Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w77 1/2 blz. 92-93
  • Gileads 61ste graduatie een geestelijk feest

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Gileads 61ste graduatie een geestelijk feest
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1977
  • Vergelijkbare artikelen
  • De Gileadschool — Vijftig jaar oud en nog in opperbeste conditie!
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1993
  • Afgestudeerden van Gilead dierbaar bemind — Waarom?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1978
  • Nieuwe zendelingen streven werkelijk succes na
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1985
  • Een nieuw tehuis voor de zendelingenschool Gilead
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1989
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1977
w77 1/2 blz. 92-93

Gileads 61ste graduatie een geestelijk feest

„WAT een geestelijk feest!” „Wat een praktisch en opbouwend programma!” Opmerkingen zoals deze werden gehoord met betrekking tot Gileads 61ste graduatieprogramma, dat op 5 september 1976 ten gehore werd gebracht. En het was inderdaad een geestelijk feest, niet alleen voor de zesentwintig zendelingen die afstudeerden, maar ook voor de 1968 anderen die aanwezig waren.

Het was een prachtige nazomerse dag toen al die familieleden en vrienden, met inbegrip van de leden van de Bethelfamilie in Brooklyn, de Congreshal van Jehovah’s Getuigen in Long Island City vulden. De studenten, met een gemiddelde leeftijd van zevenentwintig jaar, waren uit zes landen afkomstig en werden naar elf verschillende landen in Europa, Azië, Afrika en Noord- en Zuid-Amerika uitgezonden.

Na het openingslied, en een gebed door A. Schroeder, de voorzitter, sprak eerst L. Greenlees de studenten toe. Hij merkte op hoe, ten gevolge van een vurig verlangen, een realistische planning en oprechte gebeden, nu hun doel verwezenlijkt werd om als zendelingen grotere dienstvoorrechten te genieten. Hierna volgde er een reeks van acht lezingen van tien minuten, die zeer aanmoedigend waren.

Eerst sprak Karl Adams, een van de leraren van Gilead. Hij vestigde de aandacht op een goede verhouding tot Jehovah God en de waarde van volharding. Wanneer de afgestudeerden de wijsheid uit Gods Woord zouden gebruiken, zouden zij met vreugde kunnen volharden, zoals door de discipel Jakobus werd aangeraden (Spr. 4:7; Jak. 1:2-5). U. Glass, hoofd van de Gileadschool en tevens een van de leraren, merkte op dat in Israël, zoals wordt geïllustreerd in het geval van Johannes de Doper en Jezus Christus, de voorrechten die een man kon genieten soms werden bepaald door zijn geboorte in een bepaalde stam — een door God ingestelde regeling. Deze zendelingen hebben hun werk echter veeleer ontvangen wegens hun opdracht en vrijwillige dienst in plaats van wegens hun geboorte. God weet wat voor iedereen het beste is, en wanneer men zich aan hem onderwerpt, betekent dit in werkelijkheid een grotere vrijheid. — Jer. 10:23; Spr. 3:5, 6.

Vervolgens kwamen degenen aan het woord die gedurende 1976 voorzitter waren van de zes comités van het Besturende Lichaam.

M. Henschel zette uiteen dat wij al onze zegeningen, zowel op geestelijk als stoffelijk gebied en zowel thans als in de toekomst, aan de overvloedige liefde van God te danken hadden. Dat God toelaat dat zijn dienstknechten moeilijkheden en lijden ondergaan, wil niet zeggen dat hij ons niet liefheeft. Wát er ook mag gebeuren, het is noodzakelijk in gedachten te houden dat Gods liefde krachtig, blijvend en nabij is. — Rom. 8:35-39.

Nadat K. Klein een aantal hartverwarmende telegrammen en andere boodschappen uit verschillende werelddelen had voorgelezen, nam G. Suiter het woord. Hij vestigde de aandacht op onze handen, de wonderbaarlijkste van alle werktuigen. In plaats van de tijd te verdoen, dient onze houding te zijn: „God, toon mij hoe ik mijn handen het beste kan gebruiken.” Hij werd opgevolgd door R. Franz, die zelf de Gileadschool heeft bezocht en ongeveer twintig jaar lang in buitenlandse toewijzingen dienst heeft verricht. Hij spoorde de studenten ertoe aan de beschaafde en zeer ontwikkelde apostel Paulus na te volgen, die leerde in alle omstandigheden tevreden te zijn.

D. Sydlik nam vervolgens het woord. Hij merkte op dat men in het leven vaak met iets nieuws begint, en voor de afstuderende klas zou nu snel de zendingsactiviteit beginnen. Of de studenten in hun toewijzing zullen blijven, zal voornamelijk afhangen van het feit of zij er gelukkig in zijn of niet. Gods Woord staat vol met uitspraken over oorzaken van geluk. L. Barry, ook een afgestudeerde van Gilead, die ruim vijfentwintig jaar in Japan dienst heeft verricht, sprak in dezelfde trant en legde de nadruk op het bezitten van vreugde om te kunnen volharden (Ps. 100:2; Neh. 8:10). Vreugde heeft Jezus en zijn eerste volgelingen in staat gesteld getrouw dienst te verrichten. Barry wees vervolgens op de noodzaak van zelfdiscipline om als zendeling succes te hebben en vreugdevol te zijn.

De laatste spreker was T. Jaracz, nog een afgestudeerde van Gilead, die erbij bleef stilstaan hoe belangrijk het is dat de Gileadschool geestelijke dingen onderwijst, en vergeleek dit met de nadruk die veel theologische hogescholen en seminaries op wereldlijke aangelegenheden leggen. De afgestudeerden van Gilead waren als gevolg hiervan beter dan ooit bekwaam gemaakt om mensen tot discipelen te maken. Na deze lezing ontvingen alle studenten hun diploma, waarna een van hen een schitterende brief voorlas waarin de studenten uiting gaven aan hun waardering voor alles wat zij hadden ontvangen.

Het programma werd om 1.30 hervat met een verkorte Wachttoren-bijbelstudie die door N. Knorr werd geleid, gevolgd door een aangenaam muzikaal programma dat door de afgestudeerden werd verzorgd. Daarna voerden zij twee drama’s op. In het eerste werd de nadruk gelegd op de belangrijkheid van persoonlijk gebed, terwijl het tweede drama beklemtoonde hoe noodzakelijk het is dat christenen hun dienst voor God met ’geheel hun ziel’ verrichten als zij al hun tienden naar Gods voorraadschuur brengen (Mal. 3:10). Het geestelijke feest van deze dag werd afgerond met een gebed door F. Franz, waarop allen een hartgrondig „Amen!” konden zeggen.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen