Europa’s „Panama-kanaal”
Door Ontwaakt!-correspondent in West-Duitsland
ALS iemand u zou vragen de belangrijkste kanalen ter wereld te noemen, welke namen zouden dan onmiddellijk bij u opkomen? Het Panama-kanaal? Het Suez-kanaal? Hoogstwaarschijnlijk, maar als u in Noord-Duitsland zou wonen, zeker ook het „Nord-Ostsee-Kanal”.
Ooit van deze waterweg, ook wel het Kieler Kanal genoemd, gehoord? Het is een belangrijke zeeverkeersader, die door het onderste deel van het Kimbrische Schiereiland loopt, een schiereiland van ongeveer 450 kilometer lengte, dat zich van de Duitse havenstad Hamburg noordwaarts uitstrekt tot Kaap Skagen, de meest noordelijke punt van Denemarken, en de Noordzee van de Oostzee scheidt.
Het Nord-Ostsee-Kanal doorsnijdt deze landengte in noordoostelijke richting van Brunsbüttel aan de Elbe, tot aan Kiel-Holtenau, aan de kust van de Kieler Förde (Kieler Bucht) die naar de Oostzee voert. Zonder dit kanaal zouden schepen een lange tocht om Kaap Skagen moeten maken, een afstand van ongeveer 460 kilometer.
Het „Panama-kanaal” van Europa, op die betiteling zou deze door mensen aangelegde waterweg terecht aanspraak kunnen maken. Er gaan zelfs meer schepen doorheen dan door dat beter bekende kanaal — wel 85.000 stuks per jaar — bijna viermaal zoveel als door het Suez-kanaal en vijfmaal zoveel als door het Panama-kanaal. Een beheerder van het Nord-Ostsee-Kanal berekende dat dit jaarlijkse totaal aan vaartuigen, wanneer ze met de voorgeschreven tussenruimte achter elkaar zouden worden gelegd, een konvooi van 4.000 kilometer lengte zou vormen, ruimschoots gelijk aan de omtrek van de aarde. En daar zijn dan nog niet eens de pleziervaartuigen bij inbegrepen, die ook van dit kanaal gebruik maken.
De noodzaak van het kanaal
Het Nord-Ostsee-Kanal kan reeds terugzien op een lange staat van dienst: tachtig jaar nu al. De Duitse kanselier Otto von Bismarck was de initiatiefnemer, die het kanaal vanuit diplomatiek oogpunt nodig achtte. De Duitse vloot zou zich via het kanaal gemakkelijker van de Noordzee naar de Oostzee en omgekeerd kunnen bewegen, een mogelijkheid waarvan ook Kaiser Wilhelm II de voordelen inzag, zodat hij aan dit plan zijn steun verleende.
Het project geleek wel een militaire operatie, waarbij op bepaalde momenten wel 8900 personen betrokken waren. De aanleg van dit kanaal met zijn sluizen, bruggen en havengelegenheid vereiste de verwijdering van 82 miljoen kubieke meter grond, kostte 156 miljoen mark en duurde van 1888 tot 1895. De officiële opening van het „Kaiser Wilhelm Kanal”, zoals het toen werd genoemd, vond plaats op 21 juni 1895 en ging met uitgebreide festiviteiten gepaard.
Later was het nodig het kanaal te vergroten en te moderniseren, en thans is het 98 kilometer lang, 11 meter diep en 162 meter breed (op de bodem bedraagt de breedte 90 meter).
Ter compensatie van de verschillende waterniveaus van de Noord- en de Oostzee heeft het Nord-Ostsee-Kanal aan beide einden dubbele sluizen, waarin schepen van maximaal 310 meter lengte geschut kunnen worden. Twee controlecentrums onderhouden met signaallichten en radiocommunicatie contact met de schepen, wat een veilige en vlugge doortocht verzekert.
