Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g76 8/10 blz. 9-12
  • Wat ’s mensen Maker in gedachten heeft

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Wat ’s mensen Maker in gedachten heeft
  • Ontwaakt! 1976
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Basis voor herstel
  • Waarom zijn er zoveel eeuwen voorbijgegaan?
  • Een groots voornemen verwezenlijkt
  • Jezus’ dood en opstanding: Wat ze voor u kunnen betekenen
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2015
  • De laatste vijand, de dood, wordt tenietgedaan
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2014
  • „Zie! Ik maak alles nieuw”
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1959
  • Een slaaf van mensen of een slaaf van uw Loskoper — Wat wilt u zijn?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1966
Meer weergeven
Ontwaakt! 1976
g76 8/10 blz. 9-12

Wat ’s mensen Maker in gedachten heeft

HET is nooit Gods bedoeling geweest dat de mens slechts een paar jaar op aarde zou leven en dan zou sterven. De bijbel laat duidelijk zien dat het vooruitzicht dat hij de eerste mensen gaf, eindelijk leven op aarde was. Een „boom des levens”, die stond in hun verrukkelijke op een park gelijkende tehuis, diende als symbool van Gods onveranderlijke waarborg voor leven ten behoeve van allen die hij waardig zou oordelen van zijn vruchten te gebruiken. — Gen. 2:9; 3:22.

Thans bestaat nergens op aarde meer zo’n letterlijke „boom des levens”. Verdwenen is ook het liefelijke paradijstehuis waar de eerste mensen, Adam en Eva, in hun volmaaktheid vertoefden. Betekent dit dat Gods voornemen met de mens is veranderd?

Wat iemand tegenwoordig om zich heen ziet, zou hem ertoe kunnen brengen te denken dat God met betrekking tot de aarde en de mensheid van gedachten is veranderd, maar schijn kan bedriegen. Gods Woord, de bijbel, geeft ons de positieve verzekering dat er in het voornemen van de Schepper geen verandering is gekomen. Wij lezen: „God is geen mens, dat hij leugens zou vertellen, noch een mensenzoon, dat hij spijt zou gevoelen. Heeft hijzelf het gezegd en zal hij het niet doen, en heeft hij gesproken en zal hij het niet volbrengen?” (Num. 23:19) „Ik ben Jehovah; ik ben niet veranderd.” — Mal. 3:6.

Dat de mensen nu al duizenden jaren lang zijn gestorven, is zelfs een bevestiging van de betrouwbaarheid van wat God heeft gezegd. Hoezo? Omdat tot Adam over de gevolgen van ongehoorzaamheid werd gezegd: ’Gij zult beslist sterven’ (Gen. 2:17). Zwichtend voor de verleiding van zijn vrouw, kwam Adam ertoe Gods wet te overtreden. De Schepper hield zich aan zijn woord door Adam nog diezelfde dag ter dood te veroordelen. God zei: „In het zweet van uw aangezicht zult gij brood eten, totdat gij tot de aardbodem terugkeert, want daaruit werdt gij genomen. Want stof zijt gij en tot stof zult gij terugkeren.” — Gen. 3:19.

Daar het Adam en zijn vrouw werd toegestaan een tijdlang te blijven leven en ouders te worden, ontstond er een stervend menselijk geslacht. Daar Adam zijn recht op leven had verloren, kon hij dit niet als een erfdeel aan zijn nageslacht doorgeven. Daarom zegt de bijbel: „Zoals door bemiddeling van één mens de zonde de wereld is binnengekomen en door middel van de zonde de dood, en aldus de dood zich tot alle mensen heeft uitgebreid omdat zij allen gezondigd hadden.” — Rom. 5:12.

De uitspraak van Gods vonnis over Adam is dus juist gebleken en wij ondervinden er nog de gevolgen van. Zouden wij dan ook niet mogen verwachten dat het voornemen van de Almachtige om de mensheid voor altijd op een paradijsachtige aarde te laten leven eveneens zal worden verwezenlijkt? Zeer beslist wel!

