Veel te leren
● Wetenschappelijke onderzoekers hebben zich lang beziggehouden met de vraag hoe vogels in staat zijn over grote afstanden hun koers te bepalen. In sommige opzichten schijnen vogels bepaalde topografische kenmerken, zoals een kustlijn of een bergketen, te volgen. Maar klaarblijkelijk is hier meer bij betrokken want trekvogels steken soms reusachtige oceanen over of zetten hun trek ’s nachts voort, wanneer in het oog springende oriëntatiepunten op het land niet te onderscheiden zijn. Hoe spelen ze dit klaar?
In de jaren ’50 toonde een Duitse geleerde aan de hand van experimenten aan dat sommige vogels de positie van de zon als ’wegwijzer’ gebruiken. Uit experimenten bleek zelfs dat vogels een inwendige biologische klok schijnen te hebben waardoor zij ook rekening kunnen houden met de dagelijkse beweging die de zon langs de hemel maakt.
Het schijnt dat vogels die ’s nachts trekken, op de sterren vliegen. Sommige vogels kiezen één bepaalde hoek. En evenals de trekvogels die zich overdag op de zon verlaten, hun vlucht corrigeren, corrigeren ook deze „nachtvliegers” met behulp van een inwendig tijdgevoel de hoek van hun vlucht ten opzichte van de sterren. Andere vogels schijnen altijd op een vast sterrenbeeld te vliegen, net zoals de mens wellicht de Grote Beer gebruikt om de poolster te vinden.
Aangaande het wonderbaarlijke vermogen van vogels om op dergelijke manieren hun koers te bepalen, merkte Dr. S. Emlen, assistent-hoogleraar op het gebied van de gedragingen van dieren, op: „Veel mensen wijzen op dergelijke onderzoekingen en concluderen daaruit dat de mysteries van dierlijke navigatie nu opgelost zijn. Dit is evenwel niet waar. De huidige theorieën blijven in gebreke ons te vertellen hoe of waarom een dier de ene richting boven een andere verkiest. En recente aanwijzingen geven te kennen dat sommige trekkers niet eens de sterren of de zon als bakens nodig hebben.” Sommige vogels schijnen dus in staat te zijn ’s nachts in totale duisternis, of zelfs wanneer ze tussen wolkenlagen vliegen, hun koers te bepalen. Dr. Emlen voegde eraan toe: „Hierdoor wordt niet weerlegd dat vogels hemellichamen voor informatie gebruiken, maar het houdt beslist wel in dat ze voor hun richtingbepaling mogelijk ook van andere methoden gebruik maken. Wij weten niet welke methoden dat zijn. Zou een vogel de wind als aanwijzing kunnen gebruiken? Is het misschien zelfs zo dat sommige zich op het magnetische veld van de aarde oriënteren? De jongste onderzoekingen wijzen in deze beide richtingen. Misschien komt er een dag dat we het zullen weten. . . . Wij hebben nog steeds veel te leren.”