Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g77 22/2 blz. 23-26
  • Geluk op de Gilead-graduatie

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Geluk op de Gilead-graduatie
  • Ontwaakt! 1977
  • Vergelijkbare artikelen
  • Gileads 61ste graduatie een geestelijk feest
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1977
  • Gileadafgestudeerden beginnen een lonende levenswijze
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1991
  • „Getuigen . . . tot de verst verwijderde streek der aarde”
    Ontwaakt! 1976
  • Een nieuw tehuis voor de zendelingenschool Gilead
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1989
Meer weergeven
Ontwaakt! 1977
g77 22/2 blz. 23-26

Geluk op de Gilead-graduatie

TOT de afgestudeerden behoorden een echtpaar — helemaal afkomstig uit de binnenlanden van Australië, waar beiden onder de inboorlingen hadden gediend — twee echtparen uit Duitsland, een echtpaar uit Denemarken en een echtpaar uit Canada, en ook een jonge man uit Marokko; de anderen waren afkomstig uit de Verenigde Staten.

Behalve echter dat zij uit verschillende landen kwamen, hadden zij ook uiteenlopende achtergronden. Een van hen had „public relation”-werk gedaan, een ander had internationale bekendheid genoten als concertgitarist, en weer een ander was popartiest geweest. Ja, het was een zeer gevarieerde groep, ook wat ras betreft — zwart, blank en geel waren allemaal vertegenwoordigd.

Maar wat hadden zij allen gemeen? Wel, zij behoorden tot de gelukkige afgestudeerden van de 61e klas van de Wachttoren-Bijbelschool Gilead, die op 5 september 1976 in de Congreshal van Jehovah’s Getuigen in Queens (New York) officieel afscheid nam van de school. Dat was een gelukkige dag. Ja, die zondag was de climax van bijna een hele week van vreugdevolle activiteiten.

Op dinsdag en woensdag waren de laatste examens. Wat een blijdschap en opluchting toen dat allemaal voorbij was, en iedereen zijn diploma had gehaald. Het hoogtepunt op woensdag was een speciaal afscheidsmaal met nog achttienhonderd anderen van de Bethelfamilie — leden van de staf van het hoofdbureau van Jehovah’s Getuigen in Brooklyn, bij welke gelegenheid vier studenten namens de klas een dankwoord spraken. Eén vertelde hoezeer zij van de school genoten en profijt getrokken hadden. Een ander sprak zijn waardering uit over hetgeen zij geleerd hadden: welk een grote voldoening erin school datgene te doen waarvan je weet dat het van je verwacht wordt. En weer een ander zei hoezeer zij de broederlijke liefde gewaardeerd hadden, die hun door leden van de Bethelfamilie was betoond.

De hele verdere donderdag werd in beslag genomen door de generale repetities voor hun graduatieprogramma, waarvan bijzonder werd genoten door een groot aantal personen die niet bij de eigenlijke graduatieplechtigheid aanwezig konden zijn, alsook, en niet in de laatste plaats, door de zestig musici die de muziek opnamen welke zij voor hun bijbelse drama’s nodig zouden hebben. Vrijdag werden alle studenten naar de Wachttorenboerderij gereden, waar een speciaal programma gehouden werd, dat om half negen ’s morgens begon met fijne aanmoedigende toespraken door drie leden van het Besturende Lichaam: L. Greenlees, L. Swingle en E. Chitty. Behalve de studenten waren ook de leden van de Boerderijfamilie aanwezig.

De studenten werden eraan herinnerd hoeveel zij met Abraham, Ruth en Paulus gemeen hadden, die hun familieleden en vrienden in de steek lieten om God in vreemde landen te dienen. En zij kregen de krachtige aanmoediging in hun toewijzing te blijven en op de hun gestelde plaats van verantwoordelijkheid te volharden. Hun aandacht werd gevestigd op vele bijbelse persoonlijkheden die jarenlang getrouw in hun toewijzing waren gebleven en om die reden grote zegeningen hadden ontvangen. Erg opbouwend was ook de bespreking onder het thema dat wanneer zij dichter tot God zouden naderen, God ook dichter tot hen zou naderen. — Jak. 4:8.

Daarna verzorgden de studenten een voortreffelijk muzikaal programma, hoofdzakelijk bestaande uit gitaarmuziek en zang, waarna zij twee bijbelse drama’s opvoerden: De ervaringen van koning Hizkía, waaruit de waarde bleek van persoonlijk gebed. En: de lotgevallen van de bestuurder Nehemía en de profeet Maleachi, waarbij naar voren trad hoe belangrijk het is Jehovah God met onze gehele ziel te dienen (Mal. 1:12-14; 3:10). Aldus genoten de studenten van een vol, vier uur durend programma van geven en nemen.

Vervolgens gebruikten zij samen met hun publiek — onder wie de 600 leden van de Wachttorenboerderijen en 400 gasten — een voortreffelijk maal en hadden gezellige omgang met vele vrienden. Later op de dag volgde een ontspannen rondleiding langs de Wachttorenboerderijen.

Zondagochtend om 10 uur begon, na het zingen van een lied en het uitspreken van een gebed, het graduatieprogramma met de inleidende woorden van de voorzitter, die het thema van die dag aangaf door op te merken dat dit voor de afstuderende zendelingen een gelukkige dag was, en dat alle aanwezigen met hen gelukkig waren. Daarna volgde een aantal sprekers, acht om precies te zijn, die allen bijzonder praktische bijbelse raad gaven, binnen het raamwerk van het steeds terugkerende thema: geluk. Zo werd met de zendelingen besproken hoe zij dank zij de wijsheid uit Gods Woord, gelukkig konden zijn, zelfs wanneer ze met moeilijkheden te kampen hadden. Door hun leven door God te laten leiden in plaats van hun eigen zin te doen, zouden zij voldoening, tevredenheid en geluk ervaren. — Jak. 1:2-4.

Was het bovendien geen gelukkig stemmende gedachte dat van alle twee miljoen lofprijzers van Jehovah God op aarde, deze 26 afgestudeerden op dat moment het speciale voorrecht hadden genoten een zendelingenopleiding te hebben ontvangen en naar een zendelingentoewijzing te zullen gaan? Reden voor geluk was ook gelegen in het feit dat er niets is wat God van zijn ware dienstknechten kan scheiden (Rom. 8:35-39). Allerlei felicitatieboodschappen van ver uiteenliggende plaatsen droegen nog extra tot de vreugde van de gelegenheid bij.

Een vrolijke noot in het vreugdevolle geheel bracht een andere spreker, die vertelde een les te hebben getrokken uit de brief die een achtjarig meisje naar het Wachttorengenootschap had gezonden met daarin een dollar als bijdrage voor het drukken van meer bijbelse tijdschriften: „Ik vind de plaatjes in De Wachttoren erg mooi . . . Ga door met het goede werk, broeders . . . We moeten goed zijn want we mogen van Jehovah en pappa niet luieren. Liefs. M. W.” Van lichtere aard waren ook de opmerkingen van een andere spreker die uit ervaring wist te vertellen hoe een goed gevoel voor humor een hulp kan zijn wanneer men met primitieve sanitaire omstandigheden wordt geconfronteerd en het drinkwater in de zendingstoewijzing krioelt van de muggen.

Weer een andere spreker beklemtoonde de rol die geluk in het leven van een zendeling dient te spelen. ’Of je in je toewijzing blijft, zal grotendeels afhangen van het feit of je gelukkig bent of niet. Geluk is een van de grootste paradoxen. Overal en onder elke omstandigheid kan het groeien. Het komt van binnenuit. Geluk is de warme gloed van een hart dat in vrede is met zichzelf omdat het weet dat de persoon aan wie het toebehoort het juiste soort van leven leidt. Zoek geluk door je verlangens in te tomen en het beste van de omstandigheden te maken; niet zozeer door te doen wat je graag wil, maar graag te willen wat je doet. Ontwikkel een intieme verhouding met Jehovah, dan zul je gelukkig zijn; ga om met zijn gelukkige volk; geef jezelf aan anderen.’ — Hand. 20:35.

Gelukkig stemmend was het ook een andere spreker te horen vertellen over zendelingen die ondanks de hen omringende omstandigheden en hun misschien slechte gezondheid, tot de dood getrouw in hun toewijzing waren gebleven. Een van hen werd naar het graf gedragen door zes jonge mannen met wie hij een bijbelstudie had geleid en die niet alleen hun standpunt voor Jehovah en zijn koninkrijk hadden ingenomen, maar bovendien op het Japanse hoofdbureau van de Getuigen in de volle-tijddienst waren gegaan.

Dat was allemaal ’s morgens. Zondagmiddag genoten meer dan tweeduizend verrukte aanwezigen van hetzelfde programma als de studenten ook op de boerderij hadden opgevoerd. Daarna werd dit voortreffelijke, geestelijk opbouwende programma met een loflied en dankgebed aan. Jehovah God besloten. Het was een bijzonder vreugdevolle dag geweest voor allen die de graduatie van de 61e Gileadklas hadden bijgewoond, en een passend slot van een gelukkige week voor alle studenten.

[Illustratie op blz. 24]

Afgestudeerden van de eenenzestigste klas van de Wachttoren-Bijbelschool Gilead

61st Class September 1976

In onderstaande lijst zijn de rijen genummerd van voren naar achteren en de namen in elke rij verwijzen naar de studenten in volgorde van links naar rechts.

(1) Liverance, J.; Casado, E.; McSharry, G.; Rosado, M.; Miller, D. (2) Tanaka, G.; Miller, J.; Paulisch, I.; Blankenburg, H.; Mouat, B. (3) Kalimeris, M.; Hanley, D.; Casado, H.; Wilhjelm, A.; Wilhjelm, P. (4) McSharry, T.; Rosado, C.; Liverance, W.; Bensmihen, M.; Paulisch, P. (5) Hanley, R.; Strauch, R.; Mouat, S.; Blankenburg, M.; Kalimeris, A.; Block, K.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen