Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g79 22/4 blz. 4-8
  • Overtuigende bewijzen door gezond redeneren

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Overtuigende bewijzen door gezond redeneren
  • Ontwaakt! 1979
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Deugdelijke wetenschappelijke logica
  • De Eerste Oorzaak — levend of levenloos?
  • Twee logische vragen
    Ontwaakt! 2015
  • Hoe is het leven ontstaan?
    Meer onderwerpen
  • Is het redelijk om in God te geloven?
    De weg tot waar geluk
  • Is het bij toeval ontstaan of is het geschapen?
    Ontwaakt! 1999
Meer weergeven
Ontwaakt! 1979
g79 22/4 blz. 4-8

Overtuigende bewijzen door gezond redeneren

OM VAN iets overtuigd te raken, moeten wij bewijzen of deugdelijk bewijsmateriaal voorgelegd krijgen. „Het geloof nu is een vaste grond der dingen, die men hoopt, en een bewijs der zaken, die men niet ziet”, schreef een geïnspireerde bijbelschrijver. — Hebr. 11:1, Statenvertaling.

In het oorspronkelijke Grieks betekent het woord voor „bewijs” „een bewijs, waardoor iets bewezen of getoetst wordt”. Het woord werd door wereldse schrijvers uit die tijd gebruikt om te verwijzen naar bewijs bij rechtszaken. Dit bewijs zou beslist meer omvatten dan gevoelens; het zou het overleggen van feiten vereisen. Wie zou er nu naar een rechtbank gaan en zeggen: „Ik heb het gevoel” dat de beklaagde dit of dat deed? Neen, u zou bewijzen, overtuigend bewijsmateriaal, moeten overleggen.

Wij moeten dus met feiten werken. Ja, wat voor bewijs of bewijsmateriaal is er beschikbaar dat God moet bestaan?

Deugdelijke wetenschappelijke logica

„Uit niets ontstaat er niets”, luidt een wetenschappelijk en logisch axioma. Wiskundig gesteld: 1000 maal nul is nog steeds nul! Zelfs een kind beseft dit al. Als het zijn spaarvarken pakt, er geen geld in doet en het verstopt, en als er dagenlang, zelfs maandenlang, niemand aankomt, wat vindt hij dan als hij het te voorschijn haalt? Nog steeds geen geld. Materie verschijnt niet spontaan. Ze komt niet zomaar „opduiken”.

Toch hebben wij een overvloed aan materie in de hemellichamen aan het met sterren bezaaide uitspansel. Waar kwamen die allemaal vandaan? Logischerwijs konden ze niet uit het niets ontstaan. Dus moet er altijd iets bestaan hebben waaruit al deze dingen tot bestaan konden komen. Dat „iets” moet eeuwig zijn.

Nog in 1977 zei Jayant Narlikar, een wetenschapsman op het gebied van de kosmologie (het bestuderen van de oorsprong en de ontwikkeling van het heelal), dat de meest fundamentele vraag in de kosmologie is: „Waar is de materie die wij, om ons heen zien, in eerste instantie vandaan gekomen?” Het heelal in het begin van zijn ontstaan vergelijkend met een zeer compact „kosmisch ei” dat dan zou zijn geëxplodeerd, zegt de biochemicus Isaac Asimov: „Astronomen zullen gegarandeerd vragen: Wat was er vóór het kosmische ei? Waar kwam dat vandaan?”

In zijn poging om aan te tonen dat de sterren uit dichte stofwolken zijn ontstaan, kwam de astronoom Fred Hoyle op een ander dood spoor terecht. Hij zei: „Deze beide elementen [waaruit het stof bestaat] worden in sterren geproduceerd . . . Maar hoe ging dit in z’n werk, als we geen sterren kunnen hebben voordat er eerst stof was? Wat was er het eerst: de kip of het ei?”

Heden ten dage is de grote meerderheid van geleerden het eens met de Tsjechische astrofysicus Josip Kleczek, die in The Universe zei: „De meeste en mogelijk alle elementaire deeltjes kunnen gevormd zijn door het materialiseren van energie.” Daarop verwees hij naar Einsteins beroemde formule E=mc2 (energie is gelijk aan de massa maal het kwadraat van de lichtsnelheid, die aantoont dat materie voortgebracht kan worden door een enorm grote energiebron. Wetenschappelijk gesproken is het dus mogelijk dat materie door een bron van „intense energie” kan worden voortgebracht. „Maar”, klaagde een vooraanstaande fysicus, „waar de energie vandaan kwam weten wij niet.”

