien en die vervolgens springen, waardoor het oog met bloed wordt gevuld. Diabetici hebben ernstige problemen met de bloedsomloop en kunnen ledematen verliezen door gangreen. Zij kunnen nierklachten hebben, de slagaders kunnen verharden en ook een bevalling kan extra moeilijkheden opleveren. De lijst is eindeloos.”
Dat klinkt deprimerend, vindt u niet? Maar voor miljoenen mensen is diabetes de harde dagelijkse werkelijkheid. „Je kunt al dol worden als je alleen maar denkt aan de verschrikkelijke dingen die er in je lichaam gebeuren, en wacht op de volgende netvliesbloeding.” De oplossing? „Probeer als je kunt de humor van de situatie te zien”, raadt Carol aan, „en zorg ervoor dat je niet te lang bij negatieve dingen stilstaat.”
De humor van de situatie? „Zeker”, zegt Carol opgewekt. „Zoals die keer dat ik probeerde op te bellen met het moderne model telefoon van een vriendin. Alleen bleek de telefoon haar botervloot te zijn.
Het punt is,” voegt Carol eraan toe, „dat lachen voorkomt dat je te veel met jezelf te doen krijgt. Het laatste waar een ziek mens behoefte aan heeft, is zelfmedelijden.”
Soortgelijke goede raad is te vinden in de bijbel, een boek waarvan de praktische raad voor het leven vaak ondergewaardeerd wordt. Bijvoorbeeld: „Een hart dat blij is, doet goed als geneesmiddel, maar een geest die terneergeslagen is, droogt de beenderen uit.” — Spr. 17:22.
Met andere woorden: „Een blij hart bevordert de genezing” (Willibrordvertaling), „maar een gebroken geest maakt iemand ziek” (The Living Bible). Carol Divers heeft deze goede raad niet altijd naar waarde geschat. Waardoor is haar zienswijze veranderd?
„In 1962”, vertelt zij, „was ik nog niet zo lang getrouwd en had twee jongetjes toen er een oudere dame aan de deur kwam om me een abonnement op het tijdschrift De Wachttoren aan te bieden. Ik had niet zoveel belangstelling voor het tijdschrift, maar ik nam het abonnement omdat de dame me deed denken aan twee tantes van me die Jehovah’s Getuigen waren. Ik had mijn tantes altijd bewonderd, hoewel ik niet echt begreep wat zij geloofden.
Het resultaat was dat ik erachter kwam wat de bijbel over menselijk lijden zegt, en ik besefte dat er heel wat in zat. Ik was blij toen ik te weten kwam dat de bijbel niet leert dat God wil dat wij lijden. In feite zou er geen diabetes of enige andere vorm van lijden zijn als de mensen vanaf het begin God hadden gehoorzaamd.
Toen ik over Job las, hielp dat me geen medelijden met mezelf te hebben. In het verslag over Job beweert Satan dat iedereen die maar genoeg narigheid meemaakt, zich uiteindelijk tegen God zal keren. Ik was vastbesloten Satan in mijn geval niet het laatst te laten lachen.”
Bijbelkennis heeft Carol geholpen ook in een ander opzicht zelfmedelijden te vermijden. „Als je een chronische ziekte hebt,” zegt zij, „denk je zo gemakkelijk: ’Waarom ik?’ Waarom behoeven andere mensen niet hetzelfde mee te maken als ik? Maar de bijbel laat zien dat iedereen in feite in hetzelfde schuitje zit. Wij zijn allemaal aan een sterfproces onderhevig. De een sterft alleen wat sneller dan de ander. Die wetenschap maakt dat ik eropuit wil om andere mensen te helpen dezelfde hoop voor de toekomst te krijgen als ik, in plaats van maar wat te zitten kniezen en te wensen dat ik geen diabetes had.”
Wat is Carols hoop voor de toekomst? „Ik zal volkomen genezen”, kondigt zij vol vertrouwen aan. „Ik zal m’n gezichtsvermogen terugkrijgen, ik zal nooit meer een insuline-injectie hoeven nemen en ik zal me werkelijk de hele dag, elke dag opnieuw, gezond voelen.”
Natuurlijk kan de moderne geneeskunde Carols diabetes niet genezen, noch haar een nieuw oog geven. Maar zij verwacht geen genezing door de geneeskunde. „Als Jezus in deze tijd op aarde was, zou hij me kunnen genezen”, legt zij uit. „Hij genas mensen die nog slechter zagen dan ik. Waarom deed hij dat? Om te laten zien hoe mensen onder Gods koninkrijk genezen zullen worden.”
Carol gelooft vast in dat koninkrijk. „U hebt mensen toch wel horen bidden: ’Uw koninkrijk kome’? Nu, geloof me, het komt. Ik verwacht beslist mee te zullen maken dat die gebeden worden verhoord. Jezus gaf een profetie om duidelijk te maken wanneer het Koninkrijk nabij zou zijn, en die klinkt net zo als uw ochtendkrant. U kunt het zelf lezen in Matthéüs hoofdstuk 24, Lukas 21 en Markus 13.”
Carols op de bijbel gebaseerde geloof heeft haar niet alleen een hoop voor de toekomst gegeven. Het heeft haar ook geholpen nu reeds problemen met haar gezondheid te vermijden. Hoe dat zo?
„De bijbel heeft mij geleerd dat Jehovah God het leven als heilig beschouwt”, zegt zij. „Toen ik de bijbel bestudeerde, besefte ik dat ik verplicht was beter voor mezelf te zorgen. Hoe zou Jehovah geloven dat ik voor eeuwig wilde leven als ik de hand lichtte met mijn dieet of mijn huidige gezondheid verwaarloosde?
