Hebben dieren verstand?
VERSTAND is het vermogen kennis bijeen te garen, problemen op te lossen en gevaren te vermijden. Bij mensen houdt verstand verband met redenatievermogen. Geldt dit ook met betrekking tot dieren?
Van katten is bijvoorbeeld bekend dat zij deuren openmaken door tegen de kruk op te springen. Duidt dit erop dat zij de oplossing van hun probleem hebben beredeneerd? Beschouw eens de resultaten van enkele wetenschappelijke experimenten.
Een wetenschapsman plaatste een kat in een kooi met een deur die door het bewegen van een kruk kon worden geopend. Hij stak zijn hand door de tralies van de kooi en drukte een van de poten van de kat tegen de kruk, waardoor de deur openging. Toen de kat naar buiten kwam, gaf hij het dier als beloning een stukje vis. Ondanks echter herhaalde pogingen om de kat op deze manier te leren de deur zelf te openen, lukte hem dit niet.
Daarna bracht de wetenschapsman een aantal katten in de kooi bijeen. De dieren probeerden van alles om eruit te komen. Na verloop van tijd slaagden ze er na vele mislukte pogingen in de deur te openen door de kruk te bewegen. Maar na de terugkeer in hun kooi namen de katten weer hun toevlucht tot de „spring-en-probeer”-methode. En hoewel ze ten slotte tamelijk bedreven werden in hun ontsnappingspogingen, hadden ze de oplossing kennelijk niet kunnen beredeneren.
Wat valt er over andere dieren, chimpansees bijvoorbeeld, te zeggen? Men kan hen trainen om aan een tafel te zitten, met mes, lepel en vork te eten, op een fietsje te rijden en tal van andere menselijke activiteiten na te bootsen. Wijst dit er niet op dat zij net als de mens over een redenatievermogen beschikken? Om die vraag te beantwoorden, zouden we de resultaten van een aantal experimenten met chimpansees in ogenschouw kunnen nemen.
Buiten de kooi van een vrouwtjeschimpansee werd een banaan gelegd — zó dat ze er met haar armen niet bij kon. Binnen in de kooi lagen stokken die zouden kunnen worden gebruikt om het fruit te bemachtigen. Zag de chimpansee er de nutteloosheid van in om zonder stok te proberen bij de banaan te komen? Nee, tevergeefs probeerde zij herhaalde malen de vrucht met haar armen te bereiken. Ten slotte gebruikte ze een stok om de banaan naar zich toe te halen. Maar enige tijd later, weer voor hetzelfde probleem gesteld, negeerde ze aanvankelijk opnieuw de stok.
Een andere chimpansee handelde op een soortgelijke manier toen hij hoog boven hem een banaan zag hangen. Zelfs hoewel er een kist beschikbaar was om op te staan, probeerde hij tevergeefs de vrucht met hoge sprongen te pakken te krijgen. Daarna viel zijn oog op de kist. Ondanks vroegere ervaringen met kisten schoof hij hem er echter niet rechtstreeks onder, maar zo’n beetje in de richting van de banaan, waarna hij ervan afsprong om de banaan te grijpen.
Bij een ander experiment gebruikte een chimpansee twee kisten, die hij op elkaar plaatste om bij de banaan te kunnen komen. Toen dit de banaan nog steeds niet binnen zijn bereik had gebracht, trok hij de onderste kist weg om te proberen die op de bovenste te stapelen.
