Leven na de dood — Een zekere hoop
SOMMIGE personen stellen hun hoop op de medische wetenschap, dat deze de doden tot leven zal kunnen terugbrengen. Zij zouden de vraag kunnen stellen: Als mensen die zijn bezweken in een hoop sneeuw, of die zijn verdronken in een ijskoude rivier, weer tot leven zijn gebracht na urenlang „dood” geweest te zijn, zou iemand dan niet zelfs na vele jaren ingevroren geweest te zijn, weer tot leven gebracht kunnen worden? De bevindingen van een nieuwe wetenschap, cryobiologie genaamd, hebben sommigen optimistisch doen zijn.
Cryobiologie is de studie van de invloed die uiterst lage temperaturen op cellen of organismen hebben. Naar verluidt werden bijvoorbeeld de hersenen van een kat ingevroren en zes maanden lang op een temperatuur van -19 °C bewaard, en drie uur nadat ze waren ontdooid, vertoonden ze een normale hersenactiviteit. En het is nu gewoon dat menselijke huid, hoornvliezen, zenuwweefsel en botten worden ingevroren voor mogelijk gebruik op een later tijdstip. In de hoop dat in de toekomst geneesmiddelen voor ziekten en ouderdom worden ontdekt, bereiden sommigen zich er nu op voor om er dan voordeel van te trekken. Hoe?
Zij laten hun lichaam bij de dood invriezen, in de hoop dat zij weer tot leven gebracht kunnen worden wanneer er een geneesmiddel is ontwikkeld voor de ziekte die hun dood heeft veroorzaakt. Deze praktijk wordt cryonica genoemd. Tientallen personen hebben zich reeds laten invriezen. Daarbij staan alleen al in de omgeving rond de Baai van San Francisco in Californië ten minste 45 personen op de lijst om ingevroren te worden.
Het lichaam van de persoon die ingevroren moet worden, wordt voordat de volledige biologische dood intreedt, op een hartlongmachine aangesloten. Deze zorgt ervoor dat er zuurstof in het bloed blijft circuleren. Vervolgens wordt het lichaam geleidelijk gekoeld, en het bloed wordt vervangen door een antivriesoplossing. Dan wordt het lichaam in een cryogene opbergcapsule gelegd, die met vloeibare stikstof is gevuld, en wordt alles op een uiterst lage temperatuur van -196 °C gebracht. Het proces is kostbaar, en ook het bewaren in bevroren toestand brengt hoge kosten met zich. Maar velen zijn bereid deze kosten te dragen in de hoop dat, wanneer de medische wetenschap de oplossing voor ziekte en ouderdom ontdekt, de persoon weer tot leven gebracht kan worden en voor altijd kan blijven leven.
Maar hoe solide is deze hoop om tot het leven terug te keren? Thans is de mens niet in staat de ingevroren doden weer tot leven te brengen, en welke deugdelijke reden is er dan om te geloven dat het later mogelijk zal zijn?
In werkelijkheid kunnen de doden worden opgewekt, of ze nu ingevroren zijn of niet. Het is al eerder gebeurd, en er waren honderden ooggetuigen.
Reden voor vertrouwen
Volgens de bijbel werd de man Jezus Christus door religieuze tegenstanders ter dood gebracht. Hij werd echter op de derde dag daarna opgewekt. Op de eerste dag dat hij was opgewekt, zo onthult de bijbel, verscheen hij bij vijf verschillende gelegenheden aan enkelen van zijn discipelen (Matth. 28:1-15; Joh. 20:11-25; Luk. 24:13-43). Daarna, gedurende de dagen die daarop volgden, vertoonde hij zich nog verscheidene malen aan hen, eens zelfs aan meer dan 500 discipelen! (Joh. 20:26-29; 21:1-19; 1 Kor. 15:3-7) Met welk resultaat?
Toen Jezus werd gedood, waren zijn discipelen ontmoedigd en diepbedroefd. Maar toen zij dit onmiskenbare bewijs kregen dat hij was opgewekt, waren zij buiten zichzelf van vreugde en werden zij met moed vervuld om dit wonderbaarlijke nieuws te prediken. Zij maakten het vrijmoedig bekend, ondanks de bloeddorstige vervolging door religieuze tegenstanders (Hand. 4:1-3, 33; 17:18). Beschouw nu eens het volgende: Als de opstanding van Jezus niet werkelijk had plaatsgevonden, zouden honderden personen dan hun leven hebben geriskeerd — terwijl sommigen zelfs de marteldood zijn gestorven — om deze boodschap bekend te maken? — Hand. 7:55-59.
Toch hadden deze vroege discipelen van Christus zelfs nog meer bewijzen dat de doden weer tot leven gebracht konden worden.
Andere opstandingen
In het gedeelte van de Schrift dat hun toen ter beschikking stond, staan drie gelegenheden opgetekend waarbij een dode werd opgewekt (1 Kon. 17:17–23; 2 Kon. 4:17-37; 13:20, 21). De discipelen hadden alle reden om deze verslagen te geloven, want Jezus Christus beklemtoonde herhaaldelijk de waarheidsgetrouwheid van de Schrift. En Christus zelf vertelde zijn volgelingen: „Het uur komt waarin allen die in de herinneringsgraven zijn, zijn stem zullen horen en te voorschijn zullen komen” (Joh. 5:28, 29). Enkelen van zijn volgelingen waren werkelijk ooggetuigen geweest van drie opstandingen die door Jezus waren verricht, hetgeen zijn bovenstaande belofte kracht en geloofwaardigheid verleende. — Luk. 7:11-17; 8:49-56; Joh. 11:1-44.
De laatste van deze opstandingen die Jezus verrichtte, vond kort voor zijn eigen dood plaats. Jezus had aan de overzijde van de rivier de Jordaan, in Perea, dienst verricht. Terwijl hij zich daar bevond, bereikte hem het bericht dat in Judea zijn geliefde vriend Lazarus, de broer van Maria en Martha, ziek was. Twee dagen nadat hij het nieuws had vernomen, zei hij tot zijn discipelen: „Laten wij weer naar Judéa gaan.” Het bijbelverslag zegt:
„Bij zijn aankomst hoorde Jezus dat Lazarus al vier dagen geleden was begraven. Bethanië [de woonplaats van Lazarus] lag dicht bij Jeruzalem, op een afstand van nog geen drie kilometer, en veel joden waren Martha en Maria bij het overlijden van hun broer komen troosten. . . .
Maria kwam op de plek waar Jezus was, en zodra ze hem zag, viel ze aan zijn voeten. ’Heer’, zei ze, ’als u hier was geweest, zou mijn broer niet gestorven zijn!’
Jezus zag haar huilen, en ook de mensen die met haar waren meegekomen; zijn hart werd geroerd, en hij werd diep bewogen. ’Waar hebben jullie hem begraven?’ vroeg hij hen. . . .
Nogmaals diep bewogen, ging Jezus naar het graf, een grot met een steen voor de ingang. ’Haal de steen weg!’ beval Jezus.
Martha, de zuster van de overledene, antwoordde: ’Het zal er wel rieken, Heer. Hij is al vier dagen begraven!’
Jezus zei tot haar: ’Heb ik je niet gezegd dat je Gods heerlijkheid zou zien als je geloofde?’ Zij namen de steen weg. Jezus sloeg zijn ogen op en zei ’Ik dank u, Vader, dat u naar mij hebt geluisterd. Ik weet dat u altijd naar mij luistert, maar ik zeg dit ten behoeve van de mensen hier, zodat zij zullen geloven dat u mij gezonden hebt.’ Nadat hij dit had gezegd, riep hij met luide stem: ’Lazarus, kom naar buiten!’ Hij kwam naar buiten, zijn handen en voeten in zwachtels gewikkeld en met een doek om zijn gezicht. ’Maak hem los’, zei Jezus tot hen, ’en laat hem gaan.’” — Joh. 11:7-44, „Today’s English Version”.
Wij hebben inderdaad alle reden om te vertrouwen dat de doden opgewekt kunnen worden! Want Degene die oorspronkelijk het menselijk leven een begin gaf — Degene tot wie Jezus zijn smeekbede richtte — is beslist wijs en machtig genoeg om de doden op te wekken. En er hoeven geen lichamen in een bevroren toestand bewaard te worden. God kan iemand tot leven brengen wiens lichaam in staat van ontbinding verkeerde, zoals hij dat met Lazarus deed, of, indien iemands lichaam volledig is vergaan, kan hij een geheel nieuw lichaam herscheppen en de persoon het leven teruggeven.
Want overdenk dit eens: In wat voor een toestand bevond Lazarus zich gedurende de vier dagen dat hij dood in het graf lag? Andere leden van de dode mensheid zijn in diezelfde toestand. Wij kunnen dus van Lazarus’ ervaring leren.
Een bewust bestaan of niet?
De bijbel spreekt er met geen woord over dat Lazarus gedurende die vier dagen elders een bewust bestaan geleid zou hebben. Als hij in de hemel had geleefd, zou hij beslist iets gezegd hebben over de vele wonderbaarlijke dingen in de hemel, die mensen zo graag willen weten. Toch zei hij helemaal niets daarover. En als hij zich werkelijk in hemels leven had verheugd, zou het dan ook niet liefdeloos zijn geweest van zijn vriend Jezus om hem daar plotseling weg te halen, en hem weer tot leven op aarde terug te brengen?
De reden waarom Lazarus niets over zijn activiteiten gedurende die vier dagen vertelde, is dat hij van niets wist. Hij was zonder bewustzijn. Geen enkel deel van hem had het overleefd om ergens anders te kunnen voortbestaan. Hij was in Sjeool, het gemeenschappelijke graf van de mensheid, waar „geen werk noch overleg noch kennis noch wijsheid” is. Hij was werkelijk dood, zoals de bijbel verklaart: „Wat de doden betreft, zij zijn zich van helemaal niets bewust.” — Pred. 9:5, 10.
Wat is de bijbelse leer eenvoudig en duidelijk! De persoon zelf is een ziel, dus wanneer hij sterft is hij een „dode ziel” (Num. 6:6) Hij leeft niet meer; hij is zonder bewustzijn. Maar de Almachtige God kan die persoon opwekken, ja, hem weer tot leven brengen. De kerken der christenheid hebben grote verwarring gesticht door de heidense leer van de onsterfelijkheid van de ziel aan te nemen. Deze verwarring laat Theology Today, een vooraanstaand protestants religieus tijdschrift, duidelijk uitkomen:
„Als de ziel reeds gelukzalig in de hemel is (of reeds de verdiende straf in een brandende hel ondergaat), wat is er dan verder nog nodig? Waartoe zou Christus’ wederkomst of de vernieuwing van het universum kunnen dienen? Deze innerlijke tegenstrijdigheid heeft christenen door de eeuwen heen voortdurend gekweld.”
De katholieke priester Ray T. Bosler maakt een soortgelijke opmerking:
„Wat gebeurt er onmiddellijk na de dood voor de uiteindelijke opstanding? . . . Onze theologen zijn het onderling niet eens over wat nu eigenlijk de toestand van de heiligen is vóór de uiteindelijke opstanding. . . .
Onze liturgische gebeden bij begrafenissen weerspiegelen iets van deze dubbelzinnigheid. Wij zijn blij dat onze doden zich reeds gedeeltelijk in het leven van de opstanding verheugen, en toch bidden wij dat zij op de laatste dag opgewekt zullen worden. Alles wat wij kunnen doen is nederig toegeven dat wij niet weten wat ons op het moment dat wij sterven, te wachten staat.”
Toch kan men uit de bijbel de antwoorden verkrijgen. Er bestaat geen noodzaak voor de verwarring en de onzekerheid die in de kerken zo algemeen is. En bedenk eens welk een schade er wordt aangericht. Miljoenen personen die geloven dat de dood een toegangspoort naar een ander leven is, staan bloot aan bedrog door goddeloze geesten die zich voordoen als personen die zijn gestorven. Over de gehele aarde leven veel mensen in vrees voor deze vermeende geesten van de doden.
De bijbelse leer van de opstanding kan daarentegen een bron van ware hoop, troost en aanmoediging zijn.
Een levende hoop die beweegt tot daden
Job die in zijn lijden de vraag opwierp: „Kan een fysiek sterke man als hij sterft opnieuw leven?” toonde dat hij troost putte uit de opstandingshoop, want hij zei tegen God: „Gij zult roepen, en ikzelf zal u antwoorden” (Job 14:14, 15). Ook vroege christenen werden door deze zelfde hoop gesterkt. Zij ontvingen de moed om hongerige leeuwen in de Romeinse arena’s tegemoet te treden, in plaats van Gods wet te overtreden door daden van aanbidding voor de keizer te verrichten.
De opstandingshoop heeft ook christenen in moderne tijden tot daden bewogen. Zo verkozen christenen in nazi-Duitsland liever terechtgesteld te worden dan Gods wet te schenden door Hitlers duivelse oorlogsplannen te ondersteunen. Beschouw eens de laatste brief van zo iemand aan zijn vrouw, en merk op hoeveel kracht hij uit de opstandingshoop putte:
„Mijn lieve Erna,
Het is nu mijn laatste avond. Mijn vonnis is me voorgelezen en ik heb mijn laatste maaltijd gegeten. Dus wanneer deze brief je bereikt, zal mijn leven vervuld zijn. Wij weten dat de dood de angel ontnomen is en dat de zegepraal over het graf is behaald. . . .
En dus kijk ik nog eenmaal in je heldere, stralende ogen, en wis ik de laatste droefheid weg uit je hart. Hef ondanks de smart je hoofd omhoog en verheug je, niet over de dood, maar over het leven, dat God degenen zal geven, die Hem liefhebben.
Innige groeten in liefde en ware vriendschap van je liefhebbende man.”
Op overeenkomstige wijze illustreerde een 13-jarig Duits meisje, dat aan de gevreesde ziekte leukemie leed, wat een sterke kracht de opstandingshoop in haar leven was. De directeur-geneesheer merkte over haar op: „In mijn hele praktijk heb ik nog nooit zo’n geval meegemaakt, waarbij een kind zo gelukkig was na te hebben vernomen dat het moest sterven.” Waarom was dit zo? In haar brief die op haar begrafenis werd voorgelezen, verklaarde zij:
„Mijn krachtige hoop is niet ergens in de hemel als een geest rond te zweven. Nee, maar ik rust in het graf tot na Armageddon, en als de grote Levengever Jehovah mij waardig acht, zal hij mij een opstanding geven — als mens van werkelijk vlees en bloed op een gereinigde paradijsaarde waar vreugde en geluk heersen. U ziet dus dat het daarom voor mij niet moeilijk was om te sterven. Kunt u dat begrijpen?”
Christenen met deze verheven hoedanigheid van geloof hebben dit jaar op reeds vele plaatsen over de gehele wereld „Levende hoop”-congressen bijgewoond. Alleen al in de Verenigde Staten werden er van juni tot augustus meer dan 90 van deze vierdaagse vergaderingen gehouden. Zij vernamen meer over de „hoop op het eeuwige leven, dat God, die niet liegen kan, . . . heeft beloofd”. — Tit. 1:2.
Wij nodigen u uit contact op te nemen met Jehovah’s Getuigen in uw omgeving. Schrijf alstublieft aan de uitgevers van Ontwaakt! om het adres van hun vergaderzaal die het dichtst bij u in de buurt is, en wij zullen het u graag toesturen. Wij zijn ervan overtuigd dat u het prettig zult vinden de opstandingshoop die de bijbel geeft, met hen te bespreken.
[Inzet op blz. 15]
OF DE DODEN NU INGEVROREN ZIJN OF NIET, ZE KUNNEN WORDEN OPGEWEKT. HET IS AL EERDER GEBEURD
[Inzet op blz. 17]
„MIJN VONNIS IS ME VOORGELEZEN EN IK HEB MIJN LAATSTE MAALTIJD GEGETEN”