Grijp de gelegenheid nu!
HET is goed voor de mensen dat hun Maker ook hun liefdevolle Verzorger en Bewaarder is. Daarom liet hij de mensheid nadat ze tot zonde en dood was vervallen, niet aan haar lot over. Hij betoonde zich niet onverschillig alsof hij ten aanzien van hun hoop, hun liefde, hun wederwaardigheden „dood” was. Integendeel, hij toonde de grootste zorg door de grondslag voor het herstel van de mens te leggen door zijn eigen Zoon te schenken. En geleidelijk aan is hij steeds dichter genaderd tot de vervulling van zijn volledige voornemen met de mensheid — een volwaardig leven op een verfraaide aarde.
Als wij dit voornemen begrijpen, weten wij ook waarom wij hier op aarde leven; maar nog belangrijker is het dat wij daardoor aanwijzingen ontvangen omtrent hetgeen wij thans moeten doen. Wij gaan beseffen dat het niet slechts een zaak is van vooruitzien naar de tijd dat het leven zinvoller zal zijn, maar van nu reeds doelbewust leven. De apostel spreekt daarom de absolute waarheid wanneer hij zegt: „Godvruchtige toewijding is nuttig voor alle dingen, daar ze een belofte inhoudt voor het tegenwoordige en het toekomende leven.” — 1 Tim. 4:8.
God blijft ons nabij opdat wij ons op de ware, verstandige, opbouwende dingen kunnen toeleggen. Hij laat zich benaderen voor leiding tot een zinvol leven. De apostel Paulus sprak tot een groep niet-christenen in Athene, waaronder een aantal Griekse filosofen die naar de zin van het leven zochten. Hij verklaarde hun dat God een manier had verschaft waarop de mensen hem konden zoeken, „of zij wellicht naar hem tasten en hem werkelijk vinden zouden, ofschoon hij eigenlijk niet ver is van een ieder van ons.” — Hand. 17:24-27.
Kan iemand van ons zeggen dat hij geen leiding van iemand met meer wijsheid en ervaring nodig heeft? De hele mensheid heeft dit in deze moeilijke tijd bitterhard nodig. Wanneer wij ons met het oog op een doelgericht leven onderwerpen aan leiding, zal dit ons en degenen die wij liefhebben, thans al meer geluk schenken. Bovendien is het iets wat wij nu moeten aangrijpen omdat het ons toerust om in aanmerking te komen voor „het toekomende leven”.
„Het toekomende leven”
„Het toekomende leven” zal voor miljarden mensen werkelijk dat soort van leven zijn dat God in het begin voor de mens bestemd had. Hij zei tot Adam en Eva: „Weest vruchtbaar en wordt tot velen en vult de aarde en onderwerpt haar, en hebt de vissen der zee en de vliegende schepselen van de hemel en elk levend schepsel dat zich op de aarde beweegt, in onderworpenheid” (Gen. 1:28). Er werd tegen dit mensenpaar niet over de dood gerept, behalve in het geval van ongehoorzaamheid (Gen. 2:17). Gods voornemen in verband met hen was een ononderbroken bestaan voor eeuwig, indien zij gehoorzaam bleven. Gehoorzaamheid aan hem was beslist geen onredelijke eis van de Maker van het uitgestrekte heelal, die precies weet wat de mensheid nodig heeft om gelukkig te zijn. — Matth. 6:8.
Eeuwig leven op aarde! Dat is volgens God werkelijk zijn voornemen met de mens. Hiervoor is natuurlijk in de eerste plaats nodig dat de aarde voor altijd blijft bestaan. De psalmist schreef onder inspiratie tot onze geruststelling: „[God] heeft de aarde op haar vaste plaatsen gegrondvest; ze zal tot onbepaalde tijd, of voor eeuwig, niet aan het wankelen worden gebracht” (Ps. 104:5). Herhaaldelijk spreekt de bijbel over het feit dat God goddeloosheid van de aarde zal wegvagen en rechtvaardige mensen in leven zal laten. — Ps. 37:1, 2, 9, 11, 20, 27, 34; 115:16.
Het laatste boek van de bijbel, Openbaring, handelt uitgebreid over „het toekomende leven”. Er wordt in gesproken over Gods besluit „om te verderven die de aarde verderven” en over een grote schare mensen die de „grote verdrukking” waarin de goddelozen vernietigd worden, zullen overleven (Openb. 11:18; Matth. 24:21). Aangaande dat „toekomende leven” voor de overlevenden luidt Gods belofte: „Hij die op de troon is gezeten, zal zijn tent [van bescherming en zekerheid] over hen uitspreiden. Zij zullen geen honger of dorst meer lijden, ook zal de zon hen niet fel beschijnen noch enige verschroeiende hitte hen treffen, want het Lam [Jezus Christus], dat in het midden van de troon is, zal hen weiden en hen naar bronnen van wateren des levens leiden. En God zal elke traan uit hun ogen wegwissen.” — Openb. 7:9, 14-17.
De „rivier van water des levens”
Over dit ’water des levens’ verschaft het laatste hoofdstuk van Openbaring ons meer bijzonderheden. Jezus had vroeger al eens gezegd: „Al wie van het water drinkt dat ik hem zal geven, zal nimmermeer dorst krijgen, maar het water dat ik hem zal geven, zal in hem een bron van water worden dat opborrelt om eeuwig leven te schenken”, daarom weten wij dat het „water des levens” met Jezus’ zoenoffer voor de mensheid in verband staat (Joh. 4:14). Wanneer wij dan ook in Openbaring de beschrijving lezen van een „rivier van water des levens”, beseffen wij dat daarmee de som van alle voorzieningen is afgebeeld die door bemiddeling van Jezus Christus voor het leven van de mensheid zijn getroffen. Wij lezen:
„En hij toonde mij een rivier van water des levens, helder als kristal, die stroomde vanuit de troon van God en van het Lam over het midden van haar brede straat [de stroom vloeit door het „Nieuwe Jeruzalem”, de hemelse hoofdstad, waarin de verheerlijkte Jezus Christus en de met hem verbonden hemelse koningen verblijven]. En aan deze en aan gene zijde van de rivier stonden bomen des levens, die twaalf vruchtoogsten voortbrengen, elke maand hun vruchten opleverend. En de bladeren van de bomen waren tot genezing van de natiën.” — Openb. 22:1, 2.
De mensen in dat nieuwe samenstel van dingen op aarde zullen aanhoudend de genezende toepassing van de waarde van Christus’ slachtoffer ontvangen, ten einde hun zonden weg te nemen en hen van al hun kwalen en onvolkomenheden te genezen. Wanneer de zonde die de dood veroorzaakt, ten slotte van hen allen zal zijn weggedaan, zal „de dood . . . niet meer zijn” (Openb. 21:4; 1 Kor. 15:26). Dit vormt een verzekering van eeuwig leven voor al degenen die deel hebben aan Gods voorzieningen. Thans is het voor allen die horen de tijd om voordeel te trekken van wat er reeds van de „rivier van water des levens” beschikbaar is. De uitnodiging luidt: „Een ieder die dorst heeft, kome; een ieder die wil, neme het water des levens om niet.” — Openb. 22:17; 2 Kor. 6:1, 2.
Eeuwig leven niet eentonig of vervelend
’Maar’, zou iemand kunnen vragen, ’zou een mens, als hij eeuwig leeft, een zinvoller leven kunnen leiden dan thans? Zou hij niet precies dezelfde levenscyclus doormaken — eten, slapen en werken, tot in het oneindige? Is het dan niet net zo zinvol om thans te leven zoals zovelen doen: te trachten iets voor komende geslachten tot stand te brengen en die het dan over laten nemen?’
Om zulke vragen te beantwoorden, zou het goed zijn eerst eens te zien in hoeverre mensen thans werkelijk in het bereiken van een levensdoel slagen. Hoevelen kunnen iets werkelijk blijvends bijdragen, iets dat levens redt of de levensomstandigheden van anderen beter maakt? In werkelijkheid worden zulke pogingen dikwijls door de omstandigheden en de beperkte levensduur gedwarsboomd (Pred. 2:11, 17-21). Bedenk echter eens wat iemand met een onbeperkte levensduur zou kunnen doen! Hij zou zijn kennis en bekwaamheid voortdurend kunnen vergroten. Hij zou zijn persoonlijkheid kunnen verrijken. Zijn waardevolle bekwaamheid om iets tot de mensenmaatschappij bij te dragen zou niet verminderen — ze zou voortdurend toenemen. Hij zou niet door ouderdom achteruitgaan. Tegenwoordig zijn veel mensen verdrietig door het feit dat hun produktieve jaren onverbiddelijk aan het afnemen zijn en hun leven zijn einde nadert. Daarom geeft de bijbel de raad: „Gedenk nu uw grootse Schepper in uw jongelingsdagen.” — Pred. 12:1.
Bovendien zal iemand met eeuwig leven, alhoewel hij nooit zal ophouden te leren, toch nooit in staat zijn alles omtrent deze aarde en de dingen erop te ontdekken. Het bestuderen van de aarde, dit grote wetenschappelijke „laboratorium”, zal nooit eindigen. Elke ontdekking zal weer talloze nieuwe „deuren” en perspectieven openen, en de omgang met onze naaste zal dat met alle vreugdevolle variatie evenzo. Van elkanders gaven en persoonlijkheid te genieten, zal een eindeloos genoegen verschaffen.
Het voortdurend in ons opnemen van kennis over de ondoorgrondelijke God en het ontvangen van de rijkdom van zijn liefde en wijsheid zal echter nog veel vreugdevoller zijn dan al het andere. Jezus die, voordat hij naar de aarde kwam, reeds een hemels bestaan van onbekende duur met God achter zich had, zei van zichzelf: „Ik leef vanwege de Vader” en: „Dit betekent eeuwig leven, dat zij voortdurend kennis in zich opnemen van u, de enige ware God, en van hem die gij hebt uitgezonden, Jezus Christus.” — Joh. 6:57; 17:3.
„Vult de aarde”
Zal het einde van de dood betekenen dat de aarde ten slotte onhoudbaar vol zal worden? Neen. De Schepper had een voornemen met de aarde, daarom zei hij tot het oorspronkelijke mensenpaar: „Weest vruchtbaar en wordt tot velen en vult de aarde” (Gen. 1:28). Een wijze Schepper weet beslist wel wat de aarde kan hebben en hij zal haar slechts zo vol laten worden dat het leven erop aangenaam blijft, dus niet overvol. Evenals hij in staat is te scheppen en ervoor te zorgen dat zijn schepping harmonieus ten behoeve van het algemeen welzijn op aarde functioneert, kan hij ook zijn vastgestelde voornemen ten uitvoer brengen, zonder iemand, wie dan ook, pijn of verdriet te doen.
Indien u de gelegenheid aangrijpt om Gods voornemen te leren kennen, zult u Gods belofte omtrent „het tegenwoordige leven” ervaren. Het zal u vreugde schenken steeds meer begrip te krijgen van zijn wonderbaarlijke voornemen, het patroon daarvan steeds duidelijker te zien en te bemerken hoe aan elk detail dat de mensheid gelukkig kan maken, zorg is besteed. U zult inzien dat elke twijfel over het waarom van de dingen zoals ze thans zijn, en elke twijfel over de wijsheid van Gods voornemens, die u mocht hebben gehad, voortsproten uit menselijk onvermogen en gebrek aan juiste informatie. Tot hen die de wijsheid van God in oude tijden in twijfel trokken, zei God zelf: „Stelt gij mij vragen over mijn zonen? En geeft gij Mij bevelen over het werk van mijn handen? Ik heb de aarde gemaakt, en haar mensen heb Ik geschapen” — Jes. 45:11, 12, Willibrordvertaling.
De bijbel die Gods voornemen onthult, kan een open boek voor u zijn. En behalve een goed leven thans, biedt hij u ook het wonderbaarlijke vooruitzicht met uw dierbaren herenigd te worden op een rechtvaardige aarde waar de dood niet meer zal zijn (Openb. 21:3, 4). Grijp die gelegenheid thans aan. Jehovah’s Getuigen zullen u graag helpen om in uw eigen huis, zonder kosten uwerzijds, de bijbel te leren kennen.
„Ziet, ik schep nieuwe hemelen en een nieuwe aarde; en de vroegere dingen zullen niet in de geest worden teruggeroepen, noch zullen ze in het hart opkomen. Zoals de stromende regen, en de sneeuw, van de hemel neerdaalt en naar die plaats niet terugkeert, tenzij hij de aarde werkelijk drenkt en haar doet voortbrengen en uitspruiten, en er werkelijk zaad aan de zaaier en brood aan de eter wordt gegeven, zo zal mijn woord dat uit mijn mond uitgaat, blijken te zijn. Het zal niet zonder resultaten tot mij terugkeren, maar het zal stellig datgene doen waarin ik behagen heb geschept en het zal stellig succes hebben in dat waarvoor ik het heb gezonden.” — Jes. 65:17; 55:9-11.
[Illustratie op blz. 13]
De aarde is een onpeilbaar wetenschappelijk ’laboratorium’. Het heeft de mens thans reeds van vele gemakken voorzien. Wat zal het de mens nog voor eeuwig voor diens verrukking in het paradijs verschaffen?
[Illustratie op blz. 15]
Zou het leven met eenheid, vriendelijkheid, gastvrijheid en edelmoedigheid aan alle kanten, ooit vervelend kunnen zijn?
[Illustratie op blz. 16]
De vele dingen welke de aarde bevat, zullen de hele mensheid voor eeuwig in verrukking brengen