In overeenstemming met zijn oorspronkelijke voornemen dat de mens zou leven en niet zou sterven, geeft de bijbel deze verzekering: „[God] zal werkelijk de dood voor eeuwig verzwelgen” (Jes. 25:8). Daarom moet er dus een herstel van de mens komen tot het peil van volmaaktheid dat Adam en Eva eens bezaten.

Basis voor herstel

De basis voor dit herstel is vele eeuwen geleden door God zelf gelegd. Aangezien Adam door zijn ongehoorzaamheid het recht op leven voor het mensenras verbeurde, trof de Allerhoogste een voorziening om dit terug te kopen. Hij bracht het leven van zijn eerstgeboren Zoon uit de hemel over naar de schoot van een joodse maagd, Maria genaamd. De arts Lukas uit de eerste eeuw bericht wat er, vlak vóór Maria’s wonderbaarlijke ontvangenis, tot haar werd gezegd: „Heilige geest zal over u komen en kracht van de Allerhoogste zal u overschaduwen. Daarom ook zal hetgeen wordt geboren, heilig, Gods Zoon, worden genoemd.” — Luk. 1:35.

Deze Jezus Christus bleef onberispelijk gehoorzaam jegens zijn God en Vader. Zodat hij toen hij zijn recht op menselijk leven opgaf, in staat was het recht op leven dat Adam voor zijn gehele nageslacht verloren had, terug te kopen. Met het oog hierop vertelt de Heilige Schrift ons: „Gelijk het door middel van één overtreding voor alle soorten van mensen op veroordeling is uitgelopen, evenzo loopt het er ook door middel van één daad van rechtvaardigmaking voor alle soorten van mensen op uit dat zij rechtvaardig worden verklaard ten leven. Want zoals door de ongehoorzaamheid van de ene mens velen tot zondaars werden gemaakt, zo zullen ook door de gehoorzaamheid van de ene persoon velen tot rechtvaardigen worden gemaakt.” — Rom. 5:18, 19.

Door het feit dat Jezus Christus zich als mens onberispelijk heeft gedragen, wordt bewezen dat dit voor volmaakte mensen mogelijk is. Op basis hiervan kan God zelfs onvolmaakte mensen als rechtvaardig beschouwen indien zij dezelfde soort van toewijding aan de dag leggen als zijn Zoon. Immers, wanneer deze toegewijde personen ook volmaakt zouden zijn, zouden zij eveneens in staat zijn een volledig smetteloze handelwijze te volgen. Aldus was er voor Jehovah God, door middel van zijn Zoon een basis gelegd om de mensheid weer in eenheid met zichzelf te brengen.

Waarom zijn er zoveel eeuwen voorbijgegaan?

Waarom worden wij, eeuwen later, echter nog steeds door zwakheden en onvolmaaktheden geplaagd? De reden hiervoor is dat God een vaste tijd heeft bepaald om tot handelen over te gaan. Na zijn opstanding uit de doden, vertelde Jezus Christus zijn getrouwe discipelen: „Het komt u niet toe kennis te verkrijgen van de tijden of tijdperken die de Vader in zijn eigen rechtsmacht heeft gesteld.” — Hand. 1:7.

Wij dienen daarom geduldig op Gods tijden en tijdperken te wachten en de aangelegenheden niet uit menselijk standpunt te bezien. Wanneer een mens een bepaald doel wil bereiken, moet hij dit binnen een betrekkelijk kort tijdsbestek zien klaar te spelen. Met het oog op zijn beperkte levensduur kan hij het zich niet veroorloven iets tot in het oneindige uit te stellen.

De Schepper daarentegen is in geen enkel opzicht aan tijd gebonden. Voor hem zijn „duizend jaren . . . slechts als de dag van gisteren wanneer die voorbijgegaan is, en als een [vier uur durende] wake in de nacht” (Ps. 90:4). Hij is „van onbepaalde tijd tot onbepaalde tijd” (Ps. 90:2). Hij heeft niet met onzekerheden te kampen. De toekomst is voor hem geen onbeschreven blad. De bijbel spreekt over hem als ’degene die van het begin af de afloop vertelt, en van oudsher de dingen die niet gedaan zijn’ (Jes. 46:10). Jehovah God kan daarom bij het bepalen van de beste tijd om ten behoeve van de mensheid op te treden, rekening houden met zowel heden, verleden als toekomst. Aangezien hij ook de doden kan opwekken, zal het feit dat zijn dag voor het herstel van de mensheid tot volmaaktheid nog in de toekomst ligt, de mens geen blijvende schade berokkenen. Daarom staat de Allerhoogste onder geen enkele druk om vóór zijn eigen tijd, de juiste tijd, in te grijpen.

