Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g80 22/2 blz. 21-24
  • De bijbel verenigt de diverse bevolkingsgroepen van Suriname

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • De bijbel verenigt de diverse bevolkingsgroepen van Suriname
  • Ontwaakt! 1980
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Over de rivier naar het zuiden
  • Het bouwen van een Koninkrijkszaal
  • Een dorp krijgt een nieuwe aanblik
  • De mensen opzoeken met het „goede nieuws”
  • Dorp
    Inzicht in de Schrift, Deel 1
  • Dorp
    Hulp tot begrip van de bijbel
  • Ik wilde werken voor Jehovah
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk (studie-uitgave) 2022
  • Mijn zoeken naar vrijheid werd beloond
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1980
Meer weergeven
Ontwaakt! 1980
g80 22/2 blz. 21-24

De bijbel verenigt de diverse bevolkingsgroepen van Suriname

Door Ontwaakt!-correspondent in Suriname

EEN rit van vijftig kilometer van de luchthaven naar Paramaribo, de hoofdstad van Suriname, biedt de toerist een dwarsdoorsnede van het leven in dit Zuidamerikaanse land. De eerste indruk van de reiziger, wanneer hij langs met palmriet gedekte hutten rijdt en een enkele maal een halfgeklede bosnegervrouw haar ontbijt ziet klaarmaken, is dat zijn vliegtuig ergens in Afrika is geland. Maar het toneel verandert al snel en hij krijgt meer het idee dat alle werelddelen vertegenwoordigd zijn wanneer hij Arowakken en Cariben passeert, twee Indiaanse stammen die tot de oorspronkelijke inwoners van Suriname behoren; Hindoestanen, wier vrouwen nog steeds hun traditionele wit kanten hoofdbedekking dragen; Indonesiërs, te herkennen aan hun keurig onderhouden tuintjes; en Chinezen, met hun winkeltjes op elke straathoek. In het oude centrum van de hoofdstad treft u nog steeds eeuwenoude huizen in de Hollandse koloniale stijl aan.

Het is gemakkelijk in te zien dat vanwege de grote verscheidenheid van mensen en de diverse talen, achtergronden en gewoonten, elk opvoedkundig werk voor problemen komt te staan. Het prediken en onderwijzen van het goede nieuws uit de bijbel heeft dan ook veel krachtsinspanningen gevergd. Een van de problemen waaraan men bij het onderwijzen van de bijbel het hoofd heeft moeten bieden is analfabetisme, in het bijzonder bij hen die diep in het oerwoud wonen. In 1976 pakte het bijkantoor van de Watch Tower Bible and Tract Society het probleem aan door drie scholen te beginnen waar met gebruikmaking van de brochure Leri Lesi en Skrifi (Leren lezen en schrijven) in Sranantongo (de taal van Suriname) tweemaal per week les wordt gegeven door enkele Jehovah’s Getuigen die onderwijzer van beroep zijn. Binnen korte tijd groeide een gemeente in het binnenland uit tot 27 leden toen ze hulp ontving van drie jonge Getuigen die daarheen verhuisden om aan een lagere school les te geven. Nu kennen de mensen daar de vreugde dat zij hun eigen bijbel kunnen lezen. Een beter begrip van de bijbel heeft een grotere eenheid onder de verscheidene bevolkingsgroepen gebracht. In Paramaribo werden velen op dezelfde wijze geholpen en nu dient daar één gemeente van 120 leden naast de overige tien Nederlands-sprekende gemeenten in die stad.

Over de rivier naar het zuiden

Er worden tegenwoordig krachtige pogingen in het werk gesteld om ook de verafgelegen gebieden te bereiken. Ga eens met ons mee op bezoek bij een kleine gemeente aan de Tapanahony rivier.

Een van de bosneger-Getuigen, die geregeld al zijn tijd besteedt aan het brengen van het „goede nieuws” aan mensen in uiterst moeilijk te bereiken plaatsen, begroet ons met een „Welkom aan boord!” Wij zijn onder de indruk van de grootte van de korjaal, een 18 meter lange kano. Vier mannen zijn er twee maanden aan bezig geweest om een reusachtige boom uit te hollen en er de grootste boot op de rivier van te maken. Wanneer de boot wordt gebruikt om de Getuigen naar congressen in de hoofdstad te brengen of om hen naar de verscheidene dorpjes te brengen om daar te prediken roepen de dorpskinderen: „Noa e psa!” („Noach gaat voorbij!”)

Het bouwen van een Koninkrijkszaal

Tegen de tijd dat wij op onze bestemming, Godoholo, aankomen, het dorpje waar wij een gemeente zullen vinden, zijn wij er wel aan toe weer even vaste grond onder de voeten te hebben.

Deze gemeente kwam op een hoogst ongebruikelijke manier voor de beslissing te staan om haar eigen zaal te bouwen. Tijdens een kringvergadering (verscheidene gemeenten die bijeenkomen), kon de faciliteit die toen voor vergaderingen werd gebruikt slechts 80 van de 100 aanwezigen bergen. Erger nog, tijdens de openbare lezing was een zware regen er de oorzaak van dat het hele dak instortte! Gelukkig raakte niemand ernstig gewond, maar zij besloten toen een zaal te bouwen.

Het bos zou de grondstoffen leveren. De mannen gingen het oerwoud in en kapten twee maanden lang bomen, terwijl de vrouwen en kinderen druk bezig waren 250 vaten zand en grind een kleine heuvel op te slepen. Maar zij moesten cement hebben, en er waren metalen dakplaten en spijkers nodig. Toen de Getuigen in de hoofdstad van de uitbreidingsplannen hoorden, schonken zij spontaan financiële steun om deze materialen te kunnen kopen. En de onschatbare Noach transporteerde deze bouwmaterialen naar de plaats van bestemming.

Een van de mannen is metselaar en hij leerde de anderen bakstenen te maken. Alhoewel bouwen onder deze omstandigheden niet gemakkelijk is, geeft het iemand toch ook een bepaalde vreugde om te weten dat praktisch al het materiaal en de bouw zelf eigen werk zijn. Na één jaar werd de zaal op 15 april 1979 ingewijd.

Een dorp krijgt een nieuwe aanblik

Terwijl de Getuigen dolblij zijn dat zij een vergaderplaats voor zichzelf hebben, hebben de dorpsbewoners er eveneens voordeel van getrokken. Toen de beslissing was gevallen om een nieuwe zaal te bouwen, was het eerste probleem een stuk grond te krijgen. Godoholo bestaat feitelijk uit drie dorpjes die aan elkaar grenzen. Het stuk grond dat wij eerst voorstelden werd onmiddellijk door dat dorpshoofd, de ’kapitein’ van dat dorp, geweigerd. Maar de kapitein van het middelste dorp stond sympathieker tegenover Jehovah’s Getuigen en zei: „Gaan jullie je gang maar en bouwen jullie maar op die heuvel bij mijn dorp.” Hij heeft zich met zijn beslissing heel wat spot op de hals gehaald, aangezien het merendeel van de dorpsbewoners hem beschimpte. Maar hij krabbelde niet terug.

De Getuigen gingen door met hun bouwprogramma. Toen vroegere dorpsbewoners die nu in de hoofdstad woonden, hoorden wat er in hun dorp gebeurde, stuurden zij hem een protestbrief en uitten over de radio zelfs bedreigingen dat zij de zaal zouden komen vernielen. De kapitein van het dorp antwoordde de tegenstanders echter dat zij hem voorbereid zouden vinden als zij zouden aanvallen, en hij herinnerde hen eraan dat zij niets hadden bijgedragen aan het bouwen van betere woningen voor hun vrouwen en kinderen, hun ouders en de oudere mensen in het dorp.

De mensen geven nu toe dat de Gado Woortoe sma (Gods Woord mensen), zoals de Getuigen hier worden genoemd, een aanwinst voor hun dorp zijn geweest. De Getuigen brachten hun dorp niet alleen geestelijk licht maar ook letterlijk licht. Het dorp heeft dank zij Noach, die een generator van de hoofdstad vandaan dwars door de soelas (stroomversnellingen) heen hiernaartoe heeft gebracht, thans elektriciteit. Het gevolg van dit alles is dat de Getuigen bij hun prediking bijzonder vriendelijk worden ontvangen.

De mensen opzoeken met het „goede nieuws”

Wanneer uw boot bij dit dorp aanlegt, nemen uw gastheren, de bemanning, u met zich mee om de huizen van de mensen met het „goede nieuws” te bezoeken. U bemerkt dat u niet kunt volstaan met u voor te stellen en dan snel ter zake te komen, zoals in de drukke stadsgebieden. Dat zou hier onbeleefd zijn, want het is de gewoonte om eerst de volgende begroeting uit te wisselen: „Bent u aangenaam wakker geworden?” De huisbewoner antwoordt: „Ja, ik ben aangenaam wakker geworden. Hoe hebt u geslapen?” „Ik heb prima geslapen. Hoe hebt u geslapen?” „Ik heb ook wel goed geslapen.” Daarna buigt u de conversatie langzaam in de richting van een bijbels gesprek.

Eenmaal terug van deze inspannende maar aangename reis, wordt u uitgenodigd voor een tocht, ditmaal over land, naar het zuidwestelijke deel van Suriname. Enkele jaren geleden begon de regering plannen te maken om twee dammen, een bauxietmijn en een spoorlijn te bouwen. Als onderdeel van dit project werd er een 350 kilometer lange weg aangelegd, waardoor ook de eens verafgelegen Indiaanse dorpen Apoera en Wasjabo aan de Corantijn rivier, langs de grens met Guyana, bereikbaar werden. Maar wat een weg! Onze Land-Rover hobbelt en slingert over hobbels en gaten, en door het stof, de geulen en de modder. Het is een verlichting om zo nu en dan aan de kant van de weg te stoppen om vol verbazing de slangen gade te slaan, of de hardwerkende parasolmieren te bewonderen of naar het gekrijs van de veelkleurige papegaaien te luisteren.

Ten slotte bereiken wij een Amerikaans werkkamp, 50 kilometer van deze Indiaanse dorpen vandaan. Onze vermoeidheid wordt snel verdreven door onze twee christelijke zusters die ons gastvrij begroeten. Zij weten dat wij behoefte aan een bad hebben om het fijne rode stof dat ons en onze kleren bedekt af te wassen. Een heerlijke maaltijd hergeeft ons onze krachten, en na een genoeglijke conversatie en een goede nachtrust staan wij de volgende ochtend op om de mensen met de bijbelse boodschap te bezoeken.

De belangstelling voor de bijbel onder deze eenvoudige mensen is overweldigend. In elke hut treft men aandachtige luisteraars. De vraag dringt zich op hoe iemand ooit dezelfde hut weer terug moet vinden om de mensen opnieuw te bezoeken. Alle hutten lijken op elkaar en ze hebben geen huisnummer. Maar dat is geen probleem, want in elke hut willen de mensen de bijbel bestuderen. Soms hoeft de lectuurtas alleen maar in de hut gezet te worden, en de mensen zullen niet slechts één van de bijbelse publikaties willen hebben, maar bedienen zichzelf en nemen alle publikaties die in de tas te vinden zijn.

Wanneer u van deze reis terugkomt in de hoofdstad, voelt u zich aangemoedigd door het besef dat het goede nieuws van het Koninkrijk tot in alle delen van dit prachtige land Suriname doordringt.

[Illustratie op blz. 22]

„De onschatbare ’Noach’”

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen