Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g81 22/2 blz. 17-20
  • Ik was een jaloerse echtgenoot!

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Ik was een jaloerse echtgenoot!
  • Ontwaakt! 1981
  • Vergelijkbare artikelen
  • Het prediken van bijbelse waarheden in Ierland gaat voort
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1996
  • Een gelukkig gezinsleven — Hoe wij dit bereiken
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1976
  • Zij brengen het geleerde in praktijk
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1969
  • Mensen vinden die hongeren en dorsten naar waarheid
    Ontwaakt! 1970
Meer weergeven
Ontwaakt! 1981
g81 22/2 blz. 17-20

Ik was een jaloerse echtgenoot!

BIJGESTAAN door twee vrienden was ik koortsachtig bezig de banken uit een zojuist gekochte oude schoolbus te slopen. Ik was kwaad, en liep binnensmonds te mopperen. Toen mijn vrouw Cathy en onze drie zoons thuiskwamen, schudde ik mijn vuist tegen Cathy, dreigde weer met een echtscheiding en dreigde zelfs dat ik haar zou doden!

Zij toonde geen angst, maar mompelde iets van: „Jehovah kan mij een opstanding geven als je dat doet, Bill.” Mijn twee vrienden staarden mij verbaasd aan, omdat zij wisten dat het eigenlijk helemaal niet in mijn aard lag om heftig te zijn, zeker niet tegen mijn vrouw. Waarom was ik zo van streek dat ik ons huis ging verkopen en mijn gezin in die schoolbus naar een plaats hier ver vandaan ging verhuizen? De reden:

Cathy en de jongens kwamen thuis van hun vergadering in de Koninkrijkszaal van Jehovah’s Getuigen. Mij hadden zij thuis alleen achtergelaten. Gedurende ons hele huwelijksleven hadden wij alles als gezin samen gedaan. Nooit huurden wij een babysitter, maar altijd stelden wij ons ten doel elkaar als man en vrouw te behagen en een gelukkig, verenigd gezin te hebben, samen werkend en spelend met onze zoons Roy, Jack en Rick, respectievelijk 10, 5 en 4 jaar oud. Maar nu waren wij verdeeld! Ik was mijn wereldje aan het verliezen aan iemand die „Jehovah” heette.

Het is waar dat ik mijn hele jeugd lang een regelmatig kerkganger was geweest, en zo’n jaar of dertien speciale onderscheidingen had gekregen voor getrouw kerkbezoek. Maar er waren dingen die mij eraan deden twijfelen of er werkelijk wel een Schepper, een God van liefde, bestond. Toen mijn beste kameraad, mijn grootvader, stierf, werd mij verteld dat God hem weggenomen had! In de oren van een zesjarig jongetje klonk dat als een heel erg liefdeloze God. Jaren later, toen ook mijn lieve moeder stierf, was de enige uitleg die ik kon krijgen, weer hetzelfde verhaal: God had haar tot zich genomen en liet mij alleen achter met mijn aan alcohol verslaafde vader.

Zelfs als tiener zag ik mijn vrienden dingen stelen van de toonbanken in de warenhuizen, voor de biecht betalen en op zondag nooit een mis overslaan. Ook herinner ik me hoe volwassenen opschepten over immorele handelingen die zij „toch maar mooi ongestraft” hadden weten te plegen, terwijl zij zichzelf niettemin als „christenen” beschouwden. Bij mij heette dat schijnheiligheid. Ik kon best een goed leven leiden zonder kerk. De kerk was niets voor mij!

Cathy was opgegroeid in een stad in North Carolina; voor haar hadden kerkbijeenkomsten zowel een sociale als een religieuze betekenis. Zij was vrij actief geweest in de kerk, en gaf vaak les op een zondagsschool. Ik vond het niet erg dat zij onze jongens meenam naar de kerk, aangezien zij daar allicht iets goeds konden leren. Maar bij iedere kerk die zij bezocht, werd haar ontevredenheid groter. Vooral het geroddel en de achterklap daar stonden haar tegen. Maar echt van streek was zij toen Roy op een zondag thuiskwam met de mouw uit zijn pak gescheurd — er was een vechtpartij geweest, in de klas nog wel. Ik grinnikte alleen maar toen zij zei dat zij een andere kerk wilde proberen, omdat ik wel wist dat het toch „allemaal één pot nat” was.

De maanden verstreken, Cathy begon het mormonisme te bestuderen en ook begon zij aan een bijbelstudie met Jehovah’s Getuigen die bij ons thuis kwamen. Ik had daar geen bezwaar tegen, omdat die studie gehouden werd als ik op mijn werk was. Toen zij echter de vergaderingen in de Koninkrijkszaal ging bijwonen en aldoor over „Jehovah” begon te praten, begon er jaloezie bij mij te groeien! Geleidelijk aan begon haar nieuw verworven kennis invloed uit te oefenen op haar beslissingen, en haar nieuwe ideeën strookten lang niet altijd met mijn opvattingen.

Zo gaf Cathy bijvoorbeeld te kennen dat zij niet langer bij een vriend van mij op bezoek wilde. Toen ik vroeg waarom niet, antwoordde zij dat de jongens lelijke woorden van zijn kinderen overnamen. Nu ging ze nog pietluttig doen over wie onze vrienden waren. Ik balde mijn vuisten en werd kwaad. Het leek wel alsof zij voortdurend probeerde mij dingen te vertellen zoals „in de bijbel komt geen Drieëenheid voor”. en dat zij „Jehovah” had leren liefhebben en aanbidden. Ik begon mij zorgen te maken over haar geestelijke gezondheid. Er moest dus iets ondernomen worden! Het huis te koop aanbieden — wegtrekken. Dat was het! En dat deed ik, om van Jehovah’s Getuigen af te komen!

Wij verhuisden naar Melrose, Massachusetts, 960 kilometer ver, in die schoolbus. Maar opgelost werd er niets. Mijn vrouw raakte zwaar gedeprimeerd en werd zelfs lichamelijk ziek, omdat zij daar geen Koninkrijkszaal kon vinden. Ik kon dit niet aanzien en dus ging ik zelf voor haar op zoek naar een Koninkrijkszaal. Ik vond er een, en zij werd weer gelukkig — maar in mij stak jaloezie de kop weer op. Om een tegenwicht te vinden, stortte ik mij in mijn baan en was dag en nacht met mijn werk bezig.

Gedurende deze hele periode deden zij en mijn zoons meer kennis op door de vergaderingen te bezoeken en de bijbel te bestuderen. Nu hoorde ik dat zij in onze buurt van huis tot huis ging met de „waarheid”, zoals zij het noemde. Daar stak ik snel een stokje voor, en ik zei haar dat als zij zo iets moest doen, dat dan maar ergens anders, in een andere stad, moest gebeuren. Een vriendin van haar, mevrouw Lappin, nam haar voor het brengen van dit soort bezoeken mee naar een stad in de buurt, en zij werd een heel vertrouwelijke partner voor mijn vrouw bij die huisbezoeken. Af en toe probeerde zij zelfs een gesprek met mij te beginnen, maar daar moest ik niets van hebben — als mevrouw Lappin de voordeur binnenkwam, ging ik de achterdeur uit! Nu had ik weer iets om voedsel te geven aan mijn jaloezie — nog een Getuige!

Wat nu? Ik kreeg een baan aangeboden in New London (Connecticut, VS). „Dat is het antwoord”, dacht ik. Maar weer was het helemaal geen oplossing. Mijn nieuwe werk nam het leeuwedeel van mijn tijd in beslag, de jaren verstreken en mijn jongens groeiden op zonder mij.

Op een zondag bezorgde ik mijn vrouw een schok door met haar mee te gaan naar de Koninkrijkszaal om te zien wat zich daar nu eigenlijk precies afspeelde. Nog zie ik de verbazing op Cathy’s gezicht. Maar ook ik had reden tot verbazing, want wat ik zag en hoorde was wel heel iets anders dan de rituelen die ik mij van de kerk herinnerde. Ik hoorde een bijbellezing waarin een land beschreven werd met druiven zo groot dat één tros aan een stok tussen twee mannen gedragen moest worden. Het klonk als een droom, maar het stond inderdaad in de bijbel, in Numeri 13:23, waar het beloofde land voor Gods volk beschreven wordt. Daarna kwam er een animerende groepsbespreking, allemaal heel ordelijk en leerzaam.

Geen wonder dat mijn vrouw en zoons de bijbel zo goed wisten te verklaren. In de overtuiging dat ik hen wat kennis betreft nooit zou kunnen inhalen, wilde ik mij er niet mee inlaten. Maar altijd werd ik nijdig als ik bij een discussie betrokken raakte en merkte hoe weinig ik van de bijbel wist. Zelfs onze Roy, die nu een tiener was, wist warempel de meeste bijbelse vragen te beantwoorden. Ik voelde mij werkelijk de mindere en was doodongelukkig. En mijn vrouw kreeg dan de volle laag van die gevoelens en buien.

Ik had zo veel obsessies — ik was jaloers op haar liefde voor Jehovah, jaloers op haar kennis en ijver in het vertellen aan anderen wat zij geleerd had, jaloers op Roy’s bekwaamheden op datzelfde terrein, jaloers omdat zij tijd had om van de jongens te genieten terwijl ik altijd moest werken, jaloers op het respect en de achting die de jongens haar altijd betoonden.

Ik was opgegroeid als een man die vloekte en bier dronk (hoewel ik geen dronkaard was, maar mijn geweten kwelde mij omdat ik sommige van die dingen nog altijd deed — en het zelfs erger was geworden. Ik was voortdurend geprikkeld en ik vermagerde, zonder uitzicht op verbetering. Op een dag besloot ik dat wij maar weer terug moesten verhuizen naar North Carolina, waar het levenstempo misschien wat lager zou liggen en ik hoopte dat wij als gezin weer tot elkaar zouden komen.

Terug in North Carolina, twee of drie maanden later, werd mij gevraagd: „Wat zou u zeggen van een bijbelstudie? Wilt u niet weten hoe uw gezinsleden tot hun standpunt zijn gekomen? Misschien helpt het u hen beter te begrijpen. Bovendien neemt uw eigen kennis dan toe.” „Mij best”, dacht ik. „Ik vind wel een paar fouten en dan zal ik hun bewijzen dat zij ongelijk hebben. Op die manier herwin ik mijn zelfrespect en krijg ik mijn gezin terug.”

Ik wilde niet hebben dat Charles (mijn studieleider) bij ons thuis kwam voor de bijbelstudie, maar ik ging één avond per week naar zijn huis. In het begin moest ik mijzelf geweld aandoen om mij klaar te maken, want eigenlijk wilde ik er helemaal niet heen. Woedend smeet ik met spullen door de kamer en weer kreeg Cathy het zwaar te verduren.

Maar naarmate de weken verstreken, begon er iets te veranderen. Ik begon er langzamerhand achter te komen dat ik niets kon aanwijzen dat in strijd was met de bijbel, ook al aanvaardde ik aanvankelijk niet alles. Mettertijd ontdekte ik dat alles wat ik leerde, door de bijbel ondersteund werd. Toen een vriend mij op een dag een vraag over de bijbel stelde, was ik tot mijn eigen verrassing in staat daarop en op andere vragen antwoord te geven. Ja, ook ik genoot van de goede resultaten van mijn bijbelstudie.

Ik dacht dat al onze moeilijkheden nu voorbij zouden zijn. Maar dat viel tegen! Dat zou te gemakkelijk geweest zijn. Ik werkte nog steeds aan mijn zelfbeheersing en ik rookte nog steeds (drie pakjes sigaretten per dag, nog afgezien van het drinken van zo’n vijftien koppen koffie, vele glazen bier en het slikken van slaappillen). Dat knaagde aan mijn geweten en ik leek maar niet van die gewoonte af te kunnen komen. Iedere avond gaf ik het roken op, en iedere ochtend begon ik weer. Ik gooide het pakje weg maar ging er daarna weer naar zoeken „om mijn zenuwen te kalmeren”. Dat maakte mij jaloers op mijn vrouw, omdat die het roken al lang had overwonnen.

Ik herinner mij de keer toen ik in onze keuken een afwasmachine probeerde aan te sluiten en daarbij mijn rug nogal ernstig bezeerde. Mijn vrouw probeerde mij te hulp te komen en ik was zo kwaad dat ik tegen haar op liep, haar opzij duwde en de deur uit rende om sigaretten te kopen. O, wat een strijd was dat! Maar door middel van vele uit het hart komende gebeden en de hulp van mijn christelijke vrienden en Jehovah’s geest kon ik eindelijk naar waarheid zeggen: „Ik ben gestopt.” Dit hielp mij ook mijn opvliegendheid de baas te worden en erkentelijk te zijn voor een werkelijk christelijk gezin in plaats van jaloers op hen te zijn.

Ik ben zo dankbaar dat mijn gezinnetje door alles heen loyaal vastgehouden heeft aan hun bijbelse beginselen. En wat is er geworden van die jaloerse echtgenoot van lang geleden? Nu, als u in de buurt van Louisville (Kentucky, VS) woont, kan het u gebeuren dat Bill en Cathy uw gemeente komen bezoeken, want dat is nu (terwijl ik dit schrijf) mijn vreugdevolle voorrecht, net als Paulus in de dagen van de eerste christenen. Wij bezoeken 20 gemeenten, die ik bedien als reizend opziener om te helpen en aan te moedigen, maar het komt erop neer dat de aanmoediging wederzijds is.

Voor andere jaloerse echtgenoten die zich misschien voelen zoals ik mij voelde, hopen wij dat hun trots de band met hun gezin niet in de weg zal staan. Wij hopen integendeel dat zij profijt zullen trekken van de tijd dat de kinderen nog jong zijn om de bijbelse beginselen te leren en in hun leven toe te passen. Velen van deze echtgenoten hebben dat al gedaan, met het gevolg dat hun vrouwen de vreugde hebben kunnen smaken het resultaat te zien van de toepassing van Petrus’ geïnspireerde woorden in 1 Petrus 3:1, 2: „Gij vrouwen, weest aan uw eigen man onderworpen, opdat . . . zij zonder woord gewonnen mogen worden door het gedrag van hun vrouw, omdat zij ooggetuigen zijn geweest van uw eerbare gedrag te zamen met diepe achting.”

Mogen uw zegeningen groter zijn dan de mijne en moge u de volledige vreugde ten deel vallen die het gevolg is wanneer u zich hebt ontworsteld aan de valstrikken op de weg van een jaloers persoon — hetzij echtgenoot of echtgenote. — Ingezonden.

[Inzet op blz. 18]

Als een man tegen zijn vrouw zegt dat zij op moet houden met Jehovah’s Getuigen te studeren, kan het zijn dat hij iets over hen gehoord heeft dat niet goed lijkt. Maar is wat hem verteld werd wel waar?

[Inzet op blz. 19]

Een van de beste manieren om erachter te komen wat uw partner leert, is zelf de bijbel met de Getuigen bestuderen. Dat kost u niets. U hoeft er niet mee door te gaan als u dat niet wilt. Maar u kent de feiten dan uit de eerste hand.

[Inzet op blz. 20]

Een bezoek aan de Koninkrijkszaal op vergadertijd is een goede manier om zelf te weten te komen hoe het daar toegaat.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen