„Ik eerst” — de afgoderij van onze tijd
Velen in onze generatie hebben geen vertrouwen meer in menselijke instellingen — regering, wetten, wetenschap, religie, huwelijk — noch in mensen. Waartoe zich wenden om de leegte te vullen? Velen keren zich naar binnen, tot zichzelf. Dit is niet nieuw. Het is slechts een herleving.
DAT wat de hedendaagse ’Ik eerst’-aanhangers geloven, is betrekkelijk nieuw voor de 20ste eeuw. Wat eerder in deze eeuw meer voorkwam, met anderen rekening te houden, wordt nu verworpen. Die ethiek leerde mensen aan anderen te denken, anderen goed te doen, hen aan te moedigen, en zichzelf bij anderen aan te passen. Dat alles is taboe in de nieuwe eredienst voor „Koning Ik”. Hoewel in deze extreme vorm wellicht iets nieuws voor deze eeuw, is het niet werkelijk nieuw — het is slechts een herleving. Het is een heel oude geschiedenis die zich herhaalt.
Hier zijn wat voorbeelden van enkele regels uit de nieuwe ethiek, zoals die bijeengebracht zijn uit de recente oogst aan boeken over zelf-hulp en zelf-bewustzijn:
„Eerst voor nummer één zorgen.”
„Winnen door intimidatie.”
„Weinigen van ons leren hoe van de wereld gebruik te maken, in plaats van door de wereld gebruikt te worden.”
„Hoewel u in de beste belangen van anderen kunt handelen, gaat het erom goed te begrijpen dat dat nooit uw eerste doel zal zijn.”
„Moraliteit heeft erg weinig met succes te maken.”
„U hebt het recht zelf over uw gedrag te oordelen.”
„Besluit te leven volgens regels van goed en kwaad die u zelf hebt vastgesteld, niet volgens regels die anderen hebben opgelegd.”
„Schuldgevoel is even verslavend en even verderfelijk als heroïne.”
„Laat u mensen maar over u heen lopen?”
„Revolutionaire nieuwe technieken om de zaken naar uw hand te zetten”.
Wanneer dergelijke uitspraken in de boeken staan, zijn ze ’ingepakt’ in een context die ze ontdoet van hun hardheid. Vaak worden gezonde stelregels naar voren gebracht die beslist nuttig zijn, en onze bedoeling is niet alles wat in dergelijke boeken staat als pure zelfzucht af te doen. Maar de strekking van deze boeken wordt getypeerd door de boven aangehaalde aansporingen en vraag. Dit zijn de ideeën waarnaar men grijpt voor de advertenties en flapteksten, opdat mensen het boek gaan lezen. Dit zijn de gevoelens die voor de titels worden gebruikt. Dit zijn de indrukken die bij de lezers achterblijven. De stemming die bij de volgelingen van de nieuwe beweging overheerst, is er een waarbij het individu wordt verheerlijkt boven de maatschappij in het algemeen. Dit in zichzelf opgaan wordt ook aangetroffen in films, televisie, sport, kranten en tijdschriften.
De werkgroepen voor de stromingen waarin het zelf-bewustzijn wordt gezocht
Een van de baanbrekende groepen op het gebied van het onderzoek van het eigen ik werd in 1962 in Californië opgericht. Inmiddels functioneren er een heel aantal. Deze groepen onderzoeken wat er in een persoon leeft, en proberen dat aan de oppervlakte te brengen. Laat u maar helemaal gaan, zoals zij zeggen. Fletcher Knebel, een politiek schrijver, beschrijft een oefening die typerend is voor wat men doet:
„Van één oefening was ik helemaal kapot: zwijgend, geblinddoekt, onze handen op de rug maakten 24 van ons contact met schouders, armen, benen en heupen, onder het geluid van exotische oosterse muziek. Dit massale tasten, mensen die in een zwijgende, onhandige poging tegen elkaar wreven om anderen iets mee te delen, scheen mij een samenvatting van het hele menselijke bestaan. Wij zoeken elkaar wanhopig, maar raken elkaar toch alleen maar vluchtig aan zonder daaruit troost te putten. Ik maakte mij los uit de groep zat op de vloer en huilde. Waarom? Mijn eigen eenzaamheid en wonden wellicht. Ik heb die ervaring altijd onthouden.”
Hoewel Knebel beweert wel iets waardevols te hebben ontdekt in het beleven van een zelf-bewustzijnstraining in werkgroepen, vond hij bepaalde aspecten verwerpelijk:
„Er wordt bijna evenveel schuttingtaal gebruikt als bij de mariniers. Sommige groepsleiders verbreiden meer obsceniteiten dan inzicht. . . . eindeloze herhalingen van dezelfde vier-letterwoorden stompen het bewustzijn af dat de groepsleider nu juist tracht te verscherpen.
Veel te veel moderne Amerikaanse goeroes beloven de maan en leveren niets meer dan een manestraaltje. . . . Een heel weekend van psychologische openbaringen kan zo duurzaam zijn als een etentje bij de Chinees.
De ernstigste tekortkoming van de beweging is naar mijn mening het beperkte praktische nut voor de wereld. . . . Probeer maar eens hoe praktisch een weekend voor zelf-bewustzijnstraining onder een verhongerend herdersvolk in Mali is, of in de folterkamers van de militaire barakken in Oeganda, of aan de overkant van de straat tegenover het hoofdkwartier van de KGB (geheime dienst) in Moskou. Er vindt maar weinig persoonlijke ’groei’ plaats in landen die zich in de greep van armoede of tirannie bevinden.”
Nieuwe televisie-religie: ’Voel u prettig’
Tom Shales, een rubriekschrijver van de Washington Post, heeft over televisiereclame geschreven, en hier zijn enkele passages:
„Wellicht nooit eerder in de geschiedenis is er bij zo velen op aangedrongen zich zo prettig te voelen met zo weinig. Dat is omdat de reclamejongens van de tv, die altijd al betrokken zijn geweest bij de politiek van het eigenbelang, een nieuw instrument hebben ontdekt om hun waar te verkopen. Het is de voel-u-prettig-reclame — een reclame die u vertelt u prettig te voelen met het feit dat u gewoon u bent en met alles dat u dichter tot dat doel zal brengen, of het nu deodorant, pudding of een nieuw stel radiaalbanden met staalgordel betreft. . . .
Er gloeit onbetwistbaar een religieus vuur achter deze verkoopboodschappen. Maar wat feitelijk vergoddelijkt wordt in de nieuwe reclame, is de kijker-consument zelf. . . . de belangrijkste kwestie is dat extremisme in de aanbidding van het eigen ik geen ondeugd is — in feite is het een deugd — . . .
Televisie zegt u te grijpen wat u ziet, met alle begerigheid die u hebt. Er wordt geen moment op gezinspeeld dat uw begerigheid wel eens inbreuk zou kunnen maken op de begerigheid van iemand anders. Er wordt gewoon gezegd: Vooruit, grijpen, u zult er anders spijt van hebben. . . .
Televisie, de beste verkoper die ooit is uitgevonden, zou wel eens een te goede prestatie geleverd kunnen hebben door ons onszelf te verkopen. Als wij hals over kop in een werkelijke ernstige economische crisis zouden worden gestort, zouden wij dan toegerust zijn om zo iets ondenkbaars als zelfverloochening te kunnen opbrengen?”
Het neo-narcisme
Volgens de Griekse mythologie was Narcissus de zoon van de riviergod Cephissus en de nimf Liriope. Volgens de mythe bezat hij een buitengewone schoonheid. Toen hij in een bron zijn eigen spiegelbeeld zag, werd hij verliefd op zichzelf. Hij was niet in staat anderen lief te hebben en was zo geboeid door de aanblik van zichzelf, dat hij zelfs niet opstond om te eten. Hij kwijnde weg en stierf. Tegenwoordig gebruikt de orthodoxe psychoanalyse de term narcisme als aanduiding voor een intense graad van eigenliefde, zo sterk dat de patiënt onverschillig staat tegenover anderen — tenzij hij hen ertoe kan brengen hem op te merken en te bewonderen.
Herhaaldelijk heeft men de hedendaagse IK-cultus het nieuwe of neo-narcisme genoemd. In een tijdschriftartikel, getiteld „Het tijdperk van Narcissus: Kijk mij eens, jongens!”, noemde Nathan Fain de nieuwe trend „waarlijk een overstroming van nationaal narcisme zoals wij dat niet eerder gezien hebben”.
Maar is het werkelijk „aanbidding van het eigen ik”?
Eén persoon heeft dit op een voetstuk plaatsen van het eigen ik „een nieuwe religie” genoemd. Een ander noemde het „de aanbidding van het eigen ik”. Voor velen in de stroming waarin het zelf-bewustzijn centraal wordt gesteld, gaat het niet zo ver; voor sommigen is dat wel het geval.
De bijbel toont aan dat de neiging zichzelf steeds tot het middelpunt te maken, aanbidding kan worden. Er wordt gesproken over „begerigheid, welke afgoderij is”. „Hebzucht is een vorm van afgodendienst” (Kol. 3:5, Nieuwe-Wereldvertaling en Het Nieuwe Testament in de omgangstaal). Het Griekse woord dat deze vertalingen met „begerigheid” en „hebzucht” weergeven, is pleonexia. Barclay’s bijbelcommentaar zegt hierover:
„Pleonexia is in de grond der zaak het verlangen om meer te hebben. De Grieken zelf definieerden het als onverzadigbaar verlangen, en zeiden dat het zich even gemakkelijk laat bevredigen als dat een schaal waar een gat in zit, met water gevuld kan worden. Zij definieerden het als het zondige verlangen naar wat anderen toebehoort. Zij definieerden het als de hartstocht van hebzucht. Het is beschreven als nietsontziende zelfzucht.”
Over dergelijke personen zegt Filippenzen 3:19: „Hun god is hun buik.” Dergelijke personen dringen er halsstarrig op aan hun zin te krijgen, waarmee zij in feite hun eigen wil verafgoden. Eeuwen voor Christus werd dit afgoderij genoemd: „Halsstarrigheid is als ongerechtigheid en afgoderij.” — 1 Sam. 15:23, Revised Standard Version.
In werkelijkheid gaat de eredienst voor het eigen ik helemaal terug tot het eerste mensenpaar. Zij wilden hun eigen maatstaven van goed en kwaad vaststellen. Toen daarom ten onrechte verteld werd dat zij „als God [konden] zijn, kennend goed en kwaad”, vond de vrouw dat iets om naar te verlangen. Eerst koos zij deze handelwijze en vervolgens haar echtgenoot. Het was een fatale vergissing.
Het geloof van de hedendaagse ik-eerst’ers is dus niets nieuws. Het is een heel oude geschiedenis die zich herhaalt. Dat geloof bestond in de tijd dat de mensheid haar begin had, en er is voorspeld dat het in deze laatste dagen aanwezig zou zijn: „In de laatste dagen . . . [zullen] de mensen . . . zichzelf liefhebben.” — 2 Tim. 3:1, 2.
[Kader op blz. 5]
DE ’IK EERST’-GELOOFBELIJDENIS
Bemin uzelf.
Bemin zonder in bezit te nemen.
Laat uw emoties de vrije loop.
Laat u maar helemaal gaan.
Doe u gelden.
Voel u niet schuldig.
U bepaalt wat goed en slecht is.
Doe waar u zin in hebt.
Ik ben OK, u bent OK.
Oordeel niet.
Preek niet.
Loop met opgeheven hoofd.
Leef in het hier en nu.
Er is niets beters!