Hoeveel energie zit er in de grond?
STEENKOOL en petroleum zijn vanaf de aanvang van de Industriële Revolutie in het begin van de 19de eeuw de voornaamste brandstoffen geweest. Maar het zijn energiebronnen die gewoonlijk als niet-vervangbaar worden geclassificeerd. De brandende vraag voor ons in deze tijd is dus: ’Hoe lang kunnen wij nog op deze fossiele brandstoffen rekenen voordat ze totaal op zijn?’
Toen Europa en Amerika het industriële tijdperk binnentraden, werd steenkool het eerst als brandstof aangewend. Grote hoeveelheden ervan werden gebruikt bij de vervaardiging van staal en cement. Steenkool leverde het vermogen voor de spoorweglocomotieven op het land en de stoomschepen op zee. De mens heeft steenkool gebruikt om zijn huizen en werkplaatsen te verwarmen. Te beginnen met het eind van de 19de eeuw werd steenkool ook gebruikt om elektrische generatoren in krachtcentrales aan te drijven.
Toen petroleum beschikbaar kwam, was dit in een zodanige overvloed en tegen zo lage kosten dat daardoor voor heel wat doeleinden niet langer steenkool gebruikt werd. Een belangrijke ontwikkeling was dat het gemak van een vloeibare brandstof die moeiteloos tot ontbranden gebracht kon worden, heeft geleid tot de snelle verbreiding van de auto voor privé-gebruik, de vrachtwagen voor goederenvervoer en het vliegtuig voor snel reizen. Geïndustrialiseerde landen gingen in sterke mate steunen op petroleum als een onmisbare bron van energie.
Roekeloze verkwisting
De belofte van fabelachtige winsten zette ondernemende lieden tot boren aan om als eerste vaste voet te krijgen in rijke nieuwe olievelden. Het aardgas dat uit vele boorputten kwam, werd als slechts een bijprodukt beschouwd en soms haast als hinderlijk ervaren. Bij de boorput werd de waarde ervan zo laag aangeslagen dat het vaak werd opgebrand om het maar kwijt te raken.
In landen met een rijke olievoorraad werd een verkwistend energiegebruik op alle mogelijke manieren aangemoedigd. Petroleum was zo goedkoop dat verspilling werd vergoelijkt en aan zuinig energiegebruik werd eenvoudig niet gedacht. Personen met een vooruitziende blijk beseften dat dit niet zo kon doorgaan; eens moesten de petroleumreservoirs toch uitgeput raken. Maar wat men in de grond aanwezig wist, was genoeg voor vele jaren en ontdekkingen van steeds nieuwe petroleumvelden betekenden dat die reserve sneller groeide dan dat er afging.
De massaproduktie van auto’s bracht hun prijs binnen het bereik van bijna iedereen, en automobielfabrieken groeiden uit tot gigantische bedrijven die wedijverden om de hoogste verkoopcijfers door ieder jaar hun nieuwe modellen van weer nieuwe attractieve snufjes te voorzien. Regeringen hieven accijnzen op de verkoop van de goedkope benzine en legden overal grote snelwegen aan. Auto’s werden bij tientallen miljoenen verkocht aan mensen die steeds sneller en steeds verder wilden reizen. Oliemaatschappijen volgden de stelregel dat de directe winsten zo groot mogelijk moesten zijn en men bekommerde zich nauwelijks om de tekorten die eens op een toekomstige generatie zouden moeten neerkomen. Maar nu is die generatie er.
Vaststellen hoeveel er beschikbaar is
Het aanvankelijke optimisme dat petroleum lange tijd in de behoeften zou voorzien, werd verbrijzeld door het politieke embargo dat de Arabische landen in 1973 oplegden. Een internationale groep experts waarschuwde in 1978 dat de olievoorraad op zijn laatst binnen 20 jaar niet meer aan de toenemende vraag zou beantwoorden, en dat het misschien al binnen vijf jaar zo ver zou kunnen zijn. Recente gebeurtenissen hebben tot het verontrustende besef geleid dat een permanent wereldtekort waarschijnlijk in het begin van de jaren ’80 intreedt.
Plotseling zitten wij midden in ernstige problemen. De aanvoer van olie wordt niet langer alleen bepaald door de technologische aspecten van winning en produktie. Veel meer nog wordt deze aanvoer beïnvloed door politieke manoeuvres. Regeringen hebben ingewikkelde belastingmaatregelen en kunstmatige prijsbeheersingen opgelegd. Topmensen uit de oliewereld klagen dat het niet erg aanlokkelijk meer is om de dure opsporingsboringen te ondernemen of de nieuwe raffinaderijen te bouwen die nodig zijn om te beantwoorden aan de onophoudelijk groeiende vraag.
Multinationale maatschappijen hebben de olieproduktie in eens achtergebleven landen gestimuleerd met de bedoeling het produkt dan naar de geïndustrialiseerde landen te exporteren. Nu worden de rijkste olievoorraden en de grootste gebruikers van olie in verschillende, vaak vijandig tegenover elkaar staande politieke kampen aangetroffen. De OPEC-landen hebben de klacht geuit dat zij zijn uitgebuit door machtigere landen en hebben zich nu aaneengesloten om hun leveranties te beperken en zo de prijs op te voeren en politieke verlangens kracht bij te zetten. Om de dreiging van nieuwe embargo’s af te wenden, spreken politieke leiders over energiebezuiniging en alternatieve energiebronnen. Maar hun voorstellen om de snelheidslimiet op de snelwegen te verlagen, de thermostaat van de kachel lager te zetten en de prijs van brandstoffen sterk te verhogen, ontmoeten onverschilligheid en zelfs tegenstand.
Maar de feiten moeten onder de ogen gezien worden. Welke stappen men ook zal ondernemen om zuiniger te zijn met de voorraad, de hoeveelheid petroleum in de wereld is reeds minder dan wat er nodig is. Het is natuurlijk prachtig om te horen dat de poriën van het gesteente in uitgeputte oliebronnen nog eens twee- tot driemaal zoveel olie bevatten als er al omhooggehaald is, maar dit kan in slechts kleine hoeveelheden gewonnen worden en met zeer dure methoden. Ook de ontdekking van nieuwe olievelden, zoals die in Alaska en Mexico, geeft alleen maar uitstel. Onafwendbaar zal de petroleum in de komende paar decennia opraken. Wat moet er dan gebeuren?
[Tabel op blz. 10]
ENERGIE UIT: VERBRUIK PER JAAR: RESTANT:
VS WERELD VS WERELD
Petroleum 38 107 175 3.300
Aardgas 20 37 200 1.500
Steenkool 13 94 11.000 35.000
Waterkracht 3 12 Vervangbaar
Kernenergie 3 5 230 670
TOTAAL 77 255
De getallen in deze tabel geven de relatieve energie-equivalenten van iedere energiebron. De gebruikte eenheid is de Quad, 1015 British thermal units. Eén Quad is equivalent met 170 miljoen barrels aardolie, of 28 miljard kubieke meter aardgas, of 36 miljoen ton steenkool, of 1900 ton uraniumoxide en is genoeg om 100 miljard kilowatt uur elektriciteit op te wekken. De getallen in de eerste kolom zij redelijk nauwkeurig, die in de laatste twee kolommen zijn schattingen.