Wat is de zienswijze van de bijbel?
Hoe staat het met het vieren van verjaardagen?
GENIET u er ook zo van wanneer u met vrienden en familieleden bij elkaar bent? Bij elkaar zijn om „te eten, te drinken en zich te verheugen”, indien met mate, vindt in de bijbel een gunstige vermelding (Pred. 8:15; 9:7; Job 1:2, 4, 5). Dat de dienstknechten van God bij speciale gelegenheden bepaalde „feesten” hadden, wordt door de bijbel ondersteund (Gen. 19:3; 21:8; 2 Sam. 3:20; 1 Kon. 3:15). Door bemiddeling van Mozes had Jehovah het volk Israël opgedragen elk jaar vreugdevolle „periodieke feesten” te onderhouden (Lev. 23:2, 37, 38). Dat de Schepper zich bewust is van de vreugde die er geput kan worden uit het vieren van vreugdevolle gebeurtenissen, is duidelijk.
Dit houdt echter niet in dat alle mogelijke feesten door God goedgekeurd worden. Bij veel van de feesten die men thans viert, worden personen en instellingen die in de bijbel goddeloos worden genoemd, met eer overladen. Het gebeurt vaak genoeg dat deze feesten hun wortel vinden in de valse religie. De bijbel gebiedt aanbidders van Jehovah elk contact met valse aanbidding te vermijden (2 Kor. 6:14-18). Hoe staat het echter met het vieren van verjaardagen?
Overeenkomstig hetgeen de bijbel zegt, was de dag dat een baby geboren werd, gewoonlijk een dag van vreugde en dankbaarheid van de zijde van de ouders. Terecht, want: „Ziet! Zonen zijn een erfdeel van Jehovah; de vrucht van de buik is een beloning” (Ps. 127:3; Luk. 1:57, 58). Dat dienstknechten van God, die leefden in de bijbelse tijden, wisten wanneer ze geboren waren, is duidelijk. Zo geeft de bijbel bijvoorbeeld zeer nauwkeurig weer hoe oud Noach en Abraham op verschillende tijdstippen waren en ook welke leeftijd ze hadden toen ze stierven (Gen. 7:6, 11, 13; 9:28, 29; 12:4; 17:24; 25:7). Onder de Mozaïsche wet hielden de leden van de stam Levi bericht bij van hun leeftijd, zodat ze dus wisten wanneer ze oud genoeg waren om in het heiligdom van Jehovah dienst te gaan verrichten (Num. 4:46, 47). Is dit nu voor ons een reden om te denken dat die vroegere aanbidders van God verjaarsfeesten hielden?
Personen die zo denken, wijzen soms naar Job 1:4 en Hosea 7:5. In de eerste van deze teksten wordt aangehaald dat Jobs zeven zonen „in het huis van een ieder een feestmaal . . . op zijn eigen dag” aanrechtte. De tweede tekst spreekt over Israëlitische prinsen die ’zich ziek gemaakt hebben vanwege de wijn’ op een feest „op de dag van onze koning”. Waren deze feestelijke aangelegenheden verjaardagsfeesten? In Hastings’ Encyclopædia of Religion and Ethics schrijft professor G. Margoliouth: „De reden van het feest waarnaar in Job 14f. verwezen wordt is niet geheel en al duidelijk. Indien deze zeven dagen deel uitmaakten van een reeks, dan zouden het nauwelijks verjaardagen geweest kunnen zijn.” „De aanhaling uit Hos 75, ’de dag van onze koning’, zou heel goed kunnen verwijzen naar de herdenking van de troonsbestijging van de koning.”
Ja, de bijbel spreekt alleen van verjaarsfeesten in het geval van de Farao van Egypte, die leefde in de dagen van Jozef, en over de in de eerste eeuw G.T. levende Herodes Antipas (Gen. 40:20; Matth. 14:6-11). Deze vieringen werpen echter een ongunstig licht op de zaak, want deze mannen waren geen aanbidders van Jehovah. Verder merkt professor Margoliouth op: „De verjaarsvieringen van de Herodiaanse familie . . . waren zonder twijfel een nabootsing van de Grieks-Romeinse gebruiken van die tijd.”
Het is interessant dat die zelfde encyclopedie over de oude Grieken en Romeinen zegt: „Het schenken van cadeaus bij bijzondere gelegenheden, werd vaak ingegeven door een bijgelovige vrees zoals in het geval van verjaarscadeaus”. Het artikel vermeldt nog verder dat aan het schenken van deze cadeaus „vroeger een magische kracht werd toegekend”.
Verder verklaart het nog dat het speciale doel van verjaarsvieringen in het oude Griekenland „was om de hulp van de Goede Demon (agathos daimon) in te roepen op een tijdstip — de grens van twee perioden — dat boze geesten speciaal geneigd waren om hun invloed aan te wenden”.
Met het oog op de heidense oorsprong van vele verjaarsgebruiken en het feit dat de bijbel alleen in verband met heidense aanbidders over verjaarsvieringen spreekt, vierden noch de oude joden noch de eerste christenen, verjaardagen. Over de laatsten schrijft A. Neander: „Het begrip verjaarsfeest paste helemaal niet in de denkbeelden van de christenen uit die periode.” Orígenes, die omstreeks het midden van de derde eeuw leefde, schreef in zijn commentaar op Matthéüs hoofdstuk 14: „Een van degenen die vóór ons leefde, heeft opgemerkt wat in Genesis over het verjaarsfeest van Farao staat, en heeft verteld dat de nietswaardige mens, die van dingen houdt die in verband staan met de geboorte, verjaarsfeesten viert; en wij die deze aanwijzing van hem aanvaarden, vinden in de Schrift geen enkele aanwijzing dat een verjaarsfeest door een rechtvaardig man werd onderhouden.”
In de vierde eeuw van onze gewone tijdrekening, gebeurde er echter iets dat een keer bracht in de situatie. Wat? Mensen die beleden christenen te zijn begonnen 25 december als verkeerde datum van Jezus’ geboorte te vieren. Het boek Curiosities of Popular Customs maakt het volgende duidelijk: „Met de viering van Christus’ geboortedag kwam het ook weer in zwang dat gewone stervelingen hun geboortedag gingen vieren.”
Zoals al aan het begin van dit artikel opgemerkt werd, is het plezierig om samen met vrienden voor vreugdevolle omgang bij elkaar te zijn. En als het op cadeaus aankomt, houden christenen Jezus’ raad in gedachten: „Beoefent het geven”, want „het is gelukkiger te geven dan te ontvangen” (Luk. 6:38; Hand. 20:35). Er worden in de bijbel geen vaste regels gegeven over wanneer of hoe vaak men gedurende een jaar zulke festiviteiten kan houden (Rom. 14:5). Een goed oordeel en onderscheidingsvermogen moeten echter te allen tijde worden aangewend.
De door God in de Schrift goedgekeurde feesten, verschaffen christenen waardevolle beginselen. Deze festiviteiten waren ter ere van God en vestigden de aandacht op zijn machtige daden (Deut. 16:1-15; Lev. 23:42, 43). Ook de jaarlijkse Gedachtenisviering ter herdenking van de dood van Jezus, vestigt de aandacht op God en op de rol die Jezus Christus in Gods voornemen vervult (Matth. 26:26-29). Bij alle gelegenheden, ook tijdens feestelijke momenten, moeten christenen God eren. — 1 Kor. 10:31; Rom. 14:6.
Een verjaarsfeest komt echter regelmatig elke dag en elk jaar terug om een mens eer te betonen. Zou zo’n procedure niet snel kunnen ontaarden in buitensporige eer aan zondige schepselen? (Rom. 3:23) Toen de apostel Johannes op zijn knieën viel voor een zondeloze engel, die hem een blik op toekomstige gebeurtenissen vergund had, waarschuwde deze engel: „Pas op! Doe dat niet! Ik ben slechts een medeslaaf van u en van uw broeders . . . Aanbid God” (Openb. 22:9). Zijn we heden ten dage niet nog veel meer geneigd tot het vleien van geschapen personen?
Het Woord van God gebiedt nergens om verjaarsvieringen te onderhouden; verjaarsvieringen worden alleen maar genoemd in samenhang met mensen die de ware God niet aanbidden (Gen. 40:20; Matth. 14:6-11). Omdat populaire gebruiken op verjaarsfeesten hun wortel in heidens bijgeloof hebben, hebben noch de vroegere joden noch de eerste christenen verjaarsfeesten gevierd. Ook de hedendaagse ware christenen zijn gehoorzaam aan het gebod betreffende vals-religieuze praktijken en betreffende degenen die erbij betrokken zijn: „’Gaat daarom uit hun midden vandaan en scheidt u af’, zegt Jehovah, ’en raakt het onreine niet langer aan’”, „’en ik zal u aannemen.’” — 2 Kor. 6:17.