Een vlucht naar de zuidpunt van de aarde
VIER dagen per jaar vliegt de luchtvaartmaatschappij Air New Zealand naar Antarctica, aan de zuidpunt van de aarde. Op 21 november 1979 maakte ik vanuit Auckland zo’n vlucht naar het zuiden mee.
Nieuw-Zeeland achter ons latend, bleven wij stijgen totdat het vliegtuig de juiste hoogte had bereikt voor de lange tocht naar het ijs. Ook wij konden nu ons gemak nemen terwijl de cabine werd verduisterd om ons in de gelegenheid te stellen naar drie films over de Zuidpool te kijken. Eerst kregen wij een zwart-witdocumentaire te zien over de expeditie die in 1912 door Amundsen en zijn team werd ondernomen. Wat een geharde, toegewijde pioniers waren dat! Toen volgden er twee kleurenfilms over meer recente expedities en de oprichting van de Nieuwzeelandse Scott Base.
Een indrukwekkend gezicht
De tijd vloog voorbij en voordat wij het wisten, waren wij al aan het dalen en zagen wij een in het zonlicht schitterend, prachtig landschap op ons afkomen — Antarctica. Dit koudste continent van de wereld is een unieke landmassa. Het ligt geïsoleerd en was tot 1977, toen het mogelijk werd om per straalvliegtuig een „dagtrip” naar Antarctica te maken, voor de doorsneebezoeker zoals ik volkomen onbereikbaar.
Een groter contrast dan tussen de omstandigheden waarmee de eerste Zuidpool-expedities werden geconfronteerd en die welke de hedendaagse bezoeker hoog daarboven in zijn vliegtuig ondervindt, was volgens mij niet mogelijk. Een radiobericht uit Scott Base vertelt ons dat de temperatuur beneden om het vriespunt is, hun warmste dag in elf maanden! Vanuit ons behaaglijk warme vliegtuig turen wij door de raampjes, terwijl sommigen zich over hun buurman heen buigen om ook hun neus tegen het glas te kunnen drukken.
De ijsschotsen lijken op gladde stukjes wit papier die in een inktzwarte zee drijven, terwijl de scheuren in het dunnere ijs een marmereffect geven. Alles is zo anders dan ik mij had voorgesteld. Het landschap is beslist niet vlak en kleurloos. Integendeel, het is schitterend gevarieerd — de variërende dikte van het ijs veroorzaakt soms een kleurenspel als van opaal. Men ziet bergketens, dalen, enorme gletsjers, reusachtige gletsjerspleten, kantachtig zeeijs dat overgaat in massief landijs, en steile klippen die oprijzen uit een zee waarin grote brokken ijs drijven.
Alle passagiers hebben een fototoestel bij de hand — sommigen zelfs meer dan één. Een televisieteam is druk aan het filmen en interviewt sommigen die uit Wales, Noord-Amerika en Frankrijk zijn gekomen om deze speciale dagtrip te maken. Eén dame maakt snel schetsjes van alles wat zij ziet. Er is echter constant voedsel en drank geserveerd, en helaas hebben sommigen zoveel gedronken dat hun veel van het prachtige uitzicht ontgaat.
Nu wij laag over Scott Base vliegen, kunnen wij duidelijk de gebouwen en voertuigen onderscheiden. Weldra glijdt de Outer William Field Air Base onder ons voorbij. Wij zien alleen vier vliegtuigen staan; alles is verstild tot een geluidloze, bevroren zwart-witte wereld.
Af en toe zien wij de schaduw van ons vliegtuig als een snelle schaatser over het ijs dansen. In slechts enkele minuten vliegen wij over gebieden waar men in het begin van de eeuw dagen en weken voor nodig had om erdoorheen te trekken. Scott, de befaamde Britse poolonderzoeker, zou het niet geloofd hebben. In de zomer zijn er op het Amerikaanse McMurdo Station wel zo’n 1000 mensen, en Nieuw-Zeeland ligt hier maar enkele uren vandaan.
Wij hebben een onderzoeker aan boord die net een maand lang beneden „op het ijs” is geweest. Hij kent de hele situatie en geeft doorlopend commentaar over interessante dingen. Tot onze verbazing ontdekken wij dat er in dit land van constante kou een nog werkende vulkaan is, de Erebus. Wanneer wij langs de 4020 meter hoge berg vliegen, kunnen wij zien dat de hitte in de krater de sneeuw en het ijs op de top van de berg heeft doen smelten. Erboven hangt een witte pluim, als teken dat de vulkaan nog steeds werkt. Een Britse poolonderzoeker uit de negentiende eeuw, Ross, noemde de berg naar zijn schip. Volgens zijn beschrijving ’braakte de berg niets dan vlammen en rook uit’.
Maar al te gauw is het tijd om terug te keren voor een laatste vlucht over Scott Base en McMurdo Station en vervolgens weer tot 10.000 meter hoogte op te stijgen voor de vlucht naar huis.
Tijd voor overpeinzing
Ik sluit mijn ogen om na te denken over de wonderbaarlijke dingen die ik heb gezien, en in stilte loof ik de Schepper van dit alles.
Nieuw-Zeeland komt weer in zicht en na een uur oponthoud in Christchurch, waar brandstof wordt bijgetankt en wij van bemanning wisselen, vliegen wij terug naar Auckland. Die avond om tien uur landen wij op de internationale luchthaven te Auckland, weliswaar vermoeid, maar toch blij en ervan overtuigd dat wij deze ervaring nooit zullen vergeten.
Met de herinneringen nog vers in mijn geheugen rinkelt een week later aanhoudend mijn telefoon. Het vliegtuig van de Air New Zealand op weg naar Antarctica wordt naar verluidt vermist. Velen van mijn vrienden die wisten van mijn plannen om Antarctica te bezoeken, maken zich erg bezorgd of ik misschien in dat vermiste vliegtuig zit.
Verdere nieuwsberichten bevestigen wat iedereen heeft gevreesd: het vliegtuig is op de Erebus neergestort en alle 257 inzittenden zijn omgekomen. Dagenlang heb ik een vreemd gevoel. Ik kan niet eens mijn prachtige foto’s bekijken. In het nieuws over de radio en de televisie wordt beschreven hoe reddingsploegen bij het luchttransport van de dode lichamen en intact gebleven vliegtuigonderdelen met de voortdurend veranderende weersomstandigheden en het moeilijke terrein te kampen hebben gehad. Ik ben erg bedroefd voor degenen die naaste familie aan boord van het vliegtuig hadden, zoals de passagier die naast mij zat op mijn vlucht naar Antarctica. Ja, zijn zoon had expres besloten een week later te gaan omdat zij meenden dat als zij afzonderlijke vluchten namen, een van hen beslist goed weer zou hebben om foto’s te maken.
Mijn tocht naar ’de zuidpunt van de aarde’ heeft een diepe indruk op mij gemaakt en mij grote waardering gegeven voor de wijsheid en het schoonheidsgevoel van de Schepper, maar heeft mij ook vol ontzag doen beseffen hoe onzeker het leven is en dat ’tijd en onvoorziene gebeurtenissen ons allen treffen’ (Pred. 9:11). — Ingezonden.