Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g78 8/2 blz. 6-12
  • Wat valt er te zeggen over rassensuperioriteit?

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Wat valt er te zeggen over rassensuperioriteit?
  • Ontwaakt! 1978
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • De rol van religie
  • Andere verdedigers van de blanke superioriteit
  • De oorsprong van de Amerikaanse negerbevolking
  • Wat de slavernij hun aandeed
  • Gelegenheid en motivatie
  • Rassen zijn opvallend verschillend
    Ontwaakt! 1978
  • Zijn blanken intelligenter dan zwarten?
    Ontwaakt! 1978
  • Zij vonden de oplossing voor het rassenvraagstuk
    Ontwaakt! 1978
  • Eén mensenras
    Ontwaakt! 1978
Meer weergeven
Ontwaakt! 1978
g78 8/2 blz. 6-12

Wat valt er te zeggen over rassensuperioriteit?

WAT is uw kijk op het rassenvraagstuk? Of specifieker: beschouwt u blanken als vanzelfsprekend superieur aan zwarten? Of, nog afgezien van wat u met uw mond zou antwoorden, wat onthullen uw daden en uw houding?

Mensen zeggen vaak dat ze geen rassenvooroordeel bezitten. Maar het is een vaststaand feit dat heel lang de geest van mensen door racistische gedachten is beheerst. En zo is de mening nog altijd onder velen blijven voortleven dat zwarten van geboorte inferieur zijn aan blanken, dat ze bestemd zijn om blijvend een lagere status in te nemen.

Hoe zijn zulke ideeën ontstaan? En hoe komt het dat ze zo hardnekkig blijven bestaan?

De rol van religie

De moderne gedachte omtrent de aangeboren superioriteit van blanken heeft zijn oorsprong gehad bij het overwinnen en in slavernij brengen van Afrikaanse negers. De slavenhandel moest gerechtvaardigd worden, vooral omdat degenen die zich ermee bezighielden, beleden christenen te zijn. Montesquieu, de Franse jurist en politieke filosoof, legt ons uit hoe de handelaars redeneerden: „Het is voor ons onmogelijk deze schepselen voor mensen te houden, want als we ze tot het mensdom zouden rekenen, zou op ons de verdenking vallen dat wij geen christenen zijn.”

Ook belijdende christenen in Amerika hadden een rechtvaardiging nodig, want de economie van de zuidelijke katoenplantages was gebaseerd op de negerslavernij. Zo schrijft een Amerikaanse historicus:

„De zuiderlingen zochten in de Schrift naar een bijbelse ondersteuning van hun praktijken. . . . Constant argumenteerden de zuiderlingen dat de slavenhandel was gewettigd en in feite door de bijbel was bevolen, en dat het een goddelijk goedgekeurde instelling was, tot bijzonder nut en heil van de negers.” — „A Complete History of the United States”, door Clement Wood, blz. 217, 337.

En de kerken stonden vooraan bij het rechtvaardigen van de slavernij. Er werd geleerd dat de negers een vervloekt ras zijn, en dat dat de reden is waarom hun huid zwart is. Nadat er in 1844 vanwege de slavenkwestie een splitsing was gekomen tussen de noordelijke en zuidelijke staten van Amerika, ontstond er in 1845 in de Baptistenkerk, en ongeveer tegelijkertijd ook in de Presbyteriaanse Kerk, een breuk die precies liep langs de politiek getrokken Mason-Dixon-lijn. Nog in, 1902 publiceerde een Bijbelhuis in St. Louis een wijdverspreid boek: „De neger een beest” of „naar het beeld van God”. Het bevatte onder andere een hoofdstuk: „Overtuigende bijbelse en wetenschappelijke bewijzen dat de neger niet tot de menselijke familie behoort.”

Met volledige goedkeuring van de kerk werden zwarten dus als vanzelfsprekend inferieur aan blanken beschouwd. De Encyclopædia Britannica klaagt nu: „Het was het ongeluk van de Afrikanen om in slavernij te zijn gebracht door christenen in Amerika, die, omdat ze niet in staat waren hun geloofsovertuiging met de beoefening van de slavernij te rijmen, hun opvatting van de neger zodanig omvormden dat ze hem als eigendom konden beschouwen en niet als een menselijk wezen met aanspraak op rechten en vrijheden.” — Deel 16, blz. 200D, 1971.

Maar niet enkel de kerken waren voorvechtsters van dergelijke gedachten. Ook filosofen en geleerden droegen tot de verdediging ervan bij.

Andere verdedigers van de blanke superioriteit

Rond de jaren ’30 van de vorige eeuw formuleerden zuidelijke filosofen in de Verenigde Staten de beginselen met betrekking tot de natuurlijke ongelijkheid van de mens, een opvatting die toen reeds door de meeste Amerikanen in het zuiden van de V.S. was aanvaard. En de vooraanstaande Amerikaanse fysische antropoloog van die tijd, J. C. Nott, trachtte voor deze opvatting biologische ondersteuning te vinden. Sommigen werden aanhangers van de gedachte dat de diverse rassen zich afzonderlijk hadden ontwikkeld en dat de zwarten dichter bij de apen stonden. Na bepaalde kenmerken als bewijsvoering te hebben opgesomd, verklaarde The Encyclopædia Britannica: „Het schijnt dat de neger op een lager evolutieplan staat dan de blanke en nauwer verwant is aan de hoogste antropoïden [mensapen].” — Deel 19, 1911, blz. 344.

En sommigen houden er heden ten dage nog dezelfde zienswijze op na, zoals bijvoorbeeld professor C. S. Coon, voormalig president van het Amerikaanse Genootschap voor Fysische Antropologie. Hij stelt dat vijf mensenrassen zich geïsoleerd en „onafhankelijk van elkaar tot het stadium van Homo sapiens hebben ontwikkeld, dus niet eenmaal, maar vijfmaal”. En tijdens een nationale televisie-uitzending in de V.S. beweerde een woordvoerder dat Coon „bewijzen heeft voor zijn stelling dat het Negerras 200.000 jaar bij het blanke ras op de evolutieladder ten achter ligt”.

Gezien dergelijke gedachten, die jarenlang het denken hebben beheerst, is het te begrijpen hoe vroegere Amerikanen konden zeggen dat ’alle mensen gelijk zijn geschapen’ en toch een vorm van slavernij konden goedkeuren waarbij mensen als inferieur werden beschouwd. In de derde uitgave van The Sociology of Social Problems, van P. B. Horton en G. R. Leslie, staat hierover verklaard:

„De stelregel: ’alle mensen zijn gelijk geschapen’ werd niet van toepassing gebracht op de negers, aangezien zij als ’eigendom’ en niet als mensen werden beschouwd. Theorieën over een bijbelse vloek over Cham, over nog niet voltooide of afzonderlijke evoluties, geografische lotsbeschikking en resultaten van intelligentietests werden met succes gebruikt om de inferieure behandeling van negers te rechtvaardigen. Zolang zulke ideeën ingang vonden — en dat deden ze bij de meeste mensen — was er geen enkele tegenspraak tussen het belijden van democratische idealen en het beoefenen van discriminerende praktijken.”

Waarschijnlijk zijn er nu nog maar weinig personen die zwarten niet als mensen beschouwen. Toch geloven velen nog steeds dat ze van nature inferieur zijn. Hun hogere misdaadcijfers, lagere economische en sociale status en in het bijzonder hun lagere score bij intelligentietests worden beschouwd als „bewijs” van hun biologische inferioriteit. Maar wijzen deze feiten inderdaad op biologische inferioriteit? Zijn er wellicht omstandigheden waaraan deze ’achterstand’ van zwart bij blank — gemiddeld genomen — moet worden toegeschreven?

De oorsprong van de Amerikaanse negerbevolking

Veel mensen in de V.S. geloven dat de Afrikaanse voorouders van de Amerikaanse negers wilden waren, zonder enige cultuur of beschaving. Zij menen dat het kinderlijke, domme mensen waren, niet in staat om ingewikkelde handelingen te verrichten, of een gevorderde beschaving te ontwikkelen. De feiten wijzen echter anders uit, zoals The World Book Encyclopedia bespreekt:

„Honderden jaren geleden bestonden er in diverse delen van Afrika hoog ontwikkelde negerkoninkrijken. . . . Enkele van die negerkoningen en hun edelen leefden in grote rijkdom, pracht en praal. Hun hoofdsteden werden soms centrums van cultuur en handel. Tussen 1200 en 1600 floreerde er een Negride-Arabische universiteit in Timboektoe, West-Afrika, die beroemd was over geheel Spanje, Noord-Afrika en het Midden-Oosten.” — Deel 14, 1973, blz. 106, 107.

Zeker, de Afrikaanse cultuur is geheel anders dan de Europese, net zoals dit met de Oosterse het geval is, en helaas stellen sommigen verschil gelijk aan minder. Aan de andere kant valt echter niet te ontkennen dat de laatste eeuwen in de ontwikkeling van het Afrikaanse leven en de Afrikaanse cultuur een stilstand is ingetreden. Er is geen vooruitgang meer geweest, veeleer een teruggang. Maar hoe komt dat?

De oorzaak hiervan moet grotendeels worden gezocht bij de slavenhandel, waarover The Encyclopedia Americana het volgende schrijft: „[Deze handel] desorganiseerde de negercultuur en de negerindustrie, stopte de ontwikkeling van de kunst, wierp regeringen omver en was oorzaak van de moderne stagnatie in de cultuur die sinds 1600 op het Donkere Continent is ingetreden.” — Deel 20, 1927, blz. 47.

De omvang van de slavenhandel en de invloed ervan op de Afrikaanse maatschappij gaat de verbeelding te boven. Volgens The New Encyclopædia Britannica (1976) „lopen de schattingen van het aantal slaven dat over de Atlantische Oceaan is verscheept, uiteen van 30.000.000 tot 100.000.000.” Meer voorzichtige schattingen geven een getal „van ongeveer 15 miljoen”. Maar zelfs die geringere schattingen zijn verbijsterend, vooral wanneer men het aantal doden en gewonden in aanmerking neemt.

Er moet worden toegegeven dat de Afrikanen niet alleen door blanken (rechtstreeks) maar ook door zwarte „landgenoten” (bij oorlogen en rooftochten) gevangen zijn genomen en aan blanke slavenhandelaars zijn verkocht. Maar ongeacht wie de eerste verantwoordelijkheid droeg, uiteindelijk kwamen alle gevangenen bij de kust terecht, waar ze bij inschepingsstations werden vastgehouden. Daarna stouwde men hen, twee aan twee geketend, in de ruimen van schepen, waar het slechts hoog genoeg was om te liggen. Daar brachten zij het grootste deel van de vijftig dagen durende Atlantische overtocht door, zonder licht of frisse lucht. Men schat dat ongeveer een derde van de gevangenen reeds was gestorven voordat ze op de schepen kwamen, en dat nog eens een derde omkwam tijdens de overtocht.

Het was in het begin van de 16e eeuw dat de eerste slaven naar West-Indië en Zuid-Amerika werden gebracht om in de mijnen en op de plantages te werken. En in 1619 leverde een Hollands slavenschip de eerste zwarten in Noord-Amerika af, die niet als slaven maar als contractarbeiders kwamen werken. Tegen het eind van de 17e eeuw was echter ook daar de slavernij volledig ingevoerd, en na verloop van tijd waren er vier miljoen zwarte slaven in de Verenigde Staten.

Wat de slavernij hun aandeed

De Afrikanen gingen in het algemeen eerst naar West-Indië en werden daar „rijp” gemaakt en „afgericht” voor de slavernij, alvorens men ze doorverscheepte naar Amerika. De opzet was de mensen van dezelfde stam van elkaar te scheiden om eventuele massa-opstanden te voorkomen. Zelfs gezinnen werden uit elkaar gehaald en iedereen kreeg van de handelaar of zijn nieuwe meester een nieuwe naam. Dit alles had ten doel de zwarten, gehoorzaam en onderworpen te maken. In de loop van dit proces raakte hun persoonlijkheid verstoord, hun geestvermogens werden onderdrukt, en beseffend dat het geen zin had tegenstand te bieden, begonnen de Afrikanen zich vaak ook te gedragen alsof ze werkelijk inferieur waren.

Er werden slavenwetten geformuleerd om hun volledige onderworpenheid zeker te stellen. The Encyclopedia Americana schrijft:

„Slaven mochten geen grond in eigendom hebben, geen vuurwapens bezitten, mochten niet deelnemen aan de handel, mochten de plantage niet verlaten zonder toestemming van hun eigenaar, mochten voor het gerecht alleen tegen andere negers getuigen, mochten geen contracten opstellen, geen lezen of schrijven leren, of vergaderingen houden zonder de aanwezigheid van blanke personen. . . . het vermoorden of verkrachten van een slaaf of een vrije neger door een blanke werd niet als een ernstige misdaad beschouwd.” — Deel 20, 1959, blz. 67.

In de meeste slavenstaten stond er boete, geseling of gevangenisstraf op het geven van lees- en schrijfles aan een neger.

In 1808 verklaarde de Amerikaanse regering de slavenhandel onwettig. Maar ondanks die wet bleef de handel zich voortzetten omdat de vraag naar slaven groter was dan ooit. En dit leidde tot de uitermate perverse praktijk dat men slaven ging „fokken” voor de verkoop. The Encyclopedia Americana schrijft hierover:

„Er ontwikkelde zich een grootscheepse en winstgevende binnenlandse slavenhandel, gekenmerkt door enkele van de wreedste en onbarmhartigste incidenten in verband met het slavensysteem, zoals de fok van slaven in de noordelijke slaven voor verkoop naar het zuiden, en de constante uiteenrukking van gezinnen door de leden ervan afzonderlijk te verkopen.” — Deel 20, 1959, blz. 67.

Ja, de zienswijze dat zwarten „geen mensen” waren, leidde tot het „fokken” en verkopen van hen, zoals men dat gewoon is met vee te doen. Daarna kwam er in 1865 in de V.S. heel abrupt een verbod op de gehele slavernij. Daarmee veranderden echter de opvattingen niet; er werd door apartheidswetten en met andere middelen voor gezorgd dat de zwarten „hun juiste plaats” behielden — die van onderworpenheid aan de blanken.

Ophangen zonder vorm van proces behoorde tot de methoden die men toen toepaste om de zwarte bevolking onder de duim te houden. Tussen 1890 en 1900 lag het aantal van dergelijke „terechtstellingen” jaarlijks rond de 166. The Encyclopedia Americana vermeldt bovendien dat „het seksuele misbruik van negervrouwen door blanke mannen getolereerd bleef worden. Negers ondervonden een buitengewoon oneerlijke en discriminerende behandeling van de zijde van de politie en heel vaak ook voor de rechtbanken”. — Deel 20, 1959, blz. 70.

Praten we hier over oude geschiedenis? In het geheel niet. De grootouders van vele nu levende zwarten, zijn nog slaven geweest. Mensen die nu leven hebben uit de mond van voormalige slaven kunnen vernemen hoe het leven toen was. Tot in de jaren ’50 trouwens, werden in de Amerikaanse massamedia negers nog altijd als inferieur voorgesteld — altijd was hun rol in speelfilms die van dienstknecht of dienstmeid van blanken.

En in het algemeen toonde men helemaal geen zwarten, noch in tijdschriften, noch op de televisie, noch in kranten; alleen in misdaadverhalen kwamen ze voor. Ze werden bij elke mogelijke gelegenheid gediscrimineerd, ontvingen tweederangs onderwijs en waren buitengesloten van bepaalde soorten werk en van tal van andere voorzieningen die de blanken genoten. Vrijwel overal waren deuren voor hen gesloten, zodat in het geval van velen elke mogelijkheid tot verbetering van hun levensomstandigheden was uitgesloten.

Kan men met het oog op al deze omstandigheden dan werkelijk verwachten dat zwarten op intellectueel en ander gebied gemiddeld dezelfde prestaties als blanken leveren? Is het dan eerlijk hen als ras inferieur te vinden omdat ze niet aan een bepaalde maatstaf voldoen? Wat gebeurt er wanneer zij wel de gelegenheid krijgen zich volledig te ontplooien?

Gelegenheid en motivatie

Vóór 1947 waren zwarten buitengesloten van deelname aan officiële wedstrijden van de Amerikaanse honkbal-bond. Dat jaar, toen de spanningen tussen de rassen tot het kookpunt waren opgelopen, mocht een zwarte meespelen. Spoedig begonnen zwarte spelers uit te blinken in het spel. In 1971, het jaar dat de „Pittsburgh Pirates” wereldkampioen werden, bestond het gehele team van negen spelers uit zwarten. Een zelfde situatie doet zich voor in andere sporten, hetgeen de New York Times dit jaar ertoe; bracht te schrijven dat prof-honkbal „een vrijwel zwarte aangelegenheid is geworden”.

Wat betekent dit? Dat zwarten lichamelijk superieur zijn aan blanken? Of duidt het erop dat zwarten, wanneer hun de gelegenheid wordt geboden en hun onderricht en motivatie wordt gegeven, zij een uitstekende prestatie kunnen leveren? Kennelijk het laatste. Rassen worden niet geboren met een bepaalde aanleg voor balspelen, muziek, wetenschap, enzovoort. Die dingen moeten worden geleerd.

Het is verkeerd rassen te gaan typeren door te zeggen dat het ene ras van nature sloom en traag is, een ander agressief en strijdlustig, weer een ander zachtaardig en onderworpen, en ga zo maar door. Rassen zijn geworden wat ze zijn door de opvoeding, het onderwijs, de opleiding en de motivatie die ze ontvangen. Neem bijvoorbeeld de Chinezen, die men vroeger zo graag karakteriseerde als van nature zachtaardig en onderworpen. Maar door het andere onderwijs en de andere motivatie die ze de afgelopen tientallen jaren onder het communistische bestuur hebben ontvangen, zullen maar weinigen hen nog als zodanig willen karakteriseren.

Toch bestaat nog altijd de zienswijze dat zwarten als ras, van nature, biologisch, geestelijk langzamer en minder intelligent zijn dan blanken. Bestaan er betrouwbare bewijzen dat dit werkelijk zo is?

[Illustratieverantwoording op blz. 9]

Met welwillende toestemming van het Schomburg Center for Research in Black Culture, The New York Library, Astor, Lenox and Tilden Foundations

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen