Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g78 22/1 blz. 8
  • Wanneer werd de inhoud van de bijbel vastgelegd?

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Wanneer werd de inhoud van de bijbel vastgelegd?
  • Ontwaakt! 1978
  • Vergelijkbare artikelen
  • Studie nummer 4 — De bijbel en zijn canon
    „De gehele Schrift is door God geïnspireerd en nuttig”
  • Canon
    Hulp tot begrip van de bijbel
  • Canon
    Inzicht in de Schrift, Deel 1
  • Vertelt de Bijbel ons het hele verhaal over Jezus?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2010
Meer weergeven
Ontwaakt! 1978
g78 22/1 blz. 8

Wanneer werd de inhoud van de bijbel vastgelegd?

„DE katholieke Kerk”, zo schreef een priester naar een vrouw die met Jehovah’s christelijke Getuigen de bijbel bestudeerde, „heeft eens en voor al de inhoud en interpretatie van het woord van God vastgelegd.” Deze verklaring van hem was volledig in overeenstemming met de New Catholic Encyclopedia, die verklaart: „Volgens de katholieke leer berust de rechtstreekse bepaling van de bijbelcanon op de onfeilbare beslissing van de Kerk. Deze beslissing viel pas laat in de geschiedenis van de Kerk (op het concilie van Trente).” — Deel 3, blz. 29.

Het Concilie van Trente vond plaats in de zestiende eeuw. Werd echter toen pas de „canon” van de bijbel — de verzameling of lijst van boeken die als onvervalste en geïnspireerde geschriften worden aanvaard — werkelijk vastgelegd?

Jezus Christus en zijn eerste-eeuwse discipelen hadden er geen enkel probleem mee te bepalen welke boeken door God geïnspireerd waren. Evenals zijn landgenoten aanvaardde Jezus de drie basisonderdelen van wat nu in het algemeen als het „Oude Testament” bekendstaat — de Wet, de Profeten en de Psalmen — als het Woord van zijn Vader. Na zijn opstanding zei hij bijvoorbeeld tot twee van zijn discipelen: „Dit zijn mijn woorden, die ik tot u sprak toen ik nog bij u was, dat alle dingen die in de wet van Mozes en in de Profeten en de Psalmen over mij geschreven staan, vervuld moesten worden” (Luk. 24:44). De christelijke Griekse Geschriften (of het „Nieuwe Testament”) gebruiken uitdrukkingen als „de Schriften”, „de heilige Schriften” en „de heilige geschriften” (Hand. 18:24; Rom. 1:2; 2 Tim. 3:15). Dit waren duidelijk termen die voor de toenmaals levende mensen een specifieke betekenis hadden. Wat wel of niet tot de „heilige Geschriften” behoorde, was niet aan twijfel onderhevig en hoefde niet pas in de zestiende eeuw door geestelijken te worden vastgelegd.

Het is opmerkelijk dat het Concilie van Trente niet zoals Jezus Christus en zijn eerste discipelen alleen de boeken van de gevestigde Hebreeuwse canon aanvaardde. Dat concilie accepteerde ook de apocriefe boeken — boeken waarover de geleerde Hiërónymus, de vertaler van de Latijnse Vulgaat, naar een zekere vrouw in verband met de opvoeding van haar dochter schreef: „Alle apocriefe boeken dienen te worden gemeden; maar als zij ze ooit zou willen lezen, . . . dan dient haar te worden gezegd, dat ze niet het werk zijn van de schrijvers met wier naam ze zijn onderscheiden, dat ze veel bevatten wat onjuist is, en dat het een taak is die veel omzichtigheid vereist om middenin klei goud te vinden.”

Door te verklaren dat bepaalde apocriefe of deuterocanonieke boeken een gedeelte van de bijbelse canon vormen, toonde het Concilie van Trente bovendien minachting voor de woorden van de apostel Paulus: „De Joden zijn het volk waaraan Gods boodschap werd toevertrouwd.” — Rom. 3:2, katholieke Jerusalem Bible.

En de christelijke Griekse Geschriften, wat valt over de canon daarvan te zeggen? De geschriften waaruit dit gedeelte van de bijbel bestaat, werden vanaf het begin als geïnspireerd aanvaard. In die tijd waren er christenen die de wonderbare gave hadden om geïnspireerde uitingen te onderscheiden (1 Kor. 12:10). De apostel Petrus kon daarom de brieven van de apostel Paulus gelijkschakelen met de rest van de geïnspireerde Geschriften. Wij lezen: „Onze geliefde broeder Paulus [heeft] u overeenkomstig de hem gegeven wijsheid . . . geschreven, sprekend over deze dingen, zoals hij ook in al zijn brieven doet. Daarin zijn echter sommige dingen moeilijk te begrijpen, die de niet-onderwezenen en onstandvastigen verdraaien, zoals zij dat ook met de overige Schriften doen.” — 2 Petr. 3:15, 16.

Deze vroege vaststelling van de canon van de christelijke Griekse Geschriften wordt ook bevestigd door catalogussen van de geïnspireerde boeken die dateren uit de tweede tot de vierde eeuw van de Gewone Tijdrekening.

Als slotsom kunnen we dus stellen dat elk boek van de bijbel vanaf het begin door gelovigen als geïnspireerd werd aanvaard. Nadat aan het eind van de eerste eeuw het schrijven van de bijbel was voltooid, hoefde niets omtrent de canoniciteit ervan — over wat er wel en niet in hoorde — nog eeuwen later te worden vastgelegd.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen