Een waardig doel in het leven — hoe ik het heb gevonden
IK ZOU een academische loopbaan hebben gevolgd als anderen mij niet op veertienjarige leeftijd hadden laten ontdekken wat surfriding is, het opwindende genoegen om met een plank over de branding te ’rijden’. Verscheidene jaren lang kwam de belangstelling voor alle andere bezigheden op de tweede plaats. Samen met mijn pas gevonden vrienden reisde ik de oostkust van Australië op en neer op zoek naar goede golven.
Wat mij trok als een magneet was de Gold Coast in Queensland; een kuststrook met minstens een dozijn goudkleurige stranden die helemaal gecommercialiseerd zijn tot het grootste en populairste toeristengebied in Australië.
Maar mijn enthousiasme voor de branding bekoelde uiteindelijk. Een andere interesse begon al mijn tijd op te slokken, het wedden op paarden. De eerste keer dat ik op een bepaald paard inzette, won het de race. Het zou niet lang duren of ik wilde dat het maar had verloren! Bij mijn wekelijkse bezoeken aan de paardenrennen verloor ik constant zoveel geld dat sommige van mijn vrienden mij spottend ’de beste klant van de bookmakers’ gingen noemen. Voortdurend platzak, vertrouwde ik erop dat mijn kameraad met wie ik een flatje deelde, mij wel wat geld zou voorschieten.
Toen ik eenentwintig was, begon ik serieus uit te zien naar een vaste betrekking om mijn leven tot een succes te maken. Een gedeelte van mijn tijd werkte ik als barkeeper in een club voor oud-militairen. Maar de gedragingen van gerespecteerde mannen in hun vrije tijd deden mij wel afvragen of ik niet weer een vruchteloos doel nastreefde door een carrière te willen opbouwen.
Al gauw ging ik daar weer weg en ik nam een baantje aan als kelner in een hotel in een van de ski-oorden van Australië. Met eigen ogen kon iemand daar zien hoe ongelijk het in de wereld verdeeld is. Terwijl in een ander deel van de wereld duizenden omkwamen van de honger, kreeg ik wel voor $60 aan fooien voor werk waar ik toch al voor werd betaald.
Later was de waarde van een stuk grond dat ik bezat, dermate gestegen dat er een goede winst mee was te behalen. In compagnonschap met een vriend kocht ik toen een boerderij van 80 hectare. Mijn vriendin en ik bewoonden er een eigen huis op een stuk grond van 40 hectare, in een schilderachtige vallei dicht bij de stranden van de Gold Coast. We waren niet van plan om te trouwen; we hadden de huwelijken van te veel vrienden met het hartzeer van een echtscheiding zien eindigen en we beschouwden het „geven van het ja-woord” als een nutteloos maatschappelijk kwaad.
Toen kwam er — op een ochtend dat ik bij de farm marihuana zat te roken en met twee vrienden een paar biertjes zat te drinken — een jongeman aan de deur die het over de bijbel had. „Geen belangstelling; over de bijbel heb ik zo mijn eigen gedachten”, zei ik. Maar hij liet een tweetal tijdschriften achter. Ik keek ze even door. En bovendien . . . wat voor soort van God zou zoveel lijden en onrechtvaardigheid in de wereld toelaten?
De bijbel toch opnieuw bekeken
Omstreeks die tijd kwam mijn vroegere flatgenoot terug van een vakantie rond de wereld. Tijdens zijn verblijf op Maui, een van de Hawaii-eilanden, was hij tot het geloof gekomen dat God de Maker was van de prachtige planeet waarop wij leven, en dat de bijbel Gods Woord voor de mensheid was. Omdat hij voordien een atheïst was geweest, kon ik mijn oren nauwelijks geloven. Opgevoed in de Presbyteriaanse en de Methodistische Kerk konden wij het er niet over eens worden welke religie iets zinnigs en wezenlijks te bieden had. Niettemin was hij van mening dat de bijbel van God afkomstig was en dat dat boek het alleszins waard was om nauwkeurig door ons onderzocht te worden.
De paar dingen die hij me in de bijbel liet zien, zetten me aan het denken. We bekeken heel nauwkeurig Matthéüs hoofdstuk 24. Zonder aandacht te hebben besteed aan wat de bijbel zei, was ik al lang de mening toegedaan dat de mensheid zich inderdaad in haar laatste dagen bevond. En nu stond dat hier in dit hoofdstuk. Het liet zien dat de gebeurtenissen die het leven in deze twintigste eeuw kenmerkten, zowaar voorzegd waren als een kenmerk van het einde van dit samenstel van dingen. Spoedig gingen we beseffen dat het beter zou zijn als we contact zochten met anderen die erin geïnteresseerd waren hun leven naar de bijbel in te richten.
