Gastvrijheid in een veranderend Afrika
Door Ontwaakt!-correspondent in Kenya
ALS wij bij de deur komen, roepen wij — ons van Swahili bedienend, de taal die iedereen hier in oostelijk Afrika gebruikt — Hodi!, wat zoveel betekent als „Mag ik binnenkomen?” We horen binnen terugroepen Kariboe, wat „Kom dichterbij!” betekent. Terwijl we naar voren stappen, komt iemand vriendelijk glimlachend uit het huis te voorschijn. In een paar seconden zijn onze tassen naar binnen gebracht.
We stappen een kleine zitkamer binnen. De gastheer verwacht dat wij het doel van ons bezoek uitleggen en hij gaat ervoor zitten. Wij wijzen erop dat onze boodschap uit de Schrift komt en dat we graag onze bijbels zouden willen hebben die in onze tassen zitten. Onmiddellijk stuurt de gastheer een kind om de tassen uit de slaapkamer te halen, de veilige bewaarplaats waar ze volgens de stamtraditie van gastvrijheid waren neergezet.
Dit is maar één van de vele verschillende uitingen van Afrikaanse gastvrijheid waarvan bezoekers die van buiten Afrika komen, diep onder de indruk zijn. Vriendelijkheid jegens vreemden wordt in dit werelddeel als een grote deugd beschouwd.
Veel Afrikanen beperken gastvrijheid niet tot hun verwanten, vrienden of uitgenodigde gasten. Zij betonen ook jegens vreemden grote hoffelijkheid. De begroeting is niet gehaast of louter formeel. In plaats daarvan neemt de gastheer er de tijd voor om oprechte belangstelling te tonen. De vreemdeling wordt ook bezien als de brenger van nieuws. Men vraagt hem uitgebreid waar en bij wie hij is geweest en waar hij onderweg langs is gekomen. Hoewel de gastheer misschien maar weinig voedsel heeft, krijgt de gast het beste voorgezet. Als dat nodig is, wordt er bereidwillig logies verschaft. Zelfs als de gastheer maar één matras of één deken heeft, zal hij deze in de meeste gevallen de bezoeker ter beschikking stellen. De heer des huizes en zijn gezin zullen het de nacht dan zonder deze geriefelijkheden stellen. Gast te zijn in een dorp betekent ook veiligheid, omdat de gastheer zijn bezoeker en diens bezittingen zal beschermen. Bij zijn vertrek ontvangt een goede bezoeker soms een afscheidsgeschenk, een levende kip bijvoorbeeld. Bovendien rekent de gastheer het zich tot een eer de reiziger een eindweegs naar zijn bestemming te vergezellen.
Een traditie die men hoog houdt
Van kindsbeen af wordt de meeste Afrikanen de deugd van gastvrijheid bijgebracht. Zelfs kleine kinderen worden geroepen om de bezoeker te komen groeten en kleine diensten voor hem te verrichten. Sommige stammen bouwen hun dorpen zo dat de jonge mannen in de gemeenschap in een apart huis in het midden van het dorp wonen, waar zij gastvrijheid kunnen aanbieden aan vreemdelingen die op hun reis door het dorp komen. Bij andere stammen houden zich de oudere mannen in het centrum van het dorp op om vreemdelingen te kunnen verwelkomen. Een vreemde die zou proberen een dorp aan de buitenkant voorbij te trekken, zou met wantrouwen bezien worden; men verwacht dat hij door het dorp komt en zijn aanwezigheid bekendmaakt. In sommige streken moet hij kennismaken met het dorpshoofd of zijn vertegenwoordiger.
In veel stamgemeenschappen voorziet men een bezoeker niet alleen van voedsel, drinken, beddegoed en water om zich te wassen, maar zal hij, als vanzelfsprekend, ook gebruik mogen maken van bijna alle bezittingen van zijn gastheer. Dat is de reden waarom men in Afrika mensen op weg kan zien gaan voor een reis van honderden kilometers, met haast geen bagage bij zich, terwijl die reis toch dagen of weken zal duren. De reiziger rekent erop dat hem onderweg gastvrijheid wordt betoond. En in de hete zon op smalle paadjes, is het wat voordelig geen zware last te hoeven dragen. Ook zijn er soms rivieren die wadend of zwemmend overgestoken moeten worden. Gastvrijheid maakt het veel eenvoudiger deze ongemakken het hoofd te bieden.
In de ogen van de meeste Afrikaanse mensen getuigen veel gebruiken van de westerse wereld van ongevoeligheid; men vindt ze bruusk en onbeleefd. Zij kunnen zich niet voorstellen hoe iemand kan eten in de aanwezigheid van bezoekers, vragend om even te wachten, zoals westerlingen wel doen. Iets terloops of haastig een ander in de handen duwen, of de linkerhand gebruiken voor het teruggeven van wisselgeld, maakt in de ogen van de Afrikaan een slechte indruk. Zodra men binnen is, en nog staande, iets ter sprake brengen, wordt ook niet gewaardeerd tenzij er een goede reden voor is dat men niet eerst is gaan zitten. Wanneer een bezoeker niet wil gaan zitten als hem een stoel wordt aangeboden, of wanneer hij voedsel afwijst, is dat iets wat in hun opvatting aan een belediging grenst. Aan de andere kant hebben Afrikanen veel waardering voor de pogingen van bezoekers van buiten Afrika om deze gebruiken op het gebied van gastvrijheid te respecteren.
Gastvrijheid onder druk
De gastvrijheid in Afrika ondergaat echter snelle veranderingen. De menselijke zelfzucht, liefde voor geld, misdadige elementen en het stadsleven met zijn gejaagdheid hebben de gastvrijheid van velen doen bekoelen. Vele oprechte gastheren hebben bitter slechte ervaringen opgedaan aangezien niet al hun bezoekers met vreedzame bedoelingen kwamen. De afgelopen eeuwen hebben hen doen kennismaken met slavenhandelaars, hebzuchtige avonturiers en andere stammen die als hun vijanden kwamen. In recente tijd zijn vreemden vaak misdadigers gebleken. Toen Afrika industrie leerde kennen, schiep het stadsleven nieuwe wensen; en voor velen werd samenwerking vervangen door wedijver waardoor men wantrouwen ging koesteren tegenover vreemden.
Eén probleem was de vraag hoe de traditionele gastvrijheid aangepast moest worden aan het stadsleven en een op geld gebaseerde economie. In de steden is woonruimte gewoonlijk erg schaars, wat tot gevolg heeft dat er hoge huren worden betaald en men met velen bij elkaar woont. De lonen zijn laag; toch kan voedsel in het algemeen niet verbouwd worden maar moet worden gekocht. Tegelijkertijd horen personen die in de dorpen zijn achtergebleven, over het stadsleven en zijn attracties. Zij voelen een groeiende drang om een bezoek aan de stad te brengen, om dat allemaal zelf ook eens te zien, of daar zelf ook te gaan wonen. Waar gaan zulke personen heen wanneer zij in de stad komen? Ongetwijfeld zullen hun verwanten of zelfs verre bekenden uit hetzelfde stamgebied gastvrijheid moeten verlenen.
Dit leidt licht tot misbruik. De meeste Afrikanen vragen een familielid nooit hoe lang hij van plan is te blijven, en sommigen blijven daarom tot onbepaalde tijd. In het begin zal de gastheer gewillig zijn voedsel delen en zijn vrouw zal de kleren van de bezoeker wassen. Het familielid of de kennis vindt het volkomen normaal zich te laten „verwennen” zonder te delen in het werk. Omdat hij zich echt thuis voelt, begint hij misschien de kleren van zijn gastheer te dragen.
Dan stopt er op een dag wellicht een taxi voor het huis, en er stapt nog een jonge man uit. Ook hij is uit een dorp afkomstig en komt in de stad wonen. Aangezien hij een taxi heeft genomen zonder een cent op zak te hebben, vraagt hij de gastheer om de ritprijs te betalen. Mogelijk kent de gastheer hem niet eens persoonlijk. Maar op grond van het feit dat deze jonge man uit hetzelfde dorp komt of dat een verre kennis zijn naam wel eens heeft genoemd, beweegt gastvrijheid hem ertoe te betalen, zij het soms zuchtend. En wanneer de gastheer naar zijn vrouw en kinderen kijkt, die hem vertellen dat ze honger hebben en kleren nodig hebben, zucht hij misschien nog veel meer! Sommige mannen die maar een heel eenvoudige arbeidersbaan hebben, huisvesten wel 10 of meer familieleden of verre buren die naar de stad zijn gekomen om scholing te ontvangen of werk te zoeken.
In het centrum van een stad wonen, vooral bij een belangrijke bushalte, schept nog andere problemen. Omdat het zo gemakkelijk is, zullen velen met etenstijd even langskomen, rekenend op een gastvrij onthaal. En een Afrikaanse gastheer zal zelden nee zeggen. Sommigen hebben het noodzakelijk gevonden het probleem van hun slinkende geldmiddelen op te lossen door stilletjes te verhuizen en anderen niet te vertellen wat hun nieuwe adres is.
Zelfs in de dorpen is een verandering van stemming merkbaar. Vreemden die op doorreis waren, zijn vaak dieven gebleken. Sommige dorpsbewoners geven toe dat zij bij nadering van een vreemde hun voedsel wegstoppen of uitsluitend waren te koop aanbieden. Bij tijden ondervinden personen die per auto door het tropische oerwoud reizen, dat de weg door een zware boom is geblokkeerd. Wanneer de chauffeur dan uitstapt en het obstakel bekijkt, ontdekt hij vlakbij een groepje dorpelingen die best bereid zijn om te onderhandelen over de kosten om de boom van de weg te halen. Maar nadat het voertuig is gepasseerd, wordt de boom weer dwars over de weg gelegd zodat de dorpelingen op dezelfde wijze kunnen verdienen aan anderen die wellicht willen passeren. In heel wat afgelegen streken kan een vreemdeling dus niet meer op de traditionele gastvrijheid rekenen. Hij moet erop voorbereid zijn te betalen en soms behoorlijk te betalen.
Sterft de gastvrijheid uit?
Evenals dat met vele andere menslievende eigenschappen het geval is, wordt ook gastvrijheid in een groot deel van de wereld steeds zeldzamer, Afrika niet uitgezonderd. Dit maakt deel uit van een toestand die door de bijbel is voorzegd en die een kenmerk zou vormen van de „laatste dagen” van het huidige samenstel van dingen. Volgens de Schrift zouden in de laatste dagen grote aantallen mensen in de hele wereld „zichzelf liefhebben, het geld liefhebben, . . . ondankbaar [zijn], deloyaal, geen natuurlijke genegenheid hebbend, . . . zonder liefde voor het goede” (2 Tim. 3:1-3). Heeft deze algemene geest van zelfzucht en wantrouwen de gastvrijheid in Afrika gedood?
Hoewel dat wat sommigen betreft inderdaad zo kan zijn, geldt het beslist niet voor de meerderheid van de inwoners van dit werelddeel. In een veranderend Afrika zijn er nog steeds velen, vooral de ouderen, die grote waarde hechten aan gastvrijheid. Ook is er een groeiend aantal personen van alle leeftijdsgroepen die dank zij bijbels onderricht meer gastvrijheid aan de dag zijn gaan leggen. Een aanmoediging tot gastvrijheid vinden wij in bijbelse geboden als: „De opziener moet daarom . . . gastvrij [zijn].” „Vergeet de gastvrijheid niet, want daardoor hebben sommigen, zonder het zelf te weten, engelen gastvrij ontvangen.” „Weest gastvrij jegens elkaar zonder morren” (1 Tim. 3:2; Hebr. 13:2; 1 Petr. 4:9). Maar een christen dient nooit misbruik te maken van de gastvrijheid van een ander. In plaats daarvan moet hij gehoorzamen aan de geïnspireerde raad: „Maak uw voet zeldzaam in het huis van uw naaste, opdat hij niet genoeg van u krijgt en u stellig haat.” — Spr. 25:17.
Geholpen door de aanmoediging uit Gods Woord blijven vele Afrikanen gastvrijheid aan de dag leggen ondanks de toenemende onvriendelijkheid van de hedendaagse wereld. Hun geloof in de bijbel geeft hun hier een goede reden voor, want zij beseffen dat God spoedig een nieuw samenstel van dingen zal inluiden. — 2 Petr. 3:13; Openb. 21:1-5.