Wat is de zienswijze van de bijbel?
Christelijke vrijgevigheid — hoe?
WANNEER heeft iemand u voor ’t laatst gevraagd iets te „geven”? In veel streken wordt men constant achtervolgd door mensen die om geld of andere giften voor diverse liefdadige doeleinden vragen. Mogelijke gevers ontvangen vaak drukwerk waarin prijzen worden uitgeloofd of waarin plaatjes staan van vreselijk misvormde of uitgehongerde kinderen.
Hoe moet u reageren als iemand u vraagt iets te geven?
De Heilige Schrift moedigt edelmoedigheid aan. Mozes gaf onder inspiratie zijn Israëlische broeders de raad: „Gij [moogt] uw hart niet verharden, noch uw hand voor uw arme broeder gesloten houden. Want gij dient uw hand met mildheid voor hem te openen.” — Deut. 15:7, 8.
De bijbel verschaft vele voortreffelijke voorbeelden van een vrijgevige geest. Eén hiervan stond in verband met een nare situatie die tijdens de eerste eeuw G.T. rees. Toen christenen in Judéa er materieel erg slecht voor stonden, kwamen hun geloofsgenoten hen bereidwillig te hulp (Rom. 15:26; 1 Kor. 16:1, 2), Er wordt in dit opzicht speciaal melding gemaakt van de christenen in Macedonië. „Ondanks hun bittere armoede”, schrijft de apostel Paulus, „was hun vrijgevigheid overstelpend. Ik verzeker u, ze hebben gegeven zoveel als ze konden, ja meer dan dat. Spontaan en dringend smeekten ze ons om de gunst, deel te mogen nemen aan de ondersteuning van de christenen in Judéa.” — 2 Kor. 8:2-4, Het Nieuwe Testament in de omgangstaal.
Iemand moet zich echter nooit verplicht voelen om te geven. De apostel Paulus schrijft betreffende het hierboven genoemde ondersteuningswerk voor behoeftige medechristenen: „Laat een ieder doen zoals hij in zijn hart heeft besloten, niet met tegenzin of onder dwang, want God heeft een blijmoedige gever lief.” — 2 Kor. 9:7.
Wat valt er te zeggen over liefdadige organisaties die om geld verzoeken? Voldoet men aan de schriftuurlijke verplichting vrijgevig te zijn door aan zulke organisaties te geven? Niet noodzakelijkerwijs. Voor welk doel men ook geeft, het geven kan altijd uit verkeerde beweegredenen voortspruiten. In zulke gevallen zijn zelfs grote giften waardeloos in Gods ogen. De apostel Paulus schrijft: „Al geef ik al mijn bezittingen om anderen te spijzigen, en al geef ik mijn lichaam over om te kunnen roemen, maar heb geen liefde, dan baat het mij in het geheel niet.” — 1 Kor. 13:3.
Bepaalde organisaties stimuleren zelfs verkeerde motieven door de namen van hun donateurs te publiceren. Jezus waarschuwde voor het zoeken van een dergelijke publiciteit, door te verklaren: „Wanneer gij . . . gaven van barmhartigheid gaat schenken, trompet het dan niet voor u uit, zoals de huichelaars in de synagogen en op de straten doen, opdat zij door de mensen verheerlijkt mogen worden. Voorwaar, ik zeg u: Zij hebben hun beloning reeds ten volle. Als gij echter gaven van barmhartigheid schenkt, laat dan uw linkerhand niet weten wat uw rechter doet, opdat uw gaven van barmhartigheid in het verborgene mogen zijn; dan zal uw Vader, die in het verborgene toeziet, het u vergelden.” — Matth. 6:2-4.
Nog iets om te overwegen, is dat niet allen die voor hulp bij u aankloppen, het ook waard zijn uw met hard werken verdiende geld of andere waardevolle dingen te ontvangen. De Schrift verklaart bijvoorbeeld: „Wegens de winter zal de luiaard niet ploegen; hij zal bedelen in de oogsttijd, maar er zal niets zijn” (Spr. 20:4). Armoede en honger zijn de dingen die zulke luiaards kunnen verwachten. „Als iemand niet wil werken”, aldus het Woord van God, „laat hij dan ook niet eten.” — 2 Thess. 3:10.
Veel liefdadigheidsorganisaties blijken trouwens in veel gevallen ook bedrieglijk te handelen; en zelfs wettig erkende organisaties besteden vaak maar een kleine hoeveelheid van hun ingezamelde geld aan de door hen aangeprezen, verdienstelijke doeleinden. „Volgens het staatsbureau voor Sociale Zaken”, schrijft F. Cerral in de New York Times, „krijgen liefdadigheidsinstellingen in de Verenigde Staten ongeveer 22 miljard dollar per jaar van de mensen los, waarvan 2 miljard dollar uit de staat New York. Maar in sommige gevallen komt er geen geld of slechts 5 tot 10 percent ervan bij het liefdadige doel terecht, terwijl de organisatoren de rest in eigen zak steken.” In 1974 had een liefdadigheidsinstelling die van een kerk uitging 3,3 miljoen dollar ingezameld. Het was verbazingwekkend dat slechts 54.000 dollar het beoogde liefdadige doel bereikte. Men krijgt een idee van wat er met de rest van het geld is gebeurd als men hoort dat een geestelijke van die kerk 45.000 dollar kreeg en dat 110.000 dollar naar drie van zijn assistenten ging.
Ook is het belangrijk te beseffen dat volgens de bijbel liefdadige instellingen nooit aan alle armoede en andere dingen die de mensheid kwellen, een eind kunnen maken of beduidend kunnen verminderen. Dit huidige samenstel van dingen is altijd al, vanwege de overgeërfde zonde en de onzichtbare regering van Satan en zijn demonen, door zulke ellende gekweld geweest (Rom. 5:12; Ef. 6:12; Openb. 12:9). Jezus verklaarde daarom: „De armen hebt gij . . . altijd bij u” (Matth. 26:11). Deze dingen zullen alleen verdwijnen als Gods koninkrijk dit samenstel wegvaagt en het door een wereldomvattend nieuw samenstel van goddelijke heerschappij vervangt. — Dan. 2:34, 35, 44.
Betekent dit dat een christen helemaal niets aan liefdadige instellingen mag geven? Neen. Bepaalde liefdadige organisaties brengen zeker wel goede dingen tot stand. Het is dan ook een persoonlijke zaak of iemand wel of geen geld voor dat doel wil besteden.
Maar zoals al is opgemerkt, blijft het een schriftuurlijk vereiste om onze hand met mildheid te openen en vrijgevig te zijn (Deut. 15:7, 8; 1 Tim. 6:18). En dit is zelfs mogelijk als men helemaal niet over geld beschikt om weg te geven. Hoe dat zo?
De belangrijkste gelegenheid om een vrijgevige geest ten toon te spreiden ligt waarschijnlijk wel binnen de gezinskring. Huwelijkspartners en gezinsleden moeten tijd en aandacht aan elkaar schenken. Luistert u aandachtig als uw huwelijkspartner of andere gezinsleden met u praten? Hebt u echt belangstelling voor wat zij zeggen of doen?
Misschien bezit u maar weinig materiële goederen. Maar zou u ze meer ten goede van anderen kunnen aanwenden? Vervoer aanbieden aan mensen die zonder hulp niet uit de voeten kunnen, voor ouderen of zwakken boodschappen doen, of gewoon wat tijd doorbrengen met iemand die eenzaam is, zijn doeltreffende manieren om christelijke edelmoedigheid ten toon te spreiden.
Bovendien maant de Schrift christenen aan „dit goede nieuws van het koninkrijk” in het openbaar bekend te maken, en hun naaste te helpen Gods voornemen te leren kennen alsook wat zij moeten doen om zijn goedkeuring te verwerven (Matth. 24:14). Betreffende dit onmisbare onderdeel van het christelijke geven, verklaarde de apostel Paulus: „Indien ik nu het goede nieuws bekendmaak, is dat geen reden voor mij om te roemen, want de noodzaak is mij opgelegd. Werkelijk, wee mij indien ik het goede nieuws niet zou bekendmaken!” (1 Kor. 9:16) Neemt u regelmatig deel aan deze activiteit?
De Schrift verlangt van aanbidders van God dat zij vrijgevig zijn. Maar aangezien gaven aan liefdadige instellingen uit verkeerde beweegredenen kunnen voortspruiten, of in de zak van hebzuchtige personen kunnen verdwijnen, voldoet niet al dit soort van geven aan de bijbelse vereisten. De bijbel spoort christenen veeleer aan van zichzelf, en speciaal aan eigen gezinsleden, te geven, in plaats van hun vrijgevigheid tot het schenken van geld of materiële bezittingen te beperken. — 1 Tim. 5:8.