Mens van 16 miljoen
● DE WAARDE aan chemicaliën die het menselijk lichaam bevat, wordt geschat op hoogstens enkele guldens. Zulke schattingen zijn echter alleen gebaseerd op de ruwe materialen in hun eenvoudigste grondvorm. De biochemicus J. Morowitz, verbonden aan de Yale-universiteit, ging in een inkoop-catalogus de prijzen na van de samengestelde en ingewikkelde chemische bestanddelen waaruit het menselijk lichaam in feite bestaat. Hemoglobine stond bijvoorbeeld geprijsd op ƒ 770 per gram, insuline op ƒ 131 per gram, het enzym trypsine op ƒ 97, het aminozuur bradykinine had een prijs van ƒ 32.400, prolactine, een melk-stimulerend hormoon, van ƒ 47.250.000, enzovoorts.
Morowitz trok de gevolgtrekking dat mensen in feite een gemiddelde waarde hebben van ongeveer ƒ 660 per gram droog gewicht. Nadat hij twee derde water van zijn eigen lichaamsgewicht van 72 kilo had afgetrokken, kwam hij op een waarde van ruim ƒ 15.800.000 voor het restant aan materiaal! Hij merkt echter op dat indien de chemici al die bestanddelen zouden moeten synthetiseren uit de ruwe grondstoffen, in plaats van ze alleen maar uit bestaande natuurlijke produkten te halen, de kosten waarschijnlijk in de ƒ 16 miljard zouden lopen. En hoewel het voor de mens onmogelijk is deze chemicaliën om te bouwen tot cellen, schatte Morowitz dat indien men dat wel zou kunnen, de kosten op ƒ 16.000 miljard zouden komen.
Is het daarom redelijk te concluderen dat zulk een prachtig samengesteld geheel het resultaat is van blind evolutionair toeval? Of is het volgende oordeel van een dankbare waarnemer beter: ’Ik ben op een vrees inboezemende wijze wonderbaar gemaakt.’ „Uw ogen zagen zelfs het embryo van mij, en in uw boek waren alle delen ervan beschreven”? — Ps. 139:14, 16.