Wanneer u een publiek moet toespreken
„IK MOET vanavond een toespraak houden”, zo brengen de meeste mensen onder woorden hoe ze denken over het spreken in het openbaar. Ze willen niet. Ze zijn er bang voor. Maar vaak dwingen de omstandigheden hen om toch het podium op te stappen.
En u zou nog heel verbaasd staan over de veelvuldigheid waarmee die „ramp” toeslaat. Vital Speeches of the Day bericht dat op een gemiddelde dag in grote steden als New York of Los Angeles er duizenden congressen en vergaderingen zijn, die allemaal één en dezelfde behoefte hebben: „sprekers.”
Ja, of het nu in verband is met uw school, uw werk of een organisatie waartoe u behoort, er bestaat een grote kans dat ook U vroeg of laat een publiek zult moeten toespreken. Wanneer u niet reikhalzend naar die dag uitziet (behalve dan om het maar zo gauw mogelijk achter de rug te hebben!), zult u een paar richtlijnen ter verlichting van de „kwelling” ongetwijfeld op prijs stellen.
Ten eerste is het goed er over na te denken waarom het zo onplezierig kan zijn om een toespraak te houden. Waarschijnlijk houdt u van praten. Maar toch treden er vreemde „verschijnselen” op wanneer u voor een groep staat — knikkende knieën, klamme handen, trillende lippen en een droge mond. Hoe komt dat? Waarschijnlijk omdat u zich door een groep geïntimideerd voelt. De afzonderlijke toehoorders vormen een massa die men het „publiek” noemt. En een publiek eist iets van een spreker — een spreker bovendien die zich misschien erg onbedreven en amateuristisch voelt, omdat hij maar weinig ervaring heeft in het spreken in het openbaar.
En ten slotte is het bekend dat veel mensen de meeste toespraken (en dus ook de meeste sprekers) langdradig en vervelend vinden. Een veelgehoorde klacht is. „Ik word doodziek van al die toespraken die niets zeggen.” Het is daarom best mogelijk dat u bang bent dat ook uw toespraak een kwelling zal worden voor zowel uzelf als uw toehoorders.
Wat kan u helpen dat alles te overwinnen? Het is duidelijk dat gezien de vele persoonlijke verschillen in sprekers en de grote verscheidenheid van publieken die er zijn, er geen enkelvoudige „formule” bestaat die alle situaties zal dekken. Toch zijn er bepaalde facetten die u niet mag negeren wanneer u graag uw sprekersangst wilt overwinnen en uw publiek wilt overtuigen.
Tweezijdige voorbereiding
Leraren in spreekvaardigheid komen vaak met de slogan: „Voorbereiding is de sleutel!” En hoewel dit inderdaad een waardevol advies is, vatten hun leerlingen dit dikwijls op als een aanmoediging om grote hoeveelheden feitenmateriaal en statistische gegevens over het onderwerp in hun hoofd te stouwen. Dat is echter geenszins de bedoeling; om het er als spreker het beste van af te brengen, zijn twee soorten van voorbereiding nodig:
(1) Raak niet alleen bekend met uw onderwerp, maar stel ook een vastomlijnde boodschap op, die u wilt overbrengen.
(2) Schenk serieuze aandacht aan de wijze waarop u het beste uw speciale soort van publiek zult kunnen bereiken.
Denk eens na over de waarde van deze beide benaderingen. Hoewel het belangrijk is uw woorden goed te formuleren, is wat u zegt — uw boodschap — veel belangrijker. Uw stijl is misschien nog niet zo gepolijst, maar als hetgeen u brengt, duidelijk is, en uw argumentatie deugdelijk, dan hebt u meestal al een grote voorsprong op de knappe grappenmaker, die zijn publiek moet onderhouden met woorden die niets zeggen. Zo’n man is een causeur, een conferencier, maar geen spreker die zijn toehoorders iets te vertellen heeft. En na verloop van tijd zal men hem ook niet meer serieus nemen.
Een ervaren spreker gaf de volgende aanmoediging: „Heb iets te zeggen. Sta op, zeg het, en ga weer zitten. Niemand heeft ooit een betere methode bedacht.” Ja, u kunt, zonder enige verfraaiing van uw woorden, anderen sterk beïnvloeden indien u positief en doelgericht spreekt.
En wanneer u bovendien bij uw voorbereiding uw publiek in gedachten neemt — hun achtergrond, wat u vermoedt dat hun huidige zienswijze omtrent het onderwerp is — zal dat u helpen specifiek materiaal bijeen te zamelen dat hen te pas zal komen. Rekening houden met plaatselijke omstandigheden, het materiaal van toepassing brengen op hun dagelijks leven, uitleggen waarom dit belangrijk is voor hun gezin — dat zijn de sterke pijlers waarop een toespraak is gebouwd. Zo’n toepassing kan abstract materiaal betekenis geven, tot leven brengen, en het in de realiteit van het dagelijks leven plaatsen.
Wat dat betreft, vertelde een man met al meer dan zestien jaar sprekerservaring: „Ik bemerk dat wanneer ik inhaak op plaatselijke gewoonten of omstandigheden, mijn publiek opveert. Ik vraag bijvoorbeeld: ’Denkt u dat een man hier in de ——————— straat, zich om die vraag zal bekommeren?’ Zo heb ik ook andere sprekers aangemoedigd op een plezierige en voor hen natuurlijke wijze hun stof op het dagelijks leven te betrekken.”
Als u niet veel van uw toehoorders afweet, zal een beetje onderzoek daarnaar (door met iemand te praten die hen wel kent) uw voordracht veel meer ten goede kunnen komen dan uren onderzoek betreffende het onderwerp zelf. Misschien is dat niet mogelijk. Maar dan zult u waarschijnlijk toch wel de globale samenstelling van uw publiek kennen. Bestaat het uit verkopers, handelsmensen, bouwvakkers of oudere personen? Kunt u niet vaststellen welke aspecten van uw onderwerp voor hen het nuttigst en het interessantst zullen zijn?
Bereid u dus goed voor, maar doe dit met het doel iets over te dragen. Weet u nauwkeurig te zeggen wat uw hoofdpunten zijn? Zo niet, hoe zal uw publiek ze er dan uit kunnen halen? Hebt u uw hoofdpunten vastgesteld? Ga dan na hoeveel u erover in de toegestane tijd kunt vertellen. En overdenk vervolgens hoe u uw boodschap wilt beklemtonen. Dat alles houdt eigenlijk automatisch in dat u uw toespraak zult moeten opschrijven (of in elk geval enige aantekeningen zult moeten maken) ten einde het materiaal in logische volgorde te kunnen rangschikken.
Alleen, over de hoeveelheid aantekeningen lopen de meningen van zelfs deskundigen erg uiteen — sommigen moedigen aan tot het gebruik van ’slechts een paar woorden’ en anderen tot het maken van een volledig uitgeschreven manuscript. Over de volgende aspecten zijn ze het echter allemaal eens: praat nooit uit uw herinnering; heb enkele aantekeningen als richtlijn bij de hand. Leer uw toespraak nooit van buiten om hem uit het hoofd op te zeggen. Het grootste deel van uw toehoorders zal dan wel ’aan uw lippen hangen’, maar alleen om te kijken of u niets zult vergeten!
Degenen die een krachtig spreker in actie hebben gezien, zullen ongetwijfeld bezwaar maken tegen bovenstaande nadruk op het brengen van een specifieke boodschap, bestemd voor een speciaal publiek. Ze zullen wijzen op de waarde van persoonlijke aantrekkingskracht, vuur en enthousiasme. Maar laten we niet te snel oordelen en eens nagaan welke uitwerking deze ’tweezijdige voorbereiding’ op de terughoudende spreker heeft.
De boodschap leeft!
Wanneer u als spreker uw aandacht gericht houdt op het onderwerp waaraan u zo hard hebt gewerkt — en niet op uzelf — zal dit heel wat nervositeit en podiumvrees wegnemen. Prent in uw geest dat ook al voelt u zich misschien zwak, uw boodschap krachtig is!
Wanneer u gelooft in hetgeen u brengt en er volledig door in beslag wordt genomen, zult u een natuurlijke overtuigingskracht bezitten — een diepe oprechtheid die uw toehoorders onmiddellijk zal opvallen en hun vertrouwen zal schenken. En wanneer u zich op uw stof concentreert, hoeft uw voordracht heus niet aan gevoel in te boeten. Integendeel, uw gevoelens zullen door de stof zelf ingegeven worden; uw stemming en gebaren zullen natuurlijk en oprecht zijn. Uit uw houding zal toewijding en overtuiging spreken. U zult uw publiek geboeid houden en het motiveren.
Wanneer u zich echter overmatig bezorgd maakt over uw kleding en uw „stijl”, over de indruk die u maakt, zal ook dat uit uw voordracht blijken. Het zal de aandacht afleiden van hetgeen u brengt, en uw boodschap versluieren.
Bovendien zal een specifieke inhoud u ook helpen een betere controle op de tijd te hebben. U zult dan niet te lang „doorzagen”, zoals veel sprekers doen. Waarom zou u niet een keer hardop oefenen en de tijd opnemen? Dat lijkt misschien kinderachtig, maar u zult verbaasd staan over de goede uitwerking die dit op uw zelfvertrouwen en uw tijdsbepaling heeft.
De valkuilen
Er zijn twee „gevaarzones” die u bij deze benadering van het spreken in het openbaar angstvallig zult moeten vermijden, en dat is enerzijds de neiging om te veel te gaan vertellen en anderzijds om te ingewikkeld te worden.
Het is erg verleidelijk alle interessante feiten die u bij uw onderzoek bijeen hebt gegaard, in een overvolle lezing te persen, die dan in „noodtempo” moet worden gebracht om binnen de tijd te blijven. Nee, houd in gedachten dat de overvloed aan materiaal die uw onderzoek heeft opgeleverd, is bedoeld om uzelf goed voor te bereiden — zodat u een goede greep op het onderwerp bezit en u daardoor zeker voelt. In uw toespraak zult u hooguit tijd hebben drie of vier hoofdpunten te behandelen.
Ten tweede bestaat, wanneer u goed bent voorbereid, de neiging te ingewikkeld te worden — niet alleen wat betreft de hoeveelheid punten die u behandelt, maar ook in uw woordgebruik. Vermijd lange woorden en uitdrukkingen die uw publiek niet zal begrijpen. Zelfs bij technische lezingen voor een deskundig publiek gebeurt het maar al te vaak dat er problemen rijzen omtrent de betekenis van bepaalde „vaktermen”. De verstandige spreker geeft derhalve gehoor aan het verzoek om duidelijkheid dat al 1900 jaar geleden door de bijbelschrijver Paulus onder woorden werd gebracht: „Wie toch zal zich voor de strijd gereedmaken als de trompet een onduidelijk signaal geeft? Zo is het ook met ulieden: indien gij door middel van de tong geen gemakkelijk te begrijpen taal spreekt, hoe zal men dan weten wat er wordt gesproken? Gij zult feitelijk in de lucht spreken.” — 1 Kor. 14:8, 9.
Bovendien zou u, wanneer u in een van deze valkuilen bent gestapt, de indruk kunnen wekken dat u op uw publiek neerziet. En dat zal mensen nooit voor uw standpunt winnen, maar alleen maar van u vervreemden. Het is nu eenmaal zo: Eenvoud komt sympathiek over. U tracht immers iets over te brengen en wilt toch niet de tijd van anderen verspillen met een soort van „ego-trip”.
Iemand die zelfs door ongelovigen als een Meesteronderwijzer werd beschouwd, was Jezus Christus. En bij het lezen van zijn toespraken is het fascinerend te bemerken hoe simpel en eenvoudig hij de dingen uiteenzette. Mensen voelden zich tot hem aangetrokken. Hij maakte hun dingen duidelijk. Hij leerde hun diepe waarheden in eenvoudige taal (Matth. de hoofdstukken 5-7). En nu, bijna tweeduizend jaar later, staat zijn boodschap nog steeds onaangetast, ondanks de talloze pogingen van mensen om de aard ervan te verduisteren en te verdraaien.
U hebt dus reden te over om niet te wanhopen, ook al zult u zich als openbaar spreker misschien nooit helemaal op uw gemak voelen. Ondanks een wereld die volgens één autoriteit overvloeit van ’nietszeggende toespraken’, kunt u de beproeving doorstaan en zelfs anderen verfrissen en opbouwen. U zult ontdekken dat veel mensen graag iets leren. En als u werkelijk iets te zeggen hebt, als blijkt dat u hun iets wilt bieden, zult u verbaasd staan over het resultaat. Dat monster met de naam „Publiek” blijkt dan helemaal niet zo verschrikkelijk te zijn als men soms denkt.