Dus welke logische conclusie kunnen wij trekken? Eenvoudigweg deze: Dat een bron van „intense energie” dat eeuwige „iets” geweest moet zijn waaruit dit stoffelijke universum is ontstaan. Deze conclusie wordt ondersteund door de grondig geteste „wet van behoud van massa en energie”, die zegt dat energie en massa niet gemaakt noch vernietigd kunnen worden, maar louter van de een in de ander kunnen overgaan. De wetenschap erkent dus dat het stoffelijke universum uit een eeuwige bron van energie ontstaan zou kunnen zijn.

De Eerste Oorzaak — levend of levenloos?

Beschouw nu alstublieft deze essentiële vragen: Was deze oorspronkelijke eeuwige bron van energie een levende, intelligente persoonlijkheid? Of was het iets dat onbezield, levenloos was? Ontstond het universum slechts uit louter mechanische, natuurkundige bewegingen, los van een bewuste, intelligente leiding?

Geleerden hebben, door het universum zorgvuldig te onderzoeken, bewijzen gezien van een precisie als van een machine. Hemellichamen gehoorzamen wetten die zo nauwkeurig zijn dat geleerden jaren van tevoren bepaalde gebeurtenissen aan de hemel kunnen voorspellen. Bovendien worden enkele van onze meest precieze uurwerken met de sterren gelijkgezet.

Er worden hoeveelheden materie waargenomen waarin een zeer hoge mate van ordening bestaat. Dit is vooral waar met betrekking tot de ingewikkelde systemen waaruit, levende organismen opgebouwd zijn. Zelfs de „bouwstenen van het leven”, de eiwitmoleculen, vertonen verbazend ingewikkelde rangschikkingen van atomen.

Hoe kwam deze precisie en ingewikkeldheid tot bestaan? Is dit het resultaat van „blind toeval”, dat miljarden en nog eens miljarden jaren aan het werk is geweest?

Sommige vooraanstaande geleerden opperden de gedachte dat als een groep apen maar lang genoeg in het wilde weg op schrijfmachines mochten hameren, na verloop van tijd — misschien miljarden jaren — ze gewoon door toeval een boek zouden voortbrengen zoals Tolstoj’s Oorlog en Vrede. De geleerden redeneerden dus dat als er maar genoeg tijd zou zijn, deze ingewikkelde wereld geleidelijk door willekeurig toeval voortgebracht zou worden.

Maar, zoals een andere onderzoeker op merkte, „er zou iemand nodig zijn die herkent wanneer ze [de apen] hun werk klaar hadden. . . . en hoe lang de apen er vermoedelijk over zouden doen zou juist afhangen van de manier waarop er geselecteerd werd”. Ja, een intelligent persoon die het boek kent, moet erbij zijn om datgene wat door de apen geproduceerd is te selecteren en tot het meesterwerk te rangschikken. Zonder iemand die selecteert zouden de apen in werkelijkheid nooit het boek voortbrengen. Op z’n hoogst zouden hun krachtsinspanningen resulteren in een mengelmoes van letters of louter regels vol onsamenhangende of gedeeltelijke woorden.

„Blind toeval”, zegt het boek The Life Puzzle, „is een creatief heerschap. . . . Hij is echter zeer beperkt. Eenvoudig samengestelde dingen kan hij met het grootste gemak maken . . . maar als de mate van organisatie toeneemt, brengt hij er al gauw niets meer van terecht. En een lange tijd wachten of enorme hoeveelheden materiaal gebruiken, helpt niet veel, zoals we bemerkten.”

Zelfs kinderen weten dat zij met hun blokkendoos geen „huis” kunnen bouwen door de blokken alleen maar in de lucht te gooien, in de hoop dat ze toevallig een „huis” zullen vormen. Het is waar dat bij een bepaalde worp twee of drie blokken misschien op elkaar zullen blijven liggen. Maar welke kans bestaat er dat er een geordend „huis” wordt gebouwd? Tenzij het kind de paar blokken die bij toeval op elkaar bleven liggen beschermt, zouden deze toch bij de volgende worp weer uit elkaar kunnen vallen. Iemand zal iets met de blokken moeten doen om een geordend, samengesteld „huis” voort te brengen.

Daarom zijn de geleerden er door hun eigen bevindingen toe gedwongen „Blind toeval” uit te schakelen als een factor die verantwoordelijk is voor de hoge graad van organisatie die op aarde en in het universum zichtbaar is.

In 1859 stelde Charles Darwin dat „natuurlijke selectie” de leidende, selecterende kracht was die de resultaten van blind toeval kon rangschikken en uit de chaos orde kon scheppen. Natuurlijke selectie is naar men aanneemt een proces waardoor alleen „goede” (gunstige) ontwerpen of organismen (planten en dieren) die speciaal geschikt voor hun omgeving zijn, overleven, en daardoor het „goede” ontwerp aan hun nageslacht doorgeven, geleidelijk „evoluerend” tot meer ingewikkelde levensvormen.

Nadat de evolutionist C. F. A. Pantin, vroeger professor in de zoölogie aan de Universiteit van Cambridge, in Engeland, de vele unieke voorwaarden had beschreven die leven op aarde mogelijk maken, gaf hij toch toe dat „de werking van natuurlijke selectie geen verklaring vormde voor al de bijzondere kenmerken in de stoffelijke wereld”.

Wat voor soort „bijzondere kenmerken”? Wel, de zoöloog W. H. Thorpe kenschetste een bepaald kenmerk als „een van de meest verrassende en verontrustende schokken voor de evolutietheorie die er de laatste tijd zijn geweest”. Het ging over de ongelofelijke ingewikkeldheid van het gen — de microscopisch kleine eenheid in een levende cel die vaststelt hoe die bepaalde plant of dat bepaalde dier zal worden. Genen zijn inderdaad ingewikkeld! Net als miniatuur-computers slaan ze informatie op en geven instructies door aan de cel. Als al deze informatie in standaarddrukletters werd omgezet, zou dit een encyclopedie van ongeveer 1000 delen vullen!

Hoeveel kans zou er bestaan dat een ingewikkeld gen door natuurlijke selectie en „toevallige mutaties” over een tijdsverloop van miljarden jaren tot bestaan zou komen? „De kans dat er in dat tijdsbestek een juist DNA-molecule voortgebracht zou worden, is dan nog steeds onvoorstelbaar klein (1 op de 10415)”, schrijft de bioloog Frank B. Salisbury in het wetenschappelijke tijdschrift Nature. „Onvoorstelbaar klein”! Een kans van één op 1 met 415 nullen erachter!

Hoewel Salisbury in evolutie door natuurlijke selectie gelooft, bracht de onmogelijkheid dat zó iets zou gebeuren hem er niettemin toe te concluderen: „Afzonderlijke schepping of een geleide evolutie zou het probleem van de ingewikkeldheid van het gen oplossen.”

De een of andere intelligente kracht moet de constructie van zo’n ingewikkelde molecule „geleid” hebben. Het zou zich niet door louter toeval of zelfs niet door „natuurlijke selectie” hebben kunnen ontwikkelen. Levenloze materie, zoals atomen en moleculen, rangschikt zichzelf niet.

„Wij weten ook dat het meest fundamentele kenmerk van het leven is dat het de entropie [de tendens van hoger georganiseerde systemen om te vervallen tot een lager organisatiepeil] kan omkeren, dat wil zeggen, het kan orde herstellen in tegenstelling tot de tendens van levenloze materie om orde af te breken (of entropie te bevorderen; d.w.z., stenen hebben de neiging bergafwaarts te rollen, niet bergopwaarts)”, meldt het boek The Reflexive Universe.

Wat leren wij uit dit alles? Dat er een oorspronkelijke Bron van energie moet hebben geleefd om leiding te verschaffen toen de energie waarover hij beschikte, werd gebruikt om de stoffelijke wereld om ons heen te scheppen.

Door deugdelijke wetenschappelijke logica worden wij tot dezelfde conclusie gebracht als de bijbel reeds meer dan 2700 jaar geleden verschafte met deze wetenschappelijk nauwkeurige verklaring: „Heft uw ogen naar omhoog en ziet. Wie heeft deze dingen geschapen? Het is Degene die het heerleger daarvan zelfs naar, het getal uitleidt . . . Vanwege de overvloed van dynamische energie, en omdat hij sterk is in kracht, ontbreekt er niet één aan.” — Jes. 40:26.

[Diagram op blz. 5]

(Zie publicatie voor volledig gezette tekst)

COMPUTER

GEN

Het gen — de microscopische kleine eenheid in een levende cel — bepaalt wat voor plant of dier het zal worden. Genen zijn net miniatuur-computers; ze slaan informatie op en geven instructies door aan de cel.

CEL

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen