Hoe staat het met die spuitbussen?
Door Ontwaakt!-correspondent in Australië
HEBT u zich ooit verbaasd afgevraagd hoe het mogelijk is dat er uit die kleine spuitbussen zoveel scheerschuim kan komen? Ze lijken wel bodemloos! Wist u echter dat in die bussen helemaal geen schuim aanwezig is?
Hoe is dat mogelijk? We zullen het zo gaan bespreken. Laten we echter voor het ogenblik opmerken dat er bij een gewone spuitbus veel meer is betrokken dan men zo op het eerste gezicht vermoedt.
Deze handige en gemakkelijke apparaten zijn gebaseerd op heel wat wetenschappelijk speurwerk, waarvan het vinden van het juiste soort van „stuwmiddel” of „drijfgas” om de inhoud uit de bus te kunnen spuiten, een erg voornaam onderdeel vormde. Dit stuwmiddel moet namelijk aan een aantal speciale vereisten voldoen.
Een geschikt stuwmiddel
Gewoon samengeperste lucht of een ander „normaal” gas is niet geschikt. Het ideale stuwmiddel mag niet giftig of brandbaar zijn, mag de kwaliteit, smaak of geur van het produkt niet beïnvloeden en mag evenmin de mechanische onderdelen van de spuitbus aantasten. Het produkt moet elke gewenste „droogte” of „vochtigheid” kunnen bezitten en bij het spuiten ook fijn verneveld worden. Afhankelijk van de dichtheid van diverse produkten, moet het drijfgas bovendien een grote verscheidenheid van drukken kunnen verschaffen, waarbij nog komt dat die druk tot de laatste druppel gehandhaafd moet blijven.
Het is duidelijk dat er maar weinig bekende stoffen zijn die aan alle vereisten voor een drijfgas voldoen. Koolwaterstofgassen als propaan en butaan voldoen wel aan de meeste ervan, maar hebben toch een eigen geur en zijn bijzonder brandbaar. Na veel experimenteren bleken ten slotte de zogenaamde halogeen-koolwaterstoffen het beste aan alle gestelde vereisten te voldoen.
Opgesloten in een spuitbus zijn deze halogeen-koolwaterstoffen gedeeltelijk vloeibaar, en welke vorm ze zich gemakkelijk met vele produkten mengen zonder de kwaliteit daarvan aan te tasten. Een deel van de vloeistof verdampt en vormt het feitelijke drijfgas. Bovendien kan men verschillende halogeen-koolwaterstoffen in gemengde vorm toepassen om voor een specifiek produkt een drijfgas met de gewenste eigenschappen en druk te verkrijgen.
Een van de voorbeelden van de veelzijdige werkingsmogelijkheid van deze gassen vormt het reeds genoemde scheerschuim. Zoals al werd opgemerkt, zit het „schuim” niet in schuimvorm in de bus. In de bus bevindt zich een onder druk staand mengsel van de vloeibare scheerzeep en een vloeibare halogeen-koolwaterstof. Als dit vloeibare mengsel zich bij het spuitgaatje bevindt en de druk wordt plotseling weggenomen, verdampt het vloeibare stuwmiddel ogenblikkelijk en vormt aldus duizenden kleine gasbelletjes in het produkt dat u dan als schuim waarneemt.
Met een druk op de knop kan men nu een hond reinigen, een verband omspuiten, instant hors d’oeuvres maken of zelfs trachten een aanval van haaien af te weren. Er schijnen thans meer dan 300 uiteenlopende produkten in spuitbusvorm in de handel te zijn, en er wordt beweerd dat nagenoeg elk produkt, als men zou willen, uit een spuitbus kan komen.
Het veelzijdige nut van halogeen-koolwaterstoffen is zo groot dat ze nu in meer dan de helft van alle spuitbusartikelen als stuwmiddel worden toegepast, terwijl in het resterende aantal hoofdzakelijk gewone koolwaterstofgassen en, in heel enkele, samengeperste gassen zijn aangewend. De gewone koolwaterstofgassen zijn bijzonder brandbaar en dat is vaak de reden voor waarschuwingen op bussen als: „ALLEEN GEBRUIKEN BIJ GOEDE VENTILATIE!” „NIET GEBRUIKEN IN DE NABIJHEID VAN VUUR!”
Andere waarschuwingen zoals: „KOEL BEWAREN!” „UIT DIRECT ZONLICHT HOUDEN!” „BUS NIET DOORPRIKKEN OF VERWARMEN!” kunnen wel of niet met het soort van drijfgas verband houden. Elke spuitbus kan namelijk in de buurt van een vuur of in heet zonlicht in een auto ontploffen. Behalve aan de druk van gas, kan dit ook te wijten zijn aan de aard van het produkt of andere oplossingen die zijn bijgemengd.
Hoewel er over de gehele wereld geen uniforme veiligheidswetgeving met betrekking tot spuitbussen bestaat, zijn de meeste bussen wel onder grote hitte en zware druk beproefd, wat een betrekkelijke veiligheid garandeert. Bij normale kamertemperatuur is de druk in een spuitbus trouwens vaak minder dan in een gewone fles frisdrank!
Ondanks echter al hun deugden, zijn halogeen-koolwaterstoffen de laatste jaren erg in diskrediet gekomen door een nog altijd aan de gang zijnde wetenschappelijke discussie.
Spuitbussen en de ozonlaag
Telkens wanneer u op de knop van een spuitbus drukt, schijnt u bij de dragen tot de vergroting van een mogelijk gevaar. De boosdoener daarbij is niet de spuitbus zelf of het spuitbusprodukt op zich, maar de halogeen-koolwaterstoffen die de spuitbussen zo goed doen werken. De ophoping van halogeen-koolwaterstoffen die de afgelopen 30 jaar in de atmosfeer zijn vrijgekomen, schijnt van invloed te zijn op de „ozonlaag” hoog boven de aarde.
Ozon is een bijzonder actieve vorm van zuurstof die in onze atmosfeer ontstaat door de inwerking van ultraviolette straling op atmosferische zuurstof. Ozon komt in aanzienlijke hoeveelheden voor op hoogten die ruwweg liggen tussen de 10 en 50 kilometer boven het aardoppervlak, met een maximum-concentratie tussen de 20 en 25 kilometer. Deze door straling geschapen laag werkt als een schild tegen het grootste deel van de schadelijke ultraviolette straling van de zon. Een toename van ultraviolette straling op aarde zou, naar men vreest, maar huidkanker tot gevolg hebben.
De grote hoeveelheden halogeen-koolwaterstoffen die in de loop van de jaren zijn vrijgekomen, schijnen langzaam te stijgen tot ze uiteindelijk in de ozonlaag doordringen. Eenmaal boven de bescherming van deze laag kan de ultraviolette straling van de zon deze halogeen-koolwaterstoffen afbreken, waarbij chlooratomen vrijkomen en chlooroxyde ontstaat. Deze stoffen vernietigen op hun beurt echter kleine delen van de ozonlaag door die om te zetten in gewone zuurstof. Men denkt op grond hiervan dat de hoeveelheid beschermende ozon langzaam aan het afnemen is.
Andere mogelijke gevolgen van deze ozonafname zijn eveneens in onderzoek. De ozonlaag zet ultraviolette straling om in warmte en heeft dus een directe of indirecte invloed op de temperatuur en het weerpatroon van de aarde. Men vermoedt dan ook dat een variatie in de ozonlaag op vele verschijnselen op aarde van invloed kan zijn. De opbrengst van gewassen, de plantengroei, de bossen, de oceanen, het dierenleven op het land en in het water, dat alles staat bloot aan mogelijke veranderingen.
Wat het onderzoek hiernaar nog verder bemoeilijkt, is het feit dat het ozongehalte van dag op nacht wel 25 percent kan variëren. Dit gehalte schijnt ook een 11-jarige cyclus te volgen die wellicht door zonnevlekken-activiteit wordt beïnvloed. En hoewel de meeste ozon wordt geproduceerd bij de door de zon overgoten evenaar, beweegt het gas zich langzaam naar de polen, waardoor de dikte en dichtheid van de ozonlaag bij de polen wat groter is dan elders in de atmosfeer.
Met het oog op de vele onderling afhankelijke factoren die bij de produktie van ozon zijn betrokken, menen geleerden dat het wel vijf tot tien jaar zal duren voordat hun eerste vermoedens met enige graad van zekerheid kunnen worden bevestigd, verworpen of herzien. Sommigen schatten echter dat wanneer de halogeen-koolwaterstoffen met de huidige snelheid blijven vrijkomen, de ozonlaag ten slotte ongeveer 7 percent zal slinken, hoewel ook dat getal aanzienlijk lager of hoger kan uitvallen.
Ondertussen stijgen deze gassen zo langzaam, dat de geleerden schatten dat zelfs als het gebruik van halogeen-koolwaterstoffen op dit moment zou ophouden, het gas dat zich reeds in de atmosfeer bevindt, de ozonlaag nog tien jaar zou aantasten! En zelfs dan, zo vermoeden zij, zou het nog ongeveer 65 jaar duren voordat de ozonlaag weer de helft van zijn maximale verlies zou hebben hersteld, en meer dan een eeuw voordat de ozonlaag weer helemaal normaal zou zijn!
Enkele tegenargumenten
De meeste onderzoekers zijn het er wel over eens dat halogeen-koolwaterstoffen een nadelige uitwerking op de ozonlaag hebben, en dat dit weer van invloed is op het aantal gevallen van huidkanker. Maar niet iedereen meent dat ozonafname het voornaamste huidkanker-gevaar is. Sinds de Eerste Wereldoorlog is de ziekte veel sneller toegenomen dan de bevolking, en sommige geleerden geloven dat de ozonafname slechts een heel kleine rol en misschien helemaal geen rol hierbij heeft gespeeld.
Zij wijzen op het feit dat huidkanker zelfs is toegenomen in periodes dat de ozonlaag ook toenam. Zij zeggen dat de groei van de ziekte waarschijnlijker een gevolg is van een andere levensstijl. Mensen brengen meer vrije tijd buitenshuis door, reizen naar streken met een warmer klimaat en zijn sneller geneigd hun kleding uit te doen wanneer ze op vakantie zijn of zelfs onder hun werk.
Deze veranderingen hebben mensen aan meer ultraviolette straling blootgesteld dan in het verleden, aldus de critici, en dat heeft het aantal gevallen van huidkanker veel meer doen stijgen dan de afname van de ozonlaag. Zij wijzen er in dit verband bijvoorbeeld op dat de voorspelde toename van ultraviolette straling door spuitbusgebruik, niet meer is dan iemand gewoon al ervaart die van het noorden naar het zuiden van Engeland verhuist (vanwege de afnemende dichtheid van de ozonlaag in de richting van de evenaar).
Deze critici betogen ook dat huidkanker het meest doeltreffend besteden kan worden door te eisen dat zonnecrèmes en -lotions betere ingrediënten bevatten om schadelijke ultraviolette straling uit te filteren.
Als de halogeen-koolwaterstoffen verboden zouden worden
Een volledig verbod op halogeen-koolwaterstoffen zou van invloed zijn op heel wat zaken die we nu als vanzelfsprekend aannemen. Over de gehele wereld worden ze voor bijna alle koeldoeleinden gebruikt. Andere gassen zouden het in de huidige systemen niet zo goed doen.
Halogeen-koolwaterstoffen zijn ook de gassen die men gebruikt bij de vervaardiging van vele bekende schuimplastic produkten, zoals lichtgewicht pakmateriaal, kunstleer, bekledingsmateriaal, ruglaag van tapijten, reddings- en drijfvoorwerpen, drinkbekers, ijsbakken, thermische isolatie en nog vele andere dingen. Er is nog geen bevredigend vervangingsmiddel gevonden. Of het brandrisico bij andere gassen is te hoog òf het produkt is van slechtere kwaliteit.
De verwijdering van halogeen-koolwaterstoffen zou van invloed zijn op de voedselverwerkende industrie, het transportwezen, de textielindustrie, de elektronica, de automobielfabrikage, de optische industrie, de verfindustrie, om slechts enkele bedrijfstakken te noemen. Zelfs ziekenhuizen en farmaceutische bedrijven zouden er de gevolgen van ondervinden.
Het gebruik als drijfgas in spuitbussen is echter het grootst, ongeveer driekwart van het totaal, en het andere kwart gaat hoofdzakelijk naar de kunststof- en koelindustrie. De nadruk ligt dus voorlopig op het verminderen van niet noodzakelijk gebruik van spuitbussen. Veel deskundigen zijn ook meer voor een selectieve beperking van halogeen-koolwaterstoffen dan voor een volledig verbod. De Amerikaanse staat Oregon heeft een selectieve beperking ingevoerd door het gebruik van spuitbussen met halogeen-koolwaterstoffen per 1 maart 1977 verboden te verklaren.
Zijn er alternatieve mogelijkheden?
Zoals reeds eerder werd opgemerkt, voldoen gewone koolwaterstofgassen als propaan en butaan wel aan bepaalde vereisten van een ideaal stuwmiddel, maar hebben ze als grote nadeel dat ze zo brandbaar en niet reukvrij zijn. Sommige zijn ook giftig voor de mens en geven niet altijd tot de laatste druppel een gelijkmatige verneveling. Ze worden, indien mogelijk, al uitgebreid toegepast in spuitbussen voor reinigingsmiddelen, wassoorten, verven of autoprodukten. Maar het is niet zeker of ook in verband met deze stuwmiddelen niet ontdekt zal worden dat ze een schadelijke uitwerking op het milieu hebben.
Men gebruikt ook wel samengeperste gassen wanneer een dichte vloeistofstroom of een zware, natte verneveling is gewenst, zoals bij de verspuiting van insektenverdelgingsmiddelen, tandpasta, voedselprodukten en keukeningrediënten. Naarmate de bus leger raakt, neemt de druk echter af en zulke gassen kunnen niet samen gaan met de vele produkten waar halogeen-koolwaterstoffen wel mee zijn te combineren.
De mechanisch werkende pompen die nu op vele spuitbussen zitten, hebben ook maar zelden dezelfde doeltreffende werking als halogeen-koolwaterstoffen. De nevel is niet zo fijn en regelmatig en veroorzaakt druppels of straaltjes. Ze kunnen lekken en zijn moeilijk te richten, en vaak werpt het pompsysteem de nevel eenvoudig niet ver genoeg weg.
Er wordt thans op breed terrein onderzoek gedaan om nieuwe middelen te ontwikkelen en de chemische samenstelling van bepaalde huidige produkten te wijzigen ten einde ze beter voor brandbare koolwaterstofgassen geschikt te maken. Aan de consument het uiteindelijke oordeel over de kwaliteit van deze nieuwe spuitbusprodukten. Maar ongetwijfeld zullen ze duurder zijn dan de spuitbusmiddelen van nu.
Praktisch elk spuitbusmiddel is tegenwoordig wel in een andere vorm beschikbaar. Dus zult u, wat sommige middelen betreft, wel afstand willen doen van de voordelen die ze in spuitbusvorm bieden, terwijl u in andere gevallen graag aan dit extra gemak dat aan onze moderne levenswijze is toegevoegd, zult willen vasthouden. Voor het ogenblik evenwel is op de meeste plaatsen die keus nog aan u.
[Kader/Illustratie op blz. 22]
• Zorg bij gebruik voor voldoende ventilatie; adem geen damp of spuitnevel in.
• Houd bus buiten bereik van kinderen.
• Spuit niet in ogen of mond.
• Vermijd gebruik bij open vuur.
• Bus niet doorprikken, en niet verwarmen of warmer opslaan dan 49 °C.
[Illustratie]
DRUKKNOP
STUWMIDDEL damp vult lege ruimte
AANVOERBUIS
WERKZAME STOFFEN PLUS VLOEIBAAR STUWMIDDEL