Een ’voortvluchtige peuter’ ontkomt aan een ongewenste behandeling
Door Ontwaakt!-correspondent in Canada
TOEN de tweejarige Amy koorts bleef houden, besloten haar bezorgde ouders haar door de huisarts te laten onderzoeken. Wat op die manier als een routinebezoek begon, veranderde snel en plotseling in een bizarre reeks van gebeurtenissen waarin de kleine Amy op ongelofelijke wijze als een voortvluchtige werd gebrandmerkt en het voorwerp werd van een waanzinnige internationale klopjacht.
Haar koorts werd blijkbaar veroorzaakt door sferocytose, een abnormale situatie in het bloed die, afhankelijk van de ernst van de stoornis, de groei of bepaalde lichaamsfuncties kan belemmeren.
Amy was al aan de beterende hand toen haar ouders, Robert en Sherry Bryant, op 25 januari 1980 volgens afspraak naar hun huisarts in Owen Sound (Ontario, Canada) gingen. Deze riep een plaatselijke kinderarts in consult.
Dit was echter niet de eerste kennismaking met deze kinderarts. Toen Amy nog maar drie dagen oud was, had dezelfde kinderarts haar onder dwang een wisseltransfusie toegediend. Gebruik makend van een gerechtelijk bevel krachtens Ontario’s wet op de kinderbescherming had hij de geelzucht van de baby met bloedtransfusies behandeld, ondanks het feit dat er alternatieve behandelingen bestaan voor de ziekte waaraan zij leed.
Haar ouders, die getuigen van Jehovah zijn, hadden hiertegen bezwaar gemaakt omdat een behandeling met bloed een overtreding is van Gods gebod ’zich te onthouden van bloed’ (Hand. 15:20). De kinderarts had de tegenwerpingen van de ouders naast zich neergelegd.
Robert en Sherry Bryant waren vastbesloten niet toe te laten dat hun dochter opnieuw een bloedtransfusie opgedrongen kreeg.
Toch begon deze zelfde kinderarts onmiddellijk weer over een bloedtransfusie te spreken en hij zei dat indien haar toestand niet snel verbeterde, hij ervoor zou zorgen dat de behandeling toch doorgevoerd zou worden maar dan op grond van een gerechtelijk bevel. Amy’s vader haalde de arts ertoe over hiermee te wachten zodat de ouders in het kinderziekenhuis van Toronto naar een alternatieve behandeling konden informeren. De arts antwoordde dat hij het ziekenhuis in Toronto hiervan in kennis zou stellen. Terzelfder tijd deelde hij de ouders mee dat het ziekenhuis wellicht eveneens opdracht zou geven het kind een bloedtransfusie toe te dienen.
Het ging steeds beter met Amy. Haar ouders besloten dat de reis naar het ziekenhuis van Toronto toch niet nodig was — een beslissing waartoe zij, als de verantwoordelijke ouders, het recht hadden.
Toen de kinderarts echter vernam dat Amy niet naar het ziekenhuis van Toronto was gebracht, ondernam hij stappen opdat Ontario’s raad voor de kinderbescherming het meisje bij de ouders zou wegnemen en van de rechtbank toestemming zou ontvangen om haar een gedwongen bloedtransfusie toe te dienen.
Een ongewenste behandeling vermijden
Amy’s ouders namen haar mee — en dit recht bezaten zij als ouders — opdat de ongewenste behandeling niet opgedrongen zou worden. Door het eigenmachtige optreden van de arts werd hun nu echter het recht ontzegd om vrijuit naar de opinies van andere artsen te informeren. Als zij zich in het openbaar zouden vertonen, zou Amy onder hun hoede vandaan gerukt worden en aan de arts worden overgeleverd om een gedwongen transfusie te ondergaan.
Zonder zelfs maar een verhoor verleende een kinderrechter de politie en de raad voor de kinderbescherming de machtiging om Amy bij haar ouders weg te halen. Op 30 januari schreeuwden de krantekoppen: „Vermist meisje van 2 jaar zou zonder bloedtransfusie kunnen sterven.” De verhalen bevatten de gruwelijke voorspelling van de arts dat Amy wellicht binnen drie tot vijf dagen zou sterven als zij geen bloedtransfusie zou krijgen!
Het bevelschrift om Amy bij haar ouders weg te halen werd in heel Canada en op bepaalde punten langs de grens met de Verenigde Staten afgekondigd. In de kranten stond dat de politie in de staat New York nu ook deelnam aan de „Wanhopige klopjacht op de verborgen peuter”.
Terwijl de politie, ambtenaren van de kinderbescherming en verslaggevers overal rondjakkerden in hun waanzinnige speurtocht, onderging Amy’s leventje een totale verandering. Haar vader liet zijn baan in de steek om Amy te beschermen, zonder de zekerheid dat zijn plaats nog vacant zou zijn wanneer het drama voorbij was. Amy en haar ouders moesten hun huis verlaten en konden geen contact hebben met hun familie en naaste vrienden. Al die tijd ontvingen Amy’s ouders medisch advies en hielden zij haar met liefde, rust en een gezond dieet in blakende gezondheid.
Soms dacht Amy dat zij met vakantie was. Maar voor haar ouders was het beslist geen vakantie!
Oneerlijke medische praktijken?
Na tien dagen berichtte de politie dat zoekacties in de huizen van vrienden van de Bryants ’geen aanwijzingen hadden opgeleverd’. Verslaggevers volgden de hele kwestie als bloedhonden die op het spoor van een misdadiger waren.
Maar toen nam de geschiedenis een onverwachte wending. Een paar dagen nadat het bevelschrift was uitgevaardigd, werd door de artsen en ambtenaren die erop hadden aangedrongen dat Amy bij haar ouders weggehaald zou worden, toegegeven dat „er een alternatieve behandeling is” — iets wat zij niet hadden onthuld voordat het gezin vanwege de bedreiging voor hun kind was gevlucht.
De strijd pro en contra was begonnen. Kon Amy dan toch zonder bloedtransfusie in leven blijven?
Op 5 februari werd in de Toronto Star Dr. Peter McClure aangehaald, die in het kinderziekenhuis de leiding heeft over de afdeling hematologie, en hij zei dat hij hoopte dat Amy ’spontaan zou genezen’, zonder bloedtransfusies. Op 6 februari stond in hetzelfde nieuwsblad dat Dr. McClure had gezegd dat de meeste patiënten met sferocytose vanzelf konden genezen, zonder de hulp van transfusies.
Waren bepaalde doktoren en rijksambtenaren niet helemaal eerlijk geweest met betrekking tot Amy’s situatie?
Nu waren de artsen het in de openbare pers met elkaar oneens over Amy’s geval! Het werd beslist tijd om de jacht te staken en Amy’s ouders een alternatieve behandeling te laten zoeken, zo er eigenlijk nog wel een medische behandeling nodig was.
Bovendien verzekerde de advocaat van het gezin iedereen dat Amy het „heel goed” maakte en dat zij „goed vooruit ging”. Dit stelde de ambtenaren van de kinderbescherming echter niet tevreden, en zij weigerden hun ’peuterjacht’ te staken.
Amy’s ouders hadden er inmiddels al schoon genoeg van verstoppertje te moeten spelen en onnodige kwelling te ondergaan. Daarom gaf hun advocaat op 8 februari foto’s vrij van een stralend gezonde Amy, glimlachend en gelukkig, en dik ingepakt in haar winterse speelkleren.
Deze keer stond er met grote letters in de Toronto Star: „Het gaat prima met Amy, zegt advocaat.”
Nog altijd wilden de ambtenaren hun jacht niet opgeven. Amy’s ouders wisten dat als zij, zolang het bevelschrift nog gold, uit hun schuilplaats te voorschijn zouden komen, al was het maar om een arts in het openbaar te laten bevestigen dat Amy gezond was, zij het risico liepen haar aan de politie en de kinderbescherming te moeten afstaan.
Op 12 februari nodigden Amy’s ouders verslaggevers en fotografen van twee in Toronto verschijnende nieuwsbladen uit in een huis waar zij „haar vandaag voor korte tijd vanuit haar schuilplaats naar toe hadden gebracht in een poging te bewijzen dat alles goed met haar is”.
Het nieuws ging bliksemsnel het hele land door: „Amy uit haar schuilplaats om te bewijzen dat zij zonder transfusies kan leven.” Amy’s foto verscheen in verscheidene nieuwsbladen — een knap kindje met een wat guitig-verbaasde uitdrukking op haar gezicht. Haar verhaal haalde heel wat keren de voorpagina.
In de Toronto Star stond dat zij wat in de kamer rondscharrelde terwijl haar ouders een verslaggever en een fotograaf uitnodigden te zien hoe levenslustig zij was. Haar temperatuur en haar energie waren weer normaal, en ook zag zij er weer goed uit.
„De dag waarop zij volgens zeggen had moeten sterven (ongeveer twee weken geleden) was zij zo gezond als zij in weken niet geweest was”, zei haar vader.
En toch, zo berichtte de Toronto Star de volgende dag, „is de kleine Amy Bryant nog steeds een voortvluchtige”. Terwijl Amy nu al bijna drie weken in haar beschermende schuilplaats was, verkeerde de kinderbescherming in de netelige positie dat ze koppig vasthield aan een bevelschrift dat was uitgevaardigd op grond van de valse bewering dat Amy zonder bloedtransfusie wellicht zou sterven.
De „jacht op de verborgen peuter” was een heksenjacht geworden. Amy’s advocaat zei dan ook in de pers: „Dit is religieuze vervolging onder het mom van kinderbescherming. [De ambtenaren] deden het [verleenden het bevelschrift] alleen omdat zij [de ouders] Jehovah’s Getuigen zijn.”
Ten slotte waren de politie en de ambtenaren van de kinderbescherming bereid een wapenstilstand overeen te komen. Een groots opgezette speurtocht voortzetten naar een kind van wie iedereen wist dat het in blakende gezondheid verkeerde, maakte de speurders een beetje belachelijk.
Een kinderarts in Toronto onderzocht Amy en rapporteerde „geen abnormale bevindingen”. „Ze is niet in gevaar, en er is geen sprake van een crisis.” Het rapport van de arts werd gepubliceerd en het bevelschrift om Amy bij haar ouders weg te halen, werd ingetrokken.
Opnieuw ging het nieuws bliksemsnel door het hele land: „De kleine Amy komt voor de dag.” „Amy ’niet in gevaar’, klopjacht is voorbij.”
Het was 14 februari. Na drie weken minus één dag ging Amy naar huis. Terwijl de Bryants hun normale leven weer hervatten, werd in de nieuwsmedia en door anderen nog overpeinsd wat een verschrikkelijk onrecht een liefdevol echtpaar met verantwoordelijkheidsbesef en hun onschuldige dochtertje was aangedaan.
Waarom gebeurde het?
Op 25 februari zond het Canadese persbureau een bericht, met een foto waarop een stralende Amy haar gelukkige ouders omhelsde, naar nieuwsmedia in Canada. In de Kitchener-Waterloo Record stond de volgende kop boven het artikel: „Artsen twijfelen aan transfusies nadat verborgen peuter in leven is gebleven.”
Het bericht was gebaseerd op een artikel dat een dag daarvoor in de Toronto Star had gestaan. De kop van dit artikel luidde: „Opereren zonder bloed: een ontwikkeling die zich keert tegen bloedtransfusie.” In het Star-artikel werd de vraag gesteld: „Riskeren Jehovah’s Getuigen werkelijk hun eigen leven en dat van hun kinderen, door bloedtransfusies te weigeren? Er komen steeds meer bewijzen dat zij niet zo’n groot risico nemen als door de maatschappij en door artsen was aangenomen.” Vervolgens werden er artsen uit Toronto, New York, Chicago, Michigan en Californië aangehaald om dit punt te bewijzen.
Het bericht bevestigde wat Amy’s vader al die tijd reeds had gezegd: „Wat ons aangaat, is bloed een slecht geneesmiddel. . . . De Schepper raadt het ons niet aan en ook vele medici twijfelen aan het gebruik ervan.”
Indien de artsen en de instanties van de kinderbescherming van het begin af het welingelichte standpunt van de Bryants hadden gerespecteerd, zou de betreurenswaardige, drie weken durende klopjacht niet hebben plaatsgevonden. In plaats daarvan trokken artsen en ambtenaren zich niets aan van ouderlijke macht en namen zij hun toevlucht tot een provinciale wet waardoor de rechten van ouders die het niet eens zijn met een populaire medische opvatting, worden geschaad. Omdat de ouders van mening verschilden met één dokter — een medische consulent die men in dienst neemt — werd door een rechter die zonder verhoor een bevelschrift uitvaardigde, verklaard dat hun dochter „bescherming” nodig had.
Gelukkig is de kleine Amy er ongedeerd doorheen gekomen, waardoor wordt geïllustreerd dat medische opvattingen, hoe oprecht men ze ook aanhangt, niet als basis gebruikt dienen te worden voor intimiderende tactieken in een poging zich de ouderlijke macht over een tweejarige peuter toe te eigenen!
Amy’s advocaat had de volgende beschuldiging ingebracht: „Wanneer artsen recht gaan spreken en rechters geneeskunde gaan beoefenen, kan hier alleen maar narigheid uit voortkomen.” Deze hele ongelukkige episode had vermeden kunnen worden indien de betrokkenen de evenwichtige raad van wijlen Dr. A. D. Kelly, de vroegere secretaris van de Canadian Medical Association, ter harte hadden genomen:
„Patiënten en ouders zijn volkomen gerechtigd een bepaalde behandeling te aanvaarden of af te wijzen. Geen enkele arts kan met absolute zekerheid zeggen dat iemand zal sterven indien hij geen transfusie krijgt, of dat hij in leven zal blijven als hij deze wèl krijgt. . . . Dit beginsel is belangrijk en staat in verband met de vrijheid van burgers. Hetzelfde geldt voor iedere andere medische behandeling, en mensen hebben het recht te beslissen, of zij het nu wel of niet bij het rechte eind hebben.”
„Mensen hebben het recht te beslissen”! Hoe waar is dit, vooral wanneer ouders dat recht uitoefenen op grond van Gods volmaakte wet! — Hand. 15:28, 29 Ps. 19:7, 9.