Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g79 8/2 blz. 10-16
  • Mijd onwenselijke gewoonten en praktijken

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Mijd onwenselijke gewoonten en praktijken
  • Ontwaakt! 1979
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Roken
  • Verslaving aan drugs
  • Zwaar drinken
  • Gokken
  • Festiviteiten, brasserijen
  • Werkelijke voordelen
  • Wat is er verkeerd aan gokken?
    Ontwaakt! 2002
  • Loterijen en andere kansspelen — Zijn ze onschuldig?
    Ontwaakt! 1982
  • De nieuwe gokrekruten — Jongeren!
    Ontwaakt! 1995
  • Vermijd de strik van het gokken
    Ontwaakt! 2002
Meer weergeven
Ontwaakt! 1979
g79 8/2 blz. 10-16

Mijd onwenselijke gewoonten en praktijken

IN EEN Noordamerikaanse supermarkt valt het oog van een klein meisje op een prachtige piramide lekker uitziende sinaasappels. ’Toe mammie, koop daar een paar van’, zegt ze. Er worden tedere gevoelens wakker geroepen bij haar armoedig geklede moeder en zij vraagt de winkelbediende: ’Hoeveel zijn de sinaasappelen?’ Wanneer de moeder de prijs te horen krijgt, wendt zij zich tot haar dochtertje en zegt: ’Dat kunnen we ons niet veroorloven.’ Het meisje laat teleurgesteld haar hoofdje hangen. Dan, na een ogenblik aarzelen, vraagt de moeder aan de winkelbediende: ’Een pakje sigaretten, alstublieft.’

Dit zijn dagelijks weerkerende toneeltjes. Mannen en vrouwen kopen sigaretten, alcohol, loterijbriefjes en dergelijke, maar laten na hun kinderen toereikende maaltijden te verschaffen. Zij maken grote geldbedragen op aan festiviteiten die in werkelijkheid teugelloze braspartijen zijn. Anderen leven in een ellendige toestand vanwege verslaving aan drugs.

Dit zijn ernstige problemen die vermeden hadden kunnen worden door bijbelse beginselen toe te passen. De Schrift verklaart: „Laten wij ons reinigen van elke verontreiniging van vlees en geest” (2 Kor. 7:1). „Bedrinkt u . . . niet aan wijn, waarin losbandigheid is” (Ef. 5:18). „Kom niet terecht onder hen die zich bedrinken aan wijn . . . Want een dronkaard . . . [zal] tot armoede vervallen” (Spr. 23:20). „Gij zijt het die Jehovah verlaat, . . . die een tafel in orde brengt voor de god van het Geluk” (Jes. 65:11). „Laat hij liever hard werken, door met zijn handen goed werk te doen” (Ef. 4:28). „Door rustig te werken . . . moeten [zij voedsel] eten dat zij zelf verdienen” (2 Thess. 3:12). „Laten wij betamelijk wandelen, . . . niet in brasserijen en drinkgelagen.” — Rom. 13:13.

Merk op hoe duidelijk de bijbel zich uitspreekt tegen zwaar drinken en brasserijen. Toegegeven, de Schrift maakt niet specifiek melding van roken of gebruik van drugs. Maar zou u op grond van wat u hebt gezien, niet zeggen dat roken een verontreinigende gewoonte is? En is het gebruik van drugs niet eveneens verontreinigend en schadelijk, en brengt het niet een uitwerking teweeg die vergelijkbaar is met dronkenschap? Evenzo wordt gokken niet in de bijbel genoemd. Maar is het geen praktijk die verband houdt met geluk? Wekt het geen hebzucht op en gaat het niet in tegen de bijbelse vermaning om voor ons voedsel te werken?

Roken

Misschien vraagt u zich echter af in welke mate de persoon die deze bijbelse beginselen naleeft, gaat merken dat het hem gemakkelijker valt brood op tafel te brengen. Nemen wij de rookgewoonte. In Zweden geeft een man die zo’n 20 tot 25 sigaretten per dag rookt, daar jaarlijks ongeveer ƒ 1250 aan uit. Omdat ongeveer 50 percent van zijn inkomen opgaat aan belastingen, betekent dit dat hij alleen al om zijn rookgewoonte te kunnen volhouden, ongeveer ƒ 2500 moet verdienen. Dit bedrag ligt hoger dan het maandloon van de gemiddelde arbeider. Rookt ook de vrouw nog en zijn er tienerkinderen die roken, dan wordt wellicht meer dan 20 percent van het inkomen van de kostwinner aan tabak uitgegeven. Vaak betekent dit dat het gezin bezuinigt op de kwaliteit van zijn voedsel om te kunnen doorgaan met roken.