Natuurlijk is er zelfbeheersing nodig om goed voor jezelf te zorgen, maar de bijbel helpt je om die eigenschap aan te kweken. Bovendien is zelfbeheersing voor en diabeticus een kwestie van leven of dood.”
Waarom? „Als het lichaam aan stress onderhevig is, maakt het opgeslagen suiker uit de lever vrij. Wanneer een diabeticus opgewonden raakt, is het dus alsof hij suikerklontjes naar binnen schrokt, en dat is wel het laatste waar een diabeticus behoefte aan heeft! Ik ben altijd erg emotioneel geweest, maar ik moest leren op mijn tong te bijten voordat ik iets zei wat tot een twistgesprek zou leiden. Ik moest leren vrede te stichten. Het heeft jaren geduurd, maar nu brengen allerlei dingen mij niet meer zo snel van streek als vroeger.
De bijbel zegt dat de vrede van God ons hart en onze geestelijke vermogens zal behoeden,” lacht Carol, „maar ze behoedt ook mijn bloedsuikerspiegel!”
Raakt Carol Divers nooit gedeprimeerd? „Nou, òf ik wel eens gedeprimeerd raak”, antwoordt zij openhartig, „maar daar los je niets mee op. In de loop der jaren heb ik geleerd dat wanneer ik in de put zit, ik me nog het beste voor andere mensen kan interesseren, zodat ik niet met mezelf bezig ben.
Mijn gezichtsvermogen begon in 1970 af te nemen en dat was heel deprimerend. Maar omstreeks diezelfde tijd leek het alsof ik steeds maar weer gelegenheden kreeg om anderen te helpen meer over de bijbel te weten te komen. Weet je, dat ik mij steeds meer bezighield met het onderwijzen van de bijbel, was de beste therapie die ik maar had kunnen krijgen. Sinds ik blind begon te worden, heb ik met elf personen gestudeerd die werkelijk de boodschap hebben aanvaard en die nu anderen onderwijzen.”
Naarmate haar gezichtsvermogen achteruitging, is Carol gestadig actiever geworden in dit geven van bijbelonderricht. „Mijn twee zoons zijn allebei de deur uit; zij dienen op het hoofdbureau van het Wachttorengenootschap”, zegt zij trots. „Dat betekent dat ik nu meer tijd heb dan vroeger. Daardoor was ik vorig jaar september in staat als gewone pionier te gaan dienen, wat betekent dat ik nu het grootste deel van mijn tijd besteed aan het bezoeken van mensen om met hen gedachten uit de Schrift te delen. Het is iets wat ik al lang gewild had.
Ik ben geen supervrouw”, geeft Carol toe. „Ik zou het nooit kunnen stellen zonder veel hulp van mijn familie en vrienden in de gemeente. Ik was altijd erg onafhankelijk, en toen ik blind begon te worden, was het heel moeilijk mezelf te bekennen dat ik, of het me nu aanstond of niet, gehandicapt was. Zo had ik mezelf nog nooit bezien. Om hulp vragen was iets wat me niet gemakkelijk viel, maar ik heb geleerd dat ik inderdaad om hulp kan vragen, zowel bij andere mensen als bij Jehovah God. Jehovah verschaft zowel de mensen als de hulp. Dat is een prachtige les voor me geweest.
Ik ben van mening dat neerslachtigheid voortvloeit uit het denken aan dingen die ik vroeger deed en nu niet meer kan doen. De oplossing is simpel. Ik dwing mezelf ertoe te denken aan wat ik wel kan doen en probeer daar dan een nieuwe of betere manier voor te vinden.
Zo was ik bijvoorbeeld in de zomer van een bepaald jaar ontmoedigd omdat ik lange tijd aan huis gebonden was. Dus startte ik een kleine ’Koninkrijksschool’ voor kinderen in de gemeente, één dag in de week bij mij thuis. Dat vrolijkte mij op, want ik ben dol op kinderen, en de kinderen zijn dol op de school. We voeren bijbelse taferelen op, doen spelletjes en leren schriftplaatsen van buiten. Eén keer hebben we zelfs geprobeerd de ark van Noach te bouwen van ijslollystokjes!
Het is een paar maal gebeurd dat ik een bloeding in mijn overgebleven oog had, en ik volkomen blind was en dagen of weken het bed moest houden. Dan is gebed heel belangrijk. Van onschatbare waarde zijn ook de prachtige cassettebandjes van bijbelboeken, waarin het Wachttorengenootschap voorziet, en de telefoon. Ook al kan ik niet naar buiten, ik kan wel mensen opbellen. Als ik maar goed genoeg nadenk, schiet me altijd wel iemand te binnen die er nog erger aan toe is dan ik en die een telefoontje op prijs zou stellen.”
Niemand lijdt graag, ook Carol Divers niet, die meer heeft meegemaakt dan de meeste mensen. Hoewel wij het wat lijden betreft niet voor het zeggen hebben, kunnen wij wel bepalen hoe wij op lijden zullen reageren. Raken wij verbitterd, geven wij God de schuld en blijven wij er steeds maar aan denken hoe het had kunnen zijn? Of maken wij gebruik van de gelegenheid die wij hebben om ons op God te verlaten voor hulp om dichter tot hem te komen?
Carol brengt het als volgt onder woorden: „Ik weet niet wat me morgen zal overkomen — wat ik nog meer zal moeten doormaken — maar wàt Jehovah ook toelaat, ik weet dat het allemaal goed zal komen. Ik weet dat hij mij de nodige kracht zal geven. Dat heeft hij altijd gedaan.”
[Inzet op blz. 28]
„Als je een chronische ziekte hebt, denk je zo gemakkelijk ’Waarom ik?’”