Gilead-afgestudeerden ontvangen raad in verband met succes
DE Wachttoren-Bijbelschool Gilead heeft een bericht opgebouwd van succes. Toen de eerste klas in 1943 afstudeerde, werd het werk dat bestaat in het prediken van het goede nieuws van Gods koninkrijk verricht door 106.000 Getuigen van Jehovah in 54 landen, onder de leiding van 21 bijkantoren van het Wachttorengenootschap. Nu, nadat 62 klassen van afgestudeerden in het buitenland bezig zijn geweest met het maken van discipelen, zijn er onder de leiding van 96 bijkantoren in 216 landen 2.223.538 Getuigen actief werkzaam.
Dit bericht van succes werd op de graduatiedag van de 63e klas van Gilead door M. G. Henschel beklemtoond. Voor die gelegenheid waren op 11 september 1977 1870 personen bijeengekomen in de Congreshal van Jehovah’s Getuigen te Long Island City, New York. Drieëntwintig zendelingen ontvingen hun diploma en tevens een buitenlandse toewijzing om als zendeling nog meer succes aan het predikingswerk toe te voegen. De spreker liet weliswaar uitkomen dat de Gilead-afgestudeerden niet alleen verantwoordelijk waren geweest voor de toename, maar wel wees hij er op dat zij een belangrijke bijdrage aan de uitbreiding van het werk hadden geleverd. Nu zou deze 63e klas zich voegen bij de voorgaande afgestudeerden en in het buitenlandse veld gezamenlijk met alle andere Getuigen van Jehovah over de gehele aarde hun beste krachten inzetten.
Dit thema van succes werd verder uitgewerkt door L. A. Swingle. In zijn lezing tot de afgestudeerden beklemtoonde hij de bron van succes. Toen Abraham zijn dienstknecht uitzond voor het volvoeren van een vertrouwelijke opdracht en deze dienstknecht er zijn bezorgdheid over uitsprak dat hij niet zou slagen, zei Abraham: „Jehovah . . . zal u stellig succes doen hebben op uw weg.” En alles wat Jozef in Egypte deed, ’liet Jehovah in zijn hand gelukken’. En toen Nehemia met medewerkers de muur in Jeruzalem begon te herbouwen en er tegenstanders opstonden, zei Nehemía: „De God des hemels, Die zal ons succes geven.” — Gen. 24:40; 39:3; Neh. 2:20.
Jozua was succesvol in zijn toewijzing van God omdat hij gehoor gaf aan het uitdrukkelijke gebod de goddelijke wet te blijven bestuderen: „Dit wetboek dient niet uit uw mond te wijken, en gij moet er dag en nacht met gedempte stem in lezen, opdat gij zorgvuldig moogt handelen overeenkomstig alles wat erin geschreven staat: want dan zult gij uw weg succesvol maken en dan zult gij wijs handelen.” — Joz. 1:8.
Andere voorwaarden voor succes
Iemand kan natuurlijk geen succes hebben wanneer hij zijn toewijzing verlaat. Dat was het punt dat K. Adams duidelijk maakte toen hij de klas toesprak over de apostel Paulus. Paulus verduurde een groot aantal beproevingen en vervolgingen, maar hij en zijn metgezellen hadden een bijzonder grote waardering voor hun voorrecht om ’gelijk spiegels de heerlijkheid van Jehovah te mogen weerkaatsen’. Daarna las hij het vaste besluit voor dat Paulus had genomen: „Daarom, aangezien wij deze bediening hebben overeenkomstig de barmhartigheid die ons werd betoond, geven wij de moed niet op.” — 2 Kor. 3:18; 4:1.
Medegevoel was de eigenschap die U. Glass beklemtoonde. Hij wees erop hoe Jehovah met medegevoel sprak over weduwen en vaderloze jongens. In Exodus 22:22-24 lezen we hoe God zei: „Geen enkele weduwe of vaderloze jongen moogt gijlieden kwellen.” Als ze dat wel deden, zo zei hij, zou hij hen vernietigen, en „uw vrouwen moeten weduwen worden en uw zonen vaderloze jongens”. Jehovah zelf zal „een vader van vaderloze jongens en een echter van weduwen” worden. — Ps. 68:5.
Paulus sprak over zichzelf als een geestelijke vader van degenen die eens van God vervreemd waren geweest, maar aan wie hij ten slotte het „goede nieuws” had gebracht. In deze zin zijn miljoenen mensen over de gehele wereld vaderloos, zonder kennis van Jehovah en zijn voornemen. Glass zei tot de afgestudeerden dat zij barmhartigheid dienden te betonen jegens deze „vaderloze jongens” in geestelijk opzicht, en hen met Jehovah bekend moesten maken en ervoor dienden te zorgen dat Jehovah ook hun vader werd. Op deze wijze bracht Glass tevens Jakobus 1:27 van toepassing: „De vorm van aanbidding die van het standpunt van onze God en Vader uit bezien rein en onbesmet is, is deze: voor wezen en weduwen zorgen in hun verdrukking.”
A. D. Schroeder toonde aan dat wanneer de afgestudeerden succes wilden hebben, zij ook mededeelzaam moesten zijn. Dat wil zeggen, zij zouden hun tong moeten gebruiken en wellicht een vreemde taal moeten leren. Door middel van een gave van de geest konden de eerste christenen met Pinksteren in vreemde talen spreken, maar de afgestudeerden van de Gileadschool zouden op hun nieuwe taal moeten studeren en oefenen. Honderden vóór hen hadden dat reeds gedaan.
Schroeder vertelde de volgende ervaring van een zendeling in Brazilië die een bijbelstudie leidde bij een gezin dat thuis een aapje had. „Ik ben tweemaal door het aapje gebeten”, zo schreef hij, „maar de studie maakt goede vorderingen. De enige die nog niet de waarheid heeft aanvaard, is de aap. Op een dag dat ik kwam, was de vrouw des huizes weg, maar haar dochter en enkele vriendinnen waren wel thuis. Terwijl ik op de moeder wachtte, merkte ik op dat ik een bepaalde zin in het studieboek niet begreep, en vroeg aan de dochter of zij me die kon verklaren. Zij deed dat, en kreeg zo’n belangstelling dat zij en haar vriendinnen er met mij een heel lang gesprek over begonnen. De volgende keer dat ik kwam, waren er 17 aanwezigen en de studie duurde twee en een half uur. De keer daarna waren er 30 aanwezigen. Sindsdien heeft een grote groep geregeld studie en velen van hen zullen op de volgende districtsvergadering worden gedoopt.” Na slechts twee jaar in Brazilië houdt deze zendeling nu uurlezingen in het Portugees.
J. Booth sprak daarna over de grote noodzaak van succesvolle contacten met mensen. Hij haalde Johannes 4:35, 36 aan, waar Jezus zegt: „Slaat uw ogen op en ziet de velden, dat ze wit zijn om geoogst te worden. Reeds ontvangt de oogster loon en vergadert vrucht voor het eeuwige leven, zodat de zaaier en de oogster zich samen verheugen.”
De president van de school, F. W. Franz, sprak over de ontberingen waaraan men als een soldaat van Christus is blootgesteld. Zij die werden gekozen om in de Romeinse legers te dienen, waren bereid een inspannende training te ondergaan vanwege de eer deel te mogen uitmaken van de legers van Caesar. Ook soldaten van Christus moeten zichzelf trainen en zullen moeilijkheden te verduren krijgen. „Draag als een voortreffelijk soldaat van Christus Jezus uw deel in het lijden van kwaad.” De eer om deel te mogen uitmaken van het leger van Christus is de hoogst mogelijke eer die men te beurt kan vallen, en om van succes verzekerd te zijn, is het zaak „de volledige wapenrusting van God” aan te doen. — 2 Tim. 2:3; Ef. 6:11.
Na het uitreiken van de diploma’s door de voorzitter K. Klein, verzorgden de studenten een gevarieerd programma van muziek en gesproken woord, vergezeld van — soms komische — dia’s, waarvan enkele zelfs toonden hoe de studenten er vroeger als baby hadden uitgezien. Zij voerden ook twee bijbelse drama’s op, waarvan het ene uitbeeldde hoe de vroege christenen ondanks vervolging toch op succesvolle wijze wisten te prediken, terwijl het andere een dramatisch beeld gaf van de vlucht van Lot met zijn gezin uit Sodom.
Moge Jehovah de leden van de 63e klas van de Gileadschool succes schenken wanneer zij hun inspanningen voegen bij het getuigeniswerk dat Jehovah’s Getuigen over de gehele wereld verrichten.
[Illustratie op blz. 24]
Afgestudeerden van de drieënzestigste klas van de Wachttoren-Bijbelschool Gilead
63rd Class September 1977
In onderstaande lijst zijn de rijen genummerd van voren naar achteren, en de namen in elke rij verwijzen naar de studenten in volgorde van links naar rechts.
(1) Uyehara, A.; Cruz, R.; Laaland, J.; Boies, E.; Charlton, E. (2) Williams, R.; Haprov, I.; Mackie, N.; Maxwell, A.; Maxwell, J.; Knappik, H. (3) Rothwell, P.; Rothwell, A.; Heinrich, L.; Skulish, S.; Knappik, G.; Laaland, J. (4) Hirsekorn, R.; Cruz, L.; Arnett, J.; Heinrich, P.; Boies, R.; Haprov, E.