Ik zie met geluid
AL MEER dan 30 jaar heb ik nu geleefd in een wereld van duisternis. Ik behoor tot de meer dan 30.000 personen in Canada die door blindheid zijn getroffen. Toch mag ik tegenwoordig, ondanks het feit dat het licht in mijn ogen volledig is gedoofd, graag tegen mijn vrienden zeggen: „Ik kan nu zien! Ik kan zien met geluid!” Maar laat mij u eerst vertellen hoe ik blind ben geworden.
Het was in de tijd dat de Tweede Wereldoorlog zijn hoogtepunt bereikte. De geallieerde legers waren door Frankrijk tot in België doorgestoten en de slag om Antwerpen woedde in alle hevigheid. Als 19-jarige was ik als monteur-chauffeur van een Canadees artillerieregiment overgeplaatst naar de infanterie. De eerste november 1944 was mijn eerste dag in de frontlinie. Maar na vijf minuten zou het ook mijn laatste blijken. Mijn eenheid bewoog zich voort langs een dijk in de richting van Antwerpen toen plotseling een mortierprojectiel in mijn gezicht ontplofte.
Na weer tot bewustzijn te zijn gekomen, wist ik ondanks mijn ernstige verwondingen toch weer op de een of andere wijze onze eigen linies te bereiken, waar ik bewusteloos in elkaar zakte. Zeventien dagen later werd ik wakker in een ziekenhuis in Engeland, bijna volledig blind. Met mijn linkeroog zag ik nog slechts wazige beelden. En mijn rechteroog was zo ernstig beschadigd dat het verwijderd moest worden. Na drie maanden werd ik uit het ziekenhuis ontslagen. Niet lang daarna verdween ook al het licht uit mijn linkeroog en een wereld van duisternis werd mijn lot.
Het was vreemd met mijn van God afkomstige tastvermogen verder te moeten leren leven. Het is werkelijk verbazingwekkend hoe extra gevoelig de vingertoppen worden wanneer het wonderbaarlijke mechanisme van het lichaam het verlies van het gezichtsvermogen tracht te compenseren. Het duurde niet lang of ik leerde al voelend en tastend rond te lopen, daarbij tevens gebruik makend van een lange stok. Pas in 1974 kreeg ik de beschikking over een blindegeleidehond, Leland genaamd, die sindsdien mijn trouwe metgezel is.
Een andere kijk op het leven
In 1954, om even terug te gaan in de tijd, werd mij iets onder de aandacht gebracht dat niet alleen mijn denken, maar mijn hele levenswijze veranderde. Twee bijzonder vriendelijke mensen kwamen bij mij aan de deur en begonnen mij aan de hand van Gods Woord, de bijbel, onderwijs te geven over een wonderbare toekomst voor de mensheid. Ik vernam dat het koninkrijk van Jehovah God in de handen van zijn Zoon, Christus Jezus, voor altijd alle pijn, lijden en verdriet, veroorzaakt door de oorlogen, het geweld en de onderdrukking van de afgelopen 6000 jaar menselijk bestuur zou verwijderen.
Onder die Koninkrijksheerschappij zullen ’de oren der doven worden ontsloten en zal de tong van de stomme een vreugdegeroep aanheffen” maar niet alleen dat, ook „zullen de ogen der blinden geopend worden”! (Jes. 35:5, 6) Wat een vooruitzicht! En het vreugdevolste is nog dat volgens Gods belofte dit binnen dit geslacht verwezenlijkt zal worden. — Matth. 24:7-14, 32-35; Luk. 21:28.
Ik wist echter ook dat het in afwachting van dat nieuwe samenstel op aarde voor mij noodzakelijk was het beste van mijn huidige omstandigheden te maken. Vandaar ook dat toen men onder mijn aandacht bracht dat een Nieuwzeelander een apparaat had ontworpen dat met succes door vele blinden werd gebruikt, ik besloot de mogelijkheden ervan na te gaan. Zo werd ik de eerste blinde persoon in Canada die les ontving in het gebruik van een elektronisch hulpmiddel voor personen zonder gezichtsvermogen. Dit apparaat helpt mij letterlijk ’met geluid te zien’.
Wat is het?
Als u mij met dit apparaat op straat zou zien lopen, zou u eenvoudig menen dat ik een wat overdreven zware bril droeg. De drie kleine afgeschermde openingen die u zou zien, zijn de zender en ontvangers. De opening midden onder is de zender en de twee daarboven zijn de ontvangers. De zender zendt hoogfrequente geluidspulsen uit die tegen voorwerpen in mijn looppad opbotsen, waarna de echo ervan door de ontvangers wordt opgevangen en als „bieps” in de dikke poten van mijn bril hoorbaar zijn. Een van die poten is verbonden met een regeleenheid op mijn buik. Dit handgrote toestel bevat niet alleen de verwisselbare batterijen, maar ook alle elektronica voor de werking van de bril. Voor elke vier uur gebruik moeten de batterijen 14 uur opgeladen worden. Te zamen met de oplader voor de batterijen past deze hele uitrusting in een compacte draagtas die is voorzien van een schouderriem voor de periodes dat ik haar niet gebruik.
Hoe werkt het?
Ongetwijfeld hebt u wel eens iets gelezen of gehoord over de vleermuis, een van de wonderen van Jehovah’s schepping. Dit schepsel is uitgerust met een zend- en ontvangsysteem voor geluid bij uitnemendheid.
Mijn elektronische hulpmiddel werkt overeenkomstig ditzelfde sonar- of echo-oriëntatieprincipe. De zender van mijn apparaat zendt geluidspulsen van hoge frequentie uit tot op ongeveer 6 meter vanaf de plaats waar ik mij bevind. De ontvangers zijn enigszins schuin gericht, de een naar links en de ander naar rechts, zodat de sterkte van het teruggekaatste geluid in mijn linker- of rechteroor groter is, afhankelijk van de kant waar het voorwerp zich ten opzichte van mijn looprichting bevindt. En de voorwerpen waarvan de geluidspulsen terugkaatsen, brengen in mijn oortelefoontjes verschillende „biep-tonen” teweeg. Staal geeft bijvoorbeeld het schrilste geluid en een mens „klinkt dof”. Het geluid van hout is zachter dan dat van glas. Deze variaties in klank maken het mij mogelijk te „zien” wat zich voor mij bevindt — een boomtak, een metalen paal, een bakstenen muur een houten of glazen deur, een persoon of een auto.
Wanneer ik uiteindelijk nog meer bedreven ben in het gebruik van dit apparaat, zal ik zelfs kunnen uitmaken wat voor soort van boom er zich op mijn pad bevindt: een denneboom, een spar, een els of eenvoudig een heg. Mijn elektronische hulpmiddel verschaft mij dus inlichtingen die ik niet met behulp van louter een stok of een blindegeleidehond kan opdoen. Die laatste twee blijven echter onontbeerlijk. Ik heb nog steeds Leland nodig om niet in gaten te stappen, goed een trap af te kunnen lopen en op afstapjes te letten. De combinatie echter van mijn blindegeleidehond en dit elektronische sonarapparaat heeft mijn reismogelijkheden bijzonder vergroot; ik ga nu veiliger en met meer vertrouwen op pad.
Oefening en onderricht
Omdat wij mensen het instinctieve vermogen van de vleermuis missen, heeft een blinde die deze apparatuur gebruikt, veel oefening nodig om de „taal” ervan goed te interpreteren. Toronto was de plaats waar ik vier weken lang in het gebruik ervan getraind zou worden. Mijn instructrice was één van de ongeveer 100 personen die de afgelopen drie jaar zijn opgeleid om in Australië, Engeland, de Verenigde Staten en Canada zulk onderricht te geven. Tot dusver is aan 400 visueel gehandicapte personen, onder wie kinderen, geleerd ’met geluid te zien’.
Een blinde moet weten hoe ver hij van voorwerpen die hij tegen kan komen, verwijderd is. De eerste oefeningen die ik kreeg, waren dan ook zogenaamde „toonhoogte-afstandoefeningen”. Deze waren uiterst belangrijk want zonder volledig begrip van het verband tussen toonhoogte en afstand is het onmogelijk een doeltreffend gebruik van de apparatuur te maken. Ik leerde al snel de afstand van een voorwerp voor mij te bepalen aan de hand van de toonhoogte van het teruggekaatste geluid. Hoe verder het voorwerp weg is, des te hoger de toon. Naarmate men dichterbij komt, wordt het geluid lager, tot het op ongeveer een halve meter afstand „stopt” en dat betekent ook „STOP” voor mij.
Toen werd alles ingewikkelder. Ik moest allerlei oefeningen met palen doen. In een geval moest ik tussen tien palen doorlopen die in een rij waren geplaatst, in een soort van slalom, totdat ik dat kon zonder ze om te gooien. Evenwijdige rijen palen werden zo geplaatst dat ze al omver gingen wanneer ik 2,5 centimeter van de centrale lijn afweek. En om het allemaal nog een stuk ingewikkelder te maken, plaatste de instructrice tijdens de oefening ook nog een paal in mijn looppad, maar ik wist op tijd te stoppen. Drie palen werden in een driehoek geplaatst zodat ik me op vijf meter afstand van elk ervan bevond. De kunst was nu naar elke paal toe te lopen, die met mijn hand aan te raken en dan naar mijn uitgangspositie terug te keren. Ik maakte een blunder door één paal op wel een halve meter te missen!
Voor nog verdere training moest ik de drukke straten van Toronto op. Mijn instructrice die achter me liep, droeg een apparaat waarin ze dezelfde geluiden kon horen als mijn elektronische apparaat voortbracht. Nu pas besefte ik het nut van de oefening met de palen. Van allerlei voorwerpen kwamen teruggekaatste „bieps” : telefoonpalen, lantaarnpalen, brievenbussen, geparkeerde auto’s en voetgangers. Ik moest ze niet alleen vermijden maar ook identificeren. Geduldig leidde mijn instructrice me door deze kaleidoscoop van geluiden en ik begon de dingen duidelijker te „zien”.
Ten slotte leerde ik winkeletalages van winkelingangen te onderscheiden. Ik kon zelfs de winkelingangen in een blok tellen. Om mijn bekwaamheid te testen, kreeg ik de opdracht naar een bank te gaan die zich een bepaald aantal ingangen van de hoek van een blok bevond. Vol zelfvertrouwen ging ik op pad en liep binnen bij wat ik dacht dat de bank was, om vervolgens zonder aarzeling door te lopen naar wat het loket leek te zijn, tot — RINKELDEKINKEL! — er voor honderden guldens aan lampen tegen de vloer van een meubelzaak tuimelden! Gelukkig werd de schade volledig door de verzekering vergoed. Maar sindsdien ben ik wel voorzichtiger geworden, dat kunt u begrijpen.
Een van de moeilijkste onderdelen van mijn opleiding was een tocht door een groot warenhuis. Dat vormde werkelijk een proef op mijn coördinatievermogen die ik met behulp van mijn hond en mijn elektronische instrument tot een goed einde moest zien te brengen. Het was alsof ik in een doolhof was geplaatst. Mijn instructrice vroeg mij de ligging en breedte van toonbanken en gangpaden te bepalen en ook te vertellen aan welke kant er mensen langs mij heen liepen. Ik klom de trap op naar de eerste verdieping, waar ze opzettelijk probeerde mij m’n gevoel voor richting te laten kwijtraken. Ten slotte brak het moment aan om weer naar beneden te gaan, onze oorspronkelijke ingang op te zoeken en dan snel genoeg door de draaideur naar buiten te gaan om Lelands staart niet klem te laten zitten! Ter afronding van die oefeningsdag gingen we in een station van de ondergrondse zitten, waar de instructrice mij alle mensen liet tellen die in en uit de trein stapten. Heel inspannend, dat kan ik u wel vertellen! Deze oefeningen bewezen echter wel de waarde van mijn elektronische hulp en versterkten mijn vertrouwen in de omgang ermee. Met dit alles was mij ook duidelijk geworden hoe nauwkeurig het gehoorzintuig geluiden kan onderscheiden!
Natuurlijk kan niets wedijveren met de door God geschonken gave van het gezicht, waarmee de mens alle kleuren en prachtige dingen kan zien waarmee de liefdevolle Schepper ons heeft omringd. Maar toch ben ik erg verheugd en opgewonden over deze nieuwe mogelijkheden van „zien” die dit elektronische apparaat voor mij heeft geopend. Toen ik er voor het eerst over hoorde, kon ik er nauwelijks van slapen. Onmiddellijk kwam de vraag bij me op: Zou ik er in deze tijd misschien een betere verkondiger van Gods wonderbare Koninkrijksboodschap door kunnen worden? De vraag is volledig beantwoord tijdens alle oefeningen die ik in de buitenwijken en de binnenstad van Toronto heb ontvangen. Het is nu veel gemakkelijker mijn heilige dienst voor Jehovah te verrichten, welke erin bestaat van huis tot huis het wonderbare „goede nieuws van het koninkrijk” te verbreiden (Matth. 24:14). En dat is ook de voornaamste reden geweest waarom ik ben gaan leren ’met geluid te zien’. — Ingezonden.
[Kader/Illustratie op blz. 17]
Een zender zendt hoogfrequente geluidspulsen uit, die tegen een voorwerp terugkaatsen en door microfoons worden opgevangen
Hoe dichterbij het voorwerp is, des te lager is het geluid
ontvangers
zender