Iets beters dan nationalisme
IN ELK land zouden de bewoners wel willen dat zij en hun nakomelingen konden uitzien naar een betere toekomst. Maar hoe zal dat mogelijk zijn? Door de inspanning van afzonderlijke landen?
In de huidige tijd bestaan er meer landen dan ooit tevoren. Elk daarvan belooft zijn bevolking betere tijden en eist gehoorzaamheid aan zijn politiek. Maar heeft enige natie, of zelfs een groep van natiën, de gehele menselijke familie ooit op de weg naar verbetering kunnen leiden? Ze hebben daar genoeg tijd voor gehad. Toch wordt onze eeuw gekenmerkt door desastreuze mislukkingen.
Wij kunnen niet aan het feit ontkomen dat de verdeling van de aarde in zoveel verschillende landen niet heilzaam is gebleken. Een ’verdeeld huis’ biedt weinig kans voor het oplossen van ingewikkelde wereldproblemen.
„Een vierde van de wereldbevolking lijdt bijna constant honger”, aldus het tijdschrift Parade, „en een tiende verkeert wegens gebrek aan voedsel op de rand van de dood.” Toch is dit volgens voedseldeskundigen niet aan de aarde te wijten; die kan genoeg produceren. Het zijn volgens hen de verdeelde politieke en economische systemen die samenwerking en een redelijke verdeling onmogelijk maken.
Bovendien is het zo dat de verdeelde naties uit nationale trots — nationalisme — bang voor elkaar zijn, zodat ze nu bij elkaar meer dan ƒ 810 miljard aan bewapening uitgeven.
Werkelijk, geen enkele natie of ideologie kan de mensen datgene geven waar zij het meeste naar verlangen en wat zij het meeste nodig hebben: ware vrede, blijvende veiligheid, welvaart, gezondheid en geluk.
Indien alle mensen als een liefdevolle familie met elkaar zouden kunnen omgaan, als loyale en vertrouwde broeders, wat een vreugde zou er dan niet worden beleefd. Hoe interessant is het nu al niet kennis te maken met wat andere mensen eten, met hun vaak geheel andere, maar bijzonder aantrekkelijke manier van kleden, opmaak en muziek? Zonder de huidige nationale verdeeldheid zouden heel wat goede aspecten van allerhande culturen ons leven kunnen veraangenamen en verrijken.
Zinloos
Landen of rassen tegen elkaar opzetten, is volkomen zinloos, want we stammen allen van gemeenschappelijke ouders af.
De nu overleden Britse historicus Arnold Toynbee verklaarde eens over nationalisme: „Het is een geestesgesteldheid waarin wij onze onverdeelde loyaliteit aan één fractie van de mensheid schenken . . . Welke consequenties dit ook voor de buitenlandse meerderheid der mensen mag hebben.”
Aangezien nationalisme zo’n verdeeldheid brengende en vernietigende kracht is, merkte Toynbee op: „Nationalisme is een geestesziekte.” En de voormalige secretaris-generaal van de V.N., Oe Thant, verklaarde: „Zoveel problemen waar we nu tegenover staan, zijn het gevolg van een verkeerde houding — die soms bijna onbewust wordt aangenomen. Daaronder valt ook de enge nationalistische opvatting: ’Goed of slecht, het is mijn land.’”
De Schepper van de mensheid, Jehovah God, ’is niet partijdig’, zegt zijn Woord (Hand. 10:34). En aangezien hij „uit één mens elke natie van mensen” heeft gemaakt, is het duidelijk dat ook voor ’s mensen Schepper het handhaven van nationale verdeeldheid een dwaze en volkomen zinloze zaak is. — Hand. 17:26.
Bestaat er echter enige reden voor een realistische hoop dat op een goede dag alle natiën hun nationale vooroordeel zullen overwinnen en zich tot een internationale broederschap zullen verenigen?
Eenheid op komst!
Ja, er bestaat een reden voor realistische hoop. Gods eigen Woord verzekert ons namelijk dat de huidige verdeelde staat van de mensheid spoedig zal eindigen en er geen pijnlijke nationalistische verdeeldheid meer zal bestaan. — Dan. 2:28, 44.
De bijbelprofetieën tonen aan dat wij thans „in het laatst der dagen” leven, vlak voordat God in de aangelegenheden der mensen zal ingrijpen en het huidige verdeelde systeem van menselijke heerschappij zal voleindigen. Terzelfder tijd zal echter, zoals Jesaja hoofdstuk 2 voorzegt, zijn ware aanbidding zo hoog worden verheven dat ’alle natiën daarheen moeten stromen’.
Wat zal het gevolg zijn? God „zal stellig richten onder de natiën en de zaken rechtzetten met betrekking tot vele volken. En zij zullen hun zwaarden tot ploegscharen moeten slaan en hun speren tot snoeimessen. Natie zal tegen natie geen zwaard opheffen, en zij zullen de oorlog niet meer leren”. — Jes. 2:4.
Ja, de Almachtige God is nu bezig eerlijk gezinde mensen bijeen te zamelen tot een internationale broederschap en onderwijst hen nu hoe zij in een rechtvaardige nieuwe ordening, die hij vanuit de hemel zal besturen, dienen te leven. En na het huidige goddeloze samenstel te hebben vernietigd, zal God de overlevenden onder wie hij ’de zaken heeft rechtgezet’, zijn nieuwe ordening van vrede binnenleiden.
Openbaring hoofdstuk 7, vers 9, laat zien dat deze overlevenden een „grote schare” zijn, „die niemand tellen kon, uit alle natiën en stammen en volken en talen”. Dat zijn degenen die zich aan Zijn heerschappij onderwerpen. Zij beseffen dat ongeacht de zegeningen die een land aan zijn onderdanen schenkt, niets vergeleken kan worden met de hoop op leven in Gods nieuwe ordening. Slechts God, en niet de mens, kan gewillige personen tot dat zeer wenselijke doel leiden.