Van kaas en boter naar hard drugs
Door Ontwaakt!-correspondent in Nederland
NEDERLAND is de laatste tijd nogal eens in het nieuws. Naast veel zuivel- en landbouwprodukten blijken nu immers ook enorme hoeveelheden hard drugs uit ons land te komen. Regeringen van buurlanden protesteren ernstig tegen deze sluikhandel. Zij menen dat de Nederlandse overheid veel strengere maatregelen moet nemen.
Overal in Nederland, maar zeker in Amsterdam, stijgt de misdaad enorm. Wanhopige verslaafden kunnen de krankzinnig hoge prijzen voor drugs niet meer betalen en gaan daarom op rooftocht. Zij breken in bij apotheken om daar naar opium en morfine te zoeken. Veel prostituées zitten onder invloed van drugs achter de ramen van de bordelen in de binnenstad van Amsterdam. En er woeden oorlogen tussen Chinese benden die vechten voor de hegemonie in de drughandel.
Dit probleem is zo hoog opgelopen dat de Amsterdamse raad in beginsel bereid zou zijn het gebruik van drugs te wettigen en gratis heroïne aan verslaafden te verstrekken. Ook de politie staat wel gunstig tegenover deze plannen, maar uit andere kringen stijgt een koor van luide protesten op: men vreest dat het leger van verslaafden nog groter zal worden.
Hoe is de situatie gegroeid?
Om wat meer achter het hoe en waarom van al deze verontrustende feiten te komen, maakten we een afspraak om uit de eerste hand informatie te verkrijgen van de „Directie Politie” van het Ministerie van Justitie. Ons vraaggesprek met een vertegenwoordiger van dat bureau bracht het volgende aan het licht:
Dat Nederland het Europese centrum voor de handel in verdovende middelen is geworden, heeft het te danken aan zijn centrale ligging. Amsterdam ligt zeer gunstig, en op enkele kilometers van Amsterdam bevindt zich de drukke internationale luchthaven Schiphol met rechtstreekse verbindingen naar alle delen van de wereld, terwijl je, binnen een paar uur rijden zo in België, Duitsland of Frankrijk bent. En Rotterdam ligt als grootste zeehaven ter wereld slechts op 80 kilometer afstand. Daarbij heeft Nederland tevens een lange kustlijn. Vissersboten en plezierjachten kunnen dus gemakkelijk op een eenzame plaats een verboden lading aan wal zetten. En ook de milde Nederlandse wetgeving plus het zeer tolerante vreemdelingenbeleid schijnen heel wat lichtschuwe elementen aan te trekken.
Tot november 1976 zat iemand die in Nederland met een grote hoeveelheid opium of heroïne gesnapt werd, daar maximaal vier jaar voor in de gevangenis. In vergelijking met vele gevangenissen in het Oosten en Noord-Afrika is de situatie hier haast ideaal: de gevangenen krijgen geen slaag, hebben goed te eten, behoeven niet te werken, mogen televisie kijken, lezen en familiebezoek ontvangen. In Nederland gepakte drugsmokkelaars tillen dus niet zo zwaar aan een korte gevangenisstraf. De regering heeft inmiddels wel zwaardere straffen ingesteld, maar veel effect sorteert het nog niet. De hoeveelheden drugs die de politie en douane in beslag nemen, worden steeds groter.
Nog een reden waarom het drugprobleem in Nederland groter is dan in de buurlanden, is dat de handel in illegale narcotica hier al veel langer gaande is. Hoe komt dit? Daarvoor moeten we terug naar de jaren ’30, toen Nederland overstroomd werd door Chinese zeelieden, die het varen opgaven om op de wal wat geld te verdienen voor hun hongerende familieleden in China. Ze hielden zich hier in leven door zelfgemaakte pindarepen op straat te koop aan te bieden. Van een paar centen aten en dronken ze, slapen deden ze op elkaar gepakt in de armoedigste buurten van de grote steden. De economische opleving na de Tweede Wereldoorlog zoog echter ook hen in het kielzog mee. Door hun spaarzin en harde werken konden deze vroegere zeelui het ene Chinese eethuisje na het andere openen. Maar een aanzienlijk aantal van deze Chinezen waren opiumschuivers en bleven dat ook. Omdat de grote Chinese kolonie zowat alle grondstoffen voor haar restaurants en winkeltjes vanuit Hong Kong kreeg toegezonden, was het mogelijk om hier en daar een klein pakje opium tussen te voegen.
Pas veel later verschenen er op de ondergrondse markt andere hard drugs als heroïne. Tot zo’n 4 à 5 jaar geleden was door de politie en douane nog geen enkele hoeveelheid heroïne in beslag genomen. Nu loopt de totale hoeveelheid in de honderden kilo’s, en dat is dan waarschijnlijk nog maar het topje van een grote ijsberg. Veel opium en heroïne komt uit het gebied van de „Gouden driehoek”: Birma, Laos en Noord-Thailand. Vissersschepen smokkelen de opium en heroïne vanuit de „Gouden driehoek” naar Hong Kong, Singapore en de laatste tijd ook naar Bangkok. In die grote havensteden zetelen de machtige misdaadsyndicaten die de echte handel in verdovende middelen in handen hebben.
Zij gebruiken alle mogelijke middelen om de drugs naar het rijke Westen te krijgen. Er worden fabelachtige winsten gemaakt: bij de bron kost de ruwe opium ongeveer ƒ 135,–, maar de verslaafden betalen bij elkaar voor één kilo heroïne zo’n ƒ 600.000. (Via een betrekkelijk simpele chemische omzetting kan van tien kilo ruwe opium, één kilo heroïne worden gemaakt.)
Gedurende de tijd dat er zo’n 800.000 Amerikanen in Vietnam gelegerd waren, ging veel heroïne vanuit de „Gouden driehoek” naar dat probleemgebied. Een deel van de militairen gebruikte reeds drugs en ziekte, angst en de druk van de jungleoorlog maakten er vele nieuwe verslaafden bij. De echte problemen in Europa en vooral ook in Nederland ontstonden nadat de Amerikaanse soldaten uit Vietnam wegtrokken. De Chinese syndicaten in Hong Kong en Bangkok verloren hun winstgevende markt in Vietnam en hebben sindsdien alles gedaan om een markt in Europa op te bouwen. En daarbij gebruikten zij voor een groot deel hun contacten met misdadige elementen onder de Chinezen in Nederland.
Het drugprobleem heeft een verwoestende uitwerking gehad op de Nederlandse samenleving. Nog maar tien jaar geleden was Nederland een oase van degelijkheid en rust. Nu teisteren jeugdmisdaad, diefstal en zelfs moord de Nederlandse samenleving. Wanneer iemand in het openbaar wordt beroofd of verkracht, steekt zowat niemand meer een hand uit. En toen in Amsterdam tijdens één weekeinde 7000 auto’s door dieven werden opengebroken, kon de overwerkte politie niet veel meer doen dan de gedupeerden een invulformuliertje overhandigen. Om de golf van terreur en beroving tegen te gaan heeft de Nederlandse regering een tijdlang militaire politie met de trams laten meerijden.
Er bestaat derhalve een rechtstreeks verband tussen het sterk gestegen misdaadcijfer en drugs. Koper en handelaar ontmoeten elkaar in buurten en op adressen waar andere misdaad als prostitutie, gokken, diefstal en heling welig tieren. Elke dag heeft een verslaafde zo’n 1/2 gram heroïne nodig, maar de kosten daarvan bedragen nu reeds zo’n ƒ 300,–. Het is duidelijk dat deze hoeveelheid geld alleen met oneerlijke middelen verworven kan worden. Vandaar dat verslaafden zich aanbieden als drugkoeriers en prostituées, alles stelen wat los en vast zit en ook anderszins niet voor enige misdaad terugschrikken die hun geldelijk gewin belooft op te leveren. Ze moeten trouwens heel wat bij elkaar stelen om hun drugs te kunnen betalen want hun helers geven hun beslist niet meer dan 1/10 van de waarde van het gestolene. De verslaving aan drugs heeft derhalve één groot brok misdaad opgeleverd.
De politie kan daar nooit doeltreffend genoeg tegen optreden als er niet meer personeel beschikbaar komt. Daarom gaan er stemmen op dat het maar beter is om heroïne gratis aan alle verslaafden te gaan verstrekken in de hoop op die manier van de drug-misdaad af te komen.
Het Nederlandse drugprobleem is beslist verbijsterend groot. Afzonderlijke personen kunnen echter hulp ontvangen. Hoe? In Nederland en ook in andere delen van de aarde zijn voormalige verslaafden door een bijbelstudie met Jehovah’s Getuigen geholpen van hun verslaving af te komen. Het zijn nu gewetensvolle mannen en vrouwen die ervan overtuigt zijn dat het toepassen van bijbelse raad nog velen meer kan helpen.
[Illustratie op blz. 21]
drugs mee? vergeet ’t maar
het buitenland straft met harde hand
[Verantwoording]
Affiche uit een campagne van de Nederlandse regering om de „uitvoer” van drugs te ontmoedigen