Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g81 8/3 blz. 25-27
  • Het einde van Tyrus — een toevallige samenloop van gebeurtenissen?

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Het einde van Tyrus — een toevallige samenloop van gebeurtenissen?
  • Ontwaakt! 1981
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • De belegering door Nebukadnezar
  • Het volledige einde van Tyrus voorzegd
  • De belegering door Alexander de Grote
  • Tyrus — een verraderlijke stad
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1976
  • Tyrus — de stad waar Mammon de god was
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1961
  • Tyrus
    Hulp tot begrip van de bijbel
  • Tyrus
    Inzicht in de Schrift, Deel 2
Meer weergeven
Ontwaakt! 1981
g81 8/3 blz. 25-27

Het einde van Tyrus — een toevallige samenloop van gebeurtenissen?

HEBT u ooit van es-Soer gehoord? Misschien niet, want dit havenstadje aan de Libanese kust is niet erg bekend. Het heeft een bevolking van naar schatting 20.000 zielen. De inwoners voorzien hoofdzakelijk in hun levensonderhoud door visserij of de bouw van kleine boten. Es-Soer en de ruïnes die er dichtbij liggen, verraden maar weinig van de pracht van de voormalige stad. Ja, dit is alles wat er nog over is van wat eens de stad Tyrus was.

Reeds in de 11de eeuw v.G.T., gedurende de opeenvolgende regeringen van de Judese koningen David en Salomo, was Tyrus de voornaamste havenstad van Fenicië. (Vergelijk 1 Koningen 9:11, 26-28.) Haar vloot bevoer regelmatig de Middellandse Zee tot aan Spanje toe. Tyrus werd rijk door haar handelsactiviteiten, met inbegrip van slavenhandel.

Maar waarom heeft Tyrus opgehouden een belangrijke stad te zijn? Is dit louter een kwestie van toeval?

Er bestaan deugdelijke bewijzen dat het einde van Tyrus niet door toeval werd veroorzaakt. De Hebreeuwse profeten hadden dit eeuwen van tevoren voorzegd. Waarom? Omdat de Tyriërs, die eens vriendschappelijke betrekkingen met de koningen van Juda onderhielden, later verraderlijk gingen handelen en hun voormalige vrienden in slavernij verkochten.

Onder de profetische uitspraken tegen Tyrus waren de volgende: ’Ik [Jehovah] zal uw behandeling op uw hoofd doen terugvallen. Omdat gij de zonen van Juda en de zonen van Jeruzalem aan de zonen van de Grieken hebt verkocht’ (Joël 3:4-6). „Dit heeft Jehovah gezegd: ’Vanwege drie daden van opstandigheid van Tyrus, en vanwege vier, zal ik het niet afwenden, omdat zij een complete ballingenschaar aan Edom hebben overgeleverd, en omdat zij aan het verbond van broeders niet hebben gedacht. En ik wil een vuur zenden op de muur van Tyrus, en het moet haar woontorens verslinden.’” — Amos 1:9, 10.

Een dergelijke verraderlijke handelwijze zou niet voor eeuwig getolereerd worden door de Opperste Soeverein, Jehovah God. De historische feiten bevestigen onloochenbaar dat de profetieën aangaande Tyrus progressief in vervulling zijn gegaan.

De belegering door Nebukadnezar

De eerste grote klap werd de stad toegebracht door de Babylonische koning Nebukadnezar in de zesde eeuw v.G.T. De belegering van Tyrus duurde volgens de eerste-eeuwse joodse geschiedschrijver Josephus 13 jaar (Tegen Apion, Boek I, par. 21). De tol aan mensenlevens en bezittingen moet enorm geweest zijn.

Ook van Nebukadnezars soldaten werd het uiterste gevergd. Hun hoofden werden „kaal gemaakt” wegens het schuren van hun helmen en hun schouders waren „stukgewreven” door het dragen van materialen die gebruikt werden om belegeringswerken te bouwen. Niets van de rijkdom van Tyrus viel de belegeraars echter in handen. De profeet Ezechiël, een tijdgenoot van Nebukadnezar, schreef: „Wat het loon betreft, uit Tyrus bleek er geen te zijn voor [Nebukadnezar] en zijn krijgsmacht voor de dienst die hij tegen haar had verricht” (Ezech. 29:18). Waarom niet?

De stad Tyrus was gebouwd op het vasteland en op een eiland ongeveer 800 meter uit de kust. Het schijnt dat alleen de vastelandstad viel terwijl de eilandstad de belegering doorstond. Dit verklaart waarom Tyrus de haar toegebrachte slag zo snel te boven kwam. Toen de Israëlieten uit Babylonische ballingschap terugkeerden, waren de Tyriërs weer in staat hout te leveren voor de herbouw van de tempel (Ezra 3:7). Later deden Tyrische kooplui goede zaken in Jeruzalem. — Neh. 13:16.

Het volledige einde van Tyrus voorzegd

Jehovah’s woord was niettemin tegen Tyrus. Haar volledige einde zou nog komen.

De Hebreeuwse profeten Zacharia en Ezechiël verklaarden: „Jehovah zelf zal [Tyrus] uit haar bezit stoten; en in de zee zal hij stellig haar krijgsmacht neerslaan; en in het vuur zal zijzelf worden verslonden” (Zach. 9:4). „Ik [Jehovah] ben tegen u, o Tyrus, en ik wil vele natiën tegen u aanvoeren, net als de zee haar golven aanvoert. En zij zullen stellig de muren van Tyrus vernielen en haar torens omverhalen, en ik wil haar stof van haar afschrapen en haar tot een glanzend, kaal oppervlak van de steile rots maken. Een droogplaats voor sleepnetten zal ze worden, midden in de zee.” — Ezech. 26:3-5.

De belegering door Alexander de Grote

Deze en vroegere profetieën aangaande Tyrus gingen in het jaar 332 v.G.T. in vervulling. Alexander de Grote had in het Midden-Oosten zijn grote veroveringsveldtocht aangevangen.

Nadat Sidon zich aan hem had overgegeven, deed Alexander zijn leger tegen Tyrus oprukken. Een delegatie van vooraanstaande Tyriërs, met inbegrip van de zoon van koning Azemilcus, had een ontmoeting met hem en verklaarde zich bereid zijn eisen in te willigen. Alexander uitte de wens in de stad te worden toegelaten om een offer te brengen aan Heracles (niet Hercules, de machtige held van de Griekse mythologie, maar de god Melkarth of Baäl). Toen dit door de delegatie aan de Tyriërs werd overgebracht, wezen zij het verzoek vastberaden van de hand.

Aangezien het resultaat van de strijd tussen Alexander en de Perzische koning Daríus nog steeds onzeker was, waren de Tyriërs van mening dat hun belangen het best gediend waren door geen enkele Macedoniër of Pers toestemming te geven de stad binnen te gaan.a Hun handelwijze bracht Alexander ertoe om onverwijld tot handelen over te gaan.

Zich tot zijn mannen richtend, zei hij: „Vrienden en medesoldaten, ik zie niet in hoe wij veilig op Egypte kunnen aanrukken zolang Perzië de zee beheerst; en om Daríus na te jagen met de neutrale stad Tyrus in onze rug en Egypte en Cyprus nog steeds in handen van de vijand zou vooral met het oog op de situatie in Griekenland een groot risico zijn. . . . Maar als Tyrus verwoest zou zijn, zou ons heel Fenicië toevallen, en de Fenicische vloot, die zowel in aantal als in kwaliteit de belangrijkste factor in de Perzische zeemacht is, zou zeer waarschijnlijk naar ons overlopen.” — Arrianus, The Campaigns of Alexander, Penguin Classics, blz. 131, 132.

Alexanders officieren stonden erachter en het beleg van Tyrus begon. De eerste stappen tot de belegering bleken in overeenstemming te zijn met de bijbelprofetie. Ezechiël had geschreven: „Ik wil haar stof van haar afschrapen en haar tot een glanzend, kaal oppervlak van een steile rots maken” (Ezech. 26:4). Alexander besloot een dam naar de eilandstad te bouwen. Voor dit doel gebruikte hij de stenen en het puin van de oude stad op het vasteland.

Naarmate het werk aan de dam vorderde, deden de Tyriërs met hun schepen alles wat in hun macht lag om het project te verijdelen. Om hun aanvallen af te slaan, bouwde Alexander twee torens aan het uiteinde van de dam. De Tyriërs wisten deze echter in brand te steken. Vervolgens gaf Alexander het bevel de dam te verbreden, waardoor er nog meer plaats voor torens beschikbaar kwam. Tevens begon hij een reusachtige vloot bijeen te brengen uit Sidon, Rhodos, Mallus, Lycië, Macedonië en elders en sneed aldus Tyrus’ vrije toegang tot de zee af.

Terwijl de bouw van de dam een profetie in vervulling deed gaan, waren het de vlootoperaties die na een beleg van zeven maanden de val van Tyrus teweegbrachten. Volgens Arrianus kwamen tijdens het beleg 8000 personen om en werden 30.000 als slaven verkocht.

De val van Tyrus kan werkelijk niet aan een toevallige samenloop van omstandig heden worden toegeschreven. Ze vond plaats overeenkomstig het uitdrukkelijke voornemen van Jehovah God vanwege Tyrus’ eigen goddeloze gedrag. Deze God van ware profetieën kon met betrekking tot zichzelf zeggen: „Net zoals de stromende regen, en de sneeuw, van de hemel neerdaalt en naar die plaats niet terug keert, tenzij hij de aarde werkelijk drenk en haar doet voortbrengen en uitspruiten, en er werkelijk zaad aan de zaaier en brood aan de eter wordt gegeven, zo zal mijn woord dat uit mijn mond uitgaat blijken te zijn. Het zal niet zonder resultaten tot mij terugkeren, maar het zal stellig datgene doen waarin ik behagen heb geschept en het zal stellig succes hebben in dat waarvoor ik het heb gezonden.” — Jes. 55:10, 11.

De vernietiging van Tyrus is niet slechts een gebeurtenis uit de grijze oudheid. Deze gebeurtenis vormt een onveranderlijke waarborg dat alle oordelen van de Allerhoogste in vervulling zullen gaan. In zijn Woord heeft Jehovah God het einde verordend van het gehele goddeloze samenstel, waarin verraderlijkheid als van Tyrus welig tiert (2 Petr. 3:9-12). Wij dringen er bij u op aan om u ervan op de hoogte te stellen wat de bijbel hierover zegt en hoe u aan deze snel naderbijkomende ramp kunt ontkomen.

[Voetnoten]

a Dit is ontleend aan het verslag van de geschiedschrijver Arrianus uit de oudheid. De geschiedschrijver Diodorus beweert echter dat de Tyriërs op de hand van Daríus waren.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen