Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g76 8/12 blz. 8-11
  • Kindermishandeling — Wat men eraan kan doen

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Kindermishandeling — Wat men eraan kan doen
  • Ontwaakt! 1976
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • „Maar ik ben nu eenmaal opvliegend van karakter”
  • Herinnert u zich nog de tijd dat ú klein was?
  • Streng onderricht zonder ’irritatie’
  • Hulp voor ouders die tot mishandeling geneigd zijn
  • Richtlijnen waar u wat aan hebt
  • De vreugde van belangstelling voor anderen
  • De waarde van liefdevol streng onderricht
    Een gelukkig gezinsleven opbouwen
  • Zij mishandelen kleine kinderen — Waarom?
    Ontwaakt! 1976
  • Wat kunnen ouders doen om te helpen?
    Ontwaakt! 1981
  • „Kan ik mijn kind van het slechte pad afhouden?”
    Ontwaakt! 1980
Meer weergeven
Ontwaakt! 1976
g76 8/12 blz. 8-11

Kindermishandeling — Wat men eraan kan doen

DE „EPIDEMIE” van kindermishandeling heeft thans een alarmerende omvang aangenomen. En zoals reeds in het voorgaande artikel werd opgemerkt, zijn er een groot aantal omstandigheden en geestelijke factoren die hiertoe bijdragen.

Hoe kunnen ouders en ook andere volwassenen zich tegen deze neiging tot kindermishandeling wapenen? Onder andere door zich goed bewust te maken van de schadelijke gevolgen daarvan. En hebt u die gevolgen wel eens serieus overwogen?

Een onderzoekteam in Pittsburgh voerde een onderzoek uit waarbij 20 mishandelde jongeren waren betrokken. In een verslag van dit onderzoek stond:

„De meesten van hen leken blijvende mentale, fysieke en emotionele schade te hebben opgelopen. Slechts twee van de twintig konden als volledig normaal worden beschreven. Meer dan de helft was te licht, sommigen waren ernstig ondervoed, terwijl zes ook tekenen vertoonden van schade aan het centrale zenuwstelsel. In twee gevallen was dit duidelijk het gevolg van slagen die zij aan hun hoofd hadden opgelopen. Drie van de groep vertoonden opvallende lichamelijke misvormingen: de een had een schedelafwijking, een ander leed aan verlamming van de onderste ledematen, en een derde had blijvende oogbeschadiging opgelopen. Twee anderen waren ver achtergebleven in lengtegroei en gewicht, en vier scoorden minder dan 80 punten bij I.Q.-tests; vier vertoonden emotionele stoornissen en ongeveer de helft van de groep had spraakmoeilijkheden.”

Wist u trouwens dat het schudden van een klein kind dezelfde schadelijke effecten kan hebben? Dit kan eveneens blijvende hersenbeschadiging tot gevolg hebben. Constant schreeuwen, razen en tieren kan trouwens ook blijvende schade opleveren.

De Schrift geeft aan iedereen die Gods goedkeuring verlangt, de raad: „Alle kwaadaardige bitterheid en toorn en gramschap en geschreeuw en schimpend gepraat worde uit uw midden weggenomen, evenals alle slechtheid” (Ef. 4:31). Deze raad raakt meteen de kern van bijna elk probleem van kindermishandeling, namelijk onbeheerste drift.

„Maar ik ben nu eenmaal opvliegend van karakter”

„Maar ik ben nu eenmaal opvliegend van karakter.” Is dat uw probleem? Wat kunt u doen om woedeuitbarstingen te voorkomen?

Een juiste kijk op drift of woede is belangrijk. Ongetwijfeld zult u uit persoonlijke ervaring geleerd hebben dat de hedendaagse wereld drift en geweld als aanvaardbare methoden beschouwt om spanningen en problemen tegemoet te treden. Maar hebben twee wereldoorlogen en tal van andere conflicten als gevolg van deze houding niet aangetoond dat die houding volkomen onheilzaam is?

Volgens de Schrift zijn woede en geweld geen aanwijzingen van kracht, maar van zwakheid. Wij lezen: „De dwaas laat zijn toorn de vrije loop, maar de wijze doet zijn gramschap bedaren” (Spr. 29:11, vertaling van Obbink en Brouwer). Hoe zwak iemand wel is die zich door zijn woede laat meeslepen, blijkt nog verder uit de bijbelse verklaring: „Als een opengebroken stad, zonder muur, is de man die zijn geest niet in bedwang heeft.” — Spr. 25:28.

Hoe kunt u uw geest beter in bedwang houden? Een eerste en voorname stap hiertoe is door gehoor te geven aan de verdere schriftuurlijke raad: „Heb geen omgang met iemand die snel toornig is; en bij een man die woedeuitbarstingen heeft, moogt gij niet binnengaan, opdat gij niet vertrouwd raakt met zijn paden en stellig een strik in ontvangst neemt voor uw ziel” (Spr. 22:24, 25). Die richtlijn zal niet zo moeilijk te gehoorzamen zijn, aangezien u waarschijnlijk vrij bent in de keuze van de personen met wie u graag omgaat. Omgang zoeken met milde, rustige mensen zal u helpen uw zelfbeheersing te bewaren.

Kunt u bovendien situaties vermijden waarin uw kind waarschijnlijk uw woede zal opwekken? Wat bijvoorbeeld te denken van een kinderoppas terwijl u uw boodschappen doet? Of boodschappen doen op een tijd dat andere gezinsleden op de kleintjes kunnen passen? Wanneer een kind wegens oververmoeidheid vervelend wordt, zijn er heel wat ouders met onderscheidingsvermogen die ophouden met waaraan ze bezig zijn en even naast het kind gaan zitten, op een bank of waar maar ook, en met een paar vriendelijke woordjes van troost in plaats van een uitbrander de kleine gewoonlijk weten te kalmeren.

Sommigen zullen dit misschien overdreven gevoelig vinden ten aanzien van jongeren die toch feitelijk „beter zouden moeten weten” en niet zo’n kabaal zouden moeten schoppen. Maar vaak zijn kinderen uitgeput wanneer ze een paar uur op de been zijn geweest of op andere manieren hun energie hebben verbruikt. In verband met zulke gevallen geeft de bijbel de raad om aandacht aan klachten te schenken door op te merken: „Wat een ieder betreft die zijn oor toesluit voor het klaaggeschrei van de geringe, ook híj zal roepen en geen antwoord krijgen.” — Spr. 21:13.

Herinnert u zich nog de tijd dat ú klein was?

Nog een belangrijke manier om te voorkomen dat u over kinderen opgewonden raakt, is eraan te denken hoe het was toen u zelf jong was. Veelzeggend is wat dat betreft de volgende ervaring, verteld door een moeder en journaliste:

„Op een dag stapte een jongeman de bus in met op zijn arm een schreeuwend en spartelend kind. Hij had de grootste moeite haar vast te houden. Terwijl ze huilde wat ze kon, was hij zich goed bewust van de geërgerde blikken die hem door de mensen in de bus werden toegeworpen. Toen hij echter eindelijk zat, hield de jonge vader het schreeuwende hoopje mens stevig vast en sprak op zachte, vriendelijke toon: ’Jenny, liefje, ik weet best hoe je je voelt. Je hebt zo’n honger en je bent zo moe. Je voelt je zo naar. Je bent helemaal in de war. Je kùnt niet meer ophouden met huilen. Ik weet wel dat je het niet kunt helpen. Ik zal je wat wiegen. En ik beloof dat we gauw thuis zullen zijn zodat je naar je bedje kunt en ik je in slaap kan zingen. Ja, arm meisje, ik weet wel dat je niet meer op kunt houden met huilen.’”

Wat was het resultaat van dit tedere medegevoel dat de vader voor zijn kind ten toon spreidde? „Een paar minuten nadat deze woorden van begrip tot de uitgeputte Jenny waren doorgedrongen, werd ze rustig, begon op haar duim te zuigen en viel in slaap.” De waarneemster trok uit deze ervaring de conclusie:

„Wanneer een ouder zich tracht in te leven in wat een kind voelt — en erkent dat hij lang geleden hetzelfde voelde — verandert dat de hele situatie. Gaat u echter van het standpunt uit dat uw kind een ’verwende aap’ is, die u gek tracht te maken, dan kan de drang tot slaan overweldigend worden. Denkt u echter: ’Wanneer een klein kind moe wordt, stort de hele wereld voor hem ineen — en dat moet bij mij vroeger ook het geval zijn geweest’, dan kan er worden gewerkt aan een opvoeding die zowel voor de ouder als het kind heilzaam is.”

Streng onderricht zonder ’irritatie’

Wil hiermee gezegd zijn dat lichamelijke straf in de vorm van bijvoorbeeld een pak voor de broek, geheel uit den boze is? Nee, dat zeker niet. Er kunnen zich tal van gelegenheden voordoen waarbij die straf nodig blijkt. De bijbel verklaart: „Onthoud geen streng onderricht aan wie nog maar een knaap is. Ingeval gij hem met de roede slaat, zal hij niet sterven. Met de roede dient gijzelf hem te slaan, opdat gij zijn zíel van Sjeool zelf [het graf] moogt bevrijden.” — Spr. 23:13, 14.

Maar lichamelijke straf is niet altijd nodig, terwijl het evenmin bij elk kind doeltreffend werkt. En is het u wel eens opgevallen dat veel ouders het toepassen van lichamelijke straf tot in het extreme doorvoeren? Zij verliezen hun geduld en veroorzaken veel meer pijn dan voor correctie noodzakelijk zou zijn geweest. Uit onderzoekingen is gebleken dat de overweldigende meerderheid van kindermishandelaars bestaat uit ouders die overdreven streng zijn.

De Schrift waarschuwt hiertegen. Hoewel ouders de aanmoediging krijgen hun kinderen groot te brengen „in het strenge onderricht en de gezaghebbende raad van Jehovah”, waarschuwt de apostel Paulus ook: „Irriteert uw kinderen niet” (Ef. 6:4). Op een andere plaats geeft hij de raad: „Gij vaders, tergt uw kinderen niet” (Kol. 3:21). Dit laat geen enkele plaats voor lichamelijke wreedheid of martelmethoden en evenmin voor schreeuwen, kleineren of andere bejegeningen die geestelijk onwaardig zijn. Als een voorbeeld van gedrag dat God behaagt, noemt de bijbel de ouder die kleinen „koestert” en „vriendelijk” met ze omgaat. — 1 Thess. 2:7.

Hulp voor ouders die tot mishandeling geneigd zijn

Van principieel belang om kindermishandeling te voorkomen, is hulp te bieden aan de ouders. In een artikel „Het is de ouder die hulp nodig heeft”, wijst de schrijver E. Edelson op het volgende:

„In bijna alle gevallen is de geneesmethode voor kindermishandeling: de ouders voldoende zelfrespect en waardigheid geven dat zij de diepe vriendschap kunnen sluiten die zij missen. De meeste ouders hebben in onuitspreekbare eenzaamheid geleefd omdat zij bang zijn door hun kennissen verworpen te worden, op dezelfde manier als ze door hun ouders verworpen zijn. Slechts door bovengenoemde soort van vriendschap kan de ouder geholpen worden het kind in het juiste licht te zien — niet als een levend stuk speelgoed, bedoeld om de behoeften van de ouders te bevredigen, maar als een afzonderlijk menselijk wezen met een eigen leven en eigen verlangens.”

Voor het aankweken van zulke belangrijke persoonlijke relaties met andere volwassenen, hebben sommige mishandelende ouders zich bijeengevoegd tot organisaties als „Anonieme ouders” en „Anonieme moeders”, waarvan de leden geregeld bij elkaar komen om de verhouding tussen henzelf en hun kinderen te verbeteren. In sommige streken zijn er nood-dagcentrums waar ouders hun kinderen kunnen achterlaten wanneer de situatie hun boven het hoofd dreigt te groeien. Bestaat er in uw omgeving een dergelijke mogelijkheid? Een telefoontje naar uw huisarts of het plaatselijke ziekenhuis, of het raadplegen van de telefoongids, kan u in contact brengen met personen die u bij dit probleem kunnen assisteren.

Wanneer het echter aankomt op het opbouwen van hechte menselijke relaties, is er iets nog veel doeltreffenders dan deze wereldse diensten. Wat?

Richtlijnen waar u wat aan hebt

Met betrekking tot het geschreven Woord van God verklaarde de apostel Paulus: „De gehele Schrift is door God geïnspireerd en nuttig om . . . dingen recht te zetten.” En tot die „dingen” behoort zeker ook een geschonden relatie tussen ouders en kinderen (2 Tim. 3:16). Laten we eens aandacht schenken aan enkele basisbeginselen die tot zulke verbeterde betrekkingen leiden.

Mensen die een studie hebben gemaakt van het probleem kindermishandeling, zeggen dat zulke ouders veel meer van hun kind verlangen dan dezen redelijkerwijs op kunnen brengen. De bijbel helpt eraan mee zulk een zelfzuchtige houding te corrigeren, door onder andere op te merken: ’Ik zeg tot een ieder onder u, niet meer van zichzelf te denken dan nodig is’ (Rom. 12:3). Volwassenen zullen deze raad nog gemakkelijker toepassen wanneer zij zich tevens bewust zijn van de verdere schriftuurlijke waarheid: „Er is geen mens rechtvaardig op de aarde, die voortdurend doet wat goed is en niet zondigt” (Pred. 7:20). Allen, zowel volwassenen als kinderen, maken fouten; en wanneer u daarover nadenkt, zijn dan de fouten van kleuters en zuigelingen niet veel minder ernstig dan de (soms opzettelijke) onvriendelijke daden van volwassenen?

Natuurlijk, er zijn momenten waarop kinderen welbewust ’herrie schoppen’ en ouders zijn ervoor verantwoordelijk daarop toe te zien. In zo’n geval kan streng onderricht met de „roede” noodzakelijk zijn. Nooit echter dienen ouders bij het toepassen van dit onderricht hun zelfbeheersing te verliezen. Zij moeten de schriftuurlijke raad in gedachten houden: „Blijft elkaar verdragen en elkaar vrijelijk vergeven”, zelfs wanneer iemand terecht „tegen de ander een reden tot klagen heeft”. — Kol. 3:13.

De verheven bijbelse maatstaven ten aanzien van de seksuele moraliteit zullen nog verder meehelpen kindermishandeling te voorkomen. Kinderen van wie de ouders zich houden aan het bijbelse gebod: „Ontvliedt de hoererij” hoeven geen wrede behandeling te vrezen van bezoekende „minnaars” of „minnaressen” van de ouder met wie zij samenwonen. — 1 Kor. 6:18.

De vreugde van belangstelling voor anderen

De raad van Gods Woord is in het bijzonder superieur wanneer het aankomt op de behoefte aan een vruchtdragende verhouding met andere volwassenen, zoals die vooral sterk wordt gevoeld door ouders die problemen hebben met kindermishandeling. Een beginsel dat zeker succes zal opleveren, wordt aangetroffen in Filippenzen 2:3, 4, waar staat: „Niets doende uit twistgierigheid of egotisme, maar met ootmoedigheid des geestes de anderen superieur aan uzelf achtend, terwijl gij niet alleen uit persoonlijk belang het oog houdt op uw eigen zaken, maar ook uit persoonlijk belang op die van anderen.”

Maar is dat zinnig? Is het praktisch anderen in deze vijandige wereld als „superieur” aan uzelf te behandelen? Jezus Christus verzekerde dat dit niet alleen zinnig is, maar mensen er ook toe zal brengen op dezelfde manier jegens u te handelen. „Beoefent het geven, en u zal gegeven worden”, zei Jezus, „want met de maat waarmee gij meet, zal men ook u meten” (Luk. 6:38). Waarom niet voor uzelf uitgeprobeerd om te zien of de Zoon van God wist waarover hij sprak.

De hierboven uiteengezette bijbelse beginselen blijken in de praktijk heel goed te werken. Zoudt u ze ook graag met succes willen toepassen? Daarvoor zal geregelde omgang nodig zijn met anderen die pogingen in het werk stellen om de relatie met hun medemensen, onder wie ook de leden van hun gezin, te verbeteren. Waar kunt u zulke mensen vinden?

Jehovah’s Getuigen komen voor vijf wekelijkse vergaderingen in hun Koninkrijkszaal bijeen. Heel vaak richten de besprekingen op deze vergaderingen zich op bijbelse beginselen voor een gelukkig gezinsleven en hoe ouders en kinderen er werkelijk van kunnen genieten bij elkaar te zijn. U wordt hartelijk uitgenodigd de meest nabijgelegen Koninkrijkszaal te bezoeken. Er zullen geen collectes worden gehouden, integendeel, Jehovah’s Getuigen zouden het op prijs stellen gratis bij u thuis of op een andere geschikte plaats te mogen komen om een studie uit de bijbel met u te houden. Als u dat zou willen, neem dan eenvoudig contact op met de plaatselijke Getuigen van Jehovah in hun Koninkrijkszaal of schrijf naar de uitgevers van dit tijdschrift.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen