De spot van de bisschop werkte averechts
HET gebeurde in 1860. Op de universiteit van Oxford was het Britse Genootschap ter Bevordering van de Wetenschap bijeen. Onder de aanwezigen bevonden zich de evolutionist Thomas H. Huxley en bisschop Samuel Wilberforce, een hevig tegenstander van de evolutietheorie. Wilberforce bedierf zijn argumentatie echter door „op beledigende wijze persoonlijk aan Huxley te vragen of zijn voorouders apen waren”.
Huxley besefte dat Wilberforce zijn eigen ruiten had ingegooid. Toen hem werd gevraagd te antwoorden, zei hij: „Als . . . mij gevraagd wordt of ik liever een armzalige aap als grootvader zou willen hebben of een man die door de natuur met grote kwaliteiten begiftigd is en veel invloed bezit, en toch die vermogens en die invloed alleen maar aanwendt om in een serieuze wetenschappelijke discussie te gaan spotten — aarzel ik niet om mijn voorkeur voor de aap uit te spreken.”
De spot van Wilberforce werkte averechts. Hoeveel beter zou het voor hem geweest zijn wanneer hij de bijbelse vermaning ter harte had genomen: „Een slaaf van de Heer behoeft . . . niet te strijden, maar moet vriendelijk zijn jegens allen, bekwaam om te onderwijzen, . . . met zachtaardigheid degenen onderrichtend die niet gunstig gezind zijn.” — 2 Tim. 2:24, 25.
Een ware christen bezit niet alleen het geïnspireerde Woord van God als bewijs dat alle dingen door een almachtige, alwetende persoonlijke Schepper zijn geschapen, maar ook alle onomstotelijke feiten uit de wereld der natuur om zijn onwrikbare geloof in schepping door God te ondersteunen.