Deze en soortgelijke experimenten hebben wel aangetoond dat chimpansees sterk uiteenlopen wat hun vermogen betreft om problemen op te lossen en dat zij niet kunnen redeneren zoals mensen dit doen. In het boek Animals Are Quite Different (Dieren zijn heel anders) wordt opgemerkt: „De apen beseften, althans sommige van hen, en dan nog slechts bij vlagen, dat wanneer de armen te kort zijn, hulpmiddelen gebruikt kunnen worden om een doel te bereiken. Maar terwijl een mens, en zelfs al een heel klein kind, algemene wetten uit zijn ervaringen afleidt, gaven de apen er op geen enkele manier blijk van dat zij de totale betekenis van iets begrepen. . . . Alle verrichtingen die apen bij intelligentietesten uitvoerden, waren onveranderlijk op uitsluitend materiële doeleinden gericht. Tenzij er een banaan of iets anders eetbaars in het vooruitzicht lag, weigerden zij uitdrukkelijk zich te concentreren. . . . Hun gedrag werd onveranderlijk door de ogen geleid. Als de stok binnen hun gezichtsveld lag, werd hij gegrepen en gebruikt om naar de banaan buiten de kooi te vissen. Maar als de stok achter hen lag, was het nooit zo dat zij hem opmerkten.” — blz. 68, 69.
Kennelijk leren dieren door vallen en opstaan, in plaats van logische conclusies uit opgedane ervaring te trekken. Dit wordt goed geïllustreerd in verband met een hond. Misschien gebeurt het dat het dier een bepaalde hoek omslaat en dan plotseling aangevallen en ernstig gebeten wordt door een hond van groter formaat. Vanaf dat moment is de kans groot dat het dier alles zal doen wat hij kan, om de bewuste hoek, waar hij die slechte ervaring had, te vermijden, ook al woont die grote hond misschien helemaal niet in de buurt. Ofschoon hij iets geleerd heeft van wat er is gebeurd, kan hij niet beredeneren dat de hoek zelf geen enkel verband met de onplezierige ervaring houdt.
Bewijs van logisch denken?
Toch kan men vragen: Zijn er geen paarden en andere dieren geweest die in staat waren rekenkundige problemen op te lossen? Verschijnselen hiervan zijn soms erg misleidend. Neem het geval van „Knappe Hans”, een paard dat zo werd genoemd omdat hij naar het scheen kon optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en zelfs spellen volgens een systeem dat zijn eigenaar had uitgewerkt. Wanneer hem bijvoorbeeld werd gevraagd: ’Hoeveel is een-derde plus een-vierde?’ stampte het paard zevenmaal en daarna twaalfmaal op de grond, om aan te geven dat het antwoord zeven-twaalfde was. Hoe kwam een redeloos paard echter aan dit antwoord? In zijn boek Animal Behavior, schrijft J. P. Scott:
„Een commissie van zoölogen en psychologen bestudeerde Hans en ontdekte dat het paard inderdaad tot de gemelde verrichtingen in staat was. Een van de eerste aanwijzingen omtrent de manier waarop Hans aan zijn antwoorden kwam, werd duidelijk toen men ontdekte dat hij altijd onjuiste antwoorden gaf wanneer er niemand in de buurt was die het antwoord kende. Dit deed het vermoeden rijzen dat zijn baas, die ogenschijnlijk volkomen stil op het antwoord stond te wachten, op de een of andere manier Hans toch een onbewust signaal gaf wanneer hij het juiste antwoord had. Zeker werd dat toen er tussen meester en paard een scherm werd geplaatst en Hans zijn vermogen geheel en al verloor. Alles wat dit wonderpaard in feite alleen maar kon, was het geleerde kunstje om op de grond te stampen en daarmee lang genoeg door te gaan tot hij automatisch aan het juiste antwoord kwam. Dat was dan het moment waarop zijn meester opgelucht ademhaalde en wat van zijn gespannenheid verloor, wat voor Hans een teken was om te stoppen. Hans was een bijzonder dresseerbaar en oplettend paard, maar rekenen kon hij niet.” — Blz. 161.
Instinctieve wijsheid en verworven ervaring
Hoewel dieren dus niet als mensen kunnen redeneren, beschikken zij aan de andere kant wel over alle vermogens die nodig zijn voor het in stand houden van de soort. Dit is als instinct bij hen ingebouwd. Vaak is hun instinctieve wijsheid verbazingwekkend.
Een interessant voorbeeld hiervan levert de keizerpinguïn, die tijdens de guurste tijd van het jaar op het donkerste plekje op aarde paart. Wanneer het vrouwtje eenmaal haar ei heeft gelegd, geeft ze dit over aan het mannetje. Het ei komt dan op zijn gezwemvlieste poten te liggen, die rijk zijn voorzien van bloedvaten en het dus van onderen af goed warm kunnen houden. Een huidplooi of -zak past precies over het ei en houdt het van boven warm. Na een „rituele” afscheidsceremonie gaat het vrouwtje weg. Tegen die tijd heeft het mannetje al een maand of zo niet gegeten en zal hij het nog twee maanden zonder voedsel moeten stellen bij temperaturen die soms wel zakken tot 65° Celsius onder nul, terwijl hevige sneeuwstormen over de vlakten razen. Hoe blijft het mannetje in leven? Steeds wanneer er een storm losbreekt, gaan er zo’n vijf- tot zeshonderd mannetjes dicht op elkaar staan, waarbij ze een bewegende kring vormen, waarin de mannetjes die het meest aan de wind staan blootgesteld, zich naar de beschermende binnenkant bewegen, terwijl zij die beschut stonden, zich tijdelijk aan het geweld van de elementen blootstellen. Aldus, door instinctieve wijsheid gedreven, weten de mannetjes door samenwerking in leven te blijven.
Behalve de voordelen van hun instinct, beschikken veel dieren ook over een sterk vermogen om van ervaring te leren. Het gevolg is dat ze soms een bepaald redenatievermogen, een bepaalde logica en zeer menselijke gevoelens lijken te weerspiegelen, bezien althans door de ogen van mannen en vrouwen. Omdat mensen het gedrag van dieren op dezelfde wijze beoordelen als de handelingen van mensen onder dezelfde omstandigheden, schrijven velen vaak ten onrechte aan dieren menselijke gevoelens toe.
Natuurlijk hebben dieren gevoelens. De Schepper nam dit ook in aanmerking toen hij de mens bepaalde wetten tot leidraad gaf. De Israëlieten kregen bijvoorbeeld het gebod: „Gij moogt een stier bij het dorsen niet muilbanden” (Deut. 25:4). Het dier mocht, terwijl het graan zo dichtbij lag en hij zo zijn best deed om te dorsen, niet met honger gekweld worden.
Maar ook al schrijft de bijbel dieren dus gevoelens toe, wordt er tevens in aangetoond dat alleen de mens naar het beeld van de Schepper is gemaakt. De mens bezit derhalve eigenschappen waar men in de dierlijke schepping tevergeefs naar zal zoeken (Gen. 1:27). Vandaar dat dankbaarheid, sympathie en soortgelijke menselijke gevoelens niet onder dieren gevonden kunnen worden. Dieren zullen met heftige rukken voedsel wegtrekken uit een hand die naar hen wordt uitgestoken — een duidelijke aanwijzing dat zij niet op de hoogte zijn met gevoelens als dankbaarheid en waardering. Het alarmerende gekakel van een kip heeft geen betekenis voor een wolf die het dier vanaf zijn staart begint te verslinden. Hij zal nooit redeneren dat het barmhartiger zou zijn eerst de kop van het dier af te bijten, en het daarmee uit zijn lijden te helpen. Voor de wolf is de kip slechts een stuk voedsel. En hoe aanhankelijk een dier ook mag schijnen, het kan niet begrijpen wat het verlies van een geliefde vriend of verwant voor een mens kan betekenen.
De bijbel is werkelijk erg realistisch wanneer dieren daarin „onredelijk” worden genoemd (2 Petr. 2:12). Ze bezitten instinctieve wijsheid en vele zelfs een verbazingwekkend leervermogen. Maar alleen mensen hebben het redenatievermogen en de morele capaciteiten om onzelfzuchtige liefde en intelligent mededogen ten toon te spreiden. Vandaar ook dat iemand die onder dieren tracht te vinden wat hij tevergeefs onder de mensen zoekt — begrip en werkelijke sympathie — na verloop van tijd bedrogen zal uitkomen. Dieren zijn eenvoudig niet toegerust om uiting te kunnen geven aan gevoelens van bezorgdheid en medeleven, zoals juist gemotiveerde mensen dit kunnen.