Bestaat er een manier om precies te weten te komen wanneer wij de bevrijding van menselijke zwakheid en onvolmaaktheid tegemoet kunnen zien? De bijbel toont aan dat dit zal plaatsvinden nadat dit huidige goddeloze stelsel is vernietigd en vervangen door een rechtvaardige nieuwe ordening. De ’dag en het uur’ voor het voltrekken van Gods vonnis over het huidige stelsel is in de Heilige Schrift niet onthuld (Matth. 24:36-42), maar de bijbel vertelt wel over de toestanden die vlak voor die gebeurtenis op aarde zouden heersen.

Wij lezen: „Weet dit, dat er in de laatste dagen kritieke tijden zullen aanbreken, die moeilijk zijn door te komen. Want de mensen zullen zichzelf liefhebben, het geld liefhebben, zullen aanmatigend zijn, hoogmoedig, lasteraars, ongehoorzaam aan ouders, ondankbaar, deloyaal, geen natuurlijke genegenheid hebbend, niet ontvankelijk voor enige overeenkomst, kwaadsprekers, zonder zelfbeheersing, heftig, zonder liefde voor het goede, verraders, onbezonnen, opgeblazen van trots, met meer liefde voor genoegens dan liefde voor God, die een vorm van godvruchtige toewijding hebben, maar de kracht ervan niet blijken te bezitten” (2 Tim. 3:1-5). Is dit niet juist hetgene wat het leven voor de mensen tegenwoordig steeds moeilijker maakt? Betekent dit niet dat Gods tijd om deze „laatste dagen” tot een einde te brengen, zeer nabij is?

Een groots voornemen verwezenlijkt

Nadat dit stelsel is geëindigd, heeft Jehovah het plan om de menselijke familie door middel van zijn Zoon, Jezus Christus, en een lichaam van hemelse heersers die van de aarde gekocht zijn, tot volmaaktheid te herstellen. Zij die dit regeringslichaam zullen vormen, zijn mannen en vrouwen die hun onwankelbare getrouwheid aan God en hun onzelfzuchtige belangstelling voor hun naasten hebben getoond. — Openb. 14:5.

Jezus Christus en zijn onberispelijke mederegeerders zullen onmiddellijk nadat het huidige onvolmaakte samenstel van dingen van deze aarde is uitgeroeid, de leiding over de aardse aangelegenheden op zich nemen. Dit betekent dat degenen die bezig zijn de aarde te verderven, zelf verdorven of vernietigd zullen worden (Openb. 11:18). Daarna zullen zij die de vernietiging van de verdervers van de aarde overleven, wonderbaarlijke veranderingen meemaken. Zij zullen ’duizend jaren lang’ de liefdevolle aandacht van Jezus Christus en zijn mederegeerders genieten (Openb. 20:6). Gedurende die tijd zal de aarde in een paradijs veranderd worden. Al de moeilijkheden en het lijden van het verleden zal worden teniet gedaan en de doden zullen worden opgewekt. Het laatste boek van de bijbel Openbaring, beschrijft wat God door middel van zijn hemelse regering zal doen:

„Hij zal elke traan uit hun ogen wegwissen, en de dood zal niet meer zijn, noch rouw, noch geschreeuw, noch pijn zal er meer zijn.” — Openb. 21:4.

Ja, hoe wonderbaarlijk zal het zijn getuige te mogen wezen van de vervulling van Gods oorspronkelijke voornemen — te zien hoe de mensheid tot volmaaktheid wordt hersteld en deze aarde in een prachtig paradijstehuis wordt veranderd! Kunt u thans iets doen om in de zekere verwezenlijking van dat voornemen te delen?

[Illustratie op blz. 9]

Jehovah God maakte de mens om te leven, niet om te sterven, en hij plaatste de eerste mensen in een prachtig, op een park gelijkend tehuis of paradijs

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen