Door ondervinding wijs geworden
De volgende ervaring gaan over een moeder in Australië die na een mislukt huwelijk het nu anders probeerde
BIJNA drie jaar lang woonde ik met een man samen zonder getrouwd te zijn. Wat was het resultaat? Ik kan eerlijk zeggen dat het emotioneel en psychologisch de drie ergste jaren van mijn leven waren.
Wij begonnen onze verhouding met hetzelfde idee als de meeste mensen nu schijnen te hebben, namelijk: ’Een ezel stoot zich niet tweemaal aan dezelfde steen’, en ook: ’Je kent iemand pas als je met hem hebt samengewoond.’ Ik dacht dat als het niet goed ging, het gemakkelijker zou zijn een eind aan onze verhouding te maken dan naar de rechtbank te gaan voor een echtscheiding.
Onzekerheid schept problemen
Maar juist die gedachten scheppen problemen. Direct bij het begin al ontstaan er gevoelens van onzekerheid. Hoe kun je je zeker voelen als je nooit weet of de ander over een jaar nog bij je zal zijn, of zelfs volgende maand?
Er zit zo’n tijdelijke klank aan een de facto relatie. Altijd is er de angst dat er iemand anders op het toneel verschijnt, en de relatie kan zo gemakkelijk op die ander overgaan. Jaloezie, die verschrikkelijke, destructieve emotie is dus altijd aanwezig, klaar om tot een uitbarsting te komen.
Andere problemen
Ja, er zijn altijd spanningen. Je kunt je nooit ontspannen voelen, want je bent altijd op je hoede dat je niet iets zegt of doet wat de ander zou kunnen wegjagen. En je voelt angst, want een woordenwisseling zal er bijna altijd mee eindigen dat een van de twee emotionele chantage pleegt en zegt: ’Ik ga weg.’
Die uitdrukking de facto was mijn grootste probleem. Ik voelde me goedkoop en telkens wanneer ik om een officiële reden — en dat was heel vaak — moest uitleggen dat ik de de facto echtgenote was, betaalde ik met mijn zelfrespect. Ik wilde dan dolgraag uitleggen dat ik niet echt immoreel was, dat ik niet het type was dat van man naar man fladderde. Maar natuurlijk was ik wel immoreel, of het nu om slechts één man ging of om meer, en ik verkeerde vaak in gewetensnood.
Ook de psychologische problemen begonnen. Ze uitten zich in neerslachtigheid, gevoelens van onwaardigheid en, uiteindelijk, van zelfvernietiging. Nu nog, vijf jaar nadat er een einde kwam aan deze verhouding, voel ik me zo beschaamd en onrein dat ik de herinneringen voor altijd uit mijn geest wil wissen. Maar dat kan ik niet omdat, zoals de Schepper zegt, ’we oogsten wat we zaaien’. Ik word er dagelijks aan herinnerd door mijn jongste zoontje, die het resultaat was van die laatste verbintenis.
Niet alleen heb ik deze tastbare herinnering, maar toen hij werd geboren, heb ik ook mijn naam laten veranderen in die van zijn vader. Ik dacht dat ik daardoor zowel hem als mijn twee kinderen uit mijn oorspronkelijke huwelijk kon beschermen tegen eventuele vooroordelen. Oppervlakkig gezien is het alsof ik tweemaal getrouwd ben geweest. Maar het leidt er alleen maar toe dat ik mij telkens wanneer ik bij die naam aangesproken word, oneerlijk voel.
Achteraf beschouwd
Als ik terugkijk, besef ik dat ik lang niet alleen mijn eigen reputatie geschaad heb. Ik bracht mijn drie kinderen in een positie waarin zij blootstonden aan aanvallen door andere kinderen op school, allemaal vanwege de moraal van hun moeder, iets wat zij, natuurlijk, niet konden ontkennen. Ook zij moeten zich geschaamd hebben.