Een speurtocht naar de ware religie
Eerst nam ik contact op met een oude Baptisten-vriend van vroeger, en wij luisterden naar een preek die bij iemand thuis werd gehouden. Later vroeg ik mij af hoe mensen die er werkelijk aanspraak op maakten christenen te zijn, ten strijde konden trekken en belijdende christenen aan de kant van de tegenpartij konden doden. Dit was niet het soort van religie waarvan ik dacht dat God die zou goedkeuren. De volgende zondag gingen we op weg naar een Methodistische kerk. Onderweg stopten we bij een Koninkrijkszaal van Jehovah’s Getuigen. Ik vroeg de man die ons ontving of Jehovah’s Getuigen geloof stelden in Jezus als de Zoon van God die voor de zonden van de mens is gestorven. „Jazeker”, antwoordde hij.
„Gelooft u dat we ons in de tijdsperiode bevinden waarover de bijbel spreekt als de laatste dagen?”
„Ja”, antwoordde hij.
„En gelooft u dat wij als christenen binnenkort allemaal lichamelijk opgenomen zullen worden om onze Heer in de lucht te ontmoeten?”
„Niet precies op die manier”, antwoordde hij. „De Schrift laat zien dat het Gods voornemen is dat de mens hier op aarde eeuwig leven zal genieten en dat slechts een naar verhouding klein aantal nodig zal zijn om in de hemel het Koninkrijk te vormen dat over de aarde zal regeren.”
Hij liet me Openbaring 7:4 lezen. Hij nodigde ons toen uit om de zaal binnen te gaan en te luisteren naar de openbare lezing die die morgen werd gehouden.
De lezing was getiteld: „Hoe de opstanding alle doden in de hel tot voordeel strekt.” De spreker zette aan de hand van de Schrift uiteen wat de toestand van de menselijke doden is en hoe God de grote aantallen mensen in de graven een opstanding zal geven en daarbij de gelegenheid zal bieden om voor eeuwig op een gereinigde aarde te leven. Wat een heel ander begrip hebben deze mensen omtrent de hel, dacht ik. De spreker legde uit dat de hel louter het gemeenschappelijke graf van de hele mensheid is. De man die ons binnen genodigd had, maakte aantekeningen van de bijbelteksten waarnaar werd verwezen, opdat wij die later konden raadplegen.
Bijbelse antwoorden op mijn vragen
Na de vergadering had ik vele vragen. Waarom verwees de spreker voortdurend naar God als Jehovah? Waarom nemen Jehovah’s Getuigen geen bloedtransfusie? Hoe kunnen de Getuigen bijbelse lectuur uitgeven voor een fractie van de prijs die ik in religieuze boekwinkels voor andere publikaties had betaald?
Ik kreeg op al mijn vragen het bijbelse antwoord te zien, en mijn nieuwsgierigheid naar de „goedkope” bijbelse lectuur werd bevredigd doordat ik drie dagen later het Australische bijkantoor van het Wachttorengenootschap bezocht. Daar zag ik hoe jonge mannen en vrouwen bezig waren drukpersen te bedienen en bijbelse lectuur in te pakken en naar elk zuidelijk deel van de Grote Oceaan te verzenden — allemaal werkend op een vrijwillige basis. Ik wilde wat boeken voor mijn vrienden kopen. Ik benaderde daarom de „broeder” van de tijdschriftenexpeditie die me graag veertig in harde kaft gebonden boeken Is de bijbel werkelijk het Woord van God? en De waarheid die tot eeuwig leven leidt gaf, voor maar 25 dollarcent per stuk.
Ik moet bekennen dat het op die eerste vergadering die we bijwoonden grote indruk op me maakte te zien hoe grondig de Getuigen de bijbel begrepen. Mijn vroegere flatgenoot wilde kerkdiensten van een meer „conventionele” religie bijwonen en dus besloten wij die avond dan toch nog naar een Methodistische kerk te gaan. Toen we de kerk binnenliepen, zag een van de jonge mannen die gezangenboeken stond uit te reiken, de bijbels die we hadden meegebracht en zei: „Die zult u hier niet nodig hebben.” Hij had gelijk.
Van die dag af zijn mijn vriendin en ik er niet meer mee opgehouden naar de plaatselijke Koninkrijkszaal te gaan om over de bijbel te leren. Wat heeft dit ons snel geholpen ons begrip van de bijbel en van Gods voornemen voor de aarde te vergroten! Wij hadden niet de bedoeling om de voortreffelijke dingen die wij leerden voor onszelf te houden. Spoedig voegden twaalf anderen zich bij ons in onze wekelijkse studie van Gods Woord.
Binnen achttien maanden waren acht van ons in staat dingen uit hun leven weg te doen die God onder het hemelse bestuur van zijn Zoon Jezus Christus niet zal toestaan. Daarna boden wij ons voor de waterdoop aan. Mijn vrouw en ik werken nu als volle-tijddienaren van Jehovah God. We hebben inderdaad een waardig doel in het leven gevonden. — Ingezonden.