Schilderachtige route
De vaart van het ene eind naar het andere eind van het kanaal vergt, afhankelijk van het soort van schip, zeven tot negen uur, in welke tijd men een prachtige indruk krijgt van het schilderachtige landschap van de Noordduitse deelstaat Sleeswijk-Holstein, waar het kanaal doorheen voert. Nog niet zo lang geleden was ik zelf in de gelegenheid per vrachtboot zo’n doortocht te maken, en ik wil u graag een korte beschrijving daarvan geven.
Tijdens de korte eerste fase van onze tocht laveert een speciaal getrainde loods het schip langs de mijnen die sinds de Tweede Wereldoorlog aan het begin van het kanaal in de Noordzee liggen. Soortgelijke mijnen drijven er ook aan de andere kant, in de Oostzee, voor de ingang van het kanaal. De schepen mogen in deze vaargebieden geen eigen koers varen, maar zijn gebonden aan de speciaal aangegeven routes.
Na de Noordzee verlaten te hebben, varen we een kort stukje de Elbe op, tot aan de haven van Brunsbüttel, waar een groen licht ons vertelt dat we binnen mogen lopen. Krachtige handen van wachtende havenarbeiders grijpen de zware touwen en maken het schip aan de bolders vast.
Nu volgt een kleine wachtperiode terwijl de kapitein allerlei formaliteiten afwikkelt en het schip water en proviand inlaadt. Zeelieden die lang op zee zijn geweest, maken van de gelegenheid gebruik om naar huis te bellen of familieleden te schrijven, terwijl zeevarenden uit Europa soms ook hun vrouw en kinderen hierheen laten komen om met hen de kanaaldoortocht mee te maken.
Ten slotte is het tijd om verder te reizen. Onder leiding van een loods stomen we op halve kracht door het kanaal. Een vlak, groen polderland, bezaaid met boerderijen, strekt zich voor ons uit. Dit land is aangezet door de zee, en de eerste 20 kilometer is dat ook duidelijk te zien. Op sommige plaatsen ligt het grondniveau wel 3 meter onder de waterspiegel van het kanaal. Dit vergast de bewoners van het land op het vreemde schouwspel een zeeschip ogenschijnlijk over velden en weilanden te zien zweven.
Naarmate we het midden van het kanaal naderen, valt het ons op dat de oevers hoger worden en met bomen en struiken bedekt raken. Hagen op kleine aarden wallen omgeven de velden en weilanden, en verschaffen beschutting tegen de altijd aanwezige wind. De seringen die van sommige hagen deel uitmaken, geven het landschap een extra fraaie aanblik en doorgeuren de lucht met een heerlijk zoet aroma. Het oostelijke deel van het kanaal voert door een vruchtbaar gebied met lemen grond. Over het geheel genomen ligt het Nord-Ostsee-Kanal in een landbouwstreek die in economische belangrijkheid alle andere staten van de Duitse Bondsrepubliek overtreft.
De laatste paar kilometer van onze kanaaltocht zijn bijzonder schilderachtig. Kort voor de sluizen zien we grote landgoederen met landhuizen in een parkachtige omgeving, welke herinneringen oproepen aan voorbije tijden, toen ridders en edellieden deze streek nog in bezit hadden. Spoedig echter maken stenen oevers, silo’s, kranen, olietanks en bruggen ons duidelijk dat we Kiel-Holtenau hebben bereikt, het einde van onze kanaaltocht.
Het met kleuren doorspikkelde wit van honderden zeilboten, begroet ons in dit Mekka van de zeilenthousiasten, en vormt een vrolijk en aangenaam besluit van onze tocht door het befaamde „Panama-kanaal” van Europa.
[Kaart op blz. 10]
(Zie publicatie voor volledig gezette tekst)
DENEMARKEN
Schleswig
Rendsburg
Kieler Bucht
NOORDZEE
OOSTZEE
Kiel
NORD-OSTSEE-KANAL
Brunsbüttelkoog
Lübeck
Elbe
WEST-DUITSLAND
Hamburg
OOST-DUITSLAND