Ook in landen waar het hoofdelijk inkomen aanzienlijk lager ligt dan in Zweden, besteden velen een even hoog of zelfs hoger percentage van hun beperkte loon aan tabak. Dit gold ook voor K. P., een huisvader in India. Hij vertelt: „Ik onderhield mijn gezin door pana te verkopen, waarmee ik 35 roepies [ongeveer ƒ 8] per week verdiende. Tien percent hiervan ging op aan mijn rookgewoonte.”

Toen K. P. echter in 1972 met Jehovah’s Getuigen de bijbel begon te bestuderen, ging hij beseffen dat roken in strijd is met de bijbelse vermaning ’rein te zijn van elke verontreiniging van vlees en geest’. Als hij bovendien anderen zou gaan helpen zich van een dergelijke verontreiniging los te rukken, dan zou het, zoals K. P. zich realiseerde, inconsequent zijn als hij pan bleef verkopen. Wat deed hij? Hij antwoordt: „Ik liet mijn handeltje in pan varen om mijn leven met de bijbel in overeenstemming te kunnen brengen. Ik vertrouwde volledig op Jehovah God.”

Maar hoe zou hij nu in zijn levensonderhoud voorzien? Vormde het naleven van bijbelse beginselen een hulp voor hem om brood op tafel te brengen? Ja, zijn situatie werd er zelfs beter op. Hij kon een baan krijgen als verkoper in een groentewinkel. Zijn loon bedroeg 50 roepies (ongeveer ƒ 11,50) per week, 15 roepies meer dan hij met het verkopen van pan had verdiend. Bovendien had hij de beschikking over een 10 percent meer geld omdat hij immers niet meer rookte. Maar dat was nog niet alles.

K. P. vervolgt zijn verhaal: „Mijn werkgever testte mij op verschillende manieren totdat ik zijn volledige vertrouwen had gewonnen. Nu vertrouwt hij mij zijn geld en de hele zaak toe. Dit had hij met vroegere werknemers nooit gedaan. Vanwege mijn betrouwbaarheid stond hij me een persoonlijke onkostenrekening toe, terwijl ik gratis groente voor mijn gezin mag meenemen. Sinds ik een van Jehovah’s Getuigen ben geworden, heb ik een eigen huis kunnen bouwen en heb ik mijn levensomstandigheden kunnen verbeteren. Wij verheugen ons nu in een gelukkig gezinsleven en zijn werkelijk tevreden.”

Verslaving aan drugs

Evenzo verbetert de situatie voor degenen die zich losrukken van verslaving aan drugs en dan niet langer de kosten hoeven te dragen van een buitensporig dure gewoonte. Dit bemerkten Eoin en Angelika.

In 1966 begon Eoin drugs te gebruiken. Twee jaar later hield hij op met werken. Hij gaf wekelijks rond de £ 25 of £ 30 uit aan de hasj en de LSD die hij gebruikte. Rekening houdend met de inflatie zou dat tegenwoordig neerkomen op bijna £ 70 (ƒ 280). Het vertegenwoordigde ook 75 percent van zijn „verdiensten” uit drughandel en diefstal. Bovendien rookte hij zo’n 40 tot 50 sigaretten per dag.

Eoin had in die dagen maar weinig geld om in zijn onderhoud te voorzien. Vaak sliep hij in de stations van de ondergrondse. Andere keren vertoefde hij een tijdlang in huis bij anderen van „de drugscene”. „Je leidt”, zo zegt hij, „een soort klaplopersleven, je sluit je aan bij een groep verslaafden totdat ze genoeg van je krijgen en dan ga je weer verder naar een volgende groep.” In dit Londense wereldje kwam de 17-jarige Angelika vanuit Duitsland waar zij zich in een soortgelijke „drugscene” had bewogen. Ze was verslaafd aan drugs, rookte zwaar en had al gauw dezelfde financiële problemen als Eoin. Maar op een of andere wijze slaagde zij erin het hoofd boven water te houden door van haar flatje in Londen een ontmoetingsplaats voor druggebruikers en drughandelaren te maken.

Uiteindelijk had Eoin geen andere bezittingen meer dan de kleren die hij aan zijn lichaam had. Angelika had nog één jas, een peignoir. Al haar andere bezittingen zaten in één klein koffertje gepakt.

Toen deze jonge mensen echter eenmaal waren begonnen kennis te vergaren van bijbelse beginselen, stopten beiden binnen twee weken met roken en het gebruiken van drugs. Eoin ging binnen drie weken in de bouw werken. Mettertijd spaarden zij genoeg geld om een waarborgsom voor een flat te kunnen storten en trouwden zij. Sinds zij in 1973 hun leven met bijbelse beginselen in overeenstemming hebben gebracht, hebben zij een plek verworven die zij hun thuis kunnen noemen. Eoin en Angelika hebben een leuk flatje en alles wat er staat is hun eigendom. Gods Woord heeft hen beslist geholpen brood op tafel te hebben.

Zwaar drinken

Zwaar drinken is nog een andere gewoonte die het voor velen moeilijk maakt brood op tafel te hebben. In 1974 werd er in de Duitse Bondsrepubliek en West-Berlijn voor 30,7 miljard Mark aan alcoholische dranken uitgegeven. Naar verluidt verkeren in Japan meer dan twee miljoen mannen en vrouwen met hun drinkgewoonten op de rand van het alcoholisme. Het aantal alcoholisten in de V.S. bedraagt ongeveer 10 miljoen, en in Italië ongeveer vier miljoen. Meer dan een miljoen Australiërs besteden iedere week aan alcoholische dranken een bedrag van ƒ 60. Dit is ongeveer 20 percent van wat de gemiddelde arbeider iedere week aan loon thuisbrengt. Het komt erop neer dat er meer geld wordt uitgegeven aan alcoholische dranken dan het gemiddelde gezin aan vlees, fruit en groente besteedt. Veel probleemdrinkers in Australië geven meer dan de helft van een gemiddeld weekloon aan alcohol uit. In Zweden gaat bij de gemiddelde drinker meer dan 10 percent van zijn inkomen op aan alcoholische dranken. De bijbelse raad met betrekking tot matigheid zou dan ook zeker miljoenen kunnen helpen meer en beter voedsel op tafel te brengen.

Het is vooral droevig een man het grootste deel van wat hij verdient, aan drank te zien besteden wanneer zijn gezin gebrek lijdt. Miljoenen over de hele aarde zetten wanneer ze hun loon hebben ontvangen, koers naar een bar. Wanneer ze weer naar buiten komen, zijn ze wellicht stomdronken en hebben ze geen cent meer. De vrouw moet dan zien dat ze wat geld leent om de rekeningen te betalen en te zorgen dat het gezin iets te eten krijgt. In landen waar dit zware drinken gewoon is, heerst grote armoede onder mensen met een laag inkomen.

Dit was het geval met een gezin in Mexico. Zij waren heel erg arm en leefden te midden van afval en vuil. Het gezin had zelfs niet eens een tafel om aan te eten. Toen zij echter de bijbelse beginselen begonnen te leren, namen de zaken een keer. Omdat de man ophield met drinken, konden zij een tafel en wat stoelen kopen. Later kochten zij een gasfornuis als vervanging van hun kleine petroleumstel. De hele aanblik van het huis verbeterde omdat zij meer hun best deden om het schoon te houden.

Wanneer buitensporig drinken gecombineerd gaat met zwaar roken, worden de financiële problemen eens zo groot. „O ja”, zo bevestigt Jim, een donkerharige jongeman in Canada, „toch al gauw een kwart tot een derde van mijn loon ging op aan onze drink- en rookgewoonten. We hadden beter kunnen eten en goed gekleed kunnen gaan als we al het geld hadden gespaard dat nu daaraan verspild is!” Zijn vrouw Carol onderbreekt hem: „Soms zaten we op het eind van de dag nog wat te relaxen en dan ontdekte ik plotseling tot mijn ergernis dat onze sigaretten op waren. Dan begon ik Jim aan zijn hoofd te zeuren dat hij sigaretten moest gaan halen. Zijn klacht was vaak dat hij geen geld had. ’Zal hij wel weer aan bier hebben opgemaakt’, dacht ik dan bij mijzelf. Maar ik zat me in elk geval steeds meer te ergeren totdat ik hem zover kreeg dat hij alle lege melkflessen bij elkaar zocht om met het statiegeld wat sigaretten te kopen. Dit was altijd erg pijnlijk voor Jim. Maar erger nog, het betekende vaak dat de kinderen het zonder de zo nodige melk moesten stellen totdat wij weer wat geld hadden.”

Gokken

Gokken is nog een ondeugd die velen van hun dagelijkse brood heeft beroofd. Dit is een wijdverbreid probleem. Naar schatting besteden Australiërs meer dan 10 percent van hun netto-inkomen aan gokken. In de Duitse Bondsrepubliek worden jaarlijks miljarden marken aan deze ondeugd uitgegeven. Mensen riskeren het verlies van een week- of maandloon en soms zelfs nog wel meer. Men schat dat in de Verenigde Staten een $20 miljard (ƒ 40 miljard) wordt vergokt. In Spanje bracht alleen de kerstmisloterij al een 32.500.000.000 peseta’s op (ƒ 900 miljoen). Van dit bedrag werd 70 percent aan prijzen uitgekeerd en de rest ging naar de staat. Een heel lot kostte 20.000 peseta’s (ƒ 570), het totale maandloon van de laagst betaalde arbeiders; maar de loten werden ook in delen verkocht.

De bedragen die mensen met gokken verliezen, tarten iedere verbeelding. Een Perzische erfgename verloor bijna zes miljoen dollar in verschillende Europese casino’s. In drie dagen pokeren verloor een Joegoslaaf die zich in Australië had gevestigd, al het geld dat hij in zes jaar had gespaard. Hij kreeg hierdoor zo’n shock dat hij vier dagen later overleed. Pedro, een jonge Spanjaard, besteedde iedere maand zoveel geld aan gokken dat hij met dat bedrag huur en voedsel voor nog een gezin van vier personen had kunnen betalen. Toch moest hij tegen het eind van sommige maanden geld lenen om eten te kunnen kopen.

De beroepsgokkers die bestaan van de verliezen van anderen, blijven volkomen koud onder wat zij zien — mensen die hun hele vermogen verliezen, personen die zelfmoord plegen vanwege hun verliezen, vrouwen die prostitutie bedrijven om hun speelschulden te kunnen betalen. Ronald, die eens in de Amsterdamse gokhuizen werkte, merkte op: „Ik zag er niet in het minst tegen op om met m’n eigen moeder aan de goktafel te zitten en haar leeg te plukken.”

Dat de bijbel iemand kan helpen zich van deze ondeugd los te rukken, wordt krachtig gedemonstreerd door het geval van Friedel, een in Indië geboren Hollander. Op de leeftijd van 38 werd hij directeur-eigenaar van een importfirma met een jaarlijkse nettowinst van ƒ 1.100.000. Hij had een maandsalaris van 6000 roepia’s, hetgeen in die dagen vlak na de Tweede Wereldoorlog een fortuin was. Friedel raakte echter verslaafd aan gokken. Om zijn ondeugd te kunnen bekostigen, verkocht hij zijn goederen met 300 percent winst. Ook zette hij zijn leven op het spel door zijn koopwaar te verkopen in gebieden die door Pemoeda-terroristen werden beheerst.

Het zag er niet naar uit dat hij ooit uit het moeras zou komen. Maar de bijbel hielp Friedel zich los te rukken van zijn verslaving aan het gokken. Uit zijn beschouwing van de Schrift groeide bij hem het volgende besef: Gokken maakt iemand oneerlijk, een gokker trekt zich niets van anderen aan en gokken verstoort een gelukkig gezinsleven.

Als meer mensen zouden gaan inzien hoe verstandig het is gokken te mijden, zouden zij veel beter voor hun gezinnen kunnen zorgen. Het is bijvoorbeeld helemaal niet ongewoon dat een Braziliaan in een jaar evenveel geld aan loterijbriefjes uitgeeft als hij zou betalen voor 100 flessen melk.

Festiviteiten, brasserijen

In Latijns-Amerikaanse landen worden gigantische bedragen aan festiviteiten uitgegeven. Omdat de kerk er haar goedkeuring aan hecht, denken velen dat deze gelegenheden christelijk zijn. In werkelijkheid zijn de verschillende feesten echter van niet-christelijke oorsprong en worden ze gekenmerkt door excessen op het gebied van eten en drinken. Dit maakt ze tot brasserijen, die in strijd zijn met bijbelse beginselen. De waarheid van Gods Woord bevrijdt mensen ervan buitensporige geldbedragen aan deze vieringen uit te geven en zo hun economische situatie te verergeren.

Hoeveel geld er wel aan festiviteiten verspild kan worden, kan worden opgemaakt uit het geval van Eladio, een rijke Mexicaan. Voor twee feesten was hij bij elkaar 180.000 peso’s (ƒ 29.000) kwijt. En behalve deze twee feesten bekostigde Eladio ook nog drinkgelagen die drie of vier dagen duurden. Soms gaf hij tussen de 5000 en 7000 peso’s (ƒ 800 tot 1100) uit aan alcoholische dranken. Toen Eladio leerde wat Gods Woord onderwijst, maakte hij een einde aan deze verspilling van middelen en begon hij zijn geld verstandig te gebruiken door anderen te helpen geestelijke voordelen te oogsten.

Werkelijke voordelen

Stellig zal niemand kunnen ontkennen dat miljoenen hun levenslot zouden verbeteren als zij stopten met tabaksgebruik, hun drankuitgaven beperkten, zich losrukten van verslaving aan drugs, ophielden met gokken en zich onthielden van alle brasserijen en festiviteiten die in strijd zijn met wat de Schrift leert. Dat iemand onwenselijke gewoonten en praktijken mijdt, is beslist een belangrijke factor om te zorgen voor brood op tafel.

[Voetnoten]

a Pan is een mengsel van betelblad (van de betelpeper) en betelnoot (van de betel- of pinangpalm), kalk en soms tabaksbladeren. Het kauwen op de met de andere ingrediënten samengevouwen bladeren komt in meerdere Aziatische landen voor. Door de Indonesische naam voor de betelpeper (sirih) is dit gebruik ook als sirihkauwen bekend.

[Paginagrote illustratie op blz. 13]

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen