De inflatie versterkt haar greep
„WIJ zullen het feit onder de ogen moeten zien dat wij een oorlog te voeren hebben . . . tegen de inflatie”, schreef Business Week. Het blad voegde eraan toe: „En wij zijn die oorlog aan het verliezen.”
Met het verliezen van die „oorlog” tegen inflatie werd bedoeld dat welke maatregelen er ook tot dusver zijn genomen, de inflatie haar greep op de wereldeconomie alleen maar heeft versterkt.
Als gevolg daarvan verliest men het vertrouwen in geld — dat wil zeggen, papiergeld. Dit kan men aan de goudprijs zien. Altijd al is goud het „geld” geweest waartoe men in laatste instantie zijn toevlucht nam, dat in tijden van moeilijkheden het hoogst gewaardeerd werd. Het is daarom een soort „barometer” voor de toestand van de economie. Nog geen tien jaar geleden bedroeg de prijs voor goud nog $35 per ounce. Maar in 1979 steeg de goudprijs boven de $444 per ounce! Hierin weerspiegelt zich een groot verlies van vertrouwen in papiergeld, en het is een aanwijzing hoe verwoestend de inflatie geweest is.
Tijdens de hele 19de eeuw zijn de prijzen betrekkelijk stabiel geweest. Maar na de Eerste Wereldoorlog gingen ze zich grilliger gedragen. Vervolgens werd na de Tweede Wereldoorlog inflatie een deel van het dagelijkse leven. In recente jaren is deze zich duidelijker gaan aftekenen dan ooit tevoren, zodat zelfs gedurende recessies de inflatie zich handhaaft.
In één bepaalde maand in 1979 was de inflatie in de VS 12 percent boven het vorige jaar, terwijl ze voor Japan 15 percent bedroeg, voor Engeland 18 percent en voor Frankrijk meer dan tien percent. De Duitse Bondsrepubliek, met nog een van de stabielste economieën, beleefde die maand een sprong van tien percent.
De Filippijnen berichten dat sinds 1966 de prijs van voedsel, kleding en brandstof meer dan verviervoudigd is. Rijst, Japans belangrijkste voedsel, is in 20 jaar meer dan 500 percent in prijs gestegen. Brazilië gaf toe dat de inflatie in 1979 ongeveer 40 percent zou bedragen zoals dat ook al in 1978 het geval was geweest. In dat land, zo merkte het tijdschrift Administracão e Servicos op, ’is er voor 68 miljoen Brazilianen geen denken aan dat zij een eenvoudig elektrisch strijkijzer kunnen kopen’ omdat zij al hun geld voor de noodzakelijke levensbehoeften nodig hebben.
Sommige Afrikaanse landen hebben een inflatie van meer dan 100 procent in slechts één jaar. Voor Israël scheelde dat vorig jaar ook niet veel, en sinds de stichting van die staat, nu meer dan 30 jaar geleden, is de prijsindex voor consumptieartikelen meer dan 5000 percent gestegen!
De situatie in de Verenigde Staten laat zien wat over een periode van jaren het gevolg van inflatie kan zijn. De dollar die in 1898 100 dollarcent waard was, is nu naar verhouding slechts 12 cent waard.
Maar zijn de lonen dan niet ook gestegen? Ja, dat is zo. En voor vele arbeiders is de stijging groter geweest dan de inflatie, zodat hun levensstandaard is gestegen.
Dit is echter voor vele andere arbeiders niet het geval. Zo bemerken in de VS ongeveer de helft van alle arbeiders dat de inflatie sneller groeit dan hun inkomen, wat betekent dat hun levensstandaard daalt.
Bovendien zijn vele armen en mensen met een vast inkomen ver achterop geraakt. U treft hier slechts één voorbeeld uit deze categorie, een gepensioneerde onderwijzer in de stad New York, die vertelt:
„Het pensioen dat ik tegenwoordig jaarlijks van de stad krijg, is $4439 [beneden de armoedegrens in de VS]. Dat wij het er moeilijk mee hebben om daarvan rond te komen, ondanks onze manmoedige pogingen om zuinig te zijn, zal u dan ook beslist niet verbazen.
Wij hebben geen auto. Wij hebben geen eigen huis. Wij huren nog steeds hetzelfde kleine appartement waarin wij nu al meer dan 35 jaar wonen. Wij gaan niet met vakantie. Wij reizen niet. Wij gaan niet uit eten. Consequent kopen wij alleen in uitverkopen en dan nog alleen de allernoodzakelijkste dingen.
Wij gebruiken geen tabak. Wij gunnen ons nooit een drankje — nog niet eens zo nu en dan een biertje. Wij zijn niet meer naar een theater geweest en zelfs niet meer naar een buurtbioscoop, sinds ik meer dan 21 jaar geleden met pensioen ging.
Wij ontvangen geen gasten. Wij geven geen geld uit aan geschenken voor vrienden of familie. Wij stellen ons er tevreden mee bij belangrijke gelegenheden een kaartje te sturen. Wij kopen al niet meer regelmatig een krant.
Mijn vrouw en ik zijn beiden midden zeventig. Geen van tweeën hebben wij een goede gezondheid en wij kunnen niet werken.”
Werknemers wier lonen net gelijke tred houden met de inflatie, ondervinden ook schade. Waarom? Omdat inflatie op twee manieren pijn doet. Niet alleen tasten de stijgende prijzen de waarde van iemands zuur verdiende geld aan, maar de daarmee samenhangende loonsverhoging doet hem in een hogere belastingklasse belanden zodat hij meer belasting moet betalen. Het resultaat is een netto verlies van koopkracht.
Bovendien doet de inflatie ook vaak personen boeten die spaarzaam zijn en hun geld op een bank zetten. In één land bedroeg de rente die de banken betaalden, slechts ongeveer de helft van het inflatiepercentage. Aan het einde van het jaar was de bankrekening met inbegrip van de rente dus minder waard dan aan het begin van het jaar. Wat alles nog erger maakt, was dat over de rente belasting betaald moest worden.
Mensen hebben steeds meer schulden
De benarde financiële situatie heeft een enorme toename in particuliere schulden van allerlei aard met zich gebracht. Eén reden is dat mensen niet willen proberen te sparen voor de dingen die zij graag willen kopen. Dus gaan zij schulden aan om deze zaken te verwerven.
Maar een andere factor die steeds meer gaat meespelen, is dat meer mensen vanwege de onophoudelijke inflatie nu geld moeten lenen om te kunnen houden wat zij hebben. En de Americana Annual van 1979 merkte ook op: „Degenen die vroeger zelden leenden, en dan nog alleen voor grote aankopen, bemerkten soms dat het geleende geld in plaats daarvan aan noodzakelijke levensbehoeften opging.”
Dan zijn er nog degenen die geen toekomst meer zien en daarom met een instelling van ’eet, drink en wees vrolijk’ zo veel mogelijk proberen te genieten voordat het te laat is. Zoals een typerende uitspraak luidde: „Ik houd er zo’n beetje een ’na mij de zondvloed’-instelling op na.” Sommige anderen lenen zelfs grote bedragen zonder van plan te zijn het geld terug te betalen, wat op stelen neerkomt.
U.S. News & World Report noemde de ontwikkeling ten aanzien van lenen een „vloedgolf” en ’weer een nieuwe reden voor economen om gealarmeerd te zijn’. Er werd ook gezegd: „Nog nooit tevoren hebben mensen zich zo sterk op geleend geld verlaten.” Elke economische terugslag van ernstige aard zou miljoenen van deze mensen failliet doen gaan.
Waarom is er vandaag de dag zoveel inflatie?
Wat is de oorzaak van het soort inflatie dat tegenwoordig over de hele wereld zo om zich heen grijpt? Deskundigen zijn het niet over alle facetten van het probleem eens. Maar de meesten van hen zijn eenstemmig van mening dat een van de voornaamste boosdoeners is het uitgeven van meer geld dan er binnenkomt en dan schulden aangaan om deze uitgaven te bekostigen. Zoals de Londense Times berichtte: „Wat is inflatie per slot van rekening? . . . Het is een economenwoord voor overbesteding; voor boven het inkomen te leven; voor meer uit de portemonnee te halen dan erin wordt gestopt.”
Wanneer regeringen meer geld uitgeven dan ze uit belastingen binnenkrijgen, moeten ze geld „creëren” om het tekort aan te vullen. Het tijdschrift Harper’s stelde het als volgt:
„Verreweg het grootste deel van de opwaartse druk op de prijzen . . . is inflatie in de meest letterlijke zin geweest. Dat wil zeggen, ze is veroorzaakt doordat de geldvoorraad tot een enorme omvang is opgeblazen in de jaren dat buitensporige regeringstekorten zijn gefinancierd door het creëren van geld en krediet, dat moderne equivalent van . . . het laten draaien van de drukpersen.”
Een voorbeeld van deze bron van inflatie is de binnenlandse schuld van de Verenigde Staten. In de laatste 18 jaar heeft de regering 17 jaar een tekort gehad. Terwijl er 167 jaar overheen ging voordat de schuld de eerste $100 miljard bereikte, neemt de schuld nu ieder jaar met dat bedrag toe! Men verwacht dat het totaal spoedig de biljoen dollar zal overschrijden.
Wat de situatie nog erger maakt is het olieprobleem. Slechts een handjevol naties produceert meer olie dan ze gebruiken. Deze landen hebben zich aaneengesloten in de OPEC, de Organisatie van petroleum exporterende landen. Ze hebben de prijs van olie opgevoerd tot meer dan tienmaal zo hoog als een decennium terug. Aangezien zo veel dingen — benzine, stookolie, plastics, chemicaliën en andere zaken — petroleum als basis hebben, stijgen de prijzen daarvan al evenzeer.
Wegens deze factoren staan sommige landen nu zo zwaar in het krijt dat ze alleen maar economisch in het leven gehouden worden door verdere grote infusies van krediet. Sommige van deze landen kunnen niet eens de rente op hun schulden uit eigen middelen betalen, laat staan dat ze de schuld kunnen aflossen.
Een aantal economen vraagt zich af of de inflatie nog wel te verhelpen is
Hoe kan inflatie verholpen worden? Een aantal economen vraagt zich af of de situatie nog wel te herstellen is. Zij vergelijken het met een heroïneverslaafde die te ver heen is, die steeds meer heroïne vraagt die bij hem steeds minder effect heeft. Als hij ermee doorgaat, zal de drug hem doden. Stopt hij ermee, dan zullen de consequenties van zijn druggebruik nog steeds zijn leven kunnen verkorten.
Om inflatie te stoppen moet de overbesteding van regeringen, firma’s en particulieren sterk ingetoomd worden. Maar dit zou betekenen dat mensen minder kopen en er zou dus minder geproduceerd worden. Hierdoor zouden velen zonder werk komen te zitten, met als gevolg een ernstige recessie of depressie. De wereldeconomie is nu vanwege de overbesteding zo sterk ingesteld op een toestand van hoge produktie dat sommige waarnemers beweren dat het al te laat is om nog drastisch te kunnen minderen zonder daarmee evenveel schade aan te richten als de inflatie zelf veroorzaakt.
[Diagram op blz. 7]
(Zie publicatie voor volledig gezette tekst)
1898 1979
$1 = $.12
De Amerikaanse dollar krimpt