Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g78 22/7 blz. 13-15
  • Zeemanskunst door „gezond vaarverstand”

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Zeemanskunst door „gezond vaarverstand”
  • Ontwaakt! 1978
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Steden bij havens, rivieren en meren
  • „Het gewone zeemansgebruik” ofte wel gezond verstand
  • Tien basisregels
  • Snelle motorboten
  • Minimum-veiligheidseisen
  • Ervaring en vertrouwen opdoen
  • U kunt veilig zeilen
    Ontwaakt! 1981
  • Veiligheid op het water komt niet vanzelf
    Ontwaakt! 1988
  • De Galilese boot — Een schat uit bijbelse tijden
    Ontwaakt! 2006
  • Zeilschepen — vroeger en nu
    Ontwaakt! 1979
Meer weergeven
Ontwaakt! 1978
g78 22/7 blz. 13-15

Zeemanskunst door „gezond vaarverstand”

Door Ontwaakt!-correspondent op Nieuw-Zeeland

„NA ZINKEN boot man vermist”, „Man verdwenen in Straat Cook”, „Politieboot redt jacht”, „Zes kinderen sterven — en een stad huilt”, „Man gered na 11 uur zonder zwemvest in water te hebben gelegen”, „14 verdrinkingsgevallen op feestdag.”

Deze en nog andere koppen verschenen tussen half december 1975 en half januari 1976 in de kranten van Auckland (Nieuw-Zeeland). Allemaal verwezen ze naar tragedies in het leven van mensen die in de zomer op het zuidelijk halfrond de zee en waterwegen om en in Nieuw-Zeeland hadden opgezocht.

Zulke berichten hebben trouwens hun droevige tegenhangers overal op aarde waar de mens met zijn kennis of gebrek aan kennis, uit plezier of om zijn brood, de strijd aanbindt met de zee.

Natuurlijk heeft de aankoop van plezierjachten de laatste jaren recordhoogten bereikt en zijn er vele nieuwelingen op het water verschenen; toch dient voor alle zorgvuldigheid te worden opgemerkt dat zelfs de meest grondig geïnspecteerde schepen, bemand door de bekwaamste zeelui, bij stormen en andere rampen op zee verloren gaan, vaak met tragisch verlies van mensenlevens.

Steden bij havens, rivieren en meren

Bijna alle grote bevolkingscentra op Nieuw-Zeeland zijn gelegen in de buurt van havens, rivieren of meren. Een van de grote steden is Auckland met een bevolking van 800.000 zielen, een stad op een landengte, die het noordelijke en zuidelijke deel van het Noordeiland met elkaar verbindt. Aan de westkant is een grote haven die toegang verleent tot de Tasmanzee en aan de oostelijke kant is een haven die uitmondt in de Grote Oceaan. Alleen deze twee vaarwegen bezitten reeds een gezamenlijke kustlijn van 610 kilometer, terwijl daarnaast nog allerlei havens, inhammen, rivieren en beschutte eilandjes gemakkelijk met een kleine boot te bereiken zijn. Deze omgeving, gevoegd bij een bijzonder mild klimaat, heeft deze stad aan de Grote Oceaan gemaakt tot een centrum van aanzienlijke watersportactiviteit.

Niet alleen in dit gebied echter, maar in geheel Nieuw-Zeeland, met zijn lange kustlijn en talrijke rivieren en meren, blijft het aantal verdrinkingsgevallen stijgen. In 1975 verloren niet minder dan 130 personen in het water hun leven. De reddingsdienst heeft alle watersporters dringend verzocht zich voorzichtiger te gaan gedragen. En de Vrijwillige Kustwacht verklaarde dat „een gezonde vrees voor het water zowat het belangrijkste is om in een kleine boot mee op reis te nemen”.

„Het gewone zeemansgebruik” ofte wel gezond verstand

Op grond van een internationale overeenkomst erkennen alle zeevarende landen de „Internationale bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee”, die onder meer aangeven welke lichten en „figuren” vaartuigen verplicht zijn te voeren, welke koersen en vaarten elkaar dicht naderende vaartuigen dienen te volgen en welke noodsignalen zijn vereist. Aangezien in de openingsparagraaf wordt verklaard dat de regels door alle vaartuigen op de open zee in acht genomen dienen te worden, alsook in de wateren die daarmee verbonden zijn, is het duidelijk dat iedereen die zich met de een of andere boot vanuit de kust wil begeven, met de inhoud van dit reglement op de hoogte behoort te zijn. De belangrijkste regel is echter wel no. 2, die verklaart dat geen enkel voorschrift de voor een vaartuig verantwoordelijke personen ervan ontheft „alles te doen wat volgens het gewone zeemansgebruik of door bijzondere omstandigheden, waarin het vaartuig zich bevindt, geboden is om aanvaring te voorkomen”.

De beste woorden om „het gewone zeemansgebruik” mee te vertalen zijn gezond verstand, niets meer en niets minder. Het overtreden van deze regel kan intrekking van de vaarvergunning, een boete of zelfs gevangenisstraf tot gevolg hebben. Plaatselijke vaarwaterbeheerders kunnen watersporters beboeten en straffen voor het overtreden van plaatselijke vaarverordeningen. En het is mogelijk dat men zo’n plaatselijke bepaling niet kent. Wanneer iemand echter door onachtzaamheid „het gewone zeemansgebruik” niet in acht heeft genomen en door zorgeloosheid geen vanzelfsprekende voorzorgsmaatregelen heeft getroffen, en dat zou verlies van mensenlevens tot gevolg hebben, dan zal zijn geweten hem ongetwijfeld nooit meer verontschuldigen, ook al zou de wet dat wel doen.

Tien basisregels

Het Nieuwzeelandse boekje Ahoy Skipper verschaft tien zogenaamde ’gulden regels’ voor veilig varen. Dat zijn: (1) let op het weer, (2) laad de boot niet te vol, (3) zorg dat u alle noodzakelijke uitrustingsstukken bij u hebt, met inbegrip van zwemvesten, (4) houd de motor in 100 procent betrouwbare conditie, (5) ken de vaarreglementen, (6) blijf goed opletten, (7) ken de noodsignalen, (8) pas op voor vuur, (9) drink geen alcohol als u vaart, (10) licht enkele personen op de wal in over uw voorgenomen tocht.

Hoe u echter ook begint aan uw eerste of misschien wel honderd-en-eenste vaartocht, vat de onderneming niet te licht op en plaats haar niet in dezelfde categorie als een autorit. Want daar is een tocht op het water, hoe kort ook, in veel opzichten niet mee te vergelijken.

De waterwegen zijn niet altijd even effen en glad. Men zal wellicht niet kunnen stoppen om de weg te vragen. Wanneer de motor uitvalt, staat er in het water geen ’praatpaal’ waar u voor hulp kunt bellen. De soorten vaartuigen die van het water gebruik maken, kunnen variëren van een paar meter tot meer dan 300 meter in lengte. Ze zijn misschien aan het vissen, baggeren, slepen of nauwkeurig aan het navigeren. Ze zullen uw koers misschien kruisen, u van achteren „oplopen” of recht tegemoet varen. U zult ze moeten herkennen aan de lichten en „figuren” die ze voeren. U zult ook voldoende bekend moeten zijn met de „verkeersregels” van het vaarverkeer om te weten wat u moet doen om en aanvaring te voorkomen — wat uw rechten, plichten en verantwoordelijkheden zijn volgens de internationale, nationale en plaatselijke regels, hetgeen vereist dat u uw gezonde verstand gebruikt en „het gewone zeemansgebruik” in acht neemt.

Verwacht niet dat u de zeemanskunst van generaties varen in tien gemakkelijke lessen in uw hoofd kunt stampen. Er zijn dingen die alleen de ervaring u kan leren — u zult gaan beseffen dat altijd de onvoorspelbare, onvoorziene dreiging van een ramp aanwezig is. En terwijl de ene mens in een onbekende omgeving met alle rust aan een plotselinge noodsituatie het hoofd zal kunnen bieden, zal iemand anders, hoewel misschien zeer ervaren, volledig „van zijn stuk” worden gebracht. Tracht daarom geen pleziertochten met een kleine boot te maken wanneer u er niet zeker van bent dat u aan eventuele noodsituaties het hoofd zult kunnen bieden.

Snelle motorboten

Vooral de kleine, snelle motorboten zijn voor de autoriteiten in Nieuw-Zeeland en elders een bron van zorg geworden. Ze zijn betrekkelijk gemakkelijk aan te schaffen, zijn vanaf een aanhangwagen in het water te brengen en kunnen onder gunstige omstandigheden door een kind worden gestart en met snelheden van dertig kilometer of meer over het water worden gestuurd. Het hoeft geen betoog dat zulke boten in de handen van onervaren, brooddronken of te jonge personen met te weinig verantwoordelijkheidsbesef in dichtbevolkte watersportcentra een dodelijke dreiging kunnen vormen. Op vele wateren geldt een snelheidsbeperking voor snelle motorboten, terwijl men ook voor deze boten — indien ze harder kunnen dan 16 kilometer per uur — een registratiebewijs moet hebben. In Nieuw-Zeeland geldt de bepaling dat men binnen 180 meter van de kust of wanneer men binnen dertig meter afstand een andere boot of een zwemmer of visser passeert, niet harder mag gaan dan 9 kilometer per uur. Voor het trekken van waterskiërs zijn vanaf de kust speciale vertrek- en aankomstroutes aangegeven, terwijl in de trekkende boot altijd twee personen aanwezig dienen te zijn.

Minimum-veiligheidseisen

In elk vaarwater en in elke boot zal de verstandige schipper erop toezien dat zijn vaartuig geschikt is voor het gestelde doel en dat het aan de minimum-veiligheidseisen voldoet. Op alle boten dient ten minste een tweede manier van voortbewegen mogelijk te zijn — in de vorm van een bruikbaar stel riemen, (buitenboord)motor of zeilen. Er moeten middelen aan boord zijn om een brand te bestrijden en een hooswerktuig in de vorm van een emmer of een waterpomp. Bovendien dient er voldoende drijfmateriaal aanwezig te zijn, zwemvesten of reddingsgordels, waarmee alle personen in de boot zich drijvende kunnen houden, en een anker met voldoende touw om de boot onder gemiddelde omstandigheden op zijn plaats te kunnen houden.

Alle boten die geschikt zijn voor lange tochten en waarmee men ook eventueel ’s nachts kan varen, behoren een betrouwbaar kompas aan boord te hebben en de verantwoordelijke schipper zal moeten weten hoe hij daarop moet varen, ook hoe hij een eenvoudige peiling kan ’nemen’ om op de kaart zijn positie te bepalen. Vanzelfsprekend dienen dergelijke vaartuigen voorzien te zijn van alle navigatielichten. De verantwoordelijke schipper moet beschikken over de nieuwste kaarten van het gebied waar hij denkt te gaan varen of behoort in elk geval bekend te zijn met rotsen en zandbanken buitengaats, plus de tijdstippen en hoogten van het getij. En weet u hoe de vaarroutes van de grote schepen lopen?

Ervaring en vertrouwen opdoen

Wanneer u nog nooit van tevoren gezeild of gewoon gevaren hebt, ga dan niet meteen met uw gezin een lange tocht (van bijvoorbeeld 50 kilometer) maken, maar stel u aanvankelijk tevreden met kleine tochtjes van enkele kilometers op binnenwateren. En doe dat ongeveer een seizoen lang. U kijkt, praat met anderen, doet ervaring op en verwerft onder uiteenlopende omstandigheden vertrouwen in het omgaan met de boot. Het is trouwens beter uw zeemansloopbaan te beginnen met een kleine motor- of zeilboot waarvan de beperkte mogelijkheden zonder meer duidelijk zijn, dan op een groot schip dat u in de verleiding zal brengen uw eigen mogelijkheden te overschatten. En wanneer u al een levenslang vaart, is het overbodig u eraan te herinneren dat wanneer u pas een nieuwe boot hebt gekocht, u uw reizen beperkt tot alle eventuele „kinderziekten” zijn weggewerkt en u voldoende bekend bent geraakt met het gedrag en de eigenaardigheden van uw nieuwe bezit.

Het is best mogelijk dat u alle bepalingen van alle vaarreglementen uit uw hoofd kunt citeren, maar dan nog zult u daar weinig nut van hebben wanneer u niet leert beleidvol en volgens gezond verstand te werk te gaan. Maak beleidvol zeemanschap tot het leidende beginsel bij alles wat u doet, bij elke reis die u uitstippelt, want het water is hard en onbetrouwbaar voor allen die het onderschatten en niet met gepast respect bevaren.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen