Wat zal er van de Olympische Spelen worden?
Door Ontwaakt!-correspondent in Canada
DE VOLGENDE Olympische Spelen, te houden in de zomer van 1980, zullen in Moskou plaatsvinden. Maar wat zal er van die Spelen worden? Er zijn veel mensen die zich dat nu reeds afvragen. Heeft deze sportgebeurtenis in zijn huidige vorm nog wel levenskracht?
Waarom die vraag wordt gesteld? Daarvoor bestaan een aantal niet te miskennen redenen, waarvan er één te maken heeft met de toegenomen omvang van de Spelen. In de loop der jaren zijn er tal van nieuwe onderdelen bijgekomen, terwijl er meer landen en meer atleten dan ooit bij dit sportevenement betrokken zijn. Hierdoor zijn er steeds meer gebouwen en stadions nodig om alle wedstrijden goed te laten verlopen en de duizenden deelnemers, verslaggevers en toeschouwers een onderkomen te bieden. Het is dan ook alleen nog voor de rijkste landen weggelegd de Spelen in hun huidige vorm te organiseren.
Een andere reden heeft te maken met politiek. De onenigheden die landen met elkaar hebben, vinden hun weerspiegeling op de Spelen. En soms lopen de meningsverschillen zo hoog op dat bepaalde landen zelfs weigeren nog langer mee te doen.
Daarnaast zijn er altijd de vijandige gevoelens die worden ingegeven door extreem nationalisme. Elk land probeert zoveel mogelijk medailles te winnen en eist daarvoor de volledige inzet van zijn atleten. Diverse landen kennen een uitgebreide sporttraining waarmee al in de kinderjaren wordt begonnen, enkel met het doel ’super’-atleten te ’fokken’ die later het nationaal prestige moeten opvijzelen. Zulke vormen van wedijver krijgen soms haast een oorlogszuchtig karakter, vooral bij een aantal communistische en Westerse landen.
Bovendien is er nog de persoonlijke rivaliteit. De atleten staan onder een intense persoonlijke en nationale druk om te winnen en koesteren vaak een grote vijandschap ten opzichte van andere atleten. Anderen plegen bedrog of gebruiken doping om een voorsprong te bemachtigen.
Al deze en andere problemen traden bij de laatste Spelen hier in Montreal, in de zomer van 1976, duidelijk op de voorgrond, waaruit wel blijkt dat dit sportgebeuren, bedoeld om de internationale vrede en goede verstandhouding te bevorderen, vaak op iets heel anders uitloopt.
De geschiedenis van de Spelen
Het is interessant kort de geschiedenis van de Spelen na te gaan en te zien hoe ze zich tot hun huidige vorm hebben ontwikkeld. Want wat uiteindelijk met de Spelen uit de oudheid is gebeurd, zou ook heel goed het lot van de moderne Spelen kunnen worden.
De eerste Olympische Spelen waarvan melding wordt gemaakt, hadden plaats in 776 v.G.T., op de vlakten van Olympia in Griekenland. Dat was ongeveer in dezelfde tijd als de Hebreeuwse profeet Jesaja tot de natie Juda begon te profeteren. Maar terwijl Jesaja sprak over de levende God, wijdden de oude Grieken hun Spelen aan de valse god Zeus. Offers aan hem en andere goden waren een vast onderdeel van de sportontmoeting, terwijl men tevens aanbidding gaf aan het Olympische Vuur.
In die tijd kenden de Spelen slechts één evenement: een hardloopwedstrijd tussen de deelnemers uit de diverse stadstaten van Griekenland, die vanwege hun grote aantal in een reeks van wedstrijden tegen elkaar uitkwamen. De winnaars liepen tegen elkaar tot er ten slotte, in de laatste wedstrijd, één man als uiteindelijke winnaar overbleef. Deze methode is nog steeds in gebruik.
Omstreeks 708 vóór de gewone tijdrekening werden er op de Spelen nog andere onderdelen ingevoerd, zoals springen, werpen en worstelen, terwijl later ook boks- en wagenrenwedstrijden in zwang kwamen. Een van de meest geliefde onderdelen werd de pentathlon of vijfkamp, bestaande uit vijf verschillende onderdelen: hardlopen, springen, worstelen, discus- en speerwerpen. Een gewijzigde vorm van de pentathlon vindt men nog altijd bij de moderne Spelen terug — de tienkamp voor mannen en de vijfkamp voor vrouwen.
In de oudheid ontvingen de winnaars een krans van wilde olijfbladeren en daarbij grote faam. Boden verkondigden hun namen door het gehele land. Er werden standbeelden voor hen opgericht en dichters bezongen hun roem.
Alle deelnemers aan de oude Spelen moesten een eed afleggen dat zij ten minste tien maanden aan voorbereiding hadden besteed, dat zij zich aan de regels zouden houden en zich niet aan oneerlijke praktijken schuldig zouden maken.
Na verloop van tijd gingen ook andere atleten, van andere landen, aan de wedstrijden deelnemen, waarna langzamerhand de oorspronkelijke opzet van de Spelen — de verheerlijking van de individuele atleet — veranderde in de verheerlijking van iemands land. Zelfzucht en wreedheid traden steeds meer op de voorgrond, en tegen 394 van onze tijdrekening waren de Spelen zo corrupt geworden dat ze door keizer Theodosius, het hoofd van het Oostromeinse Rijk, werden afgeschaft.
Na vijftien eeuwen, in 1896, was het baron Pierre de Coubertin van Frankrijk die de „olympische gedachte” nieuw leven inblies en de eerste moderne Olympische Spelen in Athene hielp organiseren. Acht landen namen eraan deel. (De Olympische Winterspelen begonnen pas in 1924.) Sinds die moderne herleving zijn de Spelen om de vier jaar gehouden, behalve tijdens de Eerste en Tweede Wereldoorlog.
De droom en de werkelijkheid
De droom van Coubertin ging uit naar een internationaal sportfestijn dat klasseverschillen, rassenonderscheid en religieuze barrières zou doorbreken. De hoop was dat de Spelen de vrede zouden bevorderen en tot begrip en harmonie onder de natiën zouden bijdragen. Dat waren beslist nobele doeleinden.
Maar hetzelfde kon worden gezegd van de motieven achter de oorspronkelijke Olympische Spelen in het oude Griekenland. Alleen ontstond er bij die Spelen na verloop van tijd een reusachtige kloof tussen ideaal en werkelijkheid. Geleerden wijzen erop dat de deelnemers aan de diverse onderdelen van die toenmalige Spelen meer bekend kwamen te staan om hun wreedheid dan om hun fatsoen en sportiviteit. Dit gold vooral voor de boks- en worstelonderdelen en het pancratium, een kruising tussen boksen en worstelen.
Ook in de moderne tijd zijn de edele motieven grotendeels verdrongen door de harde realiteit. In wat voor opzichten?
Politieke problemen
De Spelen van 1976 in Montreal hadden een somber begin. Het tot nu toe grootste aantal landen weigerde op politieke gronden aan het Olympische gebeuren deel te nemen.
De openingsceremonie werd geboycot door twintig Afrikaanse landen, die eisten dat Nieuw-Zeeland van de Spelen buitengesloten zou worden omdat het rugbyteam van dat land daarvoor een tournee had gemaakt door Zuid-Afrika, een land dat bekendstaat om zijn apartheidspolitiek. De Afrikanen liepen weg, en kregen onder meer steun van Guyana en Irak.
Ten slotte trokken zich zo’n dertig landen terug, een kwart van de 119 landen die men als deelnemers had verwacht. Meer dan 600 atleten werden, zonder dat ze konden deelnemen, door hun regeringen teruggeroepen.
Tot degenen die niet mochten deelnemen, behoorden de atleten uit Taiwan, dat erop had gestaan onder de naam „Republiek China” te worden ingeschreven en toen boos werd omdat Canada het regime op het vasteland als de wettelijke regering van China bleef erkennen.
Op het hoogtepunt van het Taiwan-geschil verklaarde Lord Killanin, voorzitter van het Internationaal Olympisch Comité: „Volgens mij is de wereld beu van politici die zich in sportzaken mengen.” Van sommige zijden kwam dan ook het voorstel geen nationale volksliederen meer voor de winnaars te spelen en ook alle vlaggen te verwijderen en alleen de Olympische vlag aan te houden.
De realisten stelden toen echter de vraag hoeveel landen dan nog de noodzakelijke financiële en morele steun aan hun atleten zouden verschaffen, en ook hoeveel sportmensen dan nog zouden deelnemen, omdat ook deze laatsten er in het algemeen de voorkeur aan geven onder hun nationale vlag uit te komen — uit patriottische overwegingen, maar ook in de hoop dat ze in hun geboorteland roem en eer, en misschien wel een fortuin zullen verwerven.
De politiek deed trouwens op nog een andere manier van zich spreken. Overal zag men op het Olympisch terrein gewapende wachten patrouilleren. Helikopters wentelwiekten boven hoofden en meer dan 16.000 soldaten verleenden assistentie. De nacht van verschrikkingen, vier jaar geleden, toen tijdens de Olympische Spelen in München een groep terroristen Israëlische atleten vermoordde, lag nog vers in het geheugen.
Geldproblemen
De financiering van de atleten vereiste enorme sommen geld. Alle landen moesten diep in de buidel tasten om hun atleten te bekostigen. Maar vooral Montreal zelf lag na de Spelen wakker van een grote financiële hoofdpijn.
De Canadezen hadden gehoopt dat de Spelen zichzelf zouden betalen. Maar de uiteindelijke kosten stegen tot ongeveer 1,5 miljard dollar — meer dan het twintig jaar geleden had gekost om het St-Lawrence-kanaal te graven! Het uiteindelijke tekort, na aftrek van de inkomsten, bedroeg ongeveer 1 miljard dollar.
De grote reeks sportcomplexen, de nieuwe woonwijken en andere faciliteiten hadden natuurlijk bijzonder veel geld gekost, maar vlak wat dat betreft ook niet de indrukwekkende hoeveelheid moderne technische apparatuur uit. De discusworpen bijvoorbeeld werden niet meer met een gewoon meetlint opgemeten, maar tot op de millimeter nauwkeurig met infraroodinstrumenten bepaald. Bij de hardloopwedstrijden waren het een digitale klok en door een computer bestuurde camera’s die de aankomsttijden in honderdsten van seconden vastlegden. De startblokken van de hardlopers stonden onder elektronische controle, zodat geen enkele loper te vroeg kon starten.
In het Olympische zwembad waren aan het eind van elke baan elektronische contacten aangebracht, die bij aanraking van de zwemmer onmiddellijk de klok voor die baan stilzette, zodat het verschil tussen een gouden en zilveren „plak” tot op een honderdste van een seconde nauwkeurig kon worden gemeten — niet veel meer dan het verschil tussen lange en korte vingernagels.
Aan het slot van elk evenement flitsten de resultaten onmiddellijk aan op twee reuzenpanelen, van elk vier verdiepingen hoog, voorzien van 38.000 lampen, om het behaalde resultaat, de beeltenis en de naam van de atleet weer te geven. Bovendien vertegenwoordigden de 1600 kilometer videotape en de 360 kilometer film die werden gemaakt, een van de meest ambitieuze en technisch volmaaktste registratiemethoden van alle Spelen die ooit waren gehouden — maar ook de kostbaarste. Tweeënnegentig kleuren-tv-camera’s zorgden daarnaast voor een programma dat via een satelliet over de gehele aarde kon worden bekeken.
Winnaars en verliezers
Tientallen Olympische records en ook wereldrecords werden verbeterd. Maar de verliezers waren het over het algemeen niet eens met de woorden van baron de Coubertin: „Deelnemen is belangrijker dan winnen.” Voor de hedendaagse atleten is alleen winnen belangrijk. Velen toonden dat ook in de wijze waarop zij deze Spelen begonnen.
Een van de deelnemers, zo berichtte Psychology Today, ’zat helemaal alleen, met het hoofd naar beneden hangend, de ogen gesloten, bezig agressie en haat op te bouwen tegen de volgende tegenstander’. Anderen gebruikten anabole steroïden (synthetische hormonen) om spieren te ontwikkelen. Enkelen namen ook hun toevlucht tot bloed-’doping’ om het zuurstofdragend vermogen van hun bloed te vergroten, waarvoor ze eerst bloed aan hun lichaam lieten onttrekken en dat dan weer kort voor de wedstrijd aan hun lichaam lieten toedienen. Een aantal nam ook middelen om hun uithoudingsvermogen te vergroten. De instorting van één atleet werd rechtstreeks aan een door hem gebruikt middel toegeschreven.
Een schermer werd op bedrog betrapt. De treffers bij het schermen worden na elke aanraking van het pak van de tegenstander elektronisch geregistreerd en op een scorebord weergegeven. Deze schermer had echter een elektrisch apparaat in het handvat van zijn wapen, dat iedere keer wanneer hij op een knopje drukte een treffer liet registreren. Hij werd echter te overmoedig en drukte in toen hij nog niet dichtbij genoeg was. Men inspecteerde zijn wapen en ontdekte het apparaat, waarna hem oneervol verdere deelneming aan de Spelen werd ontzegd.
Wat er nu wordt vereist om bij de Olympische Spelen te winnen, is heel wat. Een coach verzuchtte: „Een land moet tegenwoordig professionals huren om bij amateurwedstrijden te winnen.”
Sombere toekomst
Vanwege die steeds omvangrijkere problemen, erkennen tal van waarnemers dat de toekomst van de Spelen twijfelachtig is. Een krant in Montreal sprak over „een geest van ontgoocheling en teleurstelling” met betrekking tot de gebeurtenis, over een „uitholling van beginselen” en een „afbraak van de sportieve geest”.
Prins Philip van Engeland zei: „Ik vind dat wanneer mensen eenmaal menen dat het voor een land belangrijk is een heleboel medailles of wat ook te winnen, we de wedstrijden beter kunnen afschaffen. Het is dwaas.” Hij noemde de berichten over een regering die een onderzoek zou instellen omdat haar atleten niet voldoende medailles hadden gewonnen, „betreurenswaardig”.
Een teleurgestelde Canadese bokser merkte op: „Nooit meer zou ik in de Olympische Spelen willen uitkomen, voor nog geen miljoen. Het is de offers niet waard omdat er veel te veel politiek bij betrokken is. Die grote landen spelen een spelletje ten koste van de atleten.”
Enkele van de vragen die door nabeschouwers van de Spelen werden gesteld, waren: Hoeveel beginselen zijn er nog meer te vertreden? Hoeveel bedrog en dopingschandalen en politiek gekrakeel kunnen de Spelen nog verduren? Hoeveel geld moet men nog meer uitgeven? In hoeverre moet het evenement nog verder door de handel „gesponsord” worden om het op een onrealistische wolk van amateurisme te laten drijven?
Ja, in feite draait de kwestie om de volgende vraag: Zijn de Spelen zoals ze hier in Montreal zijn gehouden, nog levensvatbaar? Dat antwoord zal, indien niet eerder, in 1980 in Moskou